Welkom op onze blog!

In deze sectie vind je de leukste columns, inspirerende verhalen en meer! Heb je zelf een leuk gedicht, column of een stukje ter inspiratie? Stuur het ons op: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.!

Verbod van Europees Hof van Justitie: legitiem of onverantwoord?

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Een paar weken geleden viel het besluit van het Europees Hof van Justitie om het verbod op religieuze, politieke en filosofische uitingen in de vorm van kleding voor werknemers in te voeren. Dit betekent dat werkgevers vrouwelijke werknemers met een hoofddoek mogen weigeren, met toepassing van de regels die het Europees Hof heeft opgesteld.

Op het internet las ik de eerste stukken over deze kwestie. Daarin waren de geluiden vanuit islamitische kant dat dit verbod niet alleen een aanval op de (keuze)vrijheid van de vrouw is. Men stelde ook dat dit voornamelijk een groep treft die al een kwetsbare positie heeft als gevolg van de islaminterpretatie van sommigen. Het verbod zou ertoe kunnen leiden dat moslimvrouwen met een hoofddoek uit de openbaarheid geweerd worden.

Juridisch gezien kan het Europees Hof zich indekken doordat het verbod geen onderscheid maakt tussen religies. Gooien we al onze persoonlijke opvattingen over dit verbod overboord, dan kunnen we stellen dat dit klopt; er is geen sprake van discriminatie wanneer het verbod voor alle burgers gelijk is, ongeacht hun religieuze, politieke en filosofische opvattingen.

Er zijn twee gevoeligheden omtrent dit onderwerp. De rol van een zichtbare uiting als het dragen van een hoofddoek is anders dan de betekenis van het dragen van een keppel of een kruis. Het doet me denken aan een situatie van een joodse man en een moslimvrouw. Hij kiest ervoor zijn keppel af te doen wanneer hij zich vanwege zijn geloof in een bedreigde sfeer bevindt, zij doet haar hoofddoek in een vergelijkbare situatie niet af.

We kunnen stellen dat iedere overtuiging, geloofsgerelateerd of niet, tot een eigen wijze van handelen leidt en de keuze iets wel of niet te doen een eigen waarde heeft. Bij moslims is de hoofddoek een deel van het lichaam en de geest, en die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt je afvragen of het werkelijk een oplossing is om mensen door middel van dwang te laten stoppen naar hun religie te leven. Als we kijken naar de eerdergenoemde situatie, heb ik daar mijn twijfels over. Het bedreigde gevoel van de joodse man is net zo evident als dat van de klant die niet door een vrouwelijke medewerker met een hoofddoek geholpen wil worden, terwijl aan het gevoel van de laatste voorbijgegaan wordt en we nog geen regelgeving hebben hoe hiermee om te gaan.

Dan is er nog een andere gevoeligheid. Dit verbod zou een neutrale houding tegenover klanten moeten bewerkstelligen. Ik vind dit punt nog belangrijker dan de discussie over hoe mensen hun religieuze, politieke en filosofische opvattingen zichtbaar maken en of dat wel of niet zou mogen. Een neutrale houding betekent het beleid van de werkgever uitvoeren en daarmee de werkwijze om de doelstellingen van het bedrijf te behalen. Iedere leidinggevende gaat ervan uit dat een medewerker beschikt over de nodige capaciteiten om deze doelstellingen te behalen. Iemands religieuze, politieke of filosofische opvattingen zullen altijd van invloed zijn op het karakter en de persoonlijkheid van de werknemer, want hetgeen we denken, vormt ons. Maar wanneer het praktiseren ervan een ander niet schaadt, zal dit de werknemer niet belemmeren in zijn prestaties en zal hij de doelstellingen van het bedrijf behalen. Een goede werknemer zijn, heeft vooral te maken met kwaliteiten, kunde en kennis.

Als we de aanleiding tot het verbod nader bekijken, komt het erop neer dat de maatschappij neutraliteit wil op het gebied van religie, politiek en filosofie. Zichtbare uitingen van religieuze, politieke of filosofische opvattingen zouden ons beperken in het zijn van goede werknemers. Terwijl bijzonder is dat niet de werknemer met de religieuze, politieke en/of filosofische opvattingen zich daarin beperkt voelt. Het is de klant, de wederpartij die bezwaar heeft tegen zichtbare uitingen. Het is opmerkelijk dat de door verschillende factoren ontstane ongeïnformeerde denkwijze van die partij als een juridisch probleem wordt beschouwd. “Vandaag mag ik jou niet als mens, je beïnvloedt mij en ik stap daarom naar de rechter.”

Om aan de wens van de wederpartij te voldoen, kiest men voor een sanctie (een verbod). Daarmee wordt een diversiteit aan oplossingen over het hoofd gezien en gereduceerd tot slechts een mogelijkheid. Welke realiteit er schuilt achter een zichtbare uiting van religieuze, politieke of filosofische voorkeur doet er dan niet meer toe.

De toekomst zal uitwijzen of het oplossen van het probleem dat de aanleiding tot dit verbod was, wel tot het juridische terrein behoort. Bovendien zal op termijn duidelijk worden of de regels waarmee het verbod gepaard gaat, wel dekkend genoeg zijn om bestaande problemen op te lossen en nieuwe te voorkomen.
Maar misschien is het dan al wel te laat. De weg naar een samenleving waarin voor iedereen plaats is, was al moeilijk begaanbaar. Een verbod dat bevestigt dat mensen elkaar al veroordeeld hebben, maakt die weg alleen nog maar moeilijker.

Het is uiterst jammer dat er in een zaak als deze niet voldoende gekeken wordt naar oorzaken die tot het verbod geleid hebben en naar langetermijn-oplossingen, maar dat men zich alleen richt op symptoombestrijding. Het maakt het werk voor de mensen die dag in dag uit hard werken om vooroordelen over religieuze, politieke en filosofische opvattingen te bestrijden alleen maar moeilijker. Je zou bijna kunnen zeggen dat door de invoering van het verbod de succesverhalen van werknemers met een zichtbare religieuze, politieke en filosofische achtergrond niet bestaan, terwijl dat niet mijn realiteit is.

Volgens sommigen is dit verbod het gevolg van een rechtssysteem dat boven alle andere vormen van wetten bestaat, inclusief de Goddelijke wetten. De mensen die er andere opvattingen op na houden, zouden daarom maar beter kunnen verhuizen naar een ander land. Ik denk dat dit het begin is van een tijdperk waarin het dwingende subjectieve perspectief boven het humane komt te staan.
En dat kan alleen in een wereld waarin de klant keizer wordt.

Geschreven door R.Q.

© Ahlalbait Jongeren Organisatie

Ali, Ali...waar ben jij?

Waar ben jij?

Ali, Ali...kom...verschijn
Ali, Ali...ik heb pijn

Waar ben jij?

Ali, Ali...Er is brand
Ali, Ali...neem mijn hand

Waar ben jij?

Ali, Ali...kom hier snel
Ali, Ali...zeg vaarwel

Waar ben jij?

---

Na de dood van mijn vader
Begon het gebonk aan de deur

Zonder respect duwde hij
En toen is het zo gebeurd

Met de vlam in zijn hand
Stak hij de deur in brand

Neer ging ik op de grond
En riep toen ik opstond

--

Na die aanval hadden ze
Totaal geen enkel begrip

Zahraa verloor haar kind
Door een spijker in haar rib

Het kind werd verloren
Onrecht werd geboren

Ieder moet dit weten
Het is nooit vergeten

---

Na die nacht bleef hij alleen
Met geduld bleef hij leven

Zij was niet meer bij hem
Maar hij zou haar nooit vergeten

Zainab, Hassan, Hussein,
Waren huilend alleen

Hoe is dit toch gebeurd?
Hun hart is nu verscheurd

---

Tot het einde zal komen
Blijft haar graf een groot geheim

Ooit krijgt zij die koepel
Dan stopt voor ons ook de pijn

We gaan haar bezoeken
Herschrijven de boeken

Maken de droom levend
En haar koepel lichtgevend

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Meer artikelen...