Media

Lezingen

Documentaires 

Films

Binnenkort meer! 

 

Muharram overleveringen

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

 

 

Overlevering 1: de hitte van de Husaini liefde

 

De Heilige Profeet (s):

 

Voorwaar, er bestaat in de harten van de Mu' mineen, met betrekking tot het martelaarschap van Hussein (a), een hitte die nooit verdwijnt. (Mustadrak al-Wasail, vol. 10, pg. 318)

 

 

Overlevering 2: A'ashura- Een dag van verdriet

 

Imam al-Reza (a):

 

 

Allah (swt) zal de dag des Oordeels - voor degenen voor wie de dag van Ashura een dag van tragedie, verdriet en huilen is- een dag van vreugde en geluk  maken. (Bihar al-Anwar, vol,: 44, pg: 284)

 

 

Overlevering 3: Muharram - De maand van rouw

 

Imam al-Reza (a):

 

 

Met de komst van de maand Muharram zou mijn vader Imam Kazim (a) nooit lachend worden gezien. Somberheid en verdriet zouden hem voor (de eerste) tien dagen van de maand overwelmen en wanneer de tiende dag van de maand aanbrak, was het een dag van tragedie, verdriet en huilen voor hem.

 

(Amaali Saduq, pg: 111)

 

 

Overlevering 4: lachende ogen

 

De heilige Profeet (s):

 

'O Fatimah! Elk oog zal op de dag der Opstanding aan het huilen zijn, behalve het oog die tranen over de tragedie van Husain (a) heeft vergoten. Voorzeker dat oog zal lachen en verstrekt worden met de blijde tijding van de gunsten en comfort van het paradijs.'

 

(Bihar al-Anwar, vol,: 44; pg: 293)

 

 

Overlevering 5: Shi'ieten - De metgezellen en deelnemingen

 

Imam Ali (a):

 

 

Voorwaar, Allah (swt) heeft voor ons volgelingen gekozen (Shi'ieten) die ons helpen en gelukkig zijn door ons geluk en bedroefd zijn door ons verdriet.

 

(Ghurar al-Hikam, Vol: 1 / pg: 235)

 

 

Overlevering 6: ter nagedachtenis van de kinderen van Fatima Zahra (a)

 

Imam al-Sajjad (a):

 

Voorwaar, ik heb nooit aan het martelaarschap van de kinderen van Fatimah Zahra (a) gedacht zonder dat ik door die gedachte in tranen stikte.

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 46, pg: 109.)

 

 

Overlevering 7: huilen van de hemel

 

Imam al-Sadiq (a):

 

 

“O Zurarah! De hemel huilde voor veertig dagen om (het martelaarschap van) Hussain (a).”

 

 

(Mustadrak al-Wasail, vol. 1, pag 391.)

 

 

Overlevering 8: De rouwende Engelen

 

Imam al-Sadiq (a):

 

 

“Allah (swt) heeft bij het graf van Imam Hussein (a) vierduizend verdrietige engelen benoemd, die om hem huilen (en dat zullen blijven doen) tot de dag der opstanding.”

(Kamil al-Ziyaraat, pg.: 119.)

 

 

Overlevering 9: Hussein (a) zoekt vergiffenis voor zijn pelgrims

 

(Met betrekking tot iemand die voor een pelgrimsreis naar de graftombe van Imam al-Hussein (a) gaat)

 

 

Imam al-Sadiq (a):

 

 

“Voorwaar, Imam al-Hussein (a) zal het verdriet van diegene die om hem huilt aanschouwen en vergiffenis voor hem vragen en ook zijn heilige vaderen om vergiffenis voor die persoon vragen”.

 

 

(Bihar al-Anwar vol. 44, pg. 281)

 

 

Overlevering 10: intercessie op de dag des oordeels

 

 

De Heilige Profeet (s) zei tegen Fatima (a):

 

 

“Op de dag des oordeels zal u voor de vrouwen bemiddelen en ik zal voor de mannen spreken. Wij zullen elke persoon die gehuild heeft om de tragedie van al-Hussein (a) bij de hand nemen en hem het paradijs in leiden.”

 

 

(Bihar al-Anwar vol. 44, pg. 292.)

 

 

Overlevering 11: Imam al-Sadiq (a) op dag van Ashura

 

 

A'bdullah Ibn Sinaan zegt:

 

 

“Op de dag van Ashura arriveerde ik in het bijzijn van mijn meester Imam al-Sadiq (a) en ik trof hem bleek en verdrietig aan, met tranen stromend uit zijn ogen, neerdalend als parels.”

 

 

(Musadrak al-wasail,vol.6, pg. 279.)

 

 

Overlevering 12: Isa (Jezus) (a) huilt

 

 

Imam A'li (a) zei tegen Ibn A'bbas:

 

 

“Toen Isa (a) eens langs Karbala kwam, ging hij zitten en begon te huilen. Zijn discipelen die hem zagen, volgden hem hierin en begonnen ook te huilen, maar begrepen niet de reden hiervan. Zij vroegen hem: “O, geest van God! Wat is het dat het u aan het huilen maakt?” Isa zei: “Weet u welk land dit is?”Dit discipelen antwoordden: “Nee”. Vervolgens zei hij:“Dit is het land waarop de zoon van de Profeet Mohammad (s) zal worden gedood”.

 

 

(Bihar al-Anwar vol. 44, g. 252.)

 

 

Overlevering 13: Alle wezens huilen om Imam al-Hussein (a)

 

 

Abu Baseer vertelde dat Imam al-Baqir (a) zei:

 

 

“De mensen, de jinns, de vogels en de wilde dieren, allen treurden en huilden om (de tragedie) die Hussein (a) overkwam.”

 

 

(Kaamil al-Ziyaraat, Pg. 79.)

 

 

Overlevering 14: dag van Ashura

 

Imam al-Reza (a):

 

 

“Allah (swt) zal de wensen van de wereld en het Hiernamaals vervullen voor diegene die zich op de dag van Ashura van zijn (wereldse) wensen onthoudt.”

 

(Wasail al-Shia'h, vol. 14,pg.504.)

 

 

Overlevering 15: pelgrim van Hussein (a)

 

Imam al-Sadiq (a):

 

 

“De zaair (pelgrim) van Imam al-Hussein (a) komt zodanig van zijn bedevaart terug dat geen enkele zonde bij hem zal blijven”.

 

(Wasail al-Shia'h, vol. 14, pg. 422.)

 

Overlevering 16: verbintenis met de nakomelingen

 

Imam al-Reza (a) zei tegen (Ibn Shabib):

 

 

“O ' zoon van Shabib! Als het je gelukkig maakt (en u het wenst) om met ons te zijn in de verhoogde rangen van het paradijs, wees dan bedroefd door ons verdriet en vreugdevol door ons geluk.”

 

 

(Wasaail al-Shia'h, Vol. 14, pg. 502)

 

 

Overlevering 17: bijeenkomsten ter nagedachtenis van de Imams

 

 

Imam al-Reza (a):

 

 

“Wanneer op de dag des oordeels harten (door angst) zullen sterven, zal niet het hart van diegene sterven die zich in bijeenkomsten bevindt waar onze leerweg en doelstellingen worden besproken, en welke nieuw leven met zich meebrengt.”

 

(Bihar al-Anwar Vol.: 44, pg.:278)

 

 

Overlevering 18: huilen om Hussein (a)

 

Imam al-Reza (a) zei tegen (Reyyan Ibn Shabib):

 

“O ' zoon van Shabib! Huil om Hussein (a) wanneer u ergens om huilt. Voorwaar, Hussein (a), de zoon van ‘Ali (a) is op dezelfde wijze als een ram geslacht.”

 

(Bihar al-Anwar / Vol.: 44 / pg.: 286.)

 

 

Overlevering 19: de Heilige Profeet (s) en het huilen om de martelaren

 

 

Imam al-Sadiq (a):

 

 

“Wanneer hij naar zijn huis ging en nadat het nieuws over het martelaarschap van Ja'far Ibn Abi Talib (a) en Zaid Ibn Harithah de heilige Profeet (s) bereikte, huilde hij in overvloed en zou hij zeggen:“Ze kwamen altijd om met mij te praten en zij waren met mij verbonden en (nu) zijn zij beiden samen vertrokken.”

 

(La Yahdhuruhu al-Faqih, Vol. man: 1, pag.: 177.)

 

 

Overlevering 20: Beloning van de gemartelde metgezellen

 

Imam Reza (a) zei (tot een van zijn metgezellen):

 

“Als u wenst dat voor u de beloning gelijkwaardig zal zijn aan die van de gemartelde samen met Hussein (a), zeg dan telkens wanneer u hem herinnert: ' Oh! Was ik maar met hen! Een grote prestatie zou ik hebben bereikt '.”

 

Bron: Wasaail al-Shia'h, vol.14, pg. 501

 

 

Overlevering 21: De gebruikelijke rouw

 

Abu Haroon al-Makfoof zei:

 

“Ik presenteerde mezelf voor Imam Sadiq (a) waarna hij tegen mij zei: “Reciteer voor mij  poëzie”. En dus reciteerde ik voor hem. Hij zei: "Niet op deze manier. Reciteer voor mij zoals u gedichten en elegieën op het graf van Hussein (a) reciteert ". En dus reciteerde ik (opnieuw) voor hem.”

 

(Bihar al-Anwar, Vol.:44, pg.: 287)

 

 

Overlevering 22: Beloning voor het reciteren van poëzie over Hussein (a)

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

"Er is niemand die poezie reciteert over Imam Hussein (a) en huilt en anderen laat huilen door middel van zijn elegieën, behalve dat Allah (swt) hem het paradijs geeft en zijn zonden vergeeft.”

 

 

(Rijal al-Sheikh al-Toesi, pg.: 189)

 

Overlevering 23: Mensen van loftuitingen en elegieën

 

Imam Sadiq (a)zei:

 

 

“Alle lof is aan Allah (swt) die onder de mensen diegenen heeft geplaatst die ons herdenken en elegieën over ons reciteren.”

 

(Wasail al-Shia'h Vol.: 10, pg.: 469)

 

 

Overlevering 24: Poëzie recitatie tijdens de rouw periode

 

Imam Reza (a) zei tegen De'bil (een dichter die oprecht gewijd was aan de Ahlalbait):

 

“Ik wens dat u voor mij poëzie reciteert. Voorzeker, deze dagen (van de maand Muharram) zijn de dagen van rouw en verdriet voor ons, de Ahlalbait.”

 

(Mustadrak al-Wasail, vol. 10, pg. 386)

 

 

Overlevering 25: Paradise - De beloning van A'zadari

 

Imam Ali al-Sajjad (a) zei:

 

 

“Allah zal voor elke gelovige, wiens ogen tranen hebben vergoten en zodanig dat de tranen over zijn wangen rollen, de verhoogde kamers van het Paradijs beschikbaar stellen.”

 

(Yannaabe' al-Mawaddah, pg.: 419)

 

 

Overlevering 26: Rouwen in de huizen

 

Voor degenen die niet in staat zijn om de ziarat van Imam Hussein (a) op de dag van Ashura te bezoeken, vermeldt Imam Baqir (a) de wijze van het uitvoeren van A’zadari (rouwen) als volgt:

 

 

“Hij moet treuren en huilen om Hussein (a) en de leden van het huis instrueren hetzelfde te doen. Hij dient de rouwceremonie in huis te organiseren en het verdriet om hem tentoon te stellen; de mensen moeten elkaar ontmoeten in hun huizen en medeleven en troost aan elkaar bieden over de rampen die hem overkwamen.”

 

(Kaamil al-Ziyaraat, Pg.: 175)

 

 

Overlevering 27: ' Ali (a) huilt terwijl hij rouwt om de martelaren van Karbala

 

Imam al-Baqir (a) zei:

 

 

Amirul Mu'mineen Ali (a) passeerde toevallig samen met twee van zijn metgezellen langs Karbala. En terwijl hij dat deed, vulden zijn ogen met tranen. Hij zei (tot hen): "Dit is de rustplaats van hun dieren, dit is waar hun bagage zal worden neergezet en het is hier dat hun bloed zal worden vergoten. Gezegend bent u o' aarde, dat het bloed van de geliefde op u zal stromen."

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 98 pg.: 258)

 

 

Overlevering 28: Tranen - barrière van de hel

 

Imam Baqir (a) zei:

 

 

“Allah zal voor diegene die ons herinnert, of in wiens aanwezigheid we herinnerd worden

 

en (als gevolg) tranen voortvloeien uit zijn ogen, ook al zijn ze de grootte van een vleugel van een mug, een huis in het paradijs bouwen en van de tranen een barrière maken tussen hem en het vuur (van de hel).”

 

(Al-Ghadeer, Vol.: 2, pag.: 202)

 

Overlevering 29: Twintig jaar huilen!

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“Ali Ibn al-Hussein (a) huilde om Hussein (a) voor twintig jaar (na de tragedie van Karbala); nooit zou eten vóór hem worden geplaatst zonder dat hij zou beginnen te huilen.”

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 46, Pg.: 108)

 

Overlevering 30: De Etiquette van rouwen

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“Toen Ibrahim, de zoon van de Heilige Profeet (s) stierf, vulden de ogen van de Heilige Profeet (s) met tranen waarna hij zei: De ogen zijn betraand en het hart is gekweld, maar wij zullen niet zeggen wat de Heer woedend zal maken. Zeker zijn wij, o' Ibrahim, verdrietig om u.”

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 22, Pg.: 157)

 

Overlevering 31: Betraande ogen

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“Allah (swt) zal het gezicht van diegene verboden stellen voor het vuur van de hel in wiens aanwezigheid wij (en onze ellende) worden genoemd en, als gevolg daarvan, zijn ogen tranen uitstorten”.

 

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 44, Pg., 185)

 

Overlevering 32: Husseini bijeenkomsten

 

Imam Sadiq (a) zei tegen Fudhail:

 

 

“Zitten jullie bij elkaar, praten en discussiëren jullie onder elkaar?”Fudhail antwoordde: “Ja”. De Imam zei toen: “Ik keur deze bijeenkomsten goed. Dus houd onze ‘kwestie’ (Imamaat) levend. Moge Allah genade tonen op degenen die onze kwestie en missie doen herleven”.

 

(Wasail al-Shia'h, vol.:10, Pg.: 391)

 

Overlevering 33: Onschatbare waardevolle tranen

 

Imam Sadiq (a) zei tegen Masma, (één van degenen die rouwden om Imam Hussein (a)):

 

 

“Moge Allah genade hebben om jouw tranen! Weet dat u beschouwd wordt als  één van degenen die echt bezorgd zijn over ons en degenen die blij zijn met ons geluk en verdrietig zijn met ons verdriet. Weet dat u de aanwezigheid van mijn vaderen bij u in de buurt zal hebben op het moment van uw overlijden.”

 

(Wasail al-Shia'h, Vol.: 10, Pg.:397)

 

 

Overlevering 34: Gebroeide harten

 

Imam Sadiq (a) (zittend op het gebedskleed, bad voor de rouwenden en voor degenen die naar de ziarat van de Ahlalbait(a) gaan als volgt:

 

“O ' Heer, heb genade over die ogen, die tranen hebben vergoten in mededogen voor ons; en over die harten, die onrustig en geschaad zijn om ons; en om het gejammer, die voor ons zijn geweest.”

 

(Bihar al-Anwar, Vol.:98, Pg.:8)

 

Overlevering 35: Tranen over de onderdrukte staat van de Shi'ieten

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“Allah zal diegene voor een lange tijd in het Paradijs plaatsen wiens ogen tranen hebben vergoten voor ons bloed dat is vergoten, of voor onze rechten die zijn toegeëigend, of voor de vernedering die aan ons of aan een van onze sjiieten zijn opgelegd.”

 

(Amali al-Sheikh al-Mufid, Pg.: 175)

 

 

Overlevering 36: Sympathie voor Ahlalbait (a)

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“De adem van iemand die diepbedroefd is om de onrechtvaardigheid en de onderdrukking die aan ons is onderworpen, is tasbeeh (verheerlijking van Allah). En zijn verdriet om ons is i’baadat (aanbidding van Allah swt) en zijn verhulling van onze geheimen is jihad in het pad van Allah (swt).” De Imam (a) voegde toen toe: “Deze traditie zou in goud moeten worden geschreven”.

 

(Amali al-Sheikh al-Mufid, pg.: 338)

 

 

Overlevering 37: Voordelen van het huilen om Hussein (a)

 

Imam Reza (a) zei:

 

 

“Voorzeker, degenen die huilen moeten huilen om Hussein (a). Huilen om hem neemt grote zonden weg.”

 

 

(Bihar al-Anwar, Vol.: 94 / pg.: 184)

 

 

Overlevering 38: Vergeving van de zonden

 

Imam Reza (a) zei:

 

“O ' zoon van Shabib! Allah (swt) zou, als u zou huilen om Hussein (a) in de mate dat de tranen over uw wangen rollen, alle zonden die door u gepleegd zijn vergeven,of zij nu de grote zonden of de kleine zonden zijn en of ze nou mager of enorm zijn.”

 

(Amaali al-Saduq, pg.:111)

 

 

Overlevering 39: Noch engelen noch profeten

 

De Heilige Profeet (s) zei:

 

 

(Op de dag des oordeels, zou een groep worden gezien in de meest uitstekende en eervolle van alle staten. Zij zou worden gevraagd of ze van de Engelen of van de Profeten waren. In hun antwoord zullen zij verklaren):

 

 

"Wij zijn noch Engelen noch Profeten maar van de behoeftigen van de Ummah van Muhammad (s)". Zij zouden dan worden gevraagd: "Hoe heb je deze verheven en geachte status bereikt?" Zij zouden antwoorden: "We hebben niet zeer veel goede daden uitgevoerd, noch passeerden we al de dagen in een staat van vasten of alle nachten in een staat van aanbidding, maar we verrichtten onze (dagelijkse) gebeden (regelmatig) en wanneer we de vermelding van Muhammad (s) hoorden, rolden de tranen over onze wangen ".

 

(Mustadrak al-Wasail, vol. 10, pg. 318)

 

 

Overlevering 40: Bezoeken van de graftombe van Imam Hussein (a)

 

Imam Sadiq (a) zei:

 

 

“Hij (Imam Hussein (a)) ziet degenen die naar zijn heiligdom komen en hij kent hen bij hun namen, namen van hun vader en hun rank in de ogen van Allah, de Almachtige de Glorieuze, beter dan u uw eigen kinderen kent!”

 

(Wasaail al-Shia'h, vol. 14, pg. 411)

 

Vertaald door: Sanae Mokaddam

 

 

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.