De tragedie van Karbala blijft onvergetelijk!

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

In de maand Muharram, 61 na Hijra, vond er bij de rivier Eufraat in Irak een verschrikkelijke tragedie plaats. Vanuit historisch perspectief leken deze dagen onbelangrijk en niet relevant. Een groot leger, dat gestuurd werd door het Umayyad-regime, omsingelde een groep van minder dan honderd mensen en zetten hun onder druk om ze loyaliteit te laten zweren aan de leider van die tijd en onderwierpen aan zijn autoriteit. Toen de mensen van deze kleine groep weigerden loyaliteit te zweren en zich over te geven, vond er een hevige strijd plaats.

De duur van de gebeurtenis was kort van aard. Het duurde minder dan een dagdeel en alle personen van die kleine groep werden vermoord. Zoals honderden vergelijkbare en belangrijkere gebeurtenissen die gebeurden in de geschiedenis, zou ook deze gebeurtenis opgenomen worden in de geschiedenis en na verloop van tijd vergeten worden.

De dagelijkse gang van zaken veranderde niet voor de moslims door deze tragedie en iedereen hield zich bezig met hun dagelijkse bezigheden. De Islamitische zakenmannen waren druk bezig met hun beroepen. De moskeeën werden zoals altijd druk bezocht. De Islamitische predikers spraken vanuit de preekstoel over het ongeoorloofde en het geoorloofde, Paradijs en Hel, spirituele beloning en straf en andere religieuze zaken. Het enige waar ze niet over spraken was deze gebeurtenis die blijkbaar vergankelijk was en geen effect veroorzaakt had. Het was alleen de organisatie van het kalifaat die deze gebeurtenis in verschillende Islamitische gebieden kenbaar maakte, maar dan wel op een korte en dubbelzinnige manier. Dit werd gedaan om de volgende twee redenen: ten eerste, de mensen dienden te weten te komen over de leiders van de beweging die tegen de regering waren, vermoord werden, en dat zij hiervan moesten leren, zodat in de toekomst dergelijke opstanden niet plaats zouden vinden. Ten tweede, het kalifaat (leiderschap) liet zichzelf als onschuldig bestempelen en de leiders van de beweging moesten als avontuurlijk en vals gezien worden. Hussein (a) bin Ali was de leider van de opstand en werd geïntroduceerd als iemand die tegen de waarheid en een leugenaar was.

Niet alleen het regime van Bani Umayya en zijn aanhangers, maar ook het merendeel van de moslims toentertijd beschouwden deze tragedie als een hoogtepunt van het succes van de moordenaars van Imam Hussein (a). Niet alleen de Imam en zijn metgezellen hadden te maken met het martelaarschap, maar na de gebeurtenis had zowel niemand onder de Ahlalbait (het nageslacht van de profeet) als anderen de moed om tegen Yazid in te gaan, en de harten die gewond waren geraakt door het martelaarschap van de Imam (a) zouden na verloop van tijd helen.

Deze mensen waren zich niet bewust van de ware geest van deze tragische gebeurtenis die slechts in een paar uur plaatsvond. Zij wisten niet dat na verloop van tijd de grootheid en het effect van deze heilige strijd tegen leugen en tirannie zou blijven toenemen.

Tijdens het optreden van deze tragedie, waren er slechts enkele personen onder de Ahlalbait, die de waarde en het belang ervan konden beoordelen, spreken over het effect, die het later op moslims zou hebben en loste in een bepaalde mate hen van de misvatting af waarin zij zich bevonden. Deze personen konden met hun toespraken de slechtheid van het heersende regime en de aandacht van de mensen trekken naar de slag, waarmee de vijand van de martelaars die vreedzaam in hun graf lagen te maken hebben gehad en de opschudding die de hoofden later in de geschiedenis, de hoofden die los zijn geraakt van hun lichamen en op speren werden gehouden, onthullen. De personen die naar verschillende steden en regio’s gingen, veranderden de gedachtes van de mensen en maakten hun heilige martelaars vrij van de beschuldigingen die tegen hen werden gedaan op zo’n manier dat de feiten van de gebeurtenis duidelijk waren geworden.

Hier ontstaat een vraag, waar naar gekeken moet worden en beantwoord dient te worden. De vraag is: waarom heeft de tragedie van Karbala een centrale positie ingenomen van alle gebeurtenissen in de Islam en alle religieuze opstanden, en geen een collectieve opstand, strijd en martelaarschap zou een dergelijke grootheid kunnen verwerven in de wereld als de opstand van Imam Hussein (a)?

In de strijd van Uhud, die plaatsvond in de buurt van Madina in de maand van Shawwal 3 na Hijra tussen de moslims en de polytheisten van Mekka, gehoorzaamden een groep van 40 moslims hun commandant niet. Daarom werden 700 moslims, die vechten tegen 3000 polytheisten, verslagen nadat zij de vijand in de eerste instantie overwonnen hadden. Meer dan 80 personen werden gedood. De lichamen van de meeste martelaars werden op een zodanige manier verminkt dat een zus het lichaam van haar broeder niet zou kunnen identificeren met uitzondering door middel van een mankement in zijn vinger. Ondanks deze strijd van Uhud en het martelaarschap van 70 tot 80 moslim heeft niet de grootheid van de tragedie van Karbala kunnen bereiken.

Een andere tragische gebeurtenis is dat van de martelaars van Fakh, waarbij een aantal nakomelingen van de Heilige Profeet (s) gedood werden in de buurt van Mekka tijdens de periode van Hadi Abbasi.

Een andere vergelijkbare gebeurtenis is het martelaarschap van 16 Hasani Sayyiden die gevangen werden genomen in de gevangenis van Hasimiyya van Kufa in opdracht van Mansur Dawaniqi. Zij overleed achtereenvolgens en Mansur gaf geen toestemming om de lijken te begraven. Toen ze allemaal stierven gaf hij de opdracht om het dak van de gevangenis op de dode lichamen van deze zonen van de Heilige Profeet (s) te laten vallen. Zij werden niet gewassen, niet verhuld in een lijkkleed en ook niet begraven. Deze, maar ook andere vergelijkbare tragedies in de geschiedenis van Islam kunnen niet de tragedie van Karbala evenaren en geen enkele van deze martelaren kunnen vergeleken worden met Imam Hussein (a).

Hamzah bin Abdul Muttalib, de grootmoedige oom van de Profeet van Allah werd gedood in Uhud en hij ontving de titel van de Meester van de Martelaren van Allah en Zijn Profeet. De oom van de Profeet (s) heeft, net zoals Imam al Hussein (a), de titel Meester der Martelaren van Allah en Zijn Profeet en beiden hebben met hun daden een ander effect gecreëerd.

We zijn niet van plan en zijn waarschijnlijk niet in staat om een compleet en uitgebreid antwoord te geven op deze vraag. Wel kan er gezegd worden dat naast de persoonlijkheid van de leider van de opstand, dat zeker een reden is voor de hogere positie ten opzichte van andere opstanden, een van de meest belangrijke en effectieve factoren en oorzaken van de superioriteit van de opstand van Imam Hussein (a) was het hoofdstuk die na de tragedie was toegevoegd na het martelaarschap van Imam Hussein (a) en zijn metgezellen. Het was een hoofdstuk waarbij de vijand zelf aandrong om het samen te stellen en dus op die manier ongewild zijn eigen schande creëerde. Het resultaat was dat het door Ahlalbait, die gevangen werden genomen, en ook door diegenen die Imam Hussein (a) hadden gedood, dat de wereld te weten kwam over de waarheid en het belang van deze opstand.

De vijanden behandelden de Ahlalbait na het martelaarschap van de Heilige Imam op een brute wijze. Zij ontkleedden de martelaren van hun bezittingen, en plundereden hun kledij. Zij haastten zich in de tenten, plunderden het eigendom van Ahlalbait en zetten hun tenten in vuur. Zij probeerden de zieke Imam Sajjad (a) in zijn bed te vermoorden. Zij lieten de dode lichamen van de martelaren vertrappen onder de hoeven van hun paarden en hielden hun hoofden op speren vast. Zij gedroegen zich wreed ten opzichte van de bedroefde gevangenen en doorboorden een stok in de lippen en tanden van de Imam.

Deze walgelijke daden hadden een negatief effect op de vijand en lieten de ware positie aan de mensen van Karbala tot Damascus weten. Yazid nam zelf deel aan deze gruweldaden en had een deel in de daaruit voortvloeiende schande voor zichzelf en zijn handlangers.

Aan de andere kant liet de Ahlalbait (a) perfecte grootheid en grootmoedigheid zien en gedroegen alsof er niets gebeurd was en dat zij zich geen ellende ervoeren. De meeste mensen waren onder de indruk van het feit dat de Ahlalbait (a) door de regeerders werden verslagen en uitgeroeid, maar waar de Ahlalbait (a) ook naar toe gingen; zij praatten altijd over het belang van het volgen van de juiste leerweg; die van de Profeet (s) en zijn Ahlalbait (a). Ook probeerden zij de mensen ervan bewust te maken dat de vijanden kwade intenties hadden, opdat de mensen de waarheid in zouden zien. Wanneer de meeste mensen dachten dat de vijand gewonnen had, introduceerden in de geschiedenis zij zichzelf als verheven en succesvol, en de trotse vijand als ongelukkig en eerloos. In tegenstelling tot de verwachting van de mensen, voorspelden zij de val van Bani Umayya.

Ibn Sad en Ibn Ziyad hebben uit een zaak van eigenbelang na het martelaarschap van Imam Hussein (a) en zijn metgezellen respect en eerbied ten opzichte van de Ahlalbait van de Heilige Profeet laten zien en condoleerden hun met de tragedie die door hen veroorzaakt werd. Als de barbaarse activiteiten van de vijand aan de ene kant en de indrukwekkende preken van de Ahlalbait aan de andere kant, niet hadden plaatsgevonden, zou het martelaarschap van de Imam en de tragedie van Karbala zeker niet reflecteren in de huidige vorm, en de vijanden van de Imam, zouden niet zo'n intense manier gehaat worden. Dit is de wil van Allah (swt).

De vijand nam de Ahlalbait op een geforceerde manier als een gevangene van de ene stad naar de andere en voorzagen hen een kans om tegen mensen te praten, die grotendeels toeschouwers waren van deze tragedie, en introduceerden zichzelf aan hen en noemden de Heilige Profeet overal als hun vader of zijn grootvader. De Ahlalbait had op de 12de van Muharram de eerste kans om hun preken tentoon te stellen toen zij naar de stad Kufa werden gebracht. Voor de Ahlalbait was het moeilijk om Kufa te zien, omdat het grote deel van het Kalifaat van Imam Ali in deze stad had plaatsgevonden. In 41 na Hijra, zijn de dochters van Imam Ali samen met hun broer Imam Hassan, van Kufa naar Medina gegaan, en nu, na 20 jaar, arriveerden zij als gevangenen in een stad waarin zij vier jaar lang geregeerd hadden. De mensen van Irak die de Nahrawan steunders waren van Ali in de strijd van de kameel, Siffin en Nahrawan, hadden nu zijn zoon vermoord en hielden hun andere nakomelingen gevangen.

Echter, de sprekers van Ahlalbait van Medina en Hijaz waren naar Kufa en Irak gekomen om mensen aan te spreken en de mensen herenigden in de straten en bazaren om hun toespraken aan te horen. Zij begonnen van vanaf de 12de dag van Muharram en spraken vrijuit, zonder angst. Toen er geen kans was om in de bazar te spreken, en er geen ander publiek was dan het gerechtshof van Ibn Ziyad, dan gingen zij toch door met spreken, hoewel het in de vorm van antwoorden op zijn vragen waren, en vervolgens keerden zij terug naar hun gevangenis in Kufa. De toespraken van deze moedige en ongeëvenaarde sprekers wekten enorme indruk op de mensen, inspireerde hun hart en veranderde hun opvattingen. Er begonnen tranen te vloeiden uit hun ogen en zij realiseerden hun ernstige fouten. Deze toespraken wekte gevoelens van de mensen op en de waarde en belang van deze gebeurtenis werd hen duidelijk. De pogingen van de vijand om met de feiten van deze gebeurtenis te knoeien waren niet gelukt en de tragedie van Karbala werd in zijn ware vorm in de geschiedenis opgenomen.

De extreme dorst van Ahlalbait werden in de pagina´s van de geschiedenis bevestigd. De wandaden van de vijand werden vastgelegd. De geschiedenis laat ook de spirituele verhevenheid van de metgezellen en steunders van de Imam zien. Deze zin van Ali bin Hussein (a) werd ook in de geschiedenis opgenomen: “wanneer wij op het juiste pad zijn, waarom zouden wij bang zijn voor de dood?” De volgende woorden van Qasim bin Hassan verlichtten ook de pagina’s van de geschiedenis: “Voor mij is de dood zoeter dan honing.” De toewijding en de manier van spreken van Muslim bin Awsaja zijn in de volgende woorden belichaamd: “Als wij onze steun voor zouden terugtrekken en er niet in slagen om deze taak uit te voeren, welke verontschuldiging moeten we geven aan Allah? Ik zweer bij Allah, ik zal mijn steun aan jou nooit opgeven totdat ik mijn leven ter wille van jou heb gegeven en ik eerder ben overleden dan al jouw andere vrienden.”

De Imam had Sa’id bin Abdallah Hanafi de toestemming gegeven om weg te gaan. Zijn spirituele grootheid, karakter en moed is in de volgende zin samengevat: “Ik zweer bij Allah ook al ben ik vermoord en ik weer tot leven word gewekt en ik verbrand ben in het vuur en mijn as verstrooid raakt in de lucht en dit proces zou zich zeventig keer herhalen, ik zou jou nooit verlaten totdat ik op deze weg gedood ben.”

De volgende woorden hebben de naam Bishir bin Amr vereeuwigd in de geschiedenis van de martelaars van Islam: “O Hussein (a) bin Ali! Moge de woeste dieren van de woestijn mij in stukken scheuren als ik jou verlaat en aan andere vraag over jouw omstandigheden. Waarom zou ik mijn steun voor jou terugtrekken als jij alleen bent en geen vrienden hebt? Ik ga zoiets absoluut niet doen.” Hij uitte zijn toewijding in deze woorden: “Is het mogelijk dat ik de zoon van de Heilige Profeet verlaat zodat de vijanden mij genadig zijn en ik mijn eigen leven op die manier kan redden? Moge Allah een dergelijke dag niet brengen”.

De volgende woorden die uitgesproken zijn door de eerbiedige martelaren van Karbala, die hun ongeëvenaarde grootheid, moed, oprechtheid en standvastigheid laten zien zijn in de pagina’s van de geschiedenis opgenomen: Amr bin Qurza Ansari zei, terwijl hij zijn laatste adem uitblies: “O zoon van de Heilige Profeet! Ben ik je trouw geweest en heb ik mijn taak verwaarloosd?”

Habib bin Mazahir Asadi zei tegen Muslim bin Awsaja toen de laatste aan het overlijden was: “Muslim! Ik feliciteer je dat je eerder naar het Paradijs gaat dan ons”.

Muslim, die op de grond lag, antwoordde: “Habib, Ik ga, maar jij moet de Imam niet achterlaten.”

Abu Thamama Saidi zei in de middag tegen de Imam: “Wat zou het goed zijn als wij samen met jou het middaggebed zouden kunnen doen voordat je gedood werd.”

Als de toespraken die afgeleverd werden in Syrië daar niet waren en als de zus en de zoon van Imam Hussein (a) de kans niet hadden om te spreken in het gerechtshof van Ibn Ziyad en Yazid, zou de gebeurtenis van het martelaarschap van Imam Hussein (a) en zijn metgezellen niet in de huidige vorm opgenomen worden. De geschiedenis zou de ware feiten niet in rekening hebben gebracht. Zelfs de zin die was uitgesproken door een zwarte slaaf die tegen de Imam zei: “Ontneem mij niet van martelaarschap en laat mij mijzelf vrij maken van mijn verantwoordelijkheid ondanks het hebben van een zwart gezicht", zou vergeten zijn. De tragedie van het martelaarschap van Imam Hussein (a) is een van de meest lichtgevende, sublieme en het meest unieke hoofdstuk van de geschiedenis. Niets was in staat geweest om met deze historische gebeurtenis te knoeien en tegengestelde feiten te schrijven. Beroemde historici zoals Shakh Mufid, Tabari en Abul Faraj Isfahani hebben unaniem de exacte details van deze tragedie opgenomen. Zoals we eerder hebben genoemd, de reden was dat de vijand een ernstige fout maakte en onopzettelijk aandrong dat deze tragische gebeurtenis gerelateerd moet zijn in Kufa – het centrum van Irak, Damascus – het centrum van Syrië en Medina –het centrum van Hijaz door de Ahlalbait, die gevangen werden genomen en ooggetuigen waren van de gebeurtenissen van de dag van Ashura en wie kon dit anders beter uitleggen dan hun. Ali bin Hussein (a) relateerde deze gebeurtenissen op een dag aan de mensen in de bazar van Kufa, op een andere dag in de Jamea Moskee in Damascus, en na verloop van tijd in Medina, en dit gebeurde op zo’n manier dat de positie helder voor hen helder werd alsof zij zelf aanwezig waren in Karbala op de dag van Ashura.

Aan het eind had Yazid spijt op het verloop van deze ontwikkelingen. Hij realiseerde zich goed dat het een ernstige fout was om de vrouwen en kinderen als gevangenen naar Syrië en Kufa te brengen en het zou beter zijn als zij geëindigd waren als het martelaarschap van Imam Hussein (a) en zijn metgezellen, en een nieuw hoofdstuk niet geopend werd, en de Ahlalbait geen toestemming had moeten krijgen om op de bazar en publieke bijeenkomsten te spreken. Echter, het was te laat. Wat er gezegd werd met de lippen kon niet meer naar de borsten teruggebracht worden en de scènes die door de mensen gezien werden en de toespraken die door hen gehoord werden konden niet uit hun geheugen gewist worden. Het was lang niet meer mogelijk dat diegene, die hard hadden gehuild in de bazars, de nakomelingen van de Heilige Profeet nogmaals moesten overwegen, over wie het vers van Zuivering (33:33) geopenbaard werd, opstandig en klaar om te doden!

Als mensen getroffen worden door een ramp dan verbergen ze het meestal en willen niet dat andere weten wat er met hen gebeurd is. In tegenstelling tot de Ahlalbait, die dit zo veel mogelijk nastreefden en zij moeten de mensen laten weten waarom ze hadden geleden. Om deze reden vertelden zij bij iedere kans in detail de gebeurtenissen van Karbala en zelfs Imam Hussein (a) die de hoogste menselijke en Islamitische waarden bezat werd meestal met de titel martelaar genoemd.


© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen