Lezing over Imam Jafar Al Sadiq (a)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Notities presentatie Imam Jafar al Sadiq (a), 6e Imam

Bijeenkomst 25 september 2011

Inhoud:

Samenvatting en personalia

Jonge jaren

Verhoudingen Ahlalbait – regeerders uit die periode

Revolutiecampagne Abbasiden

Kansen voor leerschool

Leerschool – wetenschap

Bescherming Khumus

Bescherming zuiverheid van Islam

Relatie met al Mansour

Sterfte

Leermoment

Enkele gezegdes

Samenvatting:

Geboortedatum: 17 Rabi’ al Awwal (83 AH/702 AD, volgens enkele bronnen 80 AH/699 AD)

Geboorteplaats: Medina

Ouders: Imam Mohammed al Baqir, 5e Imam en Fatima (achterkleindochter Abu Bakr)

Sterfte: 25 Shawwal, 148 AH

Begraafplaats: Medina, Jannatul Baqi’

Bijnamen: al Sadiq (de geloofwaardige/betrouwbare), al Fadil (van hoge deugden), al Tahir (de reine)

Huwelijken en kinderen:

- 1e vrouw: Fatima, nakomeling van Imam Hasan ibn Ali  Ismail en Abdallah

- Na haar dood: Hamidah Khatun, slavin. Jafar (a) leidde haar op tot Islamitische geleerde, trouwden vervolgens  o.a. Musa al Kadhim (a)

- (Kanttekening: hoewel de Islam tegen slavernij is, was het gebruikelijk voor de Imams om slaven te kopen en te bevrijden, om te voorkomen dat een slaaf ergens belandt waar hij/zij slecht behandeld wordt.)

Jonge jaren:

Jafar al Sadiq (a) is 23 jaar na Kerbala (de strijd van Taf) geboren.

Leerproces (overdracht van regels/wijsheden van Koran, Islam en sunna):

- t/m 13e: bij vader en opa Imam Ali al Sajjad/Zayn al Abidin (a, enige mannelijke Ahlalbait die Kerbala overleefde).

- Na sterfte Ali al Sajjad (a): bij vader.

Opgevoed met sterke Islamitische principes zoals betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en Imaan (gelovigheid).

Verhoudingen Ahlalbait – regeerders uit die periode

T/m 13e was Ali al Sajjad (a) Imam:

Regeerders vijandelijk jegens ahlalbait, gevangenissen, strenge controle op huis van Zain al Abidin. Mensen waren gewaarschuwd niet in de buurt te komen, zodoende beperkte interactie met de bevolking.

Imam Mohammed al Baqir (a):

- Regeerder Omar ibn abdul Aziz: betere behandeling ahlalbait, meer vrijheid, afschaffing van de tot dan toe gebruikelijke vervloeking van Imam Ali ibn abi Talib (a) tijdens gebedsoproep. Echter, na 2 jaar werd Omar gedood, omdat andere Bani Umayya leden ontevreden waren over Omar’s religieuze, eenvoudige en tolerante leefstijl.

- Regeerder Hisham bin Abdul Malik: intolerant jegens ahlalbait, maar afgeleid door oproer van de bevolking: afname populariteit van Bani Umayya, revolutie op komst. Mohammed al Baqir krijgt ruimte om aan mensen religieuze waarden bij te brengen. Dit maakte Hisham bezorgd, maar hij kon niets doen. Al Baqir (a) sterft 114 AH nadat hij Jafar het Imamaat had toegewezen.

Jafar al Sadiq (a):

31 jaar toen hij Imam werd. Hisham nog bezorgder, want Jafar was jong, actief, levendig en was bezig met opzetting van eigen leerschool (uiteraard origineel door de Profeet (s)).

Revolutiecampagne:

Bani Umayya verloren gezag wegens:

• Jarenlange onderdrukking van verscheidene groeperingen uit bevolking, o.a. ahlalbait (a)

• Karbala schandaal (strijd van Taf), relatief recent

Deelname 2 grote nieuwe partijen:

> Nakomelingen Imam al Hassan (a)

> Nakomelingen Abbas (a), “Abbasiden”, hadden uitgebreidere campagne en hiermee een grote voorsprong

Campagne Abbasiden:

• Beweerden liefde voor Ahlalbait (a)

• Zeiden wraak voor Karbala te willen

• Beloofden gevangenen vrij te laten

• Prominente leden werden gezien op Jafar’s leerschool, o.a. al Saffaah en al Mansour (broertjes)

Al met al kwam dit zeer veelbelovend over op het volk.

Revolutie in 131 AH/750 AD, na een veldslag bij al Koefa (Irak).

1e Abbasidische regeerder: al Saffaah, zetelde in al Koefa.

Abbasidische campagnemotto was gebaseerd op liefde voor ahlalbait. Daarom moest al Saffaah wel tolerant zijn jegens Jafar al Sadiq en hem vrijheid geven.

Kansen voor leerschool:

Al Sadiq (a) kreeg de meeste vrijheid en kansen van alle Imams (a), vanwege:

- Allah’s wil

- Overgang van dynastie (Bani Umayya afgeleid)

- Abbasidische revolutiecampagne (wat op korte termijn het verdere beleid t.o.v. Ahlalbait bepaalde)

- Wetenschappelijke prestaties

- Hoge deugden/omgang met mensen

Hierdoor ontstond mogelijkheid om leerschool/universiteit op te zetten. Locatie: de Moskee van de Profeet (s) (Masjid al Nabawi) in Medina:

Rol in wetenschap:

Periode waarin Imam Jafar al Sadiq (a) leefde, kenmerkte zich door de Islamitische Gouden Eeuwen (622-1258 AD):

• Enthousiasme voor wetenschap

• Ontwikkeling Islamitische beschaving

• Ontdekkingsreizen, waarbij Arabische reizigers andere culturen en talen leerden kennen

• Vertalingen oude wetenschappelijke teksten (bv. Oud Griekse filosofie, oud Indiase wiskunde), grote instroom van informatie

• Deze oude wetenschappen werden gebruikt, uitgediept, aangevuld en nog verder ontwikkeld

Al Sadiq wordt “Uomo Universale” (Arabisch: علاّمة): Islamitische geleerde, astronoom, scheikundige, natuurkundige, filosoof. Bepaalde bronnen geven ook aardrijkskunde aan (hij schijnt over aardkorstlagen geschreven te hebben). Tevens doceerde hij deze vakken op zijn leerschool, dus het ontwikkelde zich tot een echte universiteit.

Leerschool:

Naast wetenschappen ook Islamitische vakken en docentenopleidingen:

• Tafseer al Quran (uitleg over Koranverzen)

• Fiqh (Jafari jurisprudentie)

• Over het erkennen van de Schepper

• Regels van halal en haram

• Q&A

Bekende leerlingen (leerschool telde meer dan 4000 studenten) o.a.:

- Jaber ibn Hayyan (scheikundige, astronoom, geneeskundige, Islamitische geleerde, filosoof), promotie onder Jafar al Sadiq (a) over brandvertragend papier. Voor zijn tijd en de tijd van Jafar al Sadiq (a) was scheikunde een vage, mystieke bezigheid. Zij brachten de scheikunde echter naar voren als een objectiveerbare wetenschap.

- Abu Hanifa (hoogaangeschreven geleerde onder soennieten)

- Malik ibn Anas (hoogaangeschreven geleerde onder soennieten)

- Musa ibn Jafar (a)

- Ali ibn Jafar (a)

Bescherming Khumus:

Khumus = Islamitisch belastingsysteem m.b.t. geld/goud. Khumus werd vroeger aan regering gegeven (regering beweerde namelijk een Islamitische regering te zijn), regering gaf het geld/goud aan Islamitische geleerden in dienst van de regering. Problemen hiermee:

> corruptie

> geleerden worden werknemers van regering, daarom niet onafhankelijk en verleenden valselijke steun aan regering

Al sadiq vond dit een kaping van de religie en greep in. Hij liet weten dat khumus ook aan hem kon worden gegeven. Hij zou dan zorg dragen voor een correcte distributie ervan.

Al Saffaah ontevreden dat dit buiten de regering om gebeurde en probeerde dus Jafar al Sadiq (a) over te halen om voor de regering te komen werken. Al Sadiq (a) weigerde.

Bescherming zuiverheid Islam:

Al saffaah dood > zijn broer al Mansour nieuwe regeerder.

Al Mansour had een goede reputatie onder de bevolking wegens:

Stichting nieuwe hoofdstad: Bagdad

Uiterlijkheden, rijkdommen

Positie tijdens revolutie, praatte vaak over Kerbala

Hij en zijn zonen werden vaak gezien op Jafar al Sadiq’s (a) leerschool. Al Mansour probeerde op deze manier steun te krijgen van Imam Jafar al Sadiq voor zijn regering.

Jafar al Sadiq kende echter de ware aard van al Mansour(via discussies en gesprekken tijdens/na de lessen op de leerschool) en waarschuwde mensen voor de adviezen van de geleerden in dienst van al Mansour (zij vervormden religie omwille van de regering).

Al Mansour vervormt religie:

Valse uitspraken over al Sadiq’s colleges;

Oprichting van zijn eigen leerscholen. Hij zorgde ervoor dat op elke leerschool iets anders werd gedoceerd, zodat onder de bevolking verwarring zou ontstaan over de religie;

Omkoping van geleerden;

Verspreiding onjuistheden;

> Opkomst verschillende Islamitische stromingen. Hiervoor bestonden ook al meningsverschillen, maar de inspanningen van al Mansour om de religie te vervormen, schijnen een onmiskenbaar grote invloed te hebben gehad.

Jafar al Sadiq blijft in discussie met verschillende leerscholen, om de ware Islam bekend te laten blijven.

Relatie met al Mansour:

Vijandelijkheden jegens vrienden en familieleden van ahlalbait waren inmiddels weer begonnen: gevangenisstraffen, doodstraffen, onbekende begravingen.

Jafar al Sadiq (a) verzocht mensen om voorzichtig te zijn in de persoonlijke omgang met hem, i.v.m. gevaren.

Al Mansour probeerde vaak Jafar al Sadiq (a) te doden, maar zette altijd op het laatste moment zijn plan niet voort. Al Mansour heeft aan vertrouwelingen verteld dat hij bang werd en zich het gezicht van de Profeet (s) voorstelde, waardoor hij niet meer durfde.

Op een dag waarop al Mansour veel aanhangers van ahlalbait had vermoord, zeiden zijn onderdanen:

“Alhamdulilah heb je vele van je tegenhangers gedood”

Al Mansour’s antwoord:

“Nee, ik vind geen rust zolang Jafar al Sadiq nog leeft”

Sterfte:

Kort hierna stierf Jafar al Sadiq, vergiftigd op 65 jarige leeftijd. 148 AH/767 AD.

Op zijn sterfbed, omringd door familieleden, vertelt Imam Jafar al Sadiq (a) dat wie licht over het gebed denkt, op de dag des Oordeels geen bemiddeling (shafa’a) krijgt van de personen in die kamer (dus o.a. Jafar al Sadiq en Musa al Kadhim).

A Mansour schreef na zijn dood meteen een brief aan Mohammed ibn Suleiman, vertegenwoordiger van Medina, met de opdracht: “als Jafar al Sadiq een opvolger heeft aangewezen, pak die opvolger en dood hem.” Het probleem: al Sadiq (a) had echter uit voorzorg alleen aan naaste vertrouwelingen verteld dat de opvolger Musa ibn Jafar (a) was. Mohammed ibn Suleiman moest dus al Sadiq’s (a) testament raadplegen.

In het testament vond hij het volgende: “ik heb 5 volgelingen:

Abu Jafar al Mansour

Mohammed ibn Suleiman

Abdullah al Afdah, Ibn Jafar (oudste levende zoon. Oudste zoon Ismail was al gestorven terwijl al Sadiq (a) nog leefde. Abdullah stierf echter 70 dagen na de dood van al Sadiq (a), onder verdachte omstandigheden. Hij was jong en kindloos)

Musa ibn Jafar

Hamidah Khatun”

Begraven in Jannatul Baqi’ (begraafplaats Medina):

Vooraan ligt Abbas ibn Abd il Muttallib (a), daarna van links naar rechts Imam Hassan I (a), Imam Ali al Sajjad (a), Imam Mohammed al Baqir (a), Imam Jafar al Sadiq (a)

Het heette de eeuw van imam al sadiq, door zijn invloeden, ondanks de vele nieuwe Islamitische groeperingen wegens de scholen van al mansour.

Leermoment:

• Doorzettingsvermogen en volharding in daden en capaciteiten, ongeacht omstandigheden

• Belang van zelfontplooiing en zelfontwikkeling

• Islam kan politiek zuiveren, maar niet de Islam door politiek laten vertroebelen

• Islam verspreid je met goede deugden, daden en omgang met mensen, verstandig gedrag

• Islam kent geen discriminatie (uit het feit dat hij een slavin opleidde tot Islamitisch geleerde en vervolgens met haar trouwde)

• Rol van de vrouw (hij erkende de rol van de vrouw in de wetenschap, in de religie (zijn eigen vrouw was Islamitisch geleerde en stond bekend om haar wijsheid))

Enkele gezegdes:

“لكل شيء زكاة وزكاة العلم تعليمه”

“Alles heeft een belasting. En de belasting van kennis is het delen van kennis.”

Er werd eens aan hem gevraagd waar hij zijn leven op bouwde. Hij zei: “op 4 dingen:

1.Weten dat mijn werk/taken niet door iemand anders voor mij verricht zullen worden, dus spande ik me in.

2.Weten dat Allah me altijd ziet, dus schaamde ik me.

3.Weten dat mijn levensonderhoud voor me is opgeschreven (*door Allah*), dus voelde ik me verzekerd.

4.Weten dat de dood op me wacht, dus bereid ik me voor.”

“كونوا دعاة لنا بغير ألسنتكم”

“Wees onze stille vertegenwoordigers.” (= directe opdracht aan wie zich een volgeling van ahlalbait noemt. Laat de deugden en het gedrag van ahlalbait aan de wereld zien via je eigen gedragingen. Je hoeft het dus niet altijd over ahlalbait te hebben om hun vertegenwoordiger te zijn.)

“كونوا زينا لنا و لا تكونوا شينا علينا”

“ Wees een versiering (*trots*) voor ons en wees niet een schandaal (*schaamte*) voor ons.” (= directe opdracht aan wie zich een volgeling van ahlalbait noemt.)

Geschreven door Mays (actieflid Mediacomité)

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen