Imam Mohammed Al-Baqir (a)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Naam: Imam Mohammad al-Baqir (a)

Vader: Imam Ali al-Sajjad (a)

Moeder: Umme Abdullah, dochter van Imam Hassan (a)

Titel: al Baqir

Geboorte: De eerste dag van de maand Rajab 57 AH. In Medina

Martelaarschap: 114 AH. In Medina

Geboorte

Imam al-Baqir werd geboren in Medina in het jaar 57 na Hijra. De leden van de Ahlalbait (a) waren heel blij met zijn geboorte. Imam al Baqir (a) had karaktereigenschappen van Imam Hussain (a) en Imam al Hassan (a). Zijn moeder was de dochter van Imam al-Hassan (a) en zijn vader was de zoon van Imam al-Hussain (a). Zijn moeders naam was Fatima. Ze werd als een zeer fatsoenlijke vrouw gezien en Imam al Sajjad (a) noemde haar al Siddiqa (de geloofwaardige). Zijn vader was de vierde Imam, Imam al Sajjad (a).

De religieuze rituelen zoals de adhan en iqama (gebedsoproep) werden in zijn oren gefluisterd toen hij werd geboren. Op de zevende dag van zijn geboorte werd het gewicht van zijn geschoren haar in zilver aan de armen gegeven. Ook werd er een ram geofferd en aan de armen gegeven.

Zijn grootvader, de heilige Profeet (s) noemde hem Mohammed. Hij kreeg ook zijn titel al-Baqir van hem. Dit was tien jaar voordat Imam al-Baqir (a) geboren werd. De profeet (s) wist dat zijn kleinzoon veel kennis zou verspreiden en vertelde de gemeenschap over hem. Hij zond ook zijn groeten via de metgezel van de Profeet (s) Jabir b. ‘Abd Allah al-Ansari aan hem.

Er werd via Maymun al-Qaddah via Jafar al-Sadiq (a) over Imam al-Baqir (a) het volgende overgeleverd:

“Ik, Imam al-Baqir (a) bezocht Jafar b. ‘Abd Allah al-Ansari (moge Allah (swt) tevreden met hem zijn). Ik begroette hem en hij groette terug. Toen zei hij tegen mij: Wie ben jij?

Dit was nadat hij blind was geworden. Mohammed al-Baqir (a) antwoordde ik. Mijn kind, kom dicht bij mij, zei hij. Ik kwam dichterbij en hij kuste mijn hand. Toen bukte hij bij mijn voet en kuste deze. Uit respect draaide ik van hem weg. Toen zei hij tegen mij: De Boodschapper van Allah (swt) geeft zijn groeten aan u. Ik vroeg aan Jabir waar ik deze begroeting aan te denken heb.

Hij vertelde me: Op een dag was ik samen met de Profeet (s) en toen zei hij tegen mij;

Jabir, misschien zult u leven tot u één van mijn nakomelingen genaamd Mohammed al-Baqir, de zoon van Ali al-Sajjad (a) ontmoet aan wie Allah(swt) licht en wijsheid zal geven. Geef dan mijn begroeting aan hem.”

De eigenschappen van de Imam (a)

Imam Mohammed al-Baqir (a) is de opvolger van zijn vader, Imam Al Sajjad (a) als de Imam van de Islam. Imam al-Baqir (a) was diegene die het werk van zijn vader voortzette. Hij overtrof iedereen door zijn uitmuntende verdienste in traditionele kennis en leiderschap. Hij werd gewaardeerd door zowel Shia als niet-Shia.

Geen van de zonen van Hassan en Hussein (a) bleken hetzelfde vermogen in kennis van religie, tradities, de soenna, de kennis van de Koran en het leven van de Profeet (s) te hebben als Abu-Jafar (a), Mohammad al-Baqir.

De metgezellen van de Profeet (s) en de leiders van de islamitische juristen overleverden over de fundamenten van religie op zijn autoriteit (a). Op grond van zijn uitstekende kennis werd hij een wegwijzer voor zijn familie. Er werden gezegden over hem gereciteerd. Ook zijn er vele verslagen en rapporten geschreven om Imam al-Baqir (a) te beschrijven (a).

De grootheid van de Imam

Al-Qurazi zei over Imam Mohammad al-Baqir (a):

“Oh jij die kennis opensplijt (baqir) en het beschikbaar stelt voor de vrome mensen en voor de beste van degene die zoeken naar het beantwoorden van de roep van de Almachtige.”

Malik b. Ayan al-Juhni zei met lof over Imam Mohammad al-Baqir (a) het volgende:

“De Qurasysh vertrouwen op Imam Mohammad al-Baqir (a) wanneer zij kennis over de Koran zoeken. Als iemand naar de zoon van de dochter van de Profeet Mohamed (s) vroeg, dan zou je de verschillende takken van kennis door hem verkrijgen. Imam Mohammad al-Baqir (a) is als sterren die schijnen voor de nachtreizigers en als de bergen die enorme kennis geërfd hebben.”

Al-Sharif Abu Muhammad al-Hasan b. informeerde mij op autoriteit van Abd Allah b. Ata’ al-Makki die het volgende zei:

“Ik heb de geleerden nog nooit met iemand gezien die zo veel jonger dan de geleerden zelf waren, alleen Imam al-Baqir (a). Ik heb al-Hakam b. Utayba, ondanks zijn verheven status onder het volk, zichzelf zien gedragen tegenover hem op dezelfde manier als een jongetje zichzelf tegenover een leraar gedraagt.“

Imam’s Geduld

Een Christelijke man die de Imam (a) wou bespotten veranderde het woord Baqir in Baqar en provoceerde de Imam (a). Zonder enig teken van bedroefdheid of boosheid te tonen, zei Imam al-Baqir (a) simpel: “Nee, ik ben niet Baqar, ik ben Baqir.”

De Christelijke man ging door: “Jij bent de zoon van een vrouw die een kok was.”

Imam al-Baqir (a): “Dat was haar baan. Dit is niet schandelijk.”

De Christen: “Jouw moeder was donker (huidskleur), schaamteloos en onbeleefd.”

Imam al-Baqir (a): ’’Als de dingen waarvan jij mijn moeder beschuldigd waar zijn, vraag ik Allah (swt) om haar zonden te vergeven en als ze niet waar zijn, vraag ik Hem om jou te vergeven voor je beschuldigingen en leugens.

Het geduld van de Imam (a) was voldoende voor de Christen om zich aangetrokken te voelen tot de Islam en zich te bekeren. Zodoende werd hij een Moslim.

Kulayni (bekende schrijver) schrijft; “Een groep van de vrienden van Imam Ali (a) omschrijven: Een dag gingen we naar zijn huis om hem gedag te zeggen. Nadat we hem gedag hadden gezegd en naar zijn gezondheid hadden gevraagd zagen we dat de Imam (a) heel verdrietig en aangeslagen was. Toen we naar de reden van zijn verdriet vroegen, kwamen we erachter dat de zoon van de Imam (a) erg ziek was. We zeiden tegen onszelf als zijn zoon sterft wat voor kwelling zou de Imam (a) dan het hoofd moeten bieden?

We namen afscheid en gingen weg en de volgende dag gingen we terug om te vragen hoe het met de Imam (a) was. Gelukkig, zagen we de Imam (a) in een gelukkige stemming. We zeiden tegen onszelf God heeft genade getoond en zijn zoon genezen en dus is de Imam gelukkig. Maar toen kwamen we erachter dat zijn zoon was gestorven. We gingen hem persoonlijk vragen waarom hij zo bedroefd was voor zijn dood maar erna, gelukkig. Imam antwoordde ons: “Mijn zoon was ziek en als mens en vader was ik erg verdrietig en bezorgd en deed ik er alles aan om hem te genezen en vroeg ik God om hem te genezen. Maar omdat God het Zijn wil is hem te laten sterven en hem bevrijd heeft van zijn pijn en lijden, heb ik me overgegeven aan zijn wil en heb ik God bedankt. We zijn tevreden en het eens met zijn Wil en we houden van alles waarvan Hij houdt en wenst.”

Imam's vroomheid

Mohammad bin Mankadir, een onbenullige vroom lijkende persoon, zegt; “omdat de Imam (a) te hard werkte zei ik tegen mezelf hij zit achter het materiële aan en ik moet hem stoppen en hem hier op wijzen ? Dus op een dag zag ik hem vermoeid en bezweet door hard werken in het hete weer. Ik naderde hem, groette hem, en zei; ’’O zoon van de Profeet (s), waarom zit je zo achter de rijkdom van de wereld aan? Als de dood je zou overnemen in deze conditie wat zou je dan doen?

Hij zei: “Dit is het beste van mijn tijd, omdat ik erin werk, zodat ik niet behoeftig wordt aan jullie mensen en anderen en niet eet van de inkomsten van anderen. Als God me de dood geeft in deze conditie zal ik heel gelukkig zijn, omdat ik Hem gehoorzaam.

Ik begreep dit punt en wist dat ik fout zat. Ik verontschuldigde mij, en zei; ’’Ik wilde jou erop wijzen en adviseren, maar jij deed het bij mij.’’

Ahl Al-Dhikr

Een Shaykh van de mensen van al-Rayy, die heel oud was, overleverde:

Imam al-Baqir (a) werd gevraagd over Gods woorden: “Vraag de mensen van de herinnering (Ahl al-dhikr) als je het niet weet.”

Hij zei:

"Wij zijn de mensen van de herinnering (Ahl al-dhikr)."

De Shaykh Al-Rayy zei: ”Ik vroeg Imam Baqir (a) over deze woorden. Hij zei; de mensen van de herinnering (Ahl al-dhikr) zijn alle religieuze geleerden (ulama)“.

Dit heb ik aan Abu Zura verteld. Hij was verbaasd over zijn woorden.
Toen zei ik wat Yahya b. Abd al-Hamld me verteld had. Hij zei: "Imam al-Baqir (a) spreekt de waarheid. Zij zijn de mensen van de herinnering (Ahl al-dhikr). Bij mijn leven, Imam al-Baqir (a) is één van de grootste geleerden (ulama).”

Imam al-Baqir (a) vertelde over het begin van de geschiedenis (mubtada) en overleveringen over de profeten. Overleveringen over de campagnes van de Profeet (Maghazi) werden op zijn autoriteit geschreven. Men volgde de handelingen van de Profeet (Sunna) op zijn gezag en vertrouwden op hem met betrekking tot de rituelen van de bedevaart, die Imam Baqir (a) vertelde op autoriteit van de Boodschapper van Allah (swt).

Zij schreven ook over de uitleg van de Koran op zijn gezag. Zowel de Shia (khassa) en de niet-Shia (Amma) brachten op zijn autoriteit verslagen uit over de tradities. Hij debatteerde met veel geleerden (Ahl al-ara') en de mensen leerden veel aspecten van theologie (ilm al-Kalam) van hem.

De status van Imam Muhammad al-Baqir (a) met betrekking tot kennis

Sheikh Toesi schrijft dat een man van de Syriërs Imam Mohammed al-Baqir bezocht (a) en zei: "Omdat u een man van kennis bent en het leren van uw kennis vruchtbaar, waardevol en waardig is voor mij, heb ik een onderwijssessie van u bezocht, maar ik heb vijandschap met u en uw familielijn.”

De Imam gaf hem geen antwoord. Na een paar dagen werd deze man ziek. De Imam (a) bezocht hem samen met zijn metgezellen en ging bij zijn bed zitten en vroeg naar zijn gezondheid. Toen de Syrische man deze elegantie en grootmoedigheid van de Imam (a) zag, toonde hij berouw over wat hij gezegd had en schaamde zich. Hij wist niet welke reactie hij aan de Imam (a) moest geven. De Imam (a) gaf orders over zijn eten en de behandeling aan zijn familieleden en Imam al-Baqir (a) bad voor hem en verliet hem vervolgens. Er ging geen lange tijd voorbij en de man genas. De man verliet hierbij het ziekenbed. De volgende dag streefde hij ernaar om de bijeenkomst van de Imam (a) te kunnen bijwonen en toonde hij berouw over wat hij gezegd had en vroeg om excuses.

Hij werd één van de vaste en eeuwige vrienden van de Imam (a).

De manier van trainen van Imam (a)

Imam's (a) gesprek met een christelijke geleerde.

Imam al-Sadiq (a) zei: "Op een dag kwamen mijn vader en ik van de bijeenkomst van Hasham. We liepen toevallig langs een plek waar een groep christenen bijeen was gekomen om vragen te stellen aan hun geleerde. Wij gingen er ook naar toe om te kijken wat er aan de hand was. We zagen een oude man met grijs haar en grijze wenkbrauwen tussen hen zitten. Wij gingen er ook bij zitten. De volgelingen van Jezus Christus zaten voor hem. en stelde hem vragen. De oude man merkte mijn vader Imam Mohammed al-Baqir (a) op en hij zei:

"Bent u een van ons of van de volgelingen van Mohammed (s)?” Mijn vader antwoordde:

“De volgelingen van Mohammed (s).”

Hij zei: "Bent u van de groep van de geleerden of de onwetenden?”

Mijn vader zei: "Ik ben niet een van de onwetenden."

De oude man zei: "Zal ik jou de vraag stellen of jij mij?"

Mijn vader zei: "Vraag mij maar.”

De oude man was verbaasd. Hij wierp een blik op mijn vader en zei: "O dienaar van God, laat me weten over de tijd die geen dag is noch nacht."

Mijn vader antwoordde: "Tussen de dageraad en de zonsopgang."

Hierop vroeg de christelijke geleerde; "Vanaf welke tijdstip is dat?"

Van de uren van het Paradijs en degene die pijn lijden en hun bewustzijn krijgen op dit tijdstip, de pijnen worden verlicht en degene die slapeloze nachten hadden gaan slapen op dit tijdstip. (Er wordt gerefereerd naar het laatste gedeelte van de nacht net voor fajr, waarin wordt aanbevolen om op te blijven en God te aanbidden.)

De christen: “De mensen in het Paradijs eten en drinken, maar scheiden niets uit. Is er iets op de wereld vergelijkbaar aan hen?’’

Imam al-Baqir (a): “Ja, het embryo dat in de baarmoeder eet, maar er wordt niets gescheiden uit hetgeen dat ze eten.”

Christen: “Vertel me of er iets op de wereld is dat lijkt op jouw claim dat mensen in het paradijs consumeren, maar niets er minder wordt en alles zijn originele vorm aanneemt.’’

Imam al-Baqir: “Ja een kaars, dat als er honderd andere kaarsen gaan branden door zijn vuur, zijn licht er niet minder van wordt."

De christelijke geleerde stond op van zijn plaats en zei: "Deze man is wijzer dan ik.” Toen hij ontdekte dat hij Imam Mohammed al-Baqir (a) was, werd hij moslim.

Gebeurtenissen uit het leven van de Imam

Onze Imam (a) werd geboren in de tijd van het kalifaat van Muawiya en hij heeft op driejarige leeftijd de tragedie van Karbala meegemaakt. Dit had een diepe indruk op de Imam (a) gemaakt.

Na de dood van de vierde Imam in 95 na Hijra waren de khaliefen (politieke leiders) in Damascus zo bezig met het bezetten van andere landen dat ze geen tijd hadden om zich bezig te houden met de mensen in Medina. Ze waren ook tevreden over het feit dat de Ahlalbait (a) niet in opstand gingen. De Imams leefden juist een vredige en rustige leven. Dit was de tijd waarvoor de Ahlalbait (a) hadden gewacht. Dit was de tijd waarvoor de Ahlalbait (a) hadden gewacht. Imam al-Baqir (a) opende een school die in Koran en hadith (overleveringen) lesgaf op de manier van onze heilige Profeet (s) en Imam Ali (a).

Tijdens zijn tijd als Imam (a) waren veel mensen verward en ontstonden er veel nieuwe sekten. Dus was deze tijd heel belangrijk voor Imam al-Baqir (a) om iedereen weer naar het juiste pad te leiden. Onze geliefde Imam (a) had uiteindelijk vijf kaliefen van de Bani Ummaya meegemaakt met als laatste Hisham ibn Abdul Malik.

Hisham ibn abdul Malik was de opvolger van Umer Ibn Abdul Aziz. Hij had een hart van steen en was een immoreel persoon. Hij was ook heel erg racistisch. Zijn vooroordeel tegen niet-Arabische moslims zorgde ervoor dat hij de islamitische belasting die zij moesten betalen, verdubbelde en zijn regeerperiode was een herhaling van de bloedige dagen van Yazid ibn Moawiya en Hajjaj Ibn Yousuf Thaqafi. Het was toen dat de broer van Imam Baqir (a) Zayd ibn Ali in opstand ging net zoals zijn voorgangers Imam Hussein en Imam Ali (a).

Imam al-Baqir (a) hield zich nooit bezig met politiek behalve als de regeerder hem uitnodigde. Omdat zijn vredige leven was toegewijd aan het spiritueel leiden van mensen werd hij niet getolereerd door de regering. Hisham ibn abdul Malik schreef aan zijn regering in Medina met het bevel om Imam al-Baqir (a) met zijn zoon Imam al-Sadiq (a) naar Damascus te sturen om ze te kleineren voor het publiek. Toen ze aankwamen in Damuscus liet hij ze drie dagen wachten. Op de vierde dag riep hij ze op. Hij zat op zijn troon omgeven door zijn bewapende bewakers. In het midden van de binnenplaats was een schietschijf geplaatst waar op werd geschoten met pijlen. Toen de Imam (a) binnenkwam vroeg Hisham hem ook pijlen te schieten.

Imam al-Baqir (a) probeerde zijn bevel te ontwijken, maar Hisham bleef aandringen en hij wilde de Imam (a) kleineren. Omdat de Imam (a) afgezonderd leefde, dacht Hisham dat hij misschien niet bekwaam was in de vechtkunsten. Wat hij natuurlijk niet wist is dat alle afstammelingen van de Profeet (s) het vermogen van Imam Ali (a) en moed van Imam Hussein (a) hebben geërfd. Hij besefte niet dat hun kalme en stille leven zo werd geleefd in overeenstemming met de wil van Allah (swt). Gedwongen door Hisham, nam hij de boog en schoot een paar pijlen achterelkaar en allemaal kwamen ze precies in het midden van de schietschijf terecht. Een schreeuw van lof kwam uit de monden van de verbaasde mensen die naast Hisham stonden.

De mensen in Damascus zagen hoe geweldig de Imam (a) was en daardoor kreeg hij veel volgelingen daar. Hisham had dit ook door en liet ze uiteindelijk terugkeren naar Medina. Zijn haat voor de Profeet ’s familie was nu nog meer gegroeid.

De Imam ging in Medina door met zijn kennis verspreiden. Zijn school had 25000 studenten die jurisprudentie, theologie en Islamitische wetenschappen leerden. Rond deze tijd werden 400 boeken met overleveringen samengesteld onder de begeleiding van Imam al-Baqir (a).

Martelaarschap van Imam (a)

Zoals hierboven is beschreven, was de kalief Hisham ibn Abdul Malik niet gelukkig met de voortgang die de Imam (a) maakte in het bereiken van de mensen in niet alleen Medinah maar ook alle andere Islamitische landen. Deze spirituele invloed zou veranderen in politieke invloed en dit kon de positie van de kaliefen in gevaar brengen. Des temeer de Umayade regering leerden over de Imam’s prestige en populariteit, hoe ondragelijker zijn bestaan werd. Dit resulteerde in het vergiftigen van de Imam (a) op bevel van Hisham.

Dus ten slotte, stierf Imam Mohammed al-Baqir (a), na jaren van problemen, verdriet, arbeid en dienst aan de Islamitische cultuur de martelaarsdood op de 7e van de Dhul Hidja 114 na Hijra op 57 jarige leeftijd. Zijn pure lichaam werd begraven naast de graven van andere Imams (a) in Jannatul Baqi.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Bronnen:

http://www.maaref-foundation.com/english/index.htm

http://www.al-islam.org/kaaba14/8.htm#Harassed by the Ummayad Government.

http://en.rafed.net/index.php?option=com_content&view=article&id=3365:imam-baqir-as-the-symbol-of-goodness&catid=84:seerah&Itemid=849

http://www.ezsoftech.com/stories/infallible7.asp

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen