Familie van Imam Hussein (a) na Ashura

In de naam van Allah, de meest Barmhartige de meest Genadevolle

Moge Allah jullie beloningen verdubbelen voor het rouwen om Imam Hussein (a) en zijn familie



Wat is er na Ashura gebeurd?

De tenten werden afgebrand en de vrouwen en kinderen werden beestachtig achterna gerend. Iedereen werd in touwen gebonden en vervolgens werden ze naar de gouverneur van al Kufa (Obeid ibn Ziyaad) gebracht. De hoofden van Imam Hussein (a) zijn familieleden en de metgezellen werden tentoon gesteld. In Kufa sprak Zaynab (a) de bewoners van Kufa toe. Ze huilde en zei: "Ons om hulp vragen en vervolgens ons weer in de steek laten".

Zaynab (a) zei: "O mensen van kufa! O verraders! O zondaars! Nu huilen jullie ? Moge Allah de stroom van jullie tranen nooit verminderen en moge jullie harten voor altijd met verdriet branden! Nu huilen jullie voor mijn broer? O mensen van Kufa! Weten jullie welk deel jullie van Mohammad hebben weggesneden en wiens bloed jullie vergoten hebben en welke heiligheid jullie overtreden hebben?"

Imam Sajjad (a) in het hof van ibn-e-Ziad (burgemeester van Kufa)

Inachtneming van de rapporten van de ambtenaren over de opschudding en het verstoren van de stad Kufa, heeft ibn-e-Ziad opdracht gegeven dat zij (de Gevangenen) zo spoedig mogelijk naar het hof moeten worden gebracht. De gemene, onaangename en opzichtige zoon van Ziad hield een grote bijeenkomst met de aanwezigheid van alle edele, kenbare hoogwaardigheidsbekleders van Kufa om zo met zijn macht te pronken. Hij bedreigde en schrikte hen af zodat zij voortaan niet de moed kregen om een woord te spreken. Anderen zouden moeten weten dat als iemand zich verzet, hij hetzelfde lot zou krijgen. 

Aldus werden de (familieleden) van Imam Hussain (a) binnengebracht en aldaar werden ze aanschouwd door de menigte. De aanwezigen bekeken hen met verbazing; geen van hen besteedde nog aandacht aan ibn-e-Ziad, de moordenaar van Kufa.


De zoon van Ziad werd woedend en wou minachting aan hen tonen, maar hij durfde het niet. Imam Sajjad (a) zei tegen hem: "Oh, de zoon van Ziad! Vandaag zit u op de stoel en de troon van de Macht en de zonen van de Profeet (s) bevinden zich vóór u. Denk niet dat u enige waarde kent in onze ogen".

Deze woorden bleken zo efficiënt dat de heerser van Kufa hierdoor overweldigd werd en zijn verstand verlies, waarop hij vuile taal gebruikte en hen bedreigde. Daarna gaf hij de opdracht dat Imam Sajjad (a) wordt gedood, maar wegens de ophef en het geschreeuw van de gevangenen en het bezwaar van de aanwezigen onthield hij zich hiervan. Maar de Imam (a) richtte zich naar hem en zei: "U doet me schrikken van de dood. U moet weten dat gedood worden onze gewoonte is en het martelaarschap onze adel en generositeit."

Ibn-e-Ziad wist niet wat te doen en wat te zeggen. Hij had geen alternatief behalve de opdracht te geven de gevangenen zo spoedig mogelijk weg te halen van deze samenkomst.

Inachtneming van de rapporten van de ambtenaren over de opschudding en het verstoren van de stad Kufa, heeft ibn-e-Ziad opdracht gegeven dat zij (de Gevangenen) zo spoedig mogelijk naar het hof moeten worden gebracht. De gemene, onaangename en opzichtige zoon van Ziad hield een grote bijeenkomst met de aanwezigheid van alle edele, kenbare hoogwaardigheidsbekleders van Kufa om zo met zijn macht te pronken. Hij bedreigde en intimideerde hen zodat zij voortaan niet de moed kregen om een woord te spreken. Anderen zouden moeten weten dat als iemand zich verzet, hij hetzelfde lot zou krijgen.

Aldus werden de (familieleden) van Imam Hussain (a) binnengebracht en aldaar werden ze aanschouwd door de menigte. De aanwezigen bekeken hen met verbazing; geen van hen besteedde nog aandacht aan ibn-e-Ziad, de moordenaar van Kufa.

De zoon van Ziad werd woedend en wou minachting aan hen tonen, maar hij durfde het niet. Imam Sajjad (a) zei tegen hem: "Oh, de zoon van Ziad! Vandaag zit u op de stoel en de troon van de Macht en de zonen van de Profeet (s) bevinden zich vóór u. Denk niet dat u enige waarde kent in onze ogen". Deze woorden bleken zo efficiënt dat de heerser van Kufa hierdoor overweldigd werd en zijn verstand verlies, waarop hij vuile taal gebruikte en hen bedreigde. Daarna gaf hij de opdracht dat Imam Sajjad (a) wordt gedood, maar wegens de ophef en het geschreeuw van de gevangenen en het bezwaar van de aanwezigen onthield hij zich hiervan. Maar Imam Sajjad (a) richtte zich naar hem en zei: "U doet me schrikken van de dood. U moet weten dat gedood worden onze gewoonte is en het martelaarschap onze adel en generositeit."

Op weg naar Yazid in Syrië

Vervolgens werden de vrouwen en kinderen naar Syrië meegenomen, waar Yazid was. De route was erg zwaar en ze moesten door bergen en heuvels!

Op hun weg in Syrië kwamen ze een klein kerkje tegen. In dit kerkje werkte een monnik. De monnik hoorde huilende kinderen en kwam naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Hij zag de huilende kinderen en lachende soldaten, alsof ze net een oorlog hebben gewonnen. De monnik zag een soldaat met een speer in zijn hand. Op die speer zat een hoofd. De monnik kwam dichterbij en zag licht uit dat hoofd komen. De monnik vroeg het soldaat van wie dit hoofd was. Het soldaat antwoordde: "Dit is het hoofd van al Hussein (a), zoon van Fatima dochter van de profeet!"

De monnik keek het soldaat verbaasd aan en zei: "Er is een plek in Jeruzalem, waar men denkt dat er een afdruk zit van het ezel van Jezus (a). Miljoenen christenen gaan jaarlijks op bedevaart om dit afdruk van de hoeve. Miljoenen mensen gaan naar een afdruk van een ezel van een profeet en jullie ?!?! Jullie vermoorden zo jullie heiligen en de familie van jullie profeet?" De monnik vroeg het soldaat of hij het hoofd voor een nacht mocht hebben. De monnik betaalde het soldaat en kreeg het hoofd. De monnik zette het hoofd op zijn schoot en huilde de hele nacht. De volgende dag gaf hij het hoofd terug. De monnik werd moslim en het kerkje werd een moskee, wat nog steeds te vinden is in Syrië.

Het hof van Yazeed

Ze kwamen bij Yazid aan. Toen de zoon van al Hussein (a), Ali ibn al Hussein (a), en de vrouwen en kinderen bij Yazid binnen kwamen, zat Yazid het gezicht van al Hussein (a) met een houten staaf te slaan. Yazid zei tegen Zaynab (a): "Kijk wat Allah met jullie gedaan heeft! Wat zullen mijn voorouders blij zijn dat ik hen voor de slag van Badr heb gewroken."

Zaynab (a) zei: "Ik dank aan Allah die ons geëerd heeft met zijn profeet Mohammad (s) en ons van elke smet zuiver gehouden heeft. Ik heb welwillendheid en goedheid vanuit Allah zien komen! Wat betreft ons, de familie van de profeet, martelaarschap is op ons getekend en is voor ons een gewoonte".

En laat degenen, die vlug tot ongeloof vervallen, u niet verdrieten; we geven hen slechts meer tijd zodat zij in zonden kunnen stijgen en voor hen zal er een zware straf zijn. [Koran 3:176]

Zayneb (a) ging verder en zei: "O Yazid, als je denkt dat je ons hiermee laat vergeten, dan is het maar een illusie in jouw gedachte. De geschiedenis zou integendeel jou vergeten". En haar (a) woorden klopten waarlijk. Kijk om je heen. Waar is Yazid en zijn graf? Waar zijn zijn paleizen? Waar is zijn vader? En kijk naar de familie van de profeet (s) die overal te vinden zijn!

"O Yazid! Je onteert de mond van al Hussain (a) vrolijk met je stok, terwijl het de plek was waar de profeet hem kuste"!

"O Yazid! Wees niet opgeblazen van vreugde na het doden van de familie van de profeet..."

En denkt niet over degenen, die terwille van Allah zijn gedood, als doden. Nee, zij zijn levend en bij hun Heer worden hun gaven geschonken. [Koran 3:169]

"O Yazid! Voel je je niet hoog, omdat je denkt dat je ons hiermee verslagen hebt. Op de dag des Oordeels zul je voor de profeet Mohammad (s) gebracht worden en ten laste gelegd worden voor het overtreden van de heiligheid van zijn familie. Op die dag zul je bestraft worden voor je misdaad. Allah is niet onrechtvaardig tegen iemand. Wij steunen op Hem en bij Hem zoeken we toevlucht. Jij zult noch onze nagedachtenis niet vernietigen, noch zul je die smet die je je zelf hebt toegebracht kunnen verwijderen. Jouw dagen zijn geteld en jouw partij zal aan alle kanten verspreiden op de dag dat de Omroeper zal zeggen: "Allah's vloek op de onrechtvaardigen en de tyrannen"

Imam Sajjad (a) hief zijn hoofd op en zei, " U beweert dat u een Moslim bent, wat zou de Profeet (s) met u doen en tegen u zeggen, als hij ons in deze omstandigheden ziet dat u ons gevangen hebt genomen’’.

Deze sterke zin van Imam (a) heeft de aanwezigen bij deze gelegenheid doen huilen en Yazeed was pijnlijk verbijsterd en heeft meteen opdracht gegeven de kettingen open en los te maken. Toen begon hij weer met lasteren. Daarop verzetten de kinderen van Imam Hussain (a) en Imam Sajjad (a) en weerstonden zich meteen tegen hem en gaven toespraken, die hem onteerde en zijn geslacht en familie te schande maakten. Het kwam op aan, dat van binnenuit zijn haram (vrouwen appartement) een lawaai van gemaakt bezwaar, protest en geschreeuw kwam. Dat gegil en deze stemmen van geschreeuw, en protesten waren als een slag op het hoofd van Yazeed, alsof het een hamer was. En dat wekte hem van de diepe sluimer en de slaap van dronkenschap. Hij wist dat als hij het verblijf van de familie van de Profeet (s) langer toestond, binnen een korte tijd een opstand zal opkomen wat het einde kan betekenen van zijn leven. Hij zag zich verdronken in de oceaan van het protest, de bezwaren, de ergernis en de woede van de mensen. Hij zocht naar manieren om een uitweg te vinden voor zijn veelbesproken misdaden.

Plotseling schreeuwde hij en zei, "Moge God ibn-e-Ziad vervloeken. Ik was niet uit op het doden van Hussain (a) en het nemen van zijn resterende familie als gevangenen. Maar alles was gebeurd en alle mensen wisten dat hij zelf de echte misdadiger was’’.

Zo gaf hij de ambtenaren meteen de opdracht de gevangenen naar een plaats te brengen die vooraf voor hen was verstrekt, zodat hij niet met enige verdere schande wordt geconfronteerd.

Zij plaatsten de familie van de Profeet (s) in een ongeschikte plaats. Maar  zij (de Gevangenen) zaten niet stil en wanneer zij de kans kregen informeerden zij de mensen over de misdaden van Yazeed. Zo veel dat zelfs de drie jaar oude dochter van Imam Hussain (a), Ruqaia genaamd, deelnam en een rol speelde in dit gevecht en campagne.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen