Vogelvlucht door Karbala

In de naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle

Het is vrijdagochtend. Als het raam zich opent en er een grote wind oplaait, het zand naar binnen stormt, ziet men daar op de wand van de lichtblauwe hemel geschreven:

“Ik zal nooit Yazid mijn hand geven als een man die vernederd is noch zal ik vluchten als een slaaf. Ik ben niet gekomen om het kwade te verspreiden of te pronken. Integendeel, ik ben gekomen om de leer van mijn grootvader Mohammed (s) te herstellen. En ik wens slechts om aan te sporen tot goede waarden en het kwade te voorkomen.”



Een reis die begint om een glanzende missie tegen onrecht en onderdrukking in de wereld te vervullen. Maar al gauw beproeft de nobele Imam Hussein (a), die de schijnende gids van deze reis is, het wispelturige en wantrouwende karakter van het volk. Namelijk, mensen die hem in de steek laten en zijn rechtvaardige missie niet steunen.

Op zo’n moment, zo zachtmoedig als de nobele Imam Hussein (a) is, toont hij de mensen een gunst van de donkere nacht: ‘indien gij wil vertrekken en mij niet wil steunen in deze reis, staat u dan op en vertrek. De nacht verhult uw gezicht en niemand kan u zien,' schrijft de inkt veer, die de gedachten van de Imam (a) probeert te achterhalen, verder op de wand van de hemel. Op z’n beurt kleurt nu de lichtblauwe hemel in tederheid.

De reis zet zich voort en de Imam (a) reist hierin ook samen met zijn nobele familie (a). Vrede en zegeningen zijn met u geliefde familie.

‘Halt,’ lijken dan de onderdrukkers met hun kille wapens en boze tongen te zeggen wanneer zij de groep van Imam Hussein (a) zien. Een voor een worden de familieleden van de Imam (a) en de onschuldige mensen verhinderd zich naar het recht van de waarheid te bewegen. De opdracht om de mensen te verhinderen wordt gegeven door de onderdrukker Yazid.

Links, recht, dodelijke pijlen vallen. Zijn stralende ster Al Abbas (a), zijn steun en toeverlaat is verwikkeld in de pijn van de reis als hij (a) de omgeving van water wil voorzien. ‘Hoe kan ik het noodzakelijke water naar de uitgeputte dieren en de dorstige kinderen en zuigelingen brengen, welke slag van de tegenstander in deze hitte van de woestijn moet ik doorstaan?’
Door de aanval van de tegenstanders gaan dan de waardevolle en trouwe handen van Al Abbas (a) door een dodelijke slag van pijn, zijn zuivere rechteroog dat geraakt is door een pijl borrelt als een bloedbad en de waterzak die bestemd is voor de dorstige vloeit weg op de bodem van het woestijnzand.

‘Is er iemand die mij kan helpen?’ beeft dan de hemel de noodlottige kreet van Imam Hussein (a), En dan nog eens: ‘is er iemand die mij kan helpen!?’ tekent de stem van de Imam (a) onschuld en zuiver aan de wand.

De brute reis gaat verder.

Rechts, links, pijlen vallen en raken dan het meest onschuldige kind; Ali al-Asghar (a), de zuivere zuigeling van de schijnende gids Imam Hussain (a).
Er suist oneindig verdriet: welke vorm van menselijkheid zou een wapen kunnen richten op een onschuldig kind dat nog geen heel levensjaar kent? 

Het dappere paard, zijn naam Zuljana en de kleur van zijn vacht zo wit als vers sneeuw. Zijn vriendschap met Imam Hussein (a) is zo nauw als de maan verbonden aan de hemel is. Hij blijft bij de Imam (a) maar wordt dan getuige van een hemel met rode tranen, als de Imam (a) als martelaar sterft.

Daarna, de preek van Sayyida Zainab (a) en een voorbeeld voor velen is. Zij (a) moet haar stem laten spreken in de reis tegen het onrecht dat maar geen einde kent. Zelfs niet nu de onderdrukkers hun missie bereikt hebben; zij dragen het onschuldige bloed van de offers van de waarheid op hun handen. Want in die gerechtszaal van de onderdrukker Yazid, waar Sayyida Zainab na de strijd wordt vastgeketend, is er nog een onderdrukker genaamd Ibn Ziyad die zijn vreugde voor de dodelijke slag op Imam Hussein (a) betuigt.  Oog in oog met de onderdrukkers, het zuivere gezicht van Sayyida Zainab wordt door de onderdrukkers hiertoe verplicht.

‘Dit moment moet een wrede verblijfplaats op aarde geweest zijn, de onderdrukkers zijn een doorn in het oog, een kloppend hart viert geen vreugde om het leed van onschuldige mensenlevens,’  schrijft de inkt veer deze letters van onrecht in onmacht zonder onderbrekingen.

In deze brute reis schijnen er aan de wand van de hemel ook sterren en momenten van goedheid; Al Hurr, die tot inkeer kwam en uiteindelijk aan de Imam (a) vroeg of hij aan zijn zijde kon deelnemen. Of zij die trouw zweerden aan Imam Hussein (a). En Imam Hussein (a) zelf die in deze reis meerdere keren zijn zuivere intenties liet zien. Zoals met het (belang van het) verrichten van het verplichte gebed, geërfd van zijn nobele grootvader, de heilige Profeet Mohammed (s). Geen pijl kon zijn neerbuiging tot Allah (swt) raken, de zuiverheid van de Imam (a) was omringd met zijn Godsbesef.

De hemel buigt toe en regent de aarde met tranen. Door een onvergetelijke reis, door een onvergetelijke maand: Muharram. Ieder gemarteld leven in deze reis en strijd Karbala was er een teveel.

En dit was nog maar een vogelvlucht.

Geschreven door R.Q.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen