De heldhaftige dorstlesser van Karbala

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Water, één van de meest essentiele overlevingsmiddel op aarde. Daaruit is de dorst één van de zaken die een mens voor een lange termijn moeilijk kan volhouden. Je hebt het zelf ook wel eens ervaren, in de hitte, veel inspanning, activiteit, vermoeidheid en geen water kunnen vinden die de krachtige dorst kan lessen.



Op de dag van Ashura was er een persoon die een belangrijke rol vervulde voor het drenken van water aan dorstige vrouwen en kinderen van Banu Hashim. Een beeldschone held vol met liefde, broederschap, geduld, trouwheid, resoluut en moed Abu Fadhl Al Abbas ibn Abu Talib (a), ook genoemd als Qamar Banu Hashim. Geboren in de maand Sha’aban in het jaar 26 Hijri in Al Medina. Zijn moeder genaamd Fatima bint Hazem bin Khalid waarmee Imam Ali (a) trouwde na het overlijden van Fatima Al Zahra (a). Fatima bint Hazem bin Khalid kreeg naast Al Abbas (a); Abd Allah, Jafar en Othman, waardoor zij de naam Om Al Banin (moeder van de zonen) kreeg. Haar zonen werden allemaal op de dag van Ashura gemarteld, waaronder Abu Fadhl Al Abbas (a).

De persoonlijkheid van Abu Fadhl Al Abbas kenmerkt zich met moed, geduld, trouwheid, sterkte en broederschap, die hij heeft geërfd van zijn krachtige vader imam Ali (a). Op de dag van Ashura, de dag van verdriet voor onze profeet (s) en zijn Ahlalbait (a). De dag waarop de watervoorraad uitgeput raakte en geen druppel water meer te vinden was in de tenten van Banu Hashim. Machteloze kinderen en zuigelingen waarbij de melk van de moeders uitgedroogd was en enkelingen hierdoor stierven. De kamp van imam Al Hussein (a) werd door de vijanden omringd en Omar Ibn Sa’ad verbood het water aan Banu Hashim.

Al Abbas en Imam Hussein (a) hoorden de kinderen schreeuwen en huilen vanwege de dorst, Al Abbas (a) ging naar het leger en vroeg om water voor de kinderen. Na onderlinge meningsverschillen in het vijandige leger weigerde Omar ibn Sa’ad uiteindelijk. Terugkerend hoorde Al Abbas (a) de huilende kinderen en zuigelingen in de hete woestijn roepen ''De dorst, de dorst oom!'' , zijn woede kon dit niet aanzien en besloot om de strijd aan te gaan. De weg op naar rivier Al Furat werd verhinderd door vijanden, waar Abu Fadhl Al Abbas (a) vechtend duizend man van heeft verslagen. Na een heftige strijd kwam Qamar Banu Hashim dorstig aan bij de Furat en tilde een hoeveelheid water op met zijn hand en wilde een slok nemen, maar herdacht de dorst van Imam Hussein (a) en gooide het water weg en zei de volgende beroemde uitspraak van hem ‘’Ya nafs bad Al Hussein houni, wa badahou kounti am lam takouni, hatha Hussein warid al manouni wa tashrabeen barid al maeney’’. Abu Fadhl Al Abbas (a) vulde zijn waterzak met water en ging terug naar de kamp. Nogmaals werd er een bevel gegeven door de genadeloze Omar Ibn Sa’ad om Al Abbas (a) tegen te houden. Al Abbas (a) kende geen angst en ging vechtend verder.

Abu Fadhl Al Abbas (a) ging zijn paard op met de vlag op weg naar de kamp van imam Al Hussein (a). De vijanden hadden Al Abbas (a) op het oog en wilden dat het water niet bij de tenten van Imam Hussein (a) reikte. Achter een boom stonden de vijanden zich te focussen op de vechtende held Al Abbas (a). De waardevolle en trouwe handen van de Abbas (a) die door drie imams zijn gekust werden eraf gesneden. Zayd ibn Al Arqam sloeg met zijn zwaard de rechterhand van Al Abbas eraf, waarna Hakim ibn Al Tufayl de linkerhand eraf sloeg met zijn zwaard. Abu Fadhl Al Abbas (a.s) riep na het afsnijden van zijn rechterhand het volgende; ‘’Bij Allah indien jullie mijn rechterhand eraf slaan, zal ik altijd mijn religie, en om een eerlijke zekere imam, de reine, trouwe zoon van de profeet verdedigen’’.


Ondanks dat de eerlijke handen van Al Abbas (a) eraf werden geslagen bleef Al Abbas (a) moedig en vastberaden en hield de vlag staand door hem tegen zijn borst aan te duwen. Al Abbas werd van alle kanten met pijlen bekogeld, maar bleef evenwichtig staan. Het rechteroog van Al Abbas (a) werd geraakt door een pijl en het bloed stroomde. De waterzak die bestemd was voor dorstige kleinkinderen van de profeet Mohammed (s) werd ook bekogeld waardoor het water weg stroomde.

Hierna werd Al Abbas (a) met een ijzeren balk op zijn achterhoofd geslagen waarop Al Abbas voor het eerst "Broeder Hussein" riep. Imam Hussein (a) hoorde Al Abbas en ging vluchtig naar zijn steun en vlaghouder Al Abbas toe en tilde het hoofd van Al Abbas en legde het op zijn heilige schoot. Waarop Al Abbas zijn hoofd terugtrok, Imam Hussein (a) vroeg; "Waarom haal je je hoofd weg broeder?", Al Abbas antwoordde;

"Broeder Aba Abd Allah, jij plaatst mijn hoofd in jouw schoot, maar wie plaatst dadelijk jouw hoofd in de schoot?". 

Hieruit kunnen wij de ware broederschap en geduld bestuderen en toepassen in ons dagelijks leven. Daarnaast moeten we niet vergeten om Imam Hussein (a) en zijn broeder Al Abbas (a) na het drinken van water te herinneren en groeten met de volgende woorden: ''Vrede zij met Al Hussein, en met Ali ibn Al Hussein, met de kinderen van Al Hussein en met de metgezellen van Al Hussein''.

Geschreven door: Noor Al Saraj 

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen