Het vredesverdrag van Imam al Hassan (a)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

 

Het vredesverdrag van Imam al Hassan (a) met Mu’awiya ontstond door de vele wreedheden die de Imams en de familieleden van de Profeet (s) moesten verdragen. Het was Imam al Hassan (a) die in geduld deze wreedheden succesvol verdroeg. De Imam (a) was loyaal aan Allah (swt), de Koran, onze Profeet (s) en alle moslims. Voorzeker, zijn daden en woorden waren oprecht.

Nu zijn er velen die Imam al Hassan (a) onterecht door dit vredesverdrag met Mu’awiya beschuldigen. Zij beweren dat Imam al Hassan (a) in een slagstrijd tegen Mu’awiya moest vechten en zijn leven op deze manier ten einde moest komen; net zoals Imam al Hussein (a) bij de slag Karbala. Het is  opmerkelijk dat sindsdien de mensen niet hebben begrepen waar het vredesverdrag van Imam al Hassan (a) om draait. In het boek ‘Sulh al- Hassan’ van de gerespecteerde geleerde Shaykh Radi Aal-Yasin wordt dit belangrijke deel van de geschiedenis beschreven. Het is daarom een van de werken die van uiterst belangrijke waarde is. Het is een van de werken die ieder islamitische bibliotheek in bezit moet hebben. Eenieder die het respectabele boek ‘Sulh al Hassan’ aandachtig zal lezen, zal opmerken dat Imam al Hassan (a) en Mu’awiya twee kaliefen met verschillende manieren waren. Imam al Hassan (a) leefde volgens de principes van de Koran en de Sunna. In andere woorden de principes van de heilige Profeet Mohammad (s). Mu’awiya daarentegen volgde de manieren van de Ummayads op. Dit waren mensen zoals Abu Sufyan en Hind. De Ummayads zijn uiteindelijk diegenen die de Islam nooit omarmd hebben; dit was slechts schijn. Met hun onrechtvaardige daden deden zij de Islam kwaad.

Mu’awiya gebruikte de Islam om meer macht te krijgen en werd gedurende de periode van de tweede en derde kaliefen actief. Hij werd door hen voor ongeveer een periode van twintig jaar als gouverneur van Sham (Syrië) aangesteld. Hij kwam zo in de positie om te regeren en tegelijkertijd het volk daar met zijn eigen ideeën te voeden. Deze mensen werden dan ook de aanhangers van Mu’awiya.

Omdat hij familie van de Qurays (familieleden van de stam van de Profeet (s)) was en tot de metgezellen behoorde, dachten de mensen automatisch goed over hem. Hij werd hierdoor bekender dan de vooraanstaande metgezellen van de Profeet (s) waar Allah (swt) tevreden was. Intussen richtte Mu’awiya zijn aandacht op de gewone mensen en kochten ze vooraanstaande mensen om. De mensen werden omgekocht met het geld van de bevolking. De Ummayads wilden een pre-islamitische, atheïstische staat. De Islam kwam in gevaar, alsmede de mensen die voor de Islam kozen. Zo kwamen ook Imam al Hassan (a) en Imam al Hussein (a) in gevaar en vervolgens hadden zij twee keuzes: of zich overgeven aan Mu’awiya of zich verzetten tegen het beleid van Mu’awiya.

Als zij zich verzet zouden hebben tegen het leiderschap van Mu’awiya dan zou dit betekend hebben dat de volgelingen van de Islam in gevaar zouden komen, en zo ook diegenen die zich op het juiste pad van Allah (swt) bevonden. Aan de andere kant zien we dat Imam al Hussein (a), bij de slag Karbala, in een slagstrijd zijn leven heeft moeten opofferen.  Als Imam Hassan (a) dit ook gedaan zou hebben, zou zijn opoffering geen effect op de gemeenschap hebben gehad en had Mu’awiya ongestoord met zijn sluwe plannen verder kunnen gaan. De Ummayads zouden winnen en hun wrede plannen tegen de Islam verder kunnen uitvoeren. Mu’awiya zou dan de hele islamitische gemeenschap overheersen. Imam al Hassan (a) kwam daarom tot het besluit dat hij een manier moest bedenken om met de tirannie van Mu’awiya om te gaan. Een heel belangrijke opmerking hierbij is dat Imam Hassan (a) altijd als beginsel heeft gehad dat Mu’awiya moest handelen op basis van de Koran en de Sunna, de Shia (volgelingen) niet mocht straffen, het respecteren en aan de Shia dezelfde rechten als andere moslims geven. Het ging Imam al Hassan (a) altijd om het principe van rechtvaardigheid.

Imam al Hassan (a) stelde de voorwaarden van het vredesverdrag op, zodat de gemeenschap zelf in zou zien wat voor een kwade regering Mu’awiya voor ogen hield. In andere woorden; Imam al Hassan (a) wilde de mensen laten inzien dat Mu’awiya en de Ummayads onwetenden waren en ver weg van de ware  Islam. In het algemeen sprekend heeft Imam Hassan (a) onder kritieke toestanden dit plan gemaakt, omdat het de tirannieën waren die regeerden. Imam Hassan (a) heeft dit plan van zijn grootvader, de heilige Profeet Mohammad (s) geleerd, namelijk het verdrag van al-Hudaybiya. Hij volgde dus het voorbeeld van zijn grootvader, onze Heilige Profeet(s) op.

Op een gegeven moment bedacht Mu’awiya het volgende om de Koran en de Sunna te onderdrukken: het vermoorden van de rechtvaardigen, het beledigen van de oprechten, geld stelen en nobele mensen gevangen nemen. Mu’awiya begon steun te geven aan corrupte mensen zoals: b. al-`As, b. Shu'ba, b. Said, b. Artat, b. Jundub, b. al-Samt, b. al-Hakam, b. Marjana, b. 'Aqaba, and b. Sumayya. En helaas heeft Mu’awiya zijn corrupte beleid aan zijn zoon Yazid doorgegeven. We zien dan ook dat de geschiedenis verder gaat bij Imam al Hussein (a), omdat de Imam het tegen Yazid moest opnemen. 

Imam Hassan (a) heeft door middel van dit belangrijke vredesverdrag een weg naar rechtvaardigheid gebaand. Imam Hassan (a) was ook zeker bereid zijn leven op te offeren in een slagstrijd, maar hij moest destijds een andere vorm van politiek aangaan. Daarom wordt ook wel gezegd dat het martelaarschap van Imam Hussein (a) al eerder aan Imam Hassan (a) behoorde. Imam Hassan (a) moest met geduld en in stilte de onrechtvaardigheid bestrijden. Na de slag bij Karbala en Sa’bat begonnen de mensen dan ook in te zien dat de Ummayads tot de onwetenden behoorden, en dat deze een belangrijke rol bij de vernietiging van de Islam speelden. Ze kwamen achter het plan van Mu’awiya om Imam Hassan (a) te vergiftigen, dat Mu’awayia onverschilligheid ten opzichte van het vredesverdrag met Imam Hassan (a) toonde en alle andere wreedheden die zij hebben begaan.

De inhoud van het vredesverdrag

Een groep overleveraars zoals al-Tabari en Ibn al-Athir hebben het volgende overgeleverd:

“Voorzeker, Mu’awiya heeft een blanke pagina (al-sahifa al-Bayda) naar al-Hassan (a) gestuurd. Onderaan deze pagina was de stempel van Mu’awiya weergegeven. Toen schreef Mu’awiya het volgende aan al-Hassan: “Op deze pagina, waaronder de afdruk van mijn stempel, stel de voorwaarden op die je wilt en dat zal van jou zijn”. [1]

Relevante en beschikbare bronnen zijn bestudeerd om te achterhalen welke voorwaarden Imam al-Hassan (a) in het vredesverdrag heeft opgenomen. Echter zijn er alleen afzonderlijke delen van het vredesverdrag beschikbaar. De overleveraars zijn het erover eens dat deze afzonderlijke delen de inhoud van het vredesverdrag completeren. Eén overleveraar heeft de tekst van het vredesverdrag van begin tot eind overgeleverd. Deze overleveraar heeft gezegd dat deze tekst het complete vredesverdrag van Imam al-Hassan (a) betreft. Andere overleveraars (en daarmee de overleveringen) hebben vele onderdelen van deze ene tekst verworpen. Het is benoemenswaardig dat deze overleveringen een betere isnad (ketting van overleveraars) hebben en in grotere aantallen aanwezig zijn dan deze ene referentie.

Om vertrouwd te zijn met de inhoud van het vredesverdrag is er het recht om hier ook mee voldaan te zijn. Echter, alleen wanneer wij enkel, net zoals de overleveraars, tevredenheid wilden. Zij hebben daarom de overleveringen beknopt overgeleverd, waardoor zij tevreden waren met de opsomming in plaats van de details. Dit heeft ermee te maken dat de verzoening tussen Mu’awiya en Imam al-Hassan (a) plaatsvond op basis van deze voorwaarde: “Stel de voorwaarden op die je wilt en dat zal van jou zijn”. Dit betekent dat Imam al-Hassan (a), deze pagina, met onderaan de stempel van Mu’awayia, alleen vulde met verschillende voorwaarden. Deze voorwaarden waren ten gunste van zijn familie, de shia’s (volgelingen) of zijn doelstellingen. Dus deze pagina bevatte niets anders dan deze voorwaarden.

Het is onmogelijk om vandaag de dag te weten wat de exacte details zijn. In ieder geval weten we dat deze in het vredig belang van Imam al-Hassan (a) waren. Dit is met zekerheid vast te stellen, omdat Imam al-Hassan (a) vrij was zijn voorwaarden te stellen. Het is van uiterst belang om de afzonderlijke delen van verschillende bronnen, die ons de meest correcte en betrouwbare informatie weergeven, betreft het Vredesverdrag te verzamelen. Het verdrag is in verschillende items opgesplitst en iedere overlevering is gekoppeld aan het juiste item, opdat we dichter bij het werkelijke vredesverdrag komen.

Onderdeel 1

Het gezag teruggeven aan Mu’awiya zou op voorwaarde plaatsvinden, dat Mu’awiya zou handelen volgens de Koran en de Sunna van de Profeet (s). [2] En volgens het gedrag van de rechtvaardige kaliefen. [3]

Onderdeel 2

Na Mu’awiya zal het gezag worden overgenomen door al-Hassan (a) [4]. Wanneer al-Hassan (a) een ongeluk overkomt, zal het gezag aan Imam al-Hussein (a) worden overgedragen. [5] Mu’awiya heeft niet het recht om het gezag aan een ander toe te kennen. [6]

Onderdeel 3

Mu’awiya moet stoppen met het vervloeken van Imam Ali (a) tijdens de qunut (persoonlijk gebed) en de verplichte gebeden (salaat) [7]. En Mu’awiya dient Imam Ali (a) enkel op een goede manier te gedenken. [8]

Onderdeel 4

Mu’awiya moet uitgesloten worden van hetgeen in het verdrag van Kufa is opgesteld: 5 miljoen (dirhams). Dus wanneer het gezag, door middel van dit vredesverdrag, aan Mu’awiya wordt overhandigd betekent dit niet dat Mu’awiya aanspraak kan maken op het vredesverdrag van Kufa (dus 5 miljoen dirhams). Mu’awiya moet Imam al-Hassan (a) ieder jaar een miljoen dirhams toesturen en bij voorkeur het geven aan de banu (kinderen) van Hashim  en de banu ‘Adb Shams. Mu’awiya zal een miljoen dirham onderling moeten verdelen onder de zonen waarvan de vaders in de gevechten (samen met Imam Ali (a)) bij de Slag van Kameel, de slag van Badr en Siffin werden vermoord en hij moet dit besteden van de belastingen van Dar Abjard. [9]

Onderdeel 5

De mensen moeten, waar zij ook wonen, veilig zijn op de aarde van Allah (swt); Sham (Syria), Iraq, Hijaz, Yemen etc. Mu’awiya moet iedereen veiligheid bieden en mag hen niet vervolgen noch mag hij het Irakeze volk voor hun vijandigheid straffen. [10]

De volgelingen van Imam Ali (a) moet veiligheid geboden worden, ongeacht waar zij zich bevinden. Mu’awiya mag de volgelingen van Imam Ali (a) niet blootstellen aan kwaad, en er moet volledige zekerheid voor hun leven, eigendommen, vrouwen en kinderen worden gegeven. Noch mag hij de volgelingen van Imam Ali (a) vervolgen, noch mag hij hen blootstellen aan kwaad, en Mu’awiwya moet hen het recht teruggeven. [11]

Mu’awiya mag niet in het geheim of in het openbaar kwade plannen voor Imam al-Hassan (a), Imam al-Hussein (a) of een ander familielid van de heilige Profeet (s) beramen noch mag hij hen in andere landen bedreigen. [12]

Het einde

Ibn Qutayba al-Dinawari: “Toen schreef ‘Ab Allah b. ‘Amir (d.w.z. Mu’awiya als boodschapper van al-Hassan) aan Mu’awiya alle voorwaarden die al-Hassan (a) hem opdroeg. Dus, Mu’awiya schreef het verdrag met zijn eigen geschrift en bestempelde deze met zijn eigen stempel. Hij bevestigde dit verdrag met een sterke eed in het bijzijn van bepaalde convenanten en hij stelde de leiders van Syrië als getuige en gaf hen (d.w.z. de voorwaarden) deze om van ‘Abd Allah b. ‘Amir naar al-Hassan (a) te sturen. [13]

Andere historici dan b. Qutayba al-Dinawari hebben de wijze van de tekst waarmee Mu’awiya het einde van het verdrag beschreef, overgeleverd. Intussen maakte Mu’awiya een verbond met Allah (swt) om aan al-Hassan’s voorwaarden te voldoen. De wijze is als volgt:

“Met betrekking tot Mu’awiya b. Abu Sufyan die verplicht is om het verbond van Allah (swt) en Zijn belofte te vervullen, en hetgeen dat Allah (swt) zijn dienaren heeft verplicht te vervullen, en hetgeen te vervullen wat Allah (swt) uit Zichzelf heeft gegeven. [14]

Op basis van de meest authentieke overleveringen was dit in het midden in de maand van Jamadi al-Ula, in het jaar 54 A.H.

Deze vertaling is slechts een selectie uit ‘Sulh al-Hassan, the peace treaty of al-Hassan, by Shaykh Radi Aal-Yasin.

Voor meer informatie hierover bezoek www.al-islam.org.

Bronnen

[1]Al-Tabari, Ta'rikh, vol. 6, p. 93. Ibn al-Athir, al-Kamil fi al-Ta'rikh, vol. 3, p. 162.

[2] Ibn Abu al-Hadid, Sharh Nahj al-Balagha, vol. 4, p. 6

[3] Ibn `Aqil, al-Nasa'ih al-Kafiya, p. 156. Al-Majfsi, Bihar al-Anwar, vol. 10, p. 115.

[4] Al-Sayuf, Ta'rikh al-Khulafa', p. 194. Ibn Kathir, al-Bidaya wa alNahaya, vol. 8, p. 41. Ahmad Shahab al-Din al-`Asqalani, al-Isaba fi Tamiiz al-Sahaba, vol. 2, pp. 12- 13. Ibn Qutayba al-Dinawari, al-Imama wa al-Siyasa, p. 150. Farid Wajdi, Da'irat al-Ma'arif al-Islamiya, vol. 3, p. 443.

[5] Ibn al-Muhanna, `Umdat al-Talib, p. 52.

[6] Ibn Abu al-Hadid, Sharh Nahj al-Balagha, vol. 4, p. 8.

Al-Majlisi, Bihar al-Anwar, vol. 10, p. 115. Ibn al-Sabbagh, al-FusW al Muhimma.

[7] Muhsin al-Amin al-`Amili, A'yan al-Shi'a, vol. 4, p. 43.

[8] Abu al-Faraj al-Isfahani, Maqatil al-Talibiyyin, p. 26. Ibn Abu al Hadid, Sharh Nahj al-Balagha, vol. 4, p. 15.

Other than these two authors said: "Indeed, al-Hasan asked Mu'awiya not to curse 'Ali. However, Mu'awiya disagreed with him on refraining from cursing him, and agreed with him on that 'Ali should not be cursed while he (i.e., Mu'awiya) hear that." Ibn al-Athir said: "Then Mu'awiya broke that, too."

[9] Ibn Qutayba al-Dinawari, al-Imama wa al-Siyasa, p. 200. Al-Tabari, Ta'rikh, vol. 6, p. 92. Ibn Babawayh, `Ilal al-Sharaiya`, p. 81. Ibn Kathir, al-Bidaya wa al-Nihaya, vol. 8, p. 14.

Dar Abjard is a town on the borders of Ahwaz in Persia (Iran).

[10] Abu al-Faraj al-Isfahani, Maqata al-Talibiyyin, p. 26. Ibn Abu al Hadid, Sharh Nahj al-Balagha, vol. 4, p. 15. Al-Majlisi, Bihar al-Anwar, vol. 10, pp. 101 and 115. Ibn Qutayba al-Dinawari, al-Imama wa al Siyasa, p. 200.

We have quoted each paragraph letter by letter from its source.

[11] Al-Tabari, Ta'rikh, vol. 6, p. 97. Ibn al-Aft, al-Kamil fi al-Ta'rikh, vol. 3, p. 166. Abu al-Faraj al-Isfahani, Maqatil al-Talibiyyin, p. 26. Ibn Abu al-Hadid, Sharh Nahj al-Balagha, vol. 4, p. 15. Al-Majlisi, Bihar alAnwir, vol. 10, p. 115. Muhammad b. 'Ali b. Babawayh, 'Ilal al-Sharaiya', p. 81. Muhammad b. 'Aqil, al-Nasa'ih al-Kafiya, p. 115.

[12] Al-Majlisi, Bihar al-Anwar, vol. 10, p. 115.

Muhammad b. `Aqil, al-Nasa'ih al-Kufiya, p. 156.

[13] Ibn Qutayba al-Dinawari, al-Imama wa al-Siyasa, p. 200.

[14] Al-Majlisi, Bihar al-Anwar, VOL 10, p. 115

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen