Fatima al-Zahra (a)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Naam: Fatima

Titel: al-Zahra, al-Tahira, Batool, Seddiqah, Umm Abiha

Vader: Profeet Mohammed (s)

Moeder: Khadidja (a)

Geboortedag: 20ste Jumada II, in de 5de Jaar na de openbaring van het  Profeetschap. 615 A.D., Medina (Saudi Arabië)

Overlijdingsdag: 13de Jamadi al Awal of 3de Jamadi al Thani 11de Hijrah ; 632 A.D., Medina (Saudi Arabië)

De geboorte

Haar vader was Mohammed, de zoon van Abdullah (s), de Heilige Profeet van de Islam. De laatste Profeet en de beste creatie. Haar moeder was Khadidja, de dochter van Khuwaylid, een van de rijkste vrouwen van de stam Quraish. Ze heeft al haar rijkdom gespendeerd om de Islam te verspreiden en toen ze overleed was ze niet eens in het bezit van een lijkwade. Ze was zo beroemd vanwege haar kuisheid, dat mensen haar al-Tahirah (puur) noemden voor de komst van de Islam. Ze was de eerste vrouw die de Islam accepteerde.

Het woord Fatima betekent "gescheiden". Ze is Fatima genoemd, omdat haar volgelingen door de zegeningen van haar verheven status gescheiden zijn van de Hel. Zahra betekent "lichtgevend". Seddiqah betekent "iemand die niets anders vertelt dan de waarheid". Tahirah betekent "puur en rein. Batool betekent "gescheiden van onreinheid".

Umm Abiha betekend "de moeder van haar vader". De Profeet Mohammed (s) gaf haar deze titel en dit laat zien dat Fatima (a) de Profeet behandelde zoals zijn moeder zou doen. Dit is bewezen in de hele geschiedenis, omdat zij haar vader verzorgde en zijn wonden behandelde gedurende de oorlogen en wanneer ze thuis was en bij vele andere gebeurtenissen.

Eigenschappen

Fatima (a) is de Meesteres van alle vrouwen van de werelden.

In een van zijn uitspraken (waarover soennieten en sjiieten het eens zijn) zegt de Heilige Profeet (s): "Fatima is de Meesteres van alle vrouwen van de werelden." Hoewel Maryam (a) in de Heilige Koran wordt genoemd als de beste vrouw van de werelden, ze een hoge positie heeft, beschouwd wordt als zeer kuis en ze een van de vier beste vrouwen is, is de positie van Fatima (a) de hoogste. Maryam (a) was de beste vrouw in haar tijd, maar Fatima's (a) superioriteit is niet gebonden aan haar leven of haar plaats in de geschiedenis. Dit is de reden waarom de Profeet Mohammed (s) haar in een andere overlevering heeft benoemd tot de beste der vrouwen, van de eerste tot de laatste. Een ander punt dat afgeleid kan worden uit deze verhalen is het volgende: omdat Fatima (a) de beste vrouw is en niemand met haar te vergelijken is, is het kennen en herkennen van haar leven en ieder moment daarvan zeer waardevol. Iemand kan namelijk een grote spirituele ontwikkeling doormaken door haar leven te bestuderen. Als er verder wordt gekeken naar de Heilige Koran, dan worden daar verschillende verzen gevonden die zijn geopenbaard om haar positie te bevestigen:

[Heilige koran 33:33] deze vers is bekend als het Tat'hir vers, [Heilige koran 3:61] is bekend als het Mubahilah vers, [Heilige koran 17:26].

("Geef de verwanten, de armen en de reiziger het hun toekomende....") de eerste verzen van hoofdstuk 76 (Al-Insan) en heel hoofdstuk 108 (al Kawthar).

Imam al-Sadiq (a) (de zesde Imam) zei: "Wanneer Fatima bad, dan scheen ze voor de hemelen, zoals de sterren schijnen voor de mensen op aarde".

Gebeurtenissen uit het leven van Fatima (a)

Morele waarden

Fatima (a) had hoge morele waarden en haar leven stond in het teken van aanbidding.

We zullen twee van haar daden belichten, waarbij we in acht nemen dat deze slechts een heel klein deel van haar morele waarden zijn.

De halsketting

Jabir Ibn Adbullah al-Ansari, een metgezel van de Profeet (s), vertelde dat een arme immigrant naar de Profeet (s) kwam en hem om hulp vroeg.  De Profeet (s)  antwoordde: "Ik heb niets in mijn bezit. Ga naar het huis van mijn dochter, dat naast het mijne staat". Daarop leidde Bilal hem naar het huis van Fatima. Hij zei: "Vrede zij met u, oh familie van de Profeet!" en vroeg om hulp. Toen Fatima (a) zich bewust werd van zijn armoede bracht ze hem, hoewel zij, haar vader en haar man niets te eten hadden gehad gedurende drie dagen, een halsketting die Hamza's (a) zoon -haar neef- haar had gegeven en zei tegen de man: "Neem dit en verkoop het. Ik hoop dat Allah jou iets geeft dat beter is dan dit". De man nam de halsketting, ging naar de Profeet (s) en beschreef de gebeurtenis. De Profeet (s) huilde en bad voor hem. Ammar ibn Yasir (de metgezel van de Profeet (s)) stond op en nadat hij om toestemming gevraagd had, kocht hij de halsketting en gaf de man voedsel, kleding, een dier en geld om te reizen. De Profeet (s) vroeg aan de man: "Ben je tevreden?" De man schaamde zich en bedankte hen. Ammar deed de halsketting in een Yemenitisch kleed, parfumeerde het en gaf het aan de Profeet (s) samen met zijn slaaf. De slaaf kwam bij de Profeet (s) en vertelde het verhaal. De Profeet (s) gaf daarop de halsketting en de slaaf aan Fatima (s). De slaaf kwam bij Fatima (a). Ze nam de halsketting aan en liet de slaaf vrij. De slaaf lachte en toen hem werd gevraagd naar de reden, antwoordde hij: "Wat een gezegende halsketting! Het heeft een hongerige gevoed, een naakte bedekt, een man die te voet was kreeg een rijdier, het bevrijdde iemand van zijn hebberigheid, bevrijdde een slaaf en uiteindelijk is het terug gekomen bij zijn eigenaar".

De trouwjurk

De Profeet (s) kocht voor Fatima (a) haar trouwceremonie een nieuwe jurk. Fatima (s) had voordien alleen maar een jurk die ze al vaak had moeten herstellen en daardoor bedekt was met veel lapjes. Een arme man kwam naar haar huis en vroeg haar om gebruikte kleding. Fatima (a) besloot niet de oude jurk te geven, gebaseerd op het volgende vers : "Gij zult stellig geen goedheid bereiken, tenzij gij mededeelt van hetgeen u lief is en wat gij ook besteedt" [Heilige Koran 3:92]. Daarop gaf zij hem de nieuwe jurk.

Haar huwelijk

Er waren veel mannen die vanwege de gezegende status van Fatima al Zahra (a) met haar wilden trouwen, waaronder Omar en Abu Bakr. De Profeet (s) antwoordde: "Allah heeft haar gezag". Anas ibn Malik vertelde dat Othmaan en Abdel Rahmaan ibn Ouf hetzelfde deden en dat zij bereid waren om een hoge bruidschat te betalen. Op dat moment verscheen Gabriël aan de Profeet (s) en zei: "Mohammed! Allah zendt zijn zegeningen en beveelt: "Laat Fatima met Ali trouwen."

Imam Ali (a) vroeg Fatima's (a) hand en de Profeet (s) ging akkoord met dit huwelijk dat was voorbestemd door de Goddelijke Wil.

Het is vermeld in de verhalen van de Profeet (s) dat hij heeft gezegd:" Als Ali niet had bestaan, zou er niemand geschikt zijn geweest voor Fatima". Fatima (a) had maar een kleine bruidschat. Ze hadden vijf kinderen: Hassan, Hussain, Zainab, Umm al Kulthum en Mohsin (a) die door een miskraam dood geboren werd tijdens de gebeurtenissen na de dood van de Profeet (s).

Imam Hassan en Imam Hussain (a), die opgeleid zijn door deze moeder, zijn van de twaalf Imams, en de andere Imams, (op Imam Ali en Imam Hassan (a) na) zijn van het nageslacht van Imam Hussain (a) en zijn daardoor verwant aan de Profeet (s) door Fatima (a). Dit is de reden dat zij "Umm al A'immah" (moeder van de Imams) wordt genoemd. Zainab, haar oudste dochter, was geleerd, kuis en een zeer vrome vrouw. Na het overlijden van Imam Hussain (a) verklaarde zij de opstand van de Imam zo goed, dat de mensen zich gingen verzetten tegen de onderdrukking van Yazid en verschillende keren kwamen er opstanden om te zorgen dat de troon van Yazid omvergeworpen moest worden.

Er kan algemeen gesteld worden dat ze nooit stopte met haar aanbidding, zelfs niet onder de ergste omstandigheden, en dat dit gebaseerd was op wat zij van Allah (swt) wist.

Umm al-Kulthum was ook opgeleid door Fatima (a). Zij was een eerbare, wijze en welsprekende vrouw die bij Zainab (a) was na Ashura en ze had een belangrijke rol wanneer het ging om het bewust maken van mensen.

Fatima (a) na de dood van de Profeet (s)

Fatima (a) had erg veel verdriet na de dood van de Profeet (s). Ze had niet alleen haar vader verloren, maar ook de beste creatie en de Zegel der Profeten. Diegene met hoge morele deugden, die de tevredenheid van Allah (swt) over zich had en bij wie de openbaringen waren geëindigd.

Bovendien was de opvolging zich toegeëigend door personen die daar niet het recht toe hadden. De Islam begon zijn ware vorm te verliezen. Fatima (a) verborg haar verdriet nooit. Soms ging ze naar het graf van de Profeet (s) en rouwde ze daar. Soms bezocht ze de graven van de martelaren van Uhud en Hamza (a), de oom van de Profeet (s). Zelfs wanneer de vrouwen van Medina haar vroegen naar de reden van haar verdriet noemde ze altijd heel duidelijk de dood van de Profeet (s) en het feit dat het recht tot opvolging van de juiste personen was afgenomen.

Er was nog maar weinig tijd verstreken sinds de dood van de Profeet (s) en zijn aanbevelingen en de overdraging van het leiderschap naar Imam Ali (a) op Ghadir, die was uitgevoerd op bevel van Allah, waren vergeten. Ze verzamelden zich op een plek die "Saqifah" wordt genoemd en kozen iemand als hun leider aan wie ze vervolgens de eed van trouw zworen.

Daarom verzamelden er zich enkele moslims in het huis van Fatima (a) om te laten zien dat zij bezwaar maakten tegen de onrechtmatige toeëigening van het leiderschap en het feit dat men het bevel van Allah (swt), dat Ali (a) de leider van de moslims moest zijn, negeerde.

Toen Abu Bakr - die slechts gekozen was door de mensen die zich hadden verzameld in Saqifah- hoorde van deze bijeenkomst, stuurde hij Omar naar het huis van Fatima (a) met het bevel dat Imam Ali (a) en de anderen die in de moskee waren onder dwang de eed van trouw moesten afleggen. Dus ging Omar met wat andere mensen naar het huis en droegen zij fakkels bij zich.

Toen hij daar aankwam stond Fatima (a) achter de deur en vroeg hem de reden van zijn komst. Omar antwoordde dat hij Imam Ali (a) en de anderen mee ging nemen naar de moskee, zodat zij daar de eed van trouw konden afleggen. Fatima (a) verbood hen dit en zei dat ze dit niet konden doen en maakte haar afkeur kenbaar. Daarop viel de groep van Omar uit elkaar en een aantal van hen ging terug naar hun huizen. Vanaf dat moment dreigde Omar om het huis, met alle mensen die er in zaten, in brand te steken, wetende dat ook Fatima (a) daar aanwezig was. Toen gingen een aantal van de demonstranten naar buiten en Omar vocht met hen en brak hun zwaarden, maar Imam Ali (a), Fatima (a) en hun kinderen waren nog steeds in het huis. Daarna gaf Omar het bevel om wat hout voor de deur neer te leggen, stak dit in brand en drong het huis binnen. Hij inspecteerde het huis met zijn volgelingen en bracht daarna Imam Ali (a) met grof geweld en dwang naar de moskee. Door deze gebeurtenissen raakte Fatima (a) ernstig gewond en ging ze een zware tijd door, maar ze deed het niet rustiger aan en ze ging naar de moskee, omdat zij de plicht had om de Imam van haar tijd te verdedigen. Ze richtte zich op Omar en Abu Bakr en de anderen en waarschuwde hen voor de woede en straf van Allah (swt), maar ze bleven doen wat ze deden.

Erfenis

Fatima (a) was ook onderdrukt betreffende Fadak na de dood van de Profeet (s). Fadak is een dorp dat zo'n 165 kilometer verwijderd is van Medina. Het heeft vruchtbare aarde, bronnen en heel veel dadelbomen. Fadak behoorde toe aan de Joden en zij hadden Fadak gegeven aan de Profeet (s) zonder enige vorm van oorlog. Het was dus "Anfal" wat aan Allah (swt) en de Profeet (s) toebehoorde, zoals de Heilige Koran zegt. Nadat het vers "Geef de verwanten, de armen en de reiziger het hun toekomende...." was geopenbaard, gaf de Profeet (s)  Fadak aan Fatima (a), zoals Allah (swt) bevolen had.

Imam Ali en Fatima (a) hadden enkele zaakwaarnemers in Fadak die daar werkten en het inkomen naar Fatima (a) stuurden na de oogst. Zij gaf de zaakwaarnemers eerst hun salaris, waarna ze het overgebleven geld verdeelde onder de armen, terwijl ze zelf zo sober mogelijk leefde.

Soms gaf zij hun dagelijks eten weg en ging dan zelf hongerig slapen, maar ze dacht altijd als eerste aan de armen en deed dit puur voor Allah (swt) (zoals genoemd is in het begin van hoofdstuk 76).

Na de dood van de Profeet (s) schreef Abu Bakr een verhaal toe aan de Profeet (s), waarin hij zei dat Profeten geen erfenis achterlaten en beweerde dat deze erfenis toebehoort aan alle Moslims. Fatima (a) verdedigde haar recht op twee manieren. Als eerste bracht ze enkele mensen naar voren die voor haar getuigden dat de Profeet (s)  Fadak aan haar had gegeven tijdens zijn leven en dat Fadak dus geen erfenis was. Vervolgens gaf zij een preek, die een zeer diepgaande betekenis had, over monotheïsme, profeetschap en Imamaat, in de moskee van de Profeet (s). Ze bewees de zwakte van de claim van Abu Bakr in een zeer welbespraakte en heldere preek. Ze vroeg Abu Bakr: "Waarom spreek je de Koran tegen?" en noemde vervolgens enkele Koranverzen over Sulaiman (a) als de erfgenaam van Dawood (a), evenals het vers waarin Zakaria (a) Allah vraagt om een erfgenaam voor zichzelf en de familie van Jacob.

Daarom, ook als je aanneemt dat de Profeet (s) Fadak niet aan Fatima (a) zou hebben gegeven tijdens zijn leven, behoorde het alsnog toe aan Fatima (a) na zijn dood en de claim dat profeten geen erfenis na laten is in tegenspraak met de waarheid en haar bewijs. Het is immers onmogelijk dat de Profeet iets zegt dat tegengesteld is aan de woorden Allah (swt), dit heeft Allah (swt) meerdere keren in de Koran benadrukt.

Fadak werd echter niet teruggegeven aan zijn rechtmatige eigenaar en werd onrechtmatig toegeëigend. We moeten hier opmerken dat de preek van Fatima (a) en haar bewijs zo helder waren, dat niemand hieraan twijfelde en veel mensen het innerlijk hadden aanvaard. De reden dat Omar, de tweede khaliefa, Fadak terug gaf aan Imam Ali (a) en Fatima's kinderen na de islamitische veroveringen, was dat de regering het inkomen van Fadak niet meer nodig had. Het werd echter opnieuw afgenomen toen Othmaan khaliefa werd.

Het martelaarschap van Fatima (a)

Uiteindelijk werd Fatima (a) ernstig ziek, omdat ze zwaar gewond was geraakt tijdens de aanval bij haar huis. Op een dag riep ze Imam Ali (a) bij zich en ze wilde dat hij haar testament ging opmaken. Ze gaf het bevel om haar lichaam in de nacht te wassen, haar in de nacht de lijkwade om te doen en haar in de nacht te begraven en dat niemand van degenen die haar hadden onderdrukt aanwezig zou zijn op de begrafenis en voor haar zou kunnen bidden.

Het was de derde van Jamadi al Thani, elf jaar na de Hijra. Fatima (a) vroeg om wat water en waste haar lichaam en voerde de rituele wassing uit. Daarop trok ze nieuwe kleding aan en ging in bed liggen, met haar hand onder haar wang en zei: "Ik zal nu overlijden". Andere overleveringen melden dat Fatima (a) tijdens haar gebed in een neerknielende houding haar laatste adem uitblies. Fatima (a) werd een martelaar als gevolg van haar zware verwondingen. Ze was slechts 18 jaar oud op dat moment en het was slechts 75 dagen na de dood van de Profeet (s).

Bron: http://www.imamreza.net/

© Copyright Ahlalbait Jongeren


Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen