De leegte van een huis

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige de Meest Genadevolle,

Op een koude winteravond loop ik door een lege hal van een nieuw gekocht huis dat te wachten staat om bekleed te worden met alles wat pracht en praal heet. De muren zijn nog zo wit dat zij net als een pasgeboren schildersdoek lijken te zijn en met verf, krijt of kleurrijk behang verrijkt kan worden.

“En in dit deel van het huis vindt er dan een verbouwing plaats”, zegt de persoon. “Wanneer we dit stuk uitbouwen, wordt het gedeelte veel groter.”

Prachtig, denk ik bij mezelf, kijkend over de groenrijke tuin waardoor het eerder lente dan winter lijkt. Het is slechts de kou die het raamwerk van ijs beslaat en ons aan het juiste jaargetij doet herinneren. In deze tuin kunnen de seizoenen van het leven met vrienden en familie gevierd worden.

Ik bekijk het nieuwe huis verder. Zwierend in m’n gedachten, van vrolijkheid voor dit nieuwe begin voor een ander. En soms, wanneer ik iets nieuws zie, beeld ik me in om met de onschuld van een klein meisje dat net de wereld ontdekt te kijken naar dingen; om niet verveeld te raken, om dankbaar te blijven en verwonderd te blijven raken over de schone zaken in het leven die we kunnen bereiken. Er is nog zoveel wat we kunnen ontdekken.

Als de avond steeds donkerder kleurt en er nog geen gedegen verlichting in het huis is, houd ik mij al lopend op de trap naar de bovenverdieping goed vast aan de trapleuning. Dan wanneer m’n lach van vreugde verbreed wordt; dankzij het  oog dat de luide stilte van de mooie kamers volgt, haar uitstraling sereen klinkt, stop ik voor een seconde. Ik betreed nog niet de lege ruimtes. Wat als ik in de grootte van dit huis eenzaamheid zou voelen? Als het huis straks niet tot leven komt door de kleuren van de bewerkte muren? En als de groenrijke tuin zwijgt door geen bloeiend veld te zijn, bij wie moet een mens dan zijn?

Op deze koude winteravond zoek ik in de schoonheid van het huis naar (tekenen van) God.  Hoe dankbaar ben ik om direct de zichtbare warmte te voelen dat ik niet alleen ben en dat waar ik me bevind God is, hiermee het geloof kan omarmen en Hem kan aanbidden. Ik realiseer me dat Zijn nabijheid niet vervangen kan worden door de hoeveelheid aan materie. Verbondenheid met God is eenmaal gevonden altijd aanwezig. 

Als ik nog even in m’n gedachten verder zwier, het einde van de rondleiding nadert en nog één keer over de tuin kijk, moet ik denken aan een uitspraak die altijd in m’n gedachten komt ronddwalen wanneer ik aan mensen denk die God nog niet kennen of onderweg in de glansrijke reis van het leven spijtig genoeg God zijn kwijtgeraakt. In nederigheid bid ik:

“In the midst of all glamour I hope you find God.”

Geschreven door Raihaneh

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen