De Ka’aba, het huis van Allah (swt)

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige de Meest Genadevolle,

In de provincie Hejaz, in het westerse deel van Arabië, niet heel ver van de Rode Zee, ligt de stad Mekka. In het centrum van deze stad is er een smal vierkant gebouw dat gemaakt is van stenen waarbij de lengte, de breedte en de hoogte zestig meter zijn. Deze eeuwenoude stad en dit van stenen gebouwde huis staan zeer bekend bij wereldreizigers. Dit is Baitullah, het huis van Allah (swt). De heiligheid en oudheid van dit huis zijn ouder dan de geschiedenis zelf. 

Er is verteld dat de Ka’aba een verordening van Allah (swt) was om gebouwd te worden in de vorm van het huis van het Paradijs, dat Baitul Ma’amoor wordt genoemd. Allah (swt) heeft in Zijn oneindige Barmhartigheid een soortgelijke plaats op aarde gemaakt en de Profeet Adam was de eerste die deze plek heeft gebouwd. 

Het hoofdstuk Genesis van de Bijbel beschrijft de gebeurtenis dat God de Profeet Abraham beval samen met zijn vrouw Hagera en zoon Ismael naar de zuidelijke woestijn te gaan en een plek voor aanbidding te grondvesten. 

Het Oude Testament beschrijft dit gebouw als de Heilige plaats van God op verschillende plaatsen, maar het gebouw dat in Ma’amoor is gebouwd is erg gelijk aan het gebouw dat in Mekka is gebouwd. Er is geen twijfel dat dit gerefereerd werd naar het stenen gebouw in Mekka. 

De Koran heeft dit verhaal in het volle licht van de geschiedenis gezet. In Sura 3:90 van de Koran zegt Allah (swt): 

 “Allah has spoken the Truth, therefore follow the creed of Ibrahim, a man of pure faith and no idolater.”

 

Het eerste huis dat gevestigd werd voor de mensen was in Mekka, een Heilige plaats en leiding voor alle mensen. De Koran heeft standvastig het feit vermeld dat Ibrahim de echte stichter was van de Heilige plaats. Ibrahim heeft de Heilige plaats in Mekka gebouwd. Zijn gebeden aan Allah (swt) waren dat deze plaats een centrum van aanbidding voor al het goede zou moeten worden én blijven voor de vrome mensen. 

Sindsdien zijn Ismael, de zoon van Ibrahim die zijn vader had geholpen om deze plek te bouwen, samen met zijn nakomelingen, de bewaarders van deze Heilige Plaats geworden. De geschiedenis vertelt ons dat eeuwen voorbij zijn gegaan en dat de bescherming van de Ka’aba is gebleven door de familie van Ismael tot de naam van Abde Manaf in het middel van de belangstelling kwam. Hij heeft dit werk geërfd en het nog belangrijker gemaakt. 

Zijn zoon Hashim heeft dit leiderschap genomen en uitgebreid tot meerdere steden van Hejaz, zodat meer pelgrims jaarlijks deze plaats instroomden om te genieten van de gastvrijheid van Hashim. Een feest werd gegeven om de pelgrims te eren, en water en voeding werden gegeven aan alle gasten door de familie van Hashim. Deze verhevenheid creëerde jaloezie en de broer van Hashim, Abdu sham'a, gebruikte zoon Ummaya om problemen te veroorzaken.

Er was een geschil waarin Ummayya faalde en vertrok uit Mekka om tot rust te komen in de noordelijke provincies van Syrië (Sham). Na Hashim nam zijn broer Muttalib de leiding en na hem nam Hashim’s zoon Syba die bekend werd als Abdul Muttalib de leiding in de familie.

Hij organiseerde feesten en voerde water aan naar de pelgrims tijdens het jaarlijkse festival van Bedevaart naar de Heilige plaats. 

De Profeet Ibrahim bouwde dit huis voor vrome aanbidding voor een God. Maar in zijn levenstijd gehoorzaamden de mensen zijn bevelen niet en begonnen zij beelden van goden te plaatsen in de binnenkant van de Kaaba. Ibrahim moest dit huis schoon maken van deze afgoden.

Hij vertelde de mensen dat dit een symbolisch huis van God was. God leeft hier niet, omdat Hij overal is. Mensen begrepen deze beredenering niet en niet veel later toen Abraham stief, werd deze plek opnieuw door de mensen, uit verering, een plek waar afgoden werden aanbeden.

 Zij verdrongen zich jaarlijks tot deze plek en bleven hun persoonlijke goden aanbidden. Het was vierduizend jaar later dat de laatste van de lijn van de Profeet (S), Muhammed Ibne Abdullah, Mekka triomfantelijk had bezocht, ging binnen de Ka'aba en, met behulp van zijn neef en zoon volgens wet Ali Ibn Abi Talib (as), vernietigden zij alle afgoden van de Ka'aba met hun eigen handen.

De Profeet van de islam reciteerde de volgende vers uit de Koran: 

“Truth hath come and falsehood hath vanished.” (17:81)

Dit was gedaan in de achtste jaar van Hijra, Januari 630 AD na de bloedeloze overwinning in Mekka door de Profeet van de islam. 

Historisch gezien, toen Ibrahim door Allah (swt) was bevolen om de Heilige plaats te bouwen voor aanbidding, had hij de originele funderingen van de Kaaba, die door Adam gebouwd werden, ongedekt gehouden. Ibrahim had met behulp van zijn zoon Ismael een nieuwe heilige plaats opgericht met dezelfde funderingen. Origineel bestond het alleen uit vier muren zonder een dak.

Eeuwen later in de tijd van Kusayi, die de leider was van de volksstam van Quraish in Mekka, werd een groter gebouw met een dak en een vierhoek muur eromheen gebouwd, in de vorm van heiligdom en deuren rondom het heiligdom. Mensen bezochten de Ka'aaba voor aanbidding.

Het is nu zestig meter hoog, zestig meer breed van oost naar west en zestig meter van noord naar zuid. Een deur is gebouwd over zeven meter boven de grond met een uitzicht op Noord Oost. Een Zwarte steen (Hajar al Aswad) werd bevestigd in de oostelijke hoek. Aan de voorzijde van het gebouw was Maqame Ibrahim, de poort in boogvorm bekend als Banu Shayba en de Zamzam Put.

Even buiten zijn de heuvels genaamd Safa en Merwa, de afstand tussen deze heuvels is ongeveer 500 meter. Tegenwoordig zijn beide heuvels ingesloten in de muren van het gebedshuis  met een dak erbovenop. 

Het hele gebouw is gebouwd uit de lagen van grijsblauwe steen afkomstig van de heuvels rondom Mekka. De vier hoeken kijken ruwweg uit op de vier punten van het kompas. In het oosten bevindt zich de Zwarte Steen (al Hajar al Aswad), in het noorden al Rukn  al Iraqi, in het westen al Rukn al Shami  en in het zuiden tenslotte al Rukn al Yamani.

De vier muren zijn bedekt met een doek (kiswa). De kiswa bestaat meestal uit een zwarte brokaat, met de Shahada in het weefsel van de doek geschreven. Ter hoogte van ongeveer twee derde van de Kaäba loopt er een gouden geborduurde band die bedekt is met Korantekst.

In de oostelijke hoek, ongeveer 1,5 meter boven de grond, is de Hajar al Aswad (de Zwarte Steen) bevestigd in de muur. Zijn werkelijke aard is moeilijk te bepalen, zijn zichtbare vorm is door slijtage glad geworden als gevolg van aanrakingen met de hand en kussen.   

Tegenover de noordwestelijke muur, maar niet daaraan verbonden, bevindt zich een halfronde muur van wit marmer. Het is ongeveer 1 meter hoog en 1,5 meter dik. De halfronde ruimte geniet van een bijzonder aanzien. Bedevaarders staan in de wachtrij voor een plekje om er te kunnen bidden.

De graven van Ismael en zijn moeder Hajar bevinden zich binnen deze halfronde muur. Tussen de poort en de gevel (N.E.) bevindt zich een klein gebouw met een kleine koepel, de Maqame Ibrahim. Hierbinnen wordt een steen bewaard die de afdrukken van twee menselijke voeten vertoont. Er wordt gezegd dat profeet Ibrahim op deze steen heeft gestaan tijdens het bouwen van de Ka’aba  en dat er vervolgens sporen van zijn voeten op een wonderbaarlijke wijze hierop zijn achtergebleven.

Aan de randen van het gebouw naar het noordoosten bevindt zich de waterput ZamZam. Deze is nu onder de grond gebracht.

Geschiedenis van het bouwen van de Ka’aba

De heilige Koran beschrijft in de verzen 121 – 127 van soerat al-Baqara duidelijk dat Allah zijn dienaar Ibrahim de opdracht had gegeven om het heiligdom te bouwen voor de aanbidding van de Enige God. Tijdens de Kusayi’s tijd werd het herbouwd en versterkt. De Ka’aba was tijdens de eerste jaren van het leven van de profeet Mohammed (s), vóór zijn profeetschap was aangekondigd, beschadigd door overstromingen. Het werd even later, nog rond dezelfde tijd, herbouwd.

Toen de Zwarte Steen eraan toe was om op zijn plaats gezet te worden, maakten de bewoners van Mekka ruzie over wie de eer mag hebben om het op de bestemde plek te plaatsen. Ze hadden kort erna besloten dat degene die het eerst bij het vierkant aankomt, de taak zou krijgen om te beslissen wie de eer zou krijgen. Op dat moment kwam Mohammed (s) naar binnen en hem werd deze taak toegewezen.

Hij gaf ze het advies om de steen in een mantel te leggen en beval de hoofden van elke stam ieder een einde te nemen [van de mantel] en de mantel dichter bij de hoek aan de oostelijke kant te brengen. Vervolgens nam hij zelf de steen en plaatste het op zijn plek. De steen zit sindsdien vast op die plek. 

Na het martelaarschap van de familie van de profeet in Karbala in het jaar 61 na de hidjra (681 n.Chr.), heeft de Omajjadenkalief yazid Ibne Moawiya zijn zoektocht naar vernietiging niet gestaakt. 

Onder het bevel van Haseen ibne Namir stuurde hij een groot leger naar Medina, dat de moskee van de profeet vernietigde. 

Ze stopten daar niet maar gingen verder naar Mekka en sloopten daar de vier muren van de Kaäba en vermoordden duizenden moslims die protesteerden [tegen hun barbare vernielingen]. Yazid overleed en Ibne Namir keerde terug naar Damascus, de Kaäba werd door Abdullah Ibne Zubayr en zijn kameraden herbouwd. 

De troepen van Umawi kwamen terug naar Mekka en vermoordden Abdullah Ibne Zubayr, hingen vervolgens zijn lichaam aan de poorten van de Ka’aba gedurende drie maanden, dit zodat iedereen de kracht van Umawi zou zien. Maar deze arrogante houding had consequenties. Mukhtar werd de heerser in Irak. Onder zijn leiding werd de Ka’aba gerenoveerd. Bedevaarders  konden langzamerhand veilig hun bedevaart uitvoeren.

De Ka’aba doorstond de Karamatiaanse invasie van 317 (929 n.Chr.) met succes, alleen de Zwarte Steen was meegenomen en die werd ongeveer twintig jaar later teruggebracht. In het jaar 1981 brachten wahabieten tanken binnen de Ka’aba om de revolutie van Kahtani, die tegen het Saoedische regime is, te doordringen . Ook werd de zuidoostelijke muur bijna gesloopt. Deze werd later met de hulp van de bewoners van Mekka hersteld.  

Iedereen die in de 6de en 7de eeuw in Mekka leefde zal onvermijdelijk wel iets te maken hebben gehad met de Ka’ba. De Koran zegt in dat opzicht niks tijdens de periode van Mekka. Alles wat bekend is, is dat de moslimgemeenschap van die tijd zich tijdens hun gebeden tot Jerusalem keerden.

Na ongeveer anderhalf jaar na de hidjra werden de moslims, tijdens een gebed dat werd geleid door de Profeet van de islam, bevolen om zich tot Mekka te keren. De bijzondere moskee van Medina waarin dit gebeurde wordt de Masjid al-Qiblatain genoemd, wat de moskee met twee Qibla’s betekent. De Koran vertelt de moslims het volgende:

“Wendt daarom uw gezicht naar den heiligen tempel; waar gij u ook bevindt, wendt uw aangezicht daarheen.” (2: 139-144)

Gedurende dezelfde periode begon de Koran de religie van Ibrahim te benadrukken, door het presenteren van de islam als een terugkeer naar de zuiverheid van de religie van Ibrahim, die verduisterd werd door het jodendom en christendom. De Koran liet de religie van Ibrahim in zijn oorspronkelijke helderheid blinken. De bedevaarten naar de Ka'aba en de rituele handelingen rondom het gebouw werden voortgezet, maar waren nu voor de aanbidding van de Enige God. 

De Abrahamitische visie van de Kaäba creëerde, te midden van de ongelovige kwade praktijken, een manier om de orthodoxe oorsprong waarnaar de eerste moslims verwezen te waarnemen.

De plaats [de Ka'aba] is ieder jaar na de hadjceremonie voor een dag dicht. Op de dag van Asjoera wordt de binnenkant van de Kaäba met het water afkomstig uit de bron ZamZam gewassen. Ook wordt er op die dag een nieuwe Kiswa [doek] aangebracht om de Ka’aba voor het volgende jaar bedekt te houden. 

Dit is het verhaal van de Ka’aba, de bewaarders van de Ka’aba en de personen die het beschermd hadden tegen de duivelse en kwade krachten, door de hele geschiedenis.  Mohammed (s) en de mensen van zijn huisgezin (Ahlalbait) waren de beschermers van de Ka’aba. Op dit moment is de 12de  Imam, die een directe afstammeling is van de profeet, de werkelijke beschermer. Hij is de bewaarder en beschermer en dat zal hij blijven gedurende zijn verborgenheid. In de volgende bladzijden zullen we ingaan op het leven en de tijdperk van de 14 onfeilbaren (vrede zij met hen allen). 

Bron: 

http://www.al-islam.org/story-of-the-holy-kaaba-and-its-people-shabbar/kaaba-house-allah 

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.