Hoofddoek debat

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Het hoofddoekdebat is verdaagd, omdat eerst meer onderzoek zal moeten worden gedaan naar de scheiding in Nederland tussen Kerk en Staat. Zoals ik u al had meegedeeld is het Nederlands democratische stelsel ingericht naar het gedachtegoed van de Trias Politica. We hebben in Nederland zowel een rechtsprekende, een wetgevende als wel een uitvoerende macht. Er wordt ook wel van een gedeeltelijke machtenscheiding gesproken, omdat de wetgevende macht ook verantwoordelijk is voor de uitvoerende macht.

Bij het hoofddoekdebat ging het er om dat de rechtbank ooit had bepaald dat de leden van de rechtbank en advocaten geen hoofddoek tijdens een zitting mogen dragen. De zaak was aangespannen door een moslima die zelf advocate was. De rechter oordeelde dat naar traditie van de rechtbank ( traditie wordt bepaald door gebondenheid aan een plaats, tijd en ruimte en een beperkt aantal personen) deze moslima zich niet kon beroepen op vrijheid van godsdienst en discriminatie. Ook het feit dat zij rechten had gestudeerd aan de universiteit speelde geen rol van betekenis voor de rechtbank, omdat zij de mogelijkheid had om haar studie aan te wenden voor een andere baan (zoals het bedrijfsleven of het ambtenarenapparaat).

Met deze uitspraak is de rechterlijke macht uitgesloten voor moslima's - hoe opgeleid zij ook zijn - die een hoofddoek dragen. Naar analoge interpretatie van dit arrest gelden de voorwaarden die voor de traditie van de rechtbank zijn gesteld ook voor de wetgevende macht. Binnen de politiek is het namelijk nooit voorgekomen dat een moslima een hoofddoek draagt tijdens een Kamerbespreking. Dit betekent dat moslima's die een hoofddoek dragen ook uitgesloten zijn van de wetgevende macht.

De achterliggende gedachte van het hoofddoekdebat was om het dragen van een hoofddoek door ambtenaren te verbieden. Het ambtenarenapparaat betreft de uitvoerende macht en anders dan de rechtbank en het Binnenhof maakt dit apparaat de overheid tot de grootste werkgever van Nederland. Dit apparaat is zo verdeeld en wijdverspreid dat men moeilijk over een gebonden traditie kan spreken.

Nu moslima's met een hoofddoek uitgesloten zijn van de rechtelijke macht en de wetgevende macht zal het verbieden van een hoofddoek voor banen binnen de uitvoerende macht ertoe leiden dat moslima's als tweederangsburgers worden beschouwd. Ze zullen immers uitgesloten zijn van de zogeheten Trias Politica - beroepen.

Dat de politiek hierin een scheiding tussen Kerk en Staat leest acht ik onjuist. We leven namelijk al in een seculiere samenleving waarin Kerk en Staat al gescheiden zijn. Politici laten zich bij het nemen van besluiten allang niet meer leiden door religieuze motieven. Bovendien bestond deze scheiding al voordat de eerste allochtone moslims naar Nederland kwamen.

Dat men graag wil geloven dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit is doorgevoerd en men zo Illuminati - achtige taferelen willen oproepen doet niets af aan het feit dat moslima's die een hoofddoek dragen weldegelijk zullen worden beschouwd als tweederangsburgers.

Een groot goed als de vrijheid van godsdienst is voortgekomen uit de scheiding tussen Kerk en Staat.

Met vriendelijke groet,

Yasing El Ballouti

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen