Islamitische tradities in het westen

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Het geven van een hand

Inleiding

In november 2004 liet een islamitische geestelijke weten dat hij wegens religieuze verplichtingen geen hand mag geven aan iemand van het andere geslacht, nadat Rita Verdonk, toen minister van Vreemdelinge Zaken en Integratie, geen hand kreeg nadat ze haar hand uitstak naar de imam. Positief was ze hier niet over. In haar ogen was het weigeren van het geven van een hand ongewenst in een westerse samenleving als Nederland. Een maatschappelijk probleem dus volgens de socioloog Verdonk. De media gaf destijds uitgebreid aandacht aan dit gebeuren en ook nu wordt er gediscussieerd of het wel of niet acceptabel is om het geven van een hand te weigeren.[1]

In dit artikel zal ik het hebben over “geoorloofdheid van het handhaven van bepaalde islamitische tradities in een westerse samenleving die strijdig zijn met belangrijke waarden en normen in de samenleving”. Ik zal dit onderwerp bespreken door middel van een voorbeeld van een dergelijke traditie, namelijk het weigeren van een hand geven aan iemand van het andere geslacht om godsdienstige redenen. De vraagstelling luidt: “In hoeverre mag iemand op basis van religieuze motieven weigeren om een hand te schudden met iemand van het andere geslacht?”.

Eerst zal ik uitleggen wat we onder maatschappelijke problemen verstaan. Deze uitleg is nodig om te bepalen in hoeverre het weigeren van het schudden van een hand een maatschappelijk probleem is. Vervolgens zal ik het hebben over de denkwijze bij de islam met betrekking tot dit onderwerp, om zo duidelijkheid te krijgen over de motieven van een moslim die geen hand geeft aan iemand van het andere geslacht. Daarna zal ik het onderwerp in het juridische licht proberen te zetten. Ik zal afsluiten met een conclusie. 

Maatschappelijk probleem

Wanneer spreken we van een maatschappelijk probleem? Wolters en de Graaf (2005) refereren bij de uitleg hiervan aan Sullivan’s werk in 1980. Daarin zien we het formuleren van maatschappelijke problemen als een maatschappelijk proces, waarin we de volgende stappen kunnen onderscheden:

1 - Een invloedrijke groep in de samenleving (burgers of wetenschappers)

2 - wordt zich bewust van de negatieve aspecten van een sociale situatie,

3 - omdat die situatie scherp conflicteert met belangrijke waarden en normen in de samenleving;

4 - die invloedrijke groep slaagt erin het probleem een naam te geven en onder de aandacht van het publiek te brengen;

5 - het wordt duidelijk dat er iets aan gedaan moet en kan worden door collectieve actie;

6 - die leidt tot beïnvloeding van het overheidsbeleid. (aangehaald in Wolters en de Graaf 2005; 14)

Opmerkelijk is punt 3 uit deze lijst. In deze stap wordt een bepaald verschijnsel gezien als iets dat maatschappelijk ongewenst en onrechtvaardig is, omdat het strijdig is met belangrijke waarden en normen in de samenleving en/of met belangrijke rechtsprincipes. Hierbij geldt dat brede groepen in de samenleving overeenstemming hebben bereikt over de belangrijke waarden, normen en rechtsprincipes. Deze uitgangspunten zijn dus algemeen aanvaard in de samenleving (Wolters en de Graaf 2005; 16). De belangrijkste algemene normen, waarden en rechtsprincipes in Nederland zijn vastgesteld in de grondwet. Dit geldt ook voor de rest van de westerse landen. Het weigeren van het schudden van een hand met iemand van het andere geslacht op basis van religieuze motieven is dus een maatschappelijk probleem, als dit in strijd is met de Nederlandse Grondwet.

In de Islam

Wat zijn de religieuze motieven van de moslims, die weigeren een hand te geven aan iemand van het andere geslacht? Allereerst moeten we weten dat de wetten en regels in de islam gebaseerd zijn op de Koran en de tradities van de profeet Mohammed. Deze regels zijn ten gunste van de mens zowel in deze wereld als in het hiernamaals (Makarem Shirazi 2003). Ook de regel dat vrouwen en mannen elkaar niet mogen aanraken (ook niet door een hand te schudden) is ten gunste van de mens, aldus de islamitische gedachte. Wel moet men niet over het hoofd zien dat er uitzonderingen zijn op deze regel, zoals het aanraken van je eigen vrouw/man, dochter/zoon, moeder/vader, tantes/ooms enzovoorts (Koran 24:31).

 In het boek “The Rights of Women in Islam” van de grote islamitische geleerde Murtada Mutahhari (1980), zien we dat de islamitische wetgeving de vrouw, noch de man discrimineert. De wetgeving met betrekking tot vrouwen is dus niet discriminerend. De reden dat de vrouw “onaanraakbaar” is door mannen wordt in de islam dan ook niet als minderwaardigheid van de vrouw bedoeld. In tegendeel, het is juist een vorm van respect voor vrouwen. De motieven van moslims die geen hand geven aan mensen van het andere geslacht zijn dus niet discriminerend en worden ook niet als minderwaardigheid van een geslacht bedoeld. 

Vrijheid in Nederland

In het eerste en zesde artikel van de Nederlandse Grondwet, lezen we het volgende:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

“Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”

Iedereen mag zijn godsdienst vrij belijden, als zijn handelingen maar niet discriminerend zijn. Iedereen hoort op dezelfde manier te worden behandeld. Deze behoren tot de belangrijkste waarden, normen en rechtsprincipes in de Nederlandse samenleving, zoals het eerder is beschreven onder de kop “maatschappelijke problemen”.

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft in 2006 met twee zaken te maken gehad, die betrekking hadden tot het weigeren van een moslim om een hand te geven aan iemand van het andere geslacht op de werkvloer. “De Algemene wet gelijke behandeling biedt ruimte om recht te doen aan de persoonlijke levensinvulling en het beleven van godsdienst, zoals het al dan niet geven van handen,” stelt Alex Geert Castermans, voorzitter van de CGB. “Per geval beoordelen wij in hoeverre een werkgever de afweging heeft gemaakt tussen de verplichting te zorgen voor een discriminatievrije werkvloer en ruimte te laten voor invulling van het geloof door werknemers.” (CGB 2006a).

Enerzijds mag een moslim weigeren om een hand geven aan een vrouw, omdat hij het recht heeft om zijn geloof en levensovertuiging te belijden. Anderzijds wordt deze vrijheid ingeperkt, omdat zijn handelingen volgens de wet niet discriminerend mogen zijn. 

Conclusie

In dit artikel ben ik nagegaan in hoeverre het handhaven van islamitische tradities in een westerse samenleving geoorloofd is, ook als deze in strijd zijn met belangrijke waarden en normen in de samenleving. Dit heb ik aan de orde gesteld door middel van het voorbeeld van het handen schudden. De vraagstelling luidde: “In hoeverre mag iemand op basis van religieuze motieven weigeren om een hand te schudden met iemand van het andere geslacht?”

Allereerst hebben we vastgesteld dat het weigeren een hand te schudden met iemand van het andere geslacht om religieuze redenen niet geoorloofd is in de samenleving, als dit gedrag tegenstrijdig is met de grondwet. Vervolgens hebben we gekeken naar de motieven in de islam, die stelt dat de moslim mannen en vrouwen elkaar niet mogen aanraken (ook niet door een hand te schudden). Hierbij hebben we vastgesteld dat de “onaanraakbaarheid” van de vrouw door mannen, niet discriminerend is. In tegendeel, het is een vorm van respect voor de vrouw. Ten slotte hebben we vanuit juridisch perspectief vastgesteld dat de islamitische tradities vrij mogen worden behouden in Nederland, zolang deze niet discriminerend zijn, omdat ieder volgens de grondwet gelijk moet worden behandeld.

De grens van het behouden van islamitische tradities in een westerse samenleving als Nederland, ligt bij het eerste artikel van de grondwet die vaststelt dat men geen onderscheidt mag maken op basis van (onder andere) het geslacht van iemand. Iemand mag dus met religieuze motieven weigeren een hand te schudden met iemand van het andere geslacht, tenzij het discriminerende motieven heeft. Moslims mogen dus, met de motieven die beschreven zijn onder het kopje “In de Islam”, weigeren om een hand te geven aan iemand van het andere geslacht. Allereerst omdat ze de vrijheid hebben om hun geloof te belijden en ten tweede omdat deze handeling niet discriminerend is.

Bronnen

Commissie Gelijke Behandeling (CGB). (2006a). Wet stelt handen schudden niet verplicht. Verkregen op 9 december 2007, van http://www.cgb.nl/pressrelease.php?pr_id=31 

Commissie Gelijke Behandeling (CGB). (2006b). Geen zorgvuldige afweging bij sollicitant die geen handen wil schudden. Verkregen op 9 december 2007, vanhttp://www.cgb.nl/pressrelease.php?pr_id=28 

Makarem Shirazi, N. (2003). Our belief. A brief description of Islam, as the Shiite believe. Verkregen op 9 december 2007, vanhttp://www.makaremshirazi.org/books/english/our-belif/ 

Mutahhari, M. (1980). The Rights of Women in Islam. Tehran: World Organization for Islamic Services. Verkregen op 9 december 2007, van http://al-islam.org/rightsofwomeninislam/ 

Wolters, W. en Graaf de, N.D. (2005). Maatschappelijke problemen. Beschrijvingen en verklaringen. Amsterdam: Boom onderwijs.  

________________________________________

[1] Omdat toentertijd (na 20 november 2004) uitgebreid aandacht is besteed aan dit onderwerp in de media, verwijs ik niet naar specifieke nieuwsfeiten hierover. Geïnteresseerden kunnen de mediaberichten uit die periode raadplegen.

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.