Aangenaam gedrag

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Column Aangenaam gedrag: dit artikel komt uit het AJO Journaal 2011. AJO publiceert één keer per jaar haar Journaal. In het AJO Journaal komen verschillende zelfgeschreven artikel terug, maar ook leuke columns en interessante verhalen van jongeren. Het AJO journaal is gratis voor passieve leden. Meer informatie is hier te vinden.

Er hing een vreemde stemming in de trein, toen ik mijn heldere moment kreeg. Ik was net overgestapt in Utrecht. In de trein ervoor had ik een gezellig gesprek gehad met een meisje dat tegenover me had gezeten, terwijl ik haar eerst superirritant vond, omdat ze luid telefonerend tegenover me was komen zitten en door het omroepbericht van de conducteur heen zat te keuvelen. Ik had haar even voorzichtig toegewuifd dat ik dit berichtje écht wilde horen, omdat er nogal veel onduidelijkheid heerste omtrent het treintraject. Giechelend had ze sorry gezegd en na het ophangen van de telefoon vertelde ik haar even waarom ik zo graag dat berichtje wilde horen en hoe geheimzinnig NS was geweest. Daar kon ze natuurlijk over meepraten, want iedereen houdt er wel van om van tijd tot tijd even lekker over NS te klagen. Na het uitstappen besefte ik dat als ik me niet over mijn irritatie heen had gezet, ik niet zo’n gezellig treinritje had gehad.

Vervolgens de overstap in Utrecht. Ik stap de trein in en kies meteen een plekje uit in zo’n vierzits-ding. Het is druk in de coupé, er is haast geen ruimte om mijn koffer ergens te deponeren: de ruimte tussen de stoelen is al beladen met koffers en naast me op het gangpad staat al de koffer van het meisje dat naast me zit. Dus zet ik mijn koffer in het hoekje tussen de deur en de stoel van de vrouw tegenover me. Het was een ogenschijnlijk chique vrouw van middelbare leeftijd met kort, grijsbruin haar en keurig gestifte lipjes. Vanaf nu noem ik haar in dit verhaal “de mevrouw”. Deze mevrouw deed iets wat me verwonderde: met een geïrriteerd gezicht tilde ze mijn koffer op en zette het midden op het gangpad voor me neer. Heel resoluut, alsof ze op dit moment had zitten wachten. “Ja, dan moet je het niet bij mij neerzetten”, snauwde ze. Verbaasd antwoordde ik: “als u er geen last van heeft…”

“Nou, dat heb ik wel.”

Ze had zich dus duidelijk gemaakt. Ik begon om me heen te kijken naar een plek voor mijn arme koffertje. De mensen in het vierzits-ding tegenover ons zeiden meteen: “Kom maar, je koffer kan wel hier” en zetten het voor een lege stoel neer. De mevrouw keek geërgerd. Even flitst het idee door mijn hoofd of ze dit misschien doet omdat ik buitenlands ben? Of omdat ik een hoofddoek draag? Gewoonlijk voel ik me nooit gediscrimineerd, maar bij deze mevrouw voelde ik me een beetje onbehagelijk. Een minuutje later komt er een echtpaar het overvolle coupé binnengelopen. Meteen zat de vrouw recht overeind, wees naar de lege stoel waar mijn koffer voor stond en zei “hier is nog een plekje vrij. Er staat wel een koffer voor, maar dat heeft niets met de stoel te maken”. Ik voelde me een tikje beschaamd en was daarom blij te zien dat iedereen haar aankeek met een blik van “moet dit nou?”. De echtgenote ging op de lege stoel zitten en de man bleef erbij staan. Ik had nog aangeboden mijn koffer terug te nemen, maar ze zeiden dat het prima lukt zo.

Nerveus begon de mevrouw met haar vingers te tikken. “Vind je dit normaal?”, vroeg ze me na een tijdje. “Deze man moet staan, omdat jouw koffer in de weg zit.” Meteen barst er een discussie los tussen het meisje naast me en de mevrouw.

Het meisje: “mevrouw, u ziet toch dat er geen zitplaatsen zijn. Waarom doet u zo moeilijk?”

De mevrouw: “dit is gewoon te gek voor woorden. Ben ik nou de enige die het begrijpt? Het openbaar vervoer is vóór iedereen, niet van iedereen.”

De mensen tegenover ons: “mevrouw, wij hebben er echt geen last van. Het is nu eenmaal druk.”

De staande man: “heeft u soms ruzie met uw man? Nee? Volgens mij heeft u toch echt ruzie met uw man! Waarom tikt u met uw vingers? Dat doen mensen alleen als ze zenuwachtig zijn.”

Zijn echtgenote zat zich te schamen en beval hem op te houden. Maar het mocht niet baten.

De man: “wilt u soms dat ik op uw schoot kom zitten?”

De mevrouw: “kennelijk ben ik de enige hier die niet dom is.”

Het meisje en ik kijken elkaar perplex aan (“no she didn’t”). Inmiddels had ik de diagnose al gesteld: deze mevrouw had vast een persoonlijkheidsstoornis met een obsessief element. Dus besloot ik geen aandacht meer te schenken aan haar rare uitlatingen.

Een ander meisje dat tot nu toe nog niets had gezegd, zei tegen de mevrouw: “mevrouw, wat u nu doet, is gewoon erg onprettig voor de sfeer in deze coupé.”

“Amen”, moet de rest gedacht hebben.

Daarna viel het stil en ging ieder zijn eigen ding doen. Ik ging een boekje lezen. Na een tijdje keken mijn ogen op van het boek en zag ik haar koude ogen met twee diepe, verticale, afkeurende rimpels ertussen. Haar mond strakgespannen en als je goed keek, zag je haar knie trillen. Haar duimen draaiden onrustig om elkaar heen en haar pupillen bewogen koortsachtig van links naar rechts. Ik voelde medelijden. Deze arme mevrouw had zoveel ergernis in zich, dat ze zich alleen prettig kon voelen tijdens een heftige woordenwisseling. Anders niet. Ze had haar ongenoegen glashelder geuit, maar voelde zich nog steeds onbevredigd. Ik voelde pure, onvervalste medelijden.

Plots besefte ik dat het leven me een spiegel voorhield. Oke, deze mevrouw was wel erg extreem en had vast iets van een persoonlijkheidsstoornis, maar toch moest ik denken aan Lisette, mijn huisgenootje, waar ik de afgelopen paar maanden een nogal ongemakkelijke relatie mee heb gehad. De irritaties tussen Lisette en mij hadden zich hoog opgestapeld, tot het punt dat we elkaar niet eens meer aankeken, niet eens meer gedag zeiden en het met genoegen constateerden als we iets hadden gedaan wat de ander irriteerde, bijv. de badkamer in glippen als je wist dat de ander bijna de badkamer in wil, om vervolgens lekker een half uur onder de douche te staan, gevolgd door nog een half uur voor de spiegel tutten met de deur op slot. Ik kan me herinneren dat ik me prettig voelde, genoegzaam bijna, als ik dat soort dingen deed. Zij was tenslotte degene die van begin af aan iets tegen me had, ik weet niet wat. Dus lekker puh. En voor beide kanten was vergeving geen optie. Maar wat leverde het ons uiteindelijk op? De sfeer in huis was onprettig, we vonden het niet leuk om in één ruimte met elkaar te zijn en als gevolg was ik al op zoek naar een nieuw plekje.

Die dag ging ik naar huis met grootse goedmaakplannen: ik zou haar vergeven en helemaal mijn excuses aanbieden, haar uitnodigen voor een diner in een gezellig restaurant, ik zou helemaal uitpakken. Uiteindelijk, toen ik thuiskwam, kwam er niet veel meer uit dan een opgewekte “hoi Lisette”. Maar het werkte! Ik kreeg een verbaasde “hoi” terug. Ze zei het met een vragend gezicht, alsof ze niet wist waar ze die “hoi” aan te danken had. Ik besefte dat ik geen grootse plannen hoef te hebben. Ik hoef gewoon vriendelijker te zijn, ook al was zij dat niet! Toen ik op mijn verjaardag op haar deur klopte en vroeg of ze zin had om een taartje met me te eten, wilde ze wel (ook al vond ze het wel een beetje raar) en hebben we uiteindelijk een veel gezelligere middag gehad dan wanneer we weer lekker vijandelijk tegen elkaar hadden gedaan. En uiteindelijk wil je toch gewoon gezellig leven met zo min mogelijk zorgen aan je hoofd?

Ik besefte dat ik door vriendelijk te zijn beter van de vijandelijkheid in mijn hart af kwam dan door vijandelijk te zijn. Door vriendelijkheid verdween mijn vijandelijkheid. Met een simpele glimlach en een goed humeur kun je de hele sfeer in een ruimte prettiger maken. Later kwam ik erachter dat dit iets is waar de heilige profeet Mohammed (s) het ook over heeft gehad en dat het ook een naam heeft: “husnul khuluq” (aangenaam gedrag). Onderdeel hiervan is iemand kunnen vergeven.

Husnul khuluq is moeilijk, het lukt niet altijd en het blijft iets waar elke moslim elke dag opnieuw naar moet streven. De profeet Mohammed (s) heeft gezegd1,2:

“Niets weegt zwaarder op de weegschaal (*op de Dag des Oordeels*) dan husnul khuluq.”

“De gelovige die zijn husnul khuluq heeft bereikt, is alsof hij hele nachten wakker blijft (*om het nachtgebed te verrichten*) en hele dagen vast.”

“Degenen waar Allah het meeste van houdt, zijn degenen met de beste akhlaq (deugden).”

Bronnen:

1: Jami’al Sa’adaat (The Collector of Felicities), Al Naraqi

2: Al muhadja al baidha, Faidh Al Kashani

Geschreven door Mays Talib

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen