Media

Lezingen

Documentaires 

Films

Binnenkort meer! 

 

Voorwoord over Al-Mizan door de auteur

Voorwoord over al-mizan door de auteur

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Dit artikel is een onderdeel van de vertaling van Tafsir al-Mizan. Lees hier eerst het voorwoord!

In dit voorwoord zullen wij de methode beschrijven die in dit boek wordt toegepast om de betekenissen van de verzen van de Koran te achterhalen.

Al-Tafsir (التفسير  = exegese) verklaart en verduidelijkt de betekenissen, het belang en de bedoelingen van de verzen in de Koran en behoort tot één van de oudste academische activiteiten in de Islam. De interpretatie van de Koran begon met zijn openbaring, zoals uit de woorden van Allah duidelijk wordt: Omdat Wij uit uw midden een Boodschapper hebben gezonden, die u Onze tekenen verkondigt, u zuivert, u het Boek en de Wijsheid onderwijst en u leert, hetgeen gij niet wist (2:151).

De eerste exegeten waren een paar metgezellen van de Profeet, zoals Ibn 'Abbas, 'Abdullah ibn 'Umar, Ubayy (ibn Ka'b) en anderen.

(Wij gebruiken het woord 'metgezel' voor iemand anders dan Imam Ali (a), omdat hij en de lmams van zijn nageslacht een ongeëvenaard onderscheid hebben, een onvergelijkbare status die wij ergens anders zullen verklaren.)

De exegese werd in die dagen beperkt tot de verklaring van de literaire aspecten van het vers, de achtergrond van haar openbaring en soms ook de interpretatie van één vers met behulp van een ander. Als het vers ging over een historische gebeurtenis of de werkelijkheid over de oorsprong of wederopstanding enz. bevatte, werden soms een paar overleveringen van de Profeet aangehaald om de betekenis hiervan te verhelderen.

Hetzelfde was de stijl van de leerlingen van de metgezellen als Mujahid, Qatadah, Ibn Abi Layla, ash-Sha'bi, as-Suddi en anderen die in de eerste twee eeuwen van de hijrah leefden. Zij baseerden zich zelfs meer op de overleveringen, met inbegrip van de vervalste en door de Joden en anderen geïnterpoleerde overleveringen. Zij citeerden de overleveringen om de verzen te verklaren betreffende de verhalen van de vorige naties of die de werkelijkheid van de oorsprong beschreven. Bijvoorbeeld; de schepping van de hemel en de aarde en het begin van de rivieren en de bergen, de "Iram" (de stad van de stam van 'Ad) van Shaddad, de zogenaamde "fouten" van de profeten, de wijzigingen van de boeken en dergelijke. Sommige van deze kwesties, die aan de metgezellen werden toegeschreven, zouden zelfs in de exegese kunnen worden teruggevonden.

Tijdens de regeerperiode van de khaliefen, toen de naburige landen veroverd werden, kwamen de Moslims in contact met de overwonnen mensen en namen deel aan godsdienstige discussies met de geleerden van andere godsdiensten en sekten. Dit leidde tot de theologische betogen die in de Islam bekend stonden als 'Ilmu 'I-kalam ( علم الكلام). Tevens werd de Griekse filosofie in het Arabisch vertaald. Het proces begon tegen het einde van de eerste eeuw van de hijrah (de periode van de Umayyad) en duurde voort tot in de derde eeuw (de regeerperiode van de Abbasied). Dit creëerde een gevoel voor intellectuele en filosofische argumenten bij de Moslimintelligentsia. Tegelijkertijd stak at-tasawwuf (التصوف = het Soefisme, mystiek) de kop op in de maatschappij en de mensen werden hierdoor aangetrokken aangezien het hen de onthulling van de werkelijkheid van de religie deed verwachten door strenge zelfdiscipline en ascese in plaats van hen te verwikkelen in mondelinge polemiek en intellectuele argumenten.

En er kwam een groep te voorschijn die zich ‘de mensen van de overleveringen’ noemde, die dacht dat verlossing afhing van het geloven in de schijnbare betekenissen van de Koran en de overleveringen zonder deze verder academisch te onderzoeken. Zij stonden toe voor het onderzoeken van de literaire waarde van de woorden. Aldus, ruim vóór het einde van de tweede eeuw werd de Moslimmaatschappij in ruim vier groepen verdeeld: de theologen, de filosofen, het Soefisme en de mensen van de overleveringen. Er was een intellectuele chaos in de ummah en er ontstond een groot verschil onderling in de wijze waarop een vers in de Koran verklaard moest worden. Het enige wat iedereen bond was het woord: "er is geen God behalve Allah en Muhammad (s) is de Boodschapper van Allah". Zij verschilden met elkaar in al het andere. Er ontstond een geschil over de betekenissen van de namen en de eigenschappen van Allah, evenals over Zijn handelingen. Er ontstond een conflict over de werkelijkheid van de hemel en de aarde en wat daar in en op is. Er waren geschillen over het besluit van Allah en de goddelijke maatregel, de adviezen verschilden of de mens een hulpeloos wezen in goddelijke handen is of juist een vrij wezen betreft. Er ontstonden verschillen over diverse aspecten van beloning en straf. Er waren argumenten over en weer betreffende de werkelijkheid van de dood, al-barzakh (البرزغ  = tussenliggende periode tussen de dood en de Dag der Opstanding), de wederopstanding, het paradijs en de hel. In het kort, er was geen enkel onderwerp dat enige relevantie voor godsdienst had waarover geen onenigheid ontstond. En al deze verschillen toonden zich niet onverwachts in de exegese van de Koran. Elke groep wilde zijn meningen en adviezen vanuit de Koran ondersteunen en de exegese moest dit doel dienen.

De mensen van de overlevering verklaarden de Koran met de overleveringen die aan de metgezellen en hun leerlingen werden toegeschreven. Zij gingen door mits er een overlevering beschikbaar was om hen te leiden en stopten indien een dergelijke verstrekte overlevering niet voorhanden was (indien de betekenis niet vanzelfsprekend was). Zij dachten dat dit de enige veilige methode was, zoals Allah zegt: ...En niemand kent de juiste uitleg dan Allah en degenen, die vast gegrondvest zijn in kennis, die zeggen: "Wij geloven er in; het geheel is van onze Heer"; en niemand trekt er lering uit, dan zij, die begrip hebben (3:7).

Maar zij waren verkeerd. Allah heeft in Zijn Boek niet gezegd dat het rationele bewijs geen geldigheid had. Hoe kon Hij dat zeggen terwijl de authenticiteit van het Boek zelf gebaseerd is op rationeel bewijs. Anderzijds heeft Hij nooit gezegd dat de woorden van de metgezellen of hun leerlingen waarde hadden als godsdienstig bewijs. Hoe kon Hij dat zeggen terwijl hun meningen erg van elkaar verschilden? In het kort, Allah heeft ons niet opgeroepen tot drogredenen die het goedkeuren van tegenstrijdige adviezen en meningen met zich mee zouden brengen. Hij heeft ons, in plaats daarvan, opgeroepen tot het nadenken over de verzen van de Koran om dergelijke duidelijke verschillen onderling te verwijderen. Allah heeft de Koran als gids geopenbaard en heeft deze verklaard als een licht en een verklaring voor alles. Waarom zou een licht de schijning van het licht van anderen nodig hebben? Waarom zou de gids door de leiding van anderen moeten worden geleid? Waarom zou een "verklaring voor alles" door de woorden van anderen verklaard moeten worden?

Het aandeel van de theologen was nog slechter. Zij werden verdeeld in een myriade van sektes en elk groep klampte zich vast aan de verzen die zijn geloof ondersteunden en probeerde alles wat zijn geloof tegensprak op een andere manier te verklaren.

Het zaad van de sektarische verschillen werd gezaaid in academische theorieën of meestal door het blind volgen en door de nationale of stam vooroordelen, maar er is hier geen plaats om het zelfs kort te beschrijven. Dergelijke exegeses zouden eerder genoemd moeten worden als bewerking dan verklaring. Er zijn twee manieren om een vers te verklaren. Men kan zeggen: "Wat zegt de Koran?" of men kan zeggen: "Hoe kan dit vers worden verklaard, zodat het mijn geloof ondersteunt?" Het verschil tussen de twee benaderingen is vrij duidelijk. De eerstgenoemde vergeet elk vooraf opgevat idee en gaat waar de Koran hem leidt. De laatstgenoemde heeft al besloten wat hij gaat geloven en de verzen in de Koran worden aangepast op datgene dat binnen dat kader past; een dergelijke exegese is geen exegese.

De filosofen leden aan hetzelfde syndroom. Zij probeerden de principes van de Griekse filosofie (dat in vier takken is verdeeld: wiskunde, natuurwetenschappen, goddelijkheid en praktische onderwerpen) op de verzen toe te passen. Als een vers duidelijk tegen die principes was, werd het op een andere manier verklaard. Op deze wijze werden de verzen die de metafysische onderwerpen beschreven, die de oorsprong en de schepping van de hemel en de aarde verklaarden, die het leven na de dood en de wederopstanding, het paradijs en de hel beschreven zodanig verdraaid dat de bovengenoemde filosofie hiermee in overeenstemming leek te zijn. Die filosofie was algemeen bekend slechts door een reeks vermoedens zonder dat er hierbij sprake was van een onderzoek of bewijs, maar de Moslimfilosofen voelden geen gewetenswroeging bij het opstellen van hun visies over het systeem van de hemelen, de banen, de natuurlijke elementen en andere verwante onderwerpen als de absolute waarheid waarmee de exegese van de Koran in overeenstemming moest zijn.

De Sofisten richtten zich op de esoterische aspecten van de schepping. Zij concentreerden zich teveel op hun binnenwereld waardoor ze niet naar de buitenwereld konden kijken. Hun tunnelvisie verhinderde hen de dingen in hun ware perspectief te bekijken. Hun esoterische liefde stimuleerde hen om de innerlijke interpretaties van de verzen te achterhalen zonder enige achting van de heldere en duidelijke betekenissen van de verzen. Het moedigde de mensen aan om hun verklaringen te baseren op poëtische uitdrukkingen en om wat dan ook te gebruiken om wat dan ook te bewijzen. De situatie werd zo slecht dat de verzen op basis van de numerieke waarden van hun woorden werden verklaard, er onderscheid werd gemaakt tussen heldere en donkere letters en verklaringen werden op deze scheiding gebaseerd. Een kasteel in de lucht bouwen of niet soms? Overduidelijk, de Koran werd niet geopenbaard om slechts de Sofisten te leiden noch richtte deze zich tot diegenen die de numerieke waarden van de letters kenden (met al zijn vertakkingen) noch werd zijn werkelijkheid gebaseerd op astrologische berekeningen.

Natuurlijk zijn er overleveringen van de Profeet en de lmams van Ahlalbait (a) waarin bijvoorbeeld wordt gezegd: "De Koran heeft daadwerkelijk een buitenkant en een binnenkant, en zijn binnenkant heeft een binnenkant tot zeven (of volgens een versie zeventig) binnenkanten…Maar de Profeet (s) en de lmams (a) hechtten evenveel belang aan de buitenkant als aan de binnenkant.  Zij concentreerden zich zowel op de openbaring als wel op de interpretatie. Wij zullen in het begin van het derde hoofdstuk, ‘het Huis van Imran', verklaren dat de "interpretatie" geen betekenis is dat tegengesteld is aan de getoonde betekenis van het vers. Een dergelijke interpretatie zou beter "verkeerde interpretatie" kunnen worden genoemd. De betekenis van het woord "interpretatie" kwam in de Moslimcirkels lang na de openbaring van de Koran en de verspreiding van de Islam in opkomst. Wat de Koran bedoelt met het woord "interpretatie" is iets anders dan de betekenis en de bedoeling.

In recente tijden is een nieuwe methode van exegese modieus geworden. Sommige mensen, vermoedelijk Moslims, die behoorlijk werden beïnvloed door de natuurwetenschappen (die op observaties en onderzoeken gebaseerd zijn) en de sociale wetenschappen (die op de gevolgtrekking gebaseerd zijn), volgden de materialisten van Europa of de pragmatici. Onder de invloed van deze anti-islamitische theorieën verklaarden zij dat de werkelijkheid van de godsdienst de wetenschappelijke kennis niet kan weerspreken; men zou niet moeten geloven behalve dat wat door iedereen met de vijf zintuigen kan worden waargenomen en niets bestaat behalve de materie en zijn eigenschappen. Wat de godsdienst beweert over het bestaan, maar die de wetenschappen verwerpen (zoals de Troon, de Stoel, de Tablet en de Pen) zouden op een manier moeten worden geïnterpreteerd die in overeenstemming zouden zijn met de wetenschap; betreffende de zaken waar de wetenschap niet over spreekt zoals de wederopstanding enz., zouden zij binnen het raamwerk van de wetten van materie moeten worden ondergebracht.

De pijlers waarop de goddelijke godsdienstige wetten gebaseerd zijn zoals de openbaring, de engel, de Satan, het Profeetschap, het apostelschap, de Imamah (Imamaat) enz. zijn spirituele zaken en de geest is een ontwikkeling van de materie, of laten we zeggen, een bezit van de materie. De wetgeving van deze wetten is een manifestatie van een speciaal sociaal genie die hen na een gezonde en vruchtbare overpeinzing verordent om een goede en progressieve maatschappij te vestigen.

Dit is in het kort wat zij hebben geschreven of wat noodzakelijkerwijs volgt uit hun volledige vertrouwen onderzoek en observatie. Wij zijn hier niet bezig met de vraag of hun wetenschappelijke principes en filosofische uitspraken goedgekeurd kunnen worden als de basis van de exegese van de Koran. Maar men zou erop kunnen wijzen dat het bezwaar dat zij tegen de oude exegeten hebben gemaakt - dat hun methode slechts een aanpassing en niet de verklaring is - evengoed over hun eigen methode beweerd kan worden. Zij beweerden ook dat de Koran en zijn werkelijkheid gemaakt zijn in overeenstemming met de wetenschappelijke theorieën. Als dat niet het geval is, waarom drongen zij er dan op aan dat de academische theorieën als de ware stichtingen van de exegese beschouwd zouden moeten worden en waar geen tegenstrijdigheden in zouden zijn toegestaan?

Deze methode heeft geen meerwaarde boven de gewantrouwde methode van de voorouderen. Als u alle bovengenoemde methoden van de exegese bekijkt, dan zult u erachter komen dat elk ervan zijn tekortkomingen heeft: Zij baseren de betekenissen van de Koran op resultaten van de academische of filosofische argumenten. Zij brachten de Koran in overeenstemming met een vreemde opvatting. Op deze wijze veranderde de verklaring in een aanpassing; de werkelijkheid van de Koran werd onterecht beschouwd als allegorie en zijn duidelijke betekenissen werden opgeofferd voor zogenaamde "interpretaties".

Zoals wij in het begin hebben vermeld, introduceert de Koran zich als de gids voor de werelden (2:185), het duidelijke licht (4:174) en de verklaring voor elk ding (16:89). Maar deze mensen - in tegenstrijd met de verklaringen van de Koran – zeggen dat het geleid wordt door vreemde factoren, verlicht wordt door sommige buitengewone theorieën en dat verklaard kan worden door iets buiten zichzelf. Wat is ‘iets anders’? Welk gezag heeft dat? En als er enig verschil is tussen verschillende uitleggen van een vers, en er zijn zeker gelijke of vergelijkbare verschillen, waar moet de Koran dan naar verwijzen? Wat is de hoofdoorzaak van al deze verschillen in de verklaringen van de Koran? De hoofdoorzaak is niet het verschil in de betekenis van een woord, een uitdrukking of een zin. De Koran is namelijk in duidelijk Arabisch naar ons gezonden en geen Arabier (of niet-Arabier die Arabisch kan) heeft moeilijkheden met het begrijpen hiervan. Ook is er niet één enkel vers (van meer dan zesduizend verzen) dat raadselachtig, duister of onduidelijk is in zijn bedoelingen noch is er één enkele zin die niet direct zijn bedoeling kenbaar maakt. Kortom, de Koran is algemeen bekend als de meest welsprekende toespraak en het is één van de essentiële ingrediënten van welsprekendheid dat er geen sprake is van duisterheid of onduidelijkheid.

Zelfs de verzen die onder "dubbelzinnig" worden gerekend, hebben geen ambiguïteit in hun betekenissen; wat ambiguïteit ook moge zijn, het zit hem in de identificatie van het bijzondere ding of het individu van onder de groep waarnaar die betekenis verwijst. Deze verklaring moet nader toegelicht worden:

In dit leven worden wij omringd door materie. Zelfs onze zintuigen en vermogens zijn sterk verwant hieraan. Deze vertrouwdheid met materie en materiële zaken heeft onze manier van denken beïnvloed. Wanneer wij een woord of een zin horen, dan gaat onze gedachte meteen naar zijn materiële betekenis. Bij het horen van de woorden; het leven, kennis, macht, hoorzitting, gezicht, toespraak, genoegen, woede, schepping en orde denken wij meteen aan de materiële uiting van hun betekenissen. Ook bij het horen van de woorden; hemel, aarde, pen, troon, stoel, engel en zijn vleugels, en Satan en zijn stam en leger, dan zullen hun materiële uitingen het eerste zijn wat bij ons opkomt.

Eveneens is dat het geval bij het horen van de zinnen, "Allah creëerde het heelal", "Allah deed dit", "Allah kende het", "Allah was het van plan" of "bedoelt het", dan bekijken wij deze handelingen in het kader van "tijd" omdat het gebruik van elk werkwoord verbonden is aan tijd.

Op dezelfde manier bij het horen van de verzen: ...en bij Ons is nog meer (50:35)...dan zouden Wij met Onszelf hebben gespeeld… (21:17) ...Zeg: "Hetgeen bij Allah is, is beter... (62:11) ...en dan zult gij tot Hem worden teruggebracht (2:28); enz., plaatsen wij de goddelijke aanwezigheid in de context van "plaats", omdat in onze visies de twee begrippen onafscheidelijk zijn.

Ook bij het lezen van de verzen: En wanneer Wij Ons voornemen een stad te verwoesten,… (I7:16) En Wij wensten hen die op aarde als zwak beschouwd werden een gunst te bewijzen... (28:5) …Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, ... (2:185), denken wij dat de "bedoeling" in elk vers dezelfde betekenis heeft, zoals het geval is met onze eigen bedoelingen en voornemens.

Op deze manier nemen wij de meest vertrouwde (vaak in materiële zin) betekenis van elk woord aan. De mens heeft woorden gemaakt om zijn sociale behoefte van wederzijdse betrekkingen te vervullen en de maatschappij werd gevestigd om de materiële behoeften van de mens te vervullen. De woorden werden niet onverwachts de symbolen van de dingen, waar de mensen aan werden verbonden en die veel betekenden in hun materiële vooruitgang.

Maar wij zouden niet moeten vergeten dat de materiële dingen constant veranderen en zich met de ontwikkeling van deskundigheid ontwikkelen. De mens gaf de naam "lamp" aan een bepaalde vergaarbak waarin hij een wiek en wat vet zette die de aangestoken wiek voedde en die de plaats van duisternis verlichtte. Dat apparaat heeft tot nu toe vele veranderingen ondergaan en is uiteindelijk een elektrische bol van diverse soorten geworden en behalve de naam "lamp" kan niet één enkele component van de originele lamp daarin worden teruggevonden.

Eveneens is er geen overeenkomst tussen de balans van vroeger en de meetapparaten. Vooral als wij de oude apparaten met de moderne apparaten vergelijken om hitte, elektrische stroom en bloeddruk te wegen en te meten. En de oude wapentuigen hebben niets gemeen met de wapentuigen die in onze tijd zijn uitgevonden, behalve de naam.

De genoemde dingen zijn zo veranderd dat niet één enkele component van het origineel in hen kan worden teruggevonden, maar toch is de naam niet veranderd. Het toont aan dat het basiselement voor het toestaan van het gebruik van een naam niet de vorm van dat ding is, maar zijn doel en voordeel betreft.

De mens die door zijn eigen gewoonten gevangen is genomen, slaagt er vaak niet in om deze werkelijkheid te doorzien. Dat is waarom al-Hashawiyyah en zij die geloven dat God een lichaam heeft de Koranverzen en uitdrukkingen binnen het raamwerk van materie en natuur interpreteren. In feite concentreren zij zich op hun gewoonten en gebruik en niet op de buitenkant van de Koran en de overleveringen. Zelfs in de letterlijke betekenissen van de Koran vinden wij voldoende bewijs dat als de verklaring van de goddelijke toespraak op de gewoonten en gebruiken gebaseerd wordt, dit tot verwarring en misvatting zou leiden. Bijvoorbeeld, Allah zegt: …Er is niets aan Hem gelijk… (42:11); …De Kenner van het onzichtbare en het zichtbare. Hij is de Alwijze, de Al-kennende... (6:73); ...Verheven is Allah boven al hetgeen zij beweren (23:91; 37:159). Deze verzen tonen klaarblijkelijk aan dat wat wij als vanzelfsprekend aannemen niet aan Allah kan worden toegeschreven.

Het was deze werkelijkheid die vele mensen overtuigden de Koranwoorden niet te verklaren door deze met hun gebruikelijke en gemeenschappelijke betekenissen te identificeren. Zij streefden naar logische en filosofische argumenten om zodoende verkeerde conclusies te vermijden. Dit gaf een steunpunt voor het academisch redeneren in het verklaren van de Koran en het identificeren van de individuele persoon of het ding dat met een woord wordt bedoeld.

Er zijn twee soorten van dergelijke discussies:

I) De exegeet benadert een probleem dat van een uitspraak uit de Koran afkomstig is en bekijkt het van een academisch en filosofisch standpunt en met behulp van de filosofie, de wetenschap en de logica beslist hij wat het juiste antwoord zou moeten zijn. Daarna past hij het vers toe op het antwoord waarvan hij denkt dat juist is. De Moslimfilosofen en theologen volgden normaal gesproken deze methode, maar zoals eerder al is vermeld keurt de Koran deze methode niet goed.

II) De exegeet verklaart het vers met behulp van andere relevante verzen, buigt zich over al deze verzen samen - dit is sterk aangespoord door de Koran zelf - en identificeert de individuele persoon of het ding door middel van zijn bijzonderheden en eigenschappen die in het vers worden vermeld. Zonder twijfel is dit de enige correcte methode van exegese.

Allah heeft gezegd: ...Wij hebben u het Boek neder gezonden, alles verklarend… (16:89). Is het mogelijk voor een dergelijk boek om zichzelf niet te verklaren? Ook heeft Hij de Koran met deze woorden beschreven: …de Koran als een richtsnoer voor de mensen werd neder gezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid… (2:185); en Hij heeft ook gezegd:..Wij hebben een helder licht tot u neder gezonden… (4:174). De Koran is dienovereenkomstig een gids, bewijsmateriaal, een onderscheid tussen wat juist en verkeerd is en een duidelijk licht voor de mensen om hen goed te leiden en hen te helpen met al hun behoeften. Is het denkbaar dat de Koran hen niet goed zou leiden ten aanzien van zichzelf, terwijl het hun belangrijkste behoefte is? Opnieuw zegt Allah: En zij, die naar Ons streven, - Wij zullen hen zeker op Onze wegen leiden… (29:69). Welk streven is groter dan de inspanning om Zijn Boek te begrijpen? En welk pad is rechter dan de Koran?

De verzen met deze bedoeling zijn zeer talrijk en wij zullen deze in het begin van het derde hoofdstuk, ‘het Huis van Imran’, in detail bespreken.

Allah onderwees de Koran aan Zijn Profeet en benoemde hem als leraar van het Boek: De Heilige Geest (Gabriël) heeft het nedergebracht. In uw hart, opdat gij de waarschuwer moogt zijn. In duidelijke Arabische taal. (26:193-5); En Wij hebben de vermaning tot u gezonden, opdat gij aan het mensdom moogt uitleggen hetgeen tot hen werd nedergezonden, zodat zij mogen nadenken. (16:44); …een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hen het Boek en de wijsheid onderwijst… (62:2). En de Profeet wees zijn nageslacht aan om dit werk na hem voort te zetten. Dit wordt duidelijk door zijn alom geaccepteerde overlevering: “Ik laat voor u twee kostbare dingen achter zolang u deze volgt zult u na mij nooit dwalen, Het Boek van Allah en mijn nageslacht, mijn familieleden en deze twee zullen nooit van elkaar scheiden tot zij mij (bij) het reservoir bereiken”.

En Allah heeft, in de volgende twee verzen, de verklaring van de Profeet dat zijn nageslacht de ware kennis van het Boek heeft bevestigd: ...O huisgenoten, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken. (33:33); Voorzeker, dit is (de) verheven Koran, Een beschermd Boek, Dat niemand zal aanraken behalve zij die zich louteren (56:77-79). De Profeet (s) en de Imams (a) van zijn nageslacht gebruikten altijd deze tweede methode om de Koran te verklaren, zoals in de overleveringen die door hen zijn overgeleverd betreffende de exegese duidelijk naar voren komt en waarvan enkele in dit boek in de aangewezen plaatsen geciteerd zullen worden. Men kan niet één enkel voorbeeld vinden in hun overleveringen waarin zij een academische theorie of een filosofische hypothese gebruikt zouden hebben voor het verklaren van een vers.

De Profeet heeft in een preek gezegd: "Daarom, wanneer de ellende komt om u te verwarren zoals de delen van de donkere nacht, houd je dan vast aan de Koran aangezien deze de bemiddelaar is wiens voorspraak zal worden verleend. En een geloofwaardige verdediger en wie deze vóór hem houdt, zal deze hem tot de Tuin leiden en wie deze achter hem houdt, zal deze hem naar het Vuur leiden. En het is de gids die naar het juiste pad leidt en het is een boek waarin een verklaring, een nauwkeurige omschrijving en samenvatting te vinden zijn. En is scheidend en geen grap. En deze heeft een vertoning (betekenis) en een esoterie: zijn vertoning (betekenis) is wijsheid en zijn esoterie is kennis, zijn buitenkant is elegant en zijn binnenkant is diep. Het heeft (vele) grenzen en zijn grenzen hebben (vele) grenzen. Zijn wonder kent geen einde en zijn (onverwachte) wonderen zullen niet verouderd raken. Daarin zijn de lampen van begeleiding en het baken van wijsheid en een gids voor kennis voor hem die de eigenschappen kent. Daarom zou men zijn zicht moeten uitbreiden en zijn ogen deze eigenschappen laten bereiken zodat iemand in ondergang gered kan worden en iemand die vastzit bevrijd kan worden, omdat meditatie het leven van het hart is voor wie kan zien als iemand die met licht (eenvoudig) in duisternis kan lopen, daarom moet u zonder lang af te wachten naar een goede redding streven.

Imam Ali (a) heeft over het bovengenoemde, in zijn preek over de Koran, het volgende gezegd: "Zijn ene deel spreekt met het andere, en één gedeelte getuigt over het andere."

Dit is het rechte pad en de juiste manier die door de ware leraren van de Koran en zijn gidsen werd gebruikt. Moge Allah hen allen zegenen!

Wij zullen, volgens de bovengenoemde methode, in diverse rubrieken schrijven wat Allah ons geholpen heeft te begrijpen over de geëerde verzen. Wij hebben de verklaringen niet gebaseerd op een filosofische theorie, een academische visie of een mystieke openbaring. Wij hebben er niets van buiten aan toegevoegd behalve een fijne literaire aanwijzing waar het begrip van de Arabische welsprekendheid van afhangt of een duidelijke of praktische vooropgestelde stelling die iedereen kan begrijpen.

Uit de discussies die volgens de bovengenoemde methode werden beschreven, zijn de volgende onderwerpen glashelder geworden:

1. De kwesties betreffende de namen van Allah en Zijn eigenschappen, zoals Zijn Leven, Kennis, Macht, Hoorvermogen, Zicht en Eenheid enz.  Over de Persoon van Allah, zult u concluderen dat de Koran zelf beweert dat deze geen beschrijving nodig heeft.

2. De kwesties betreffende de goddelijke handelingen zoals de schepping, orde, wens, gids, het op een dwaalspoor brengen, besluit, maatregel, dwang, delegatie (van Macht), genoegen, ongenoegen en andere handelingen van gelijke aard.

3. De kwesties betreffende de intermediairen tussen Allah en de mens zoals het Gordijn, de Pen, de Troon, de Stoel, het Bewoonde Huis, de Hemel, de Aarde, de Engelen, Satans, en Jinns enz.

4. De details over de mens alvorens hij op deze wereld terechtkwam.

5. De kwesties betreffende de mens in dit leven zoals de geschiedenis van de mensheid, de kennis betreffende de mens zelf, de stichting van de maatschappij, het Profeetschap en apostelschap, de openbaring, de inspiratie, het boek en de godsdienst en de wet. De hoge status van de profeten die hun verhalen doet glanzen, valt onder deze rubriek.

6. De kennis betreffende de mens nadat hij van deze wereld, namelijk naar al-Barzakh, vertrekt.

7. De kwesties betreffende het menselijke karakter. Onder deze rubriek komen de diverse stadia waarlangs de vrienden van Allah in hun geestelijke reis zoals de overgave, geloof, welwillendheid, nederigheid, zuiverheid van bedoelingen en andere deugden passeerden.

(Wij zijn niet ingegaan op de details in de verzen betreffende de jurisprudentiewetten, aangezien het een onderwerp is dat in de boeken van de jurisprudentie besproken wordt.)

Als direct resultaat van deze methode, hebben wij nooit de behoefte gehad om een vers naar aanleiding van zijn vertoonde betekenis te interpreteren. Zoals wij eerder hebben vermeld, is deze wijze van interpretatie in feite verkeerd. Deze "interpretatie" die de Koran in diverse verzen heeft vermeld, is geen soort van "betekenis"; het is iets anders.

Aan het einde van de commentaren hebben wij enkele overleveringen van de Profeet en de Imams (vrede zij met hen) toegevoegd, die zowel door de Soennitische als wel door de Sjiietische overleveraars zijn aangehaald. Maar wij hebben de adviezen van de metgezellen en hun leerlingen buiten beschouwing gelaten, omdat er teveel verwarring en tegenspraak in voorkomen en bovendien worden aan hen geen gezag in de Islam toegekend.

Bij het doornemen van de overleveringen van de Profeet en de lmams (vrede zij met hen allen) zult u opmerken dat deze "nieuwe" methode van exegese (die in dit boek wordt toegepast) in werkelijkheid de oudste en origineelste methode is die door de Leraren van de Koran (vrede zij met hen allen) werd gebruikt.

Tevens hebben wij afzonderlijk diverse filosofische, academische, historische, sociale en ethische onderwerpen uiteengezet wanneer daar behoefte aan was. In dergelijke discussies hebben wij de onderwerpen in onze discussies in algemene zin nader omschreven en zijn we niet ingegaan op de details hiervan.

Wij bidden tot Allah, Groot is Hij om ons te begeleiden en onze discussies tot een goed einde te brengen. Hij is de Beste Helper en de Beste Gids.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.