Herdenking van de martelaarschap Moslim ibn Aqeel, 5 Muharram

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Imam Hussein (a) herinnerde zich hoe de Koefanen zijn vader, imam Ali (a), in de steek hadden gelaten, terwijl hij hen nodig had. Hij was ook niet vergeten hoe ze zijn broer, Imam Hassan (a), hadden behandeld, maar hij het toch als zijn plicht om deze mensen te helpen. De Imam vertrok terwijl hij wist dat hij nooit zou terugkeren. Hij wist dat hij en zijn broers, zoons en vrienden vermoord zouden worden in Karbala. 

Karbala

Het bericht van de komst van Imam Hussein (a) naar Kufa ontging Yazid niet en hij stuurde Obeidulah ibn Zyad naar Kufa om de mensen met alle middelen om te kopen. Hij bood hen geld en macht aan en dreigde diegenen die voor Imam Hussain opkwamen te zullen doden. 

Onderweg stuurde Imam Hussain zijn neef Moslim ibn Aqiel (zoon van Aqiel, Aqiel is de broer van Imam Ali) naar Kufa om de mensen op de hoogte te stellen en te kijken hoe de situatie daar was.

In het begin kozen de mensen massaal de zijde van Muslim. Zij gingen achter hem bidden en luisterden naar de berichten over Imam Hussein (a). Toen Yazid vernam wat zich in Koefa afspeelde, zond hij Obeidulah, zoon van Ziejaad (een gekende vijand van de familie van de profeet (v.z.m.h)), naar Koefa. Hij gaf hem het bevel alle stamhoofden gevangen te nemen en Muslim te doden. 

De mensen waren bang voor de dood en hebberig naar geld en Muslim zag langzamerhand hoe de mensen een voor een de kant van Yazid kozen, tot er geen enkele man overbleef die de Imam steunde. 

Muslim zocht zijn toevlucht tot het huis van een oude vrouw en hield zich daarin schuil. Toen haar zoon erachter kwam wie deze man was in het huis van zijn moeder, verklikte hij het bij Oebeidoellah. Moslim werd gearresteerd en uiteindelijk van het hoogste punt van het paleis naar beneden geworpen. Zijn dode lichaam werd door de straten van Koefa gesleurd, zodat iedereen het kon aanschouwen. Het droevige nieuws bereikte imam Hussein (a) toen hij Koefa al was genaderd om zich aan te sluiten bij Moslim.

Obeidulah stuurde een leger van tienduizenden mannen richting Medina om de Imam tegemoet te zien. Dit leger stond onder leiding van Hurr Alriahi en Omar ibn saaid. Toen Al-Hurr de karavaan van imam Hussein (a) ontmoette, was de watervoorraad van zijn leger op en ze hadden dorst. Imam Hussein (a) gaf hen onmiddellijk wat te drinken, ondanks dat ze zijn vijanden waren. Hurr vertelde imam Hussein (a) over zijn opdracht en gaf hem het bevel niet verder te trekken naar Koefa, maar naar Karbala te gaan. 

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen