Eerste tien dagen van Muharram

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige de Meest Genadevolle

Het leiderschap van Bani Umayah 

Het was het jaar 60 Hijri, Imam Hussein (a) woonde met zijn hele familie in Medina. Medina is de geboortestad van Imam Hussain, de stad waar de Profeet begraven is, de stad waar zijn broer begraven is, kortom zijn lievelingsstad. In dit jaar kwam Yazid, de alcoholdrinkende en zondige zoon van  Moe'aawieja, aan de macht en werd de zogenoemde Khalifa van de moslims. 

Deze Khalifah had een enorm haat tegenover de Profeet (s) en zijn Ahlalbait (a).  Het gaat hier om haat die voor het profeetschap van Mohammad (s) ontstond (voor meer informatie hierover zie het artikel 'haat tegen de familie van Hasim').

De Profeet (s) stond bekend om zijn eerlijkheid. Hij accepteerde het niet om te frauderen en om te bedriegen door middel van handel. Hij was voor rechtvaardigheid en daar hadden Bani Kureish en Bani Umayah veel moeite mee. Zij waren dan ook de eersten die de zwaarden trokken tegen de profeet. Totdat zij inzagen dat met de Islam meer voordelen te behalen zijn dan als ongelovigen verder te gaan. Maar de haat bleef!

Bani Kureish en Bani Umayah kozen zelfs hun eigen aangestelde Khalifa boven die van de Profeet (s). En Muawaiyah heeft in zijn tijdperk als Khalifa openlijk zijn vijandigheid tegen Ahlalbait verklaard. Zo heeft hij tijdens zijn preken (80 jaar lang) Imam Ali laten vervloeken. De volgers van Ahlalbait werden door hem levend begraven en vermoord. De teleurstelling in de Islam nam zulke grote vormen aan, waarop Yazid aan de macht kwam in de Islamitische wereld.

Toen Yazid de meester der gelovigen (Khalifah) werd, begon de Islam officieel uit te sterven. Yazid pleegde openlijk zijn zonde: hij dronk overal. Iedereen wist dat Yazid de zondaar was. Hij zei: "Bani hashim (familie van Hashim) heeft met de macht gespeeld, voorwaar er is geen boodschap gekomen en geen engel is nedergezonden". Hij ontkende openlijk dat er ooit een boek is geopenbaard en een Profeet (s) voor het volk is gezonden. Zijn haat tegen de Profeet (s) en zijn Ahlalbait (a) was overduidelijk en zijn lust naar macht ook.  Imam Hussein (a) stond altijd klaar om de islam te verdedigen en te vechten tegen de slechte leiders van Syria. Een van die leiders was Moe'aawieja, de gouverneur van Syria. Hij was de kleinzoon van Oemeija. Moe'aawieja strafte elke tegenstander bijzonder streng.

 

Flash back 

Op een dag zond Moe'aawieja zijn leger om imam Ali (a) te bevechten in Siffin (Irak). Zijn soldaten verhinderden imam Ali(a) om water te halen uit de Eufraat. Echter, imam Hassan en Hussein (a) overwonnen de vijand en hadden daardoor de controle over de rivier. Imam Ali (a) liet iedereen het water van de rivier gebruiken, inclusief de vijand. Het was langs diezelfde rivier, de Eufraat, dat imam Hossein (a) zijn laatste slag leverde om de islam te redden. Imam Ali (a) werd de khaliefa (leider) van de moslims op 57-jarige leeftijd.

Hij verving alle gouverneurs, die hun onderdanen slecht behandelden, door rechtvaardige heersers. Moe'aawieja weigerde echter om zijn post op te geven en bleef imam Ali (a) bevechten. Hij beviel de zoon van Moeldjim, om imam Ali(a) te doden. Op 19 Ramadan, 40 jaar na de Hidjra, sloeg deze man imam Ali(a) met een vergiftigd zwaard terwijl hij aan het bidden was in de moskee. Op 21 Ramadan stierf imam Ali(a), na drie lange dagen van pijnlijk lijden. Hij was toen 63 jaar. Na het martelaarschap van imam Ali (a), kozen de mensen van Koefa Imam Hassan (a) als hun leider.

Imam Hassan (a) zag de moeilijkheden die de moslims moesten doorstaan. Hij besloot dat het, in het belang van de islam, beter was om niet in opstand te komen tegen Moe'aawieja. In plaats daarvan maakte hij twee afspraken met hem:

  1. Imam Hassan(a) beloofde dat hij Moe'awieja niet zou bevechten op voorwaarde dat hij de moslims met rust liet. 
  2. Als Moe'awieja zou sterven, mochten de mensen zelf hun leider kiezen. 

Maar Moe'awieja was zich ervan bewust dat hij niet zou slagen met zijn kwade opzet, zolang imam Hassan (a) leefde. Daarom liet hij de vrouw van imam Hassan (a), Joe'da, bij zich komen. Hij beloofde haar 100.000 dirham als ze haar man zou vergiftigen. Daarbij kwam dat ze met zijn zoon, Yazied, zou mogen trouwen. Joe'da liet zich overhalen en vergiftigde imam Hassan (a). Hij stierf op 28 safar, 50 jaar na de Hidjra. Een tijdje later stierf ook Moe'awieja. De mensen werden gedwongen om Yazied als hun leider te aanvaarden. Moe'awieja had dit zo besloten, ondanks de afspraak die hij had gemaakt met imam Hassan (a).

Imam Hussein (a)

De Profeet (s) zegt over hem: 'Hussein is van mij, en ik ben van Hussein'. De kleinzoon van de Profeet (s), de zoon van Fatma, de zoon van Ali! Ga alle boeken van alle moslims na: er is geen enkel bericht over een zonde van deze man. Hij, zijn ouders en zijn zoons zijn allemaal feilloze mensen!

Yazid was zich ervan bewust dat als Imam Hussain (a) hem niet zou accepteren als leider, de Islamitische wereld langzaam uit zijn macht zou komen. Hij stuurde daarom een bericht naar Imam Hussein, waarin hij dreigde hem te vermoorden indien hij Yazid niet als leider zou accepteren. Imam Hussein zei echter: 'âmithli laa yubaiau mithlah'. Dus: iemand als ik, zal iemand als hem nooit als leider accepteren.

Op 27 Redjeb, 60 jaar na de Hijra, gaf Yazid het bevel aan Walied, de gouverneur van Medina, om imam Hussein (a) te dwingen de eed van trouw te beloven aan Yazid. Imam Hussein (a) weigerde dat. Hij gaf liever zijn leven voor de islam dan zijn trouw aan Yazid te zweren. De volgende morgen, 28 Rejeb, verliet imam Hussein(a) samen met zijn familie en enkele metgezellen Medina en ging naar Mekka.

Aangekomen in Mekka, kwam hij te weten dat Yazid zijn mensen op hem af had gestuurd om hem te doden. Hij besloot zo snel mogelijk Mekka te verlaten. Deze moordenaars zouden er immers niet voor terugdeinzen, zijn bloed te vergieten op dit heilige land. Tijdens zijn korte verblijf in Mekka had de Imam duizenden brieven van de mensen uit Koefa ontvangen, waarin zij aankondigen hem te zullen accepteren als leider van de moslims. Zij beloofden hem met hun geld en leven te zullen verdedigen. Ze smeekten hem om snel te komen en hen te helpen om in opstand te komen tegen de onderdrukker Yazid. Op basis hiervan vertrok de Imam vanuit Medina naar Kufa. Hij nam zijn gehele familie mee, vrouwen, kinderen, jongeren en al zijn broers behalve Mohammed bin Alhanifa. In totaal waren het 73 strijders!

Weg naar koefa en het begin van het martelaarschap van Imam Hussein en zijn familie

Imam Hussein (a) herinnerde zich hoe de Koefanen zijn vader, imam Ali (a), in de steek hadden gelaten, terwijl hij hen nodig had. Hij was ook niet vergeten hoe ze zijn broer, imam Hassan(a), hadden behandeld, maar hij zag het toch als zijn plicht om deze mensen te helpen.De Imam vertrok terwijl hij wist dat hij nooit zou terugkeren. Hij wist dat hij en zijn broers, zoons en vrienden vermoord zouden worden in Karbala.

Het bericht van de komst van Imam Hussein naar Kufa ontging Yazid niet en hij stuurde Obeidulah ibn Zyad naar Koefa om de mensen met alle middelen om te kopen. Hij bood hen geld en macht aan en dreigde diegenen die voor Imam Hussain opkwamen te zullen doden.

Onderweg stuurde Imam Hussain zijn neef Moslim ibn Aqiel (zoon van Aqiel, Aqiel is de broer van Imam Hussein) naar Kufa om de mensen op de hoogte te stellen en te kijken hoe de situatie daar was.

In het begin kozen de mensen massaal de zijde van Muslim. Zij gingen achter hem bidden en luisterden naar de berichten over Imam Hussein (a). Toen Yazid vernam wat zich in Koefa afspeelde, zond hij Obeidulah, zoon van Ziejaad (een gekende vijand van de familie van de profeet (s)), naar Koefa. Hij gaf hem het bevel alle stamhoofden gevangen te nemen en Muslim te doden. De mensen waren bang voor de dood en hebberig naar geld en Muslim zag langzamerhand hoe de mensen een voor een de kant van Yazid kozen, tot er geen enkele man overbleef die de Imam steunde. 

Muslim zocht zijn toevlucht in het huis van een oude vrouw en hield zich daarin schuil. Toen haar zoon erachter kwam wie deze man was in het huis van zijn moeder, klikte hij bij Oebeidoellah hierover. Moslim werd gearresteerd en uiteindelijk van het hoogste punt van het paleis naar beneden geworpen. Zijn dode lichaam werd door de straten van Koefa gesleurd, zodat iedereen het kon aanschouwen. Het droevige nieuws bereikte Imam Hussein (a) toen hij Koefa al was genaderd om zich aan te sluiten bij Moslim.


Moslim, de zoon van Aqiel (broer van Imam Hussein (a) werd gemarteld

Obeidulah stuurde een leger van tienduizenden mannen richting Medina om de Imam tegemoet te zien. Dit leger stond onder leiding van Hurr Alriahi en Omar ibn saa´d. Toen Al-Hurr de karavaan van imam Hussein (a) ontmoette, was de watervoorraad van zijn leger op en ze hadden dorst. Imam Hussein (a) gaf hen onmiddellijk wat te drinken, ondanks dat ze zijn vijanden waren. Hurr vertelde imam Hussein (a) over zijn opdracht en gaf hem het bevel niet verder te trekken naar Koefa, maar naar Karbala te gaan.

Dag 2 van Muharram

Imam Hussein (a) en zijn metgezellen bereikten Karbala op 2 Moharram, 61 jaar na de Hijra. Zij kwamen daar het leger van Yazid tegen en konden dus niet verder. Hij sloeg zijn kamp op aan de oever van de Eufraat. Dit stuk land behoorde toe aan de Banoe Asad (familie van Asad). Imam Hussein (a) zei hen dat hij en zijn metgezellen vermoord zouden worden. Hun lichamen zouden onbegraven achterblijven. Hij vroeg de Banoe Asad om hen te begraven zodra iedereen weg was. Imam Hussein (a) kocht het land van hen en gaf het nadien aan hen terug als een geschenk.

Dag drie van Muharram

Op 3 Muharram, zond Oebeidoellah een leger onder leiding van Oemar (zoon van saa'd) met het bevel om Imam Hussein (a) over te halen zich over te geven aan Jazied of gedood te worden. Toen de Imam dit weigerde zond Oebeidoellah meer legertroepen. Hij droeg alle mannen in Koefa op om zich hierbij aan te sluiten. Wie weigerde zou gedood worden. Ondertussen liet Oemar (zoon van sa´d) Imam Hussein (a) zijn kamp verder weg van de Eufraat (rivier in Irak) opslaan. Imam Hussein(a) bood geen weerstand en zette zijn kamp enkele kilometers verder op. Hij wilde niet dat de mensen dachten dat het gevecht in Karbala een gevecht om water was.

Dag zeven van Muharram

Vanaf de zevende Muharram verbood Omar bin saad het water voor het kamp van Imam Hussein (a). De vrouwen en kinderen waren geduldig en moedig. Vooral de kinderen hadden dorst in de hete woestijn van Karbala. Al-Hurr herinnerde zich hoe goed de Imam voor hen was geweest toen hun watervoorraad was uitgeput. Hij vroeg Omar ibn saa'd om Imam Hussein (a) water te geven, of in ieder geval de kinderen, maar Omar ibn saa'd kende geen genade!

Dag negen van muharram

Op 9 Muharram stuurde Oemar Ibn saad een laatste waarschuwing naar Imam Hussein (a): als hij zich niet zou overgeven, dan zou hij gedood worden. Die avond en nacht brachten ze door met gebeden en het reciteren van de koran. Al-Hurr voelde zich erg schuldig. Hij had spijt dat hij Imam Hussein (a) naar Karbala had gebracht. Hij vertelde zijn zoon en slaaf over zijn intentie om aan de zijde van imam Hussen (a) te vechten.

Toen Al-Hurr bij het kamp van de Imam aankwam zei hij met betraande ogen: "O, mijn imam, ik heb zo'n spijt dat ik u tot in Karbala heb gebracht. Sta me alsjeblieft toe om aan jouw zijde te vechten. Het zou een eer voor me zijn, indien ik mijn leven als eerste mag offeren, voordat iemand van jullie is gedood. Ik heb mijn zoon meegebracht om jouw zonen te beschermen"  Imam Hussein (a) was diep ontroerd door Hurr's woorden. Hij verwelkomde hem en beschouwde hem als een speciale gast. Hurr was verrast door zijn goedheid. Het was tijd voor het ochtendgebed. Imam Hussein (a) vroeg zijn zoon Ali Akbar, om de adhaan te doen. Ali Akbar leek sprekend op zijn grootvader, de profeet Mohammed (s). Na het gebed ging de Imam naar het vijandelijke kamp.



© Copyright Ahlalbait jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen