Asoel Al Dien

Dag des oordeels

In de naam van Allah, de meeste Barmhartige de meeste Genadevolle

Is er leven na de dood? En als die er is, hoe zal het eruit zien? Wie zal voor mij bepalen waar ik als mens terecht zal komen? Wat is eigenlijk het doel van mijn leven?

Dit zijn vragen die sommige kinderen al op vrij jonge leeftijd aan hun ouders stellen; vragen die misschien heel simpel klinken, maar als deze vragen eens goed beantwoord zouden worden, zou datzelfde kind een heel andere manier van leven kunnen kiezen. Waarbij hij of zij tot een volledig mens groeit, die vele mensen in zijn/haar leven zal helpen en de goede weg wijzen.

Het bestaan van “leven na de dood” is naast monotheïsme door alle profeten zonder enige uitzondering aan de mensen verteld. Het is ons al eeuwen geleden verteld dat wij eigenlijk niet voor dit aardse leven geschapen zijn. Dat ons bestaan een doel heeft en om dat doel te bereiken moeten wij ons verantwoordelijk gedragen ten opzichte van anderen. Want eens zal de Dag des Oordeels (ma´ad) komen en daar zullen wij als mensen niet aan ontkomen.

In de Heilige Koran is ma´ad (= Dag des oordeels) uitgebreid en tot in de details beschreven. Zodat mensen een beeld kunnen vormen over wat hen ongeveer te wachten staat. In de Koran wordt de Dag des Oordeels op verschillende manieren tot expressie gebracht. Eén van hen is de ‘Laatste Dag’. Deze expressie wil op 2 punten ons aandacht richten:

Het menselijke leven, aldus het gehele lengte van het bestaan van de mens, wordt in 2 periodes verdeeld. Elk van deze periodes wordt als 1 dag aangeduid. De eerste dag (= de tijdsduur van dit leven) zal tot een einde komen. Maar de laatste dag (= de tijdsduur van het volgende leven) is eindeloos. (sureh Al-Layl 92:13 en Az-Zuha 93:4)

Lees meer

Afdrukken

Het leiderschap

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Inleiding

Elke daad en handeling dat een mens verricht heeft een doel. Zo is het doel van studeren het behalen van een diploma, het doel van drinken is het lessen van dorst. Er is bij elke handeling en daad een doel, al denken we daar in eerste geval niet aan. De mens heeft in zijn nature de neiging tot het halen wat voor hem goed en belonend is en juist te vermijden wat negatief is en straffend.

Om dit doel te kunnen vaststellen hebben we iets nodig dat het goede van het kwade voor ons onderscheidt. Immers is ons doel altijd geneigd naar het goede. Wat we ook zien is dat niet alle mensen dezelfde handelingen verrichten, en dus verschillende doelen hebben. Dit betekent dat hun perceptie van goed en kwaad verschilt. De perceptie van goed en kwaad is de overtuiging.

Wanneer men een bepaalde overtuiging heeft, zal hij daaruit handelen. Voor ons moslims is de overtuiging de Islam, vertegenwoordigd in de vijf zuilen daarvan. Wanneer men aan deze vijf zuilen vasthoudt, zal hij het goede van het kwade kunnen onderscheiden, en dus het goede doen en het kwade vermijden. Zo is de Islam in te delen als overtuiging (Asoel Al-Dien) en daad (Feroea Al-Dien). Asoel Al-Dien zijn onze basis voor ons handelen, en dienen daarom bekend en correct te zijn.  Een van deze Asoel is de Imameh (leiderschap). Het geloof hierin is van levensbelang voor ons handelen, en onze beloning in het hiernamaals. In dit stuk een verdere uitwerking van deze vierde zuil van Islam.

Noboweh en Imame (profeetschap en leiderschap)

Wij geloven dat Allah (swt) rechtvaardig is in alle opzichten (adl). Allah (swt) geeft iedereen wat hij verdient, op basis van zijn overtuiging en zijn handelen in het leven. Bovendien heeft Allah (swt) een regelgeving naar aarde gestuurd, die de mens dient aan te nemen om te komen tot zijn doel in het leven: het aanbidden van Allah (swt).Op basis van deze regelgeving zal God ons belonen dan wel straffen in het hiernamaals. Het is daarom allen maar rechtvaardig als Allah (swt) deze regelgeving aan ons duidelijk maakt. Hiervoor heeft Hij ons de Profeten gestuurd, sommigen met een heilig boek. Zij hebben bepaalde functies waardoor de mens geleid wordt naar het rechte pad.

Religieuze autoriteit en leiderschap van de Uma (Islamitische wereld)

Bovendien hebben zij een Takwini functie: zij zijn hier om bepaalde zaken te bewerkstelligen. Hier ga ik niet verder op in, omdat dit een moeilijk onderwerp is en die geen echte toevoeging heeft tot het begrip van Imame. Met religieuze autoriteit bedoelen we het duidelijk maken aan de mensen wat het goede is, wat Allah (swt) met deze wereld gewild heeft en wat de regels zijn die Hij heeft gezonden. Dus ook in specifieke en persoonlijke zaken spelen de Profeten deze rol. Als leiders van de Uma zijn zij de leidinggevende politici. In zowel politieke als juridische en sociale kwesties hebben zij leiding. Dit heeft te maken met het feit dat godsdienst een grondwet is voor het leven van individuen, als het organiseren van een hele maatschappij. Aangezien de Profeten diegenen zijn die door Allah (swt) zijn gezonden met de complete kennis, zijn zij de meest geschikte voor deze functie.

De profeten zijn gekozen door en krijgen de kennis direct van Allah (swt), en hebben zo een natuurlijke bron van kennis. Zij krijgen visioenen en andere soorten die hen alle dingen duidelijk maken en die hen in contact laten staan met Allah (swt).De Imams die volgen na de Profeet krijgen de kennis niet direct van Allah en hebben dus geen direct contact met Allah. Echter deze Imams hebben dezelfde functies als de Profeten.

De Profeet Mohammed (s) is de laatste Profeet gezonden door Allah (swt). Wij hebben echter al gemeld dat Allah (swt) rechtvaardig is en te allen tijde de mensen die leidraad geeft, hij geeft ze het middel om tot het rechte pad te komen. Hiervoor zijn Imams gekomen, die geen Profeten zijn, die de mensen moeten leiden naar de weg die Allah (swt) voor ons heeft gekozen. Imameh is iets wat er eigenlijk altijd is geweest, ook voor de tijd van de Profeet Mohammed (s). Zo heeft Allah ook Profeten benoemd tot Imams, dus leiders. De Profeet Ibrahim was de eerste, zoals Allah (swt) zegt in de Koran : “En toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze vervulde, zei Hij: "Ik zal u tot Imam (leider) der mensen maken". Abraham vroeg: "En ook onder mijn nakomelingen?" Hij zei: "Mijn verbond betreft de overtreders niet". (Soera Albaqara, 124)

Uit dit feit concluderen we dat Profeten ook Imams kunnen zijn, echter zijn Imams niet altijd Profeten. Mohammed (s) is de laatste Profeet die Allah (swt) heeft gestuurd. Echter zijn ook na onze Profeet Imams op deze wereld.Deze Imams hebben dezelfde functies als de Profeten, alleen krijgen zij de kennis niet direct door Allah (swt), maar door de Profeet of de Imam voor hem. Bovendien zijn zij de beste. Het opvolgen van de Profeet en de Imams is daarom een plicht voor alle moslims, aangezien zij diegene zijn die zowel op religieus als autoritair niveau degene zijn die Allah heeft gekozen.

Wij hebben dus ook geconstateerd dat op basis van de rechtvaardigheid van Allah (swt) er altijd iemand is die de mensen het rechte pad wijst, hen de religieuze normen en waarden, principes en regelgevingen leert en hen leidt in de politieke, sociale en juridische kwesties.Allah (swt) maakt hen ons nog duidelijker in de Koran: “U (Mohammed s) bent waarlijk een waarschuwer en er is voor elk volk een leidsman.” (Soera ar Ra’d, 7). Ook heeft onze Profeet Mohammed vrede zij met hem ons dit verteld in een van zijn ware overleveringen: “Wie de Imam van zijn tijd niet kent, zal de dood van het onwetenden overlijden”.  Op basis van het gezonde verstand, de woorden van Allah (s.w.t) en de profeet Mohammed is het een feit dat in elke tijdsperk een Imam in de wereld is die de mensen lijdt naar het rechte pad van Allah (swt).

Ismah ( feilloosheid)

De Profeten en Imams zijn leiders in alle opzichten van de Islamitische maatschappij. Wij hebben gezien dat religieuze zaken, aangaande de levenstijl van moslims, hun doen en denken eigenlijk in de handen liggen van deze mensen. Zij zijn bovendien de politieke leiders, wat betekent dat zij moeten beslissen over de verdeling van het geld, oorlogen die gevoerd worden, maar ook over juridische zaken.Allah (swt) is de aller- rechtvaardigste en wil dat de mens compleetheid en volkomenheid bereikt.

De Imams vormen hierin de leiders, en dus het voorbeeld.Zo zei Allah (swt) in de Koran: “En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan”. (Soera al Hasjr, 7). Dit is een duidelijke verwijzing dat alles wat de Profeet ons zegt, wij moeten aannemen en doen. Het gaat zelfs verder, alles wat de Profeet doet is geoorloofd om te doen, aangezien hij het voorbeeld is. Een ander vers: “Zeg: "Gehoorzaamt God en de boodschapper", maar als zij zich afwenden, dan heeft God de ongelovigen niet lief”.  (Soera Al Imraan, 32)

Zoals we weten is de godsdienst van Allah (s.w.t) compleet en heeft geen fouten, waardoor een voorbeeld of vertegenwoordiger van deze godsdienst ook volmaakt en compleet moet zijn. Als dit niet het geval was, en de Profeet zou bijvoorbeeld zonden begaan, dan is het geoorloofd om deze fouten te begaan als mensen. Hij is het voorbeeld en de leider, hij laat ons zien wat fout en goed is. Wanneer hij die dingen zou doen die Allah (s.w.t) heeft verboden, dan is het voor de mensen geoorloofd om deze fouten te begaan. Op basis hiervan is het uiterst noodzakelijk dat een Profeet, en dus ook een Imam die dezelfde functie vervult, feilloos is en geen fouten begaat. Dit heeft Allah (s.w.t) ook bevestigd in zijn boek de Koran: “Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken. Noch spreekt hij naar eigen begeerte. Het is slechts de Openbaring die wordt neer gezonden. Hij, die grote macht heeft, onderwees hem, Die kracht bezit. Zo is hij volmaakt geworden”. (Soera al Najm, 2-6)

Ook in het voorafgaande vers is het duidelijk dat een Imam feilloos  moet zijn en geen fouten begaan: En toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze vervulde, zei Hij: "Ik zal u tot Imam (leider) der mensen maken". Abraham vroeg: "En ook onder mijn nakomelingen?" Hij zei: "Mijn verbond betreft de overtreders niet". (Soera Albaqara, 124)

Wij zien hier dat Allah (swt) zegt dat de Imamschap niet toekomt aan haar die overtreders zijn, dus overtreders van de regels van de Islam. Het verbond in deze zin is de belofte van Imamschap der mensen. Hierin is dus niet verwezen dat de Imamschap alleen toekomt aan Ibrahim (as) maar aan zijn nakomelingen die geen zonden begaan, dus feilloos. Feilloos in deze betekenis is dat de Imam geen zonde begaat, maar ook dat wat niet wenselijk is (makrooh). De Imam is zo feilloos dat hij niet op de gedachte komt om een zonde te begaan, zoals wij dat doen. Hij hoeft innerlijk niet te kiezen tussen het goede en het kwade door middel van afweging, het is zijn natuur. Dit maakt het natuurlijk voor ons ook makkelijker om te geloven dat deze Imams waarlijk onze voorbeelden zijn, en dat wij op hen kunnen vertrouwen

Nas (gekozen door Allah (swt)) en opvolging

De Imam vervult grootse functies, die betrekking hebben op alle moslims in de wereld. Sterker nog: de beslissingen die genomen worden hebben betrekking op de Islam zelf, aangezien zij de religieuze autoriteit zijn en dus de vertaling van de regels en principes van Islam. We hebben al uitgezocht dat de Imam feilloos moet zijn om zijn functie correct te kunnen uitvoeren.

Nu is het aan ons uit te zoeken hoe wij erachter kunnen komen wie de Imam moet zijn.Is het de mensen die kunnen kiezen? Kunnen wij als moslims stemmen voor onze Imam? Of is er een hiërarchie?

Ten eerste zijn de eigenschappen van een Imam uniek en zeer complex. Het is onmogelijk voor ons als mensen om de volledige ware eigenschappen van Profeten en Imams te kunnen onderkennen. Bovendien is de feilloosheid niet te objectiveren voor ons als moslims, aangezien wij zelf niet feilloos zijn. Bovendien is het zeer gevaarlijk wanneer mensen hun eigen Imam kiezen, aangezien de mensen neigen naar zelfzuchtigheid. Hierdoor zou iedereen degene kiezen die hem het beste blieft, en niet per se die de juistheid van Islam vertegenwoordigd. Het is daarom belangrijk dat iemand dit voor ons doet, Allah (s.w.t). Hij heeft de Profeten gekozen, en daar hebben de mensen geen zeggenschap over. Zo ook voor Imams: “En Wij maakten hen tot Imams die de mensen leiden op Ons bevel en Wij zonden een Openbaring tot hen, die aanspoorde, goede werken te doen, het gebed te onderhouden en aalmoezen te geven. En zij aanbaden Ons alleen”. (Soera Al Anbiyaa, 73)

Dit is een duidelijke tekst die aangeeft dat Allah (swt) deze Imams “maakt” in andere woorden aanstelt. Ook Ibrahim werd tot Imam benoemd, de mensen hadden hierover niets te zeggen: “En toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze vervulde, zei Hij: "Ik zal u tot Imam (leider) der mensen maken". Abraham vroeg: "En ook onder mijn nakomelingen?" Hij zei: "Mijn verbond betreft de overtreders niet". (Soera Albaqara, 124). Het is daarom duidelijk dat wij de kennis noch macht hebben om iemand tot Imam aan te stellen. De aanstelling van Imams gebeurt op uitspraak van de Imam/Profeet ervoor. 

De eerste Imam echter is duidelijk gemaakt door Allah (swt) in de verzen van de Koran. Ik zal er een aantal uitpikken: "Uw leiders zijn slechts God en Zijn boodschapper en de gelovigen die het gebed houden en de Zakaat betalen en (tegelijkertijd) aanbidden. En hij, die God en de boodschapper en de gelovigen tot vrienden neemt (wete) dat de partij van God gewis zal zegevieren" (Soera al maideh, 55-56). Dit vers is geopenbaard nadat Ali ibn Abi Talib, de eerste Imam en de neef van de Profeet (s), achter de Profeet aan het bidden was. Tijdens het gebed kwam een bedelaar binnen in de moskee en begon geld te vragen.

Iedereen was aan het bidden en negeerde de man. Imam Ali (a) hield zijn ringvinger omhoog en liet de man zijn ring nemen als aalmoes (zakaat). Hierna is dit vers geopenbaard en werd duidelijk dat Imam Ali de leider was die de Profeet op zou volgen.Allah (s.w.t) ging verder in dezelfde Soera: “O boodschapper, verkondig hetgeen u van uw Heer is geopenbaard en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn boodschap niet overgebracht. God zal u tegen de mensen beschermen. Voorzeker, God leidt het ongelovige volk niet”. (Soera Al Maideh, 67)

Dit vers is geopenbaard bij Ghadier khum, na de laatste bedevaart van de Profeet (s), tijdens de laatste preek van de Profeet (s). De Profeet kreeg de opdracht te verkondigen wat hem was opgedragen, omdat hij proefde dat de mensen dit niet zouden accepteren: “Ik heb onder jullie achtergelaten de twee zuilen: de Koran en Ahlal Bait. Wanneer jullie aan deze vasthouden zullen jullie nooit afdwalen. Zij zullen nooit van elkaar gescheiden zijn”.

In Ghadier: “Van wie ik de leider was, Ali is zijn leider. O Allah heb lief wie hem lief heeft, en wordt vijand van zijn vijand”. Na deze woorden werd het volgende vers geopenbaard: “Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooit en de Islam voor u als godsdienst gekozen”. (Soera Al Maideh, 3)

Dit bewijst dat de Imameh een onderdeel is van de Islam, een zuil van de Islam. Zonder deze zuil is de Islam niet compleet! Ook heeft de Profeet verschillende overlevering die bewijzen dat Imam Ali zijn opvolger moet zijn: "Ali jij bent voor mij als Haroen was voor Musa, alleen is er geen Profeet na mij”. Wijzend naar Ali (as): “Dit is mijn broeder en mijn opvolger, dus luister naar hem en gehoorzaam”. Allah (s.w.t) maakt het duidelijk dat de Imamschap niet eindigt bij Imam Ali, maar uitgaat naar de Ahl Bait (huisgenoten) van de Profeet (vzmh):“O Ahlal Bait (huisgenoten), God wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken”. (Soera Al Ahzaab, 33)

Door dit vers is het duidelijk dat de Ahlalbait feilloos zijn gemaakt door Allah (swt) en hierdoor de enigen die geschikt zijn voor Imamschap. Wij geloven dat de opeenvolgende Imams twaalf zijn. Zij zijn allen uit het nageslacht van de Profeet Mohammed (s), die uit het nageslacht van Profeet Ibrahim komen: “Of benijden zij de mensen om hetgeen God hun vanuit Zijn overvloed heeft gegeven? Waarlijk, Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koninkrijk”. (Soera Al Nisaa, 54).

De twaalf Imams zijn:

1. Imam Ali Al-Ameeril Mo'mineen (a)

2. Imam Hasan Al-Mujtaba (a)

3. Imam Hussain As-Shaheed (a)

4. Imam Zain-ul-Abideeen (a)

5. Imam Muhammad Al-Baqir (a)

6. Imam Ja'far As-Saadiq (a)

7. Imam Musa Al-Kazim (a)

8. Imam Ali Ar-Reza (a)

9. Imam Muhammad At-Taqi (a)

10. Imam Ali An-Naqi (a)

11. Imam Hasan Al-Askari (a)

12. Imam Muhammad Al-Mahdi (a)

Eeuwigheid

Wij geloven dat de Imamschap altijd bestaat, zoals duidelijk gemaakt in het eerste hoofdstuk. Dit betekent dat Imamschap ook aanwezig is wanneer de Imam niet tussen de mensen is. Imam Al-Mahdi is onze laatste Imam en hij voor ons niet zichtbaar. Hij leeft echter wel en is onze Imam, diegene die wij gehoorzamen. Het is nu niet mogelijk om in het leven en afwezigheid van Imam Mahdi in te gaan, daar is een apart onderzoek voor nodig. Het is echter wel zo dat wij deze Imam moeten volgen. Het voorbeeld van de Profeet Musa, ook hij was afwezig voor 40 dagen, maar bleef de Profeet van de mensen van Israël. Ook onze Profeet (s) tijdens de Meradj was afwezig, maar was wel de leidinggevende Profeet.

Tijdens de afwezigheid van Imam Al Mahdi moeten wij ons met de vragen richten naar de Maredja’a. Deze geleerden moeten bepaalde fases en studies op zeer hoog niveau hebben afgemaakt in de theologische leer van Ahlalbait. Deze universiteiten zijn opgericht door onze Imams, en hun inhoud werd toen al vorm gegeven.

Hierdoor zijn deze mensen uiterst geschikt om ons op religieus gebied te leiden. Zij baseren hun uitspraken slechts op de vertaling van de Koran, zoals overgeleverd door onze Profeet en de Imams. Wij zijn in ieder geval verplicht tot het opvolgen van de Imams in al hun bevelen en woorden, ook al zijn deze voor ons onlogisch. Zij bezitten de volledige kennis die wij niet hebben. Imam Al-Mahdi heeft ons opgedragen om deze Maredja’a als leiders te zien in ons dagelijks leven. Voorbeelden van deze Maradjia zijn Ayatollah Al-Sistani en Ayatollah Khamanei. Meer over dit onderwerp lees dit artikel over het volgen van een Mujtahid.

Samenvatting

Samenvattend zijn Imams opvolgers van de Profeet, met dezelfde functies. Zij staan niet in contact met Allah (swt) en daarom zijn zij geen Profeten, hoewel Profeten wel Imams (kunnen) zijn. Een Imam moet aan een aantal eisen voldoen: Hij moet feilloos zijn, gekozen door Allah (swt) en de Imamschap is altijd en eeuwig. De functies van de Imam, religieuze en politieke leiderschap, zijn een onderdeel van de Imamschap. Het is dus niet zo dat pas wanneer door de mensen is erkend dat hij de religieuze en politieke leider is, hij Imam wordt.

Imams zijn gekozen door Allah (s.w.t) en moeten voor moslims de functies vervullen, ook al worden ze niet door de meesten erkend. Het voorbeeld van Imam Hassan en Imam Hussain is hier van toepassing. De Khalifaat was niet in hun handen, maar toch waren zij de legitieme Imams, en niemand anders.

Betekenis van Imams voor ons

Imams zijn feilloze mensen die het woord van Allah tot in de kleinste details uitoefen en prediken. Zij zijn volmaakt en zijn het voorbeeld voor niet allen iedere moslim, maar voor alle mensen op aarde. Hun gedragingen en gezegdes kunnen we gebruiken tijdens ons leven, ons gedrag, ons handelen, sociale contacten et cetera. Een klein voorbeeld is de spreuk van Imam Ali (a) die ons helpt om te begrijpen hoe wij om moeten gaan met niet moslims in deze maatschappij: “De mensen zijn twee: of een broeder in godsdienst, of een gelijke in mensheid.” Er zijn vele wijze lessen te behalen uit het leven van de Imams die wij kunnen gebruiken om ons doel tot in volmaaktheid te volbrengen: het aanbidden van Allah (swt).  Met deze geweldige Imams als steunpunt kunnen wij inderdaad heel dicht komen bij de volmaaktheid die Allah (swt) voor ons ziet.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Profeetschap

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Inleiding

Voordat we dit onderwerp behandelen is het van belang om te begrijpen wat het doel is achter de schepping van de mens. Is de mens slechts geschapen voor genot en plezier of zit er een betekenis achter zijn schepping? Heeft de mens een doel in de wereld waar hij leeft? Is de mens in het bezit van een spirituele zijde, die evenals zijn materiële zijde in staat is te ontwikkelen?

In de Islamitische geschriften (Koran en Hadith) zijn voor het doel van de schepping van de mens, veel en verschillende verklaringen gegeven. Hun gemeenschappelijke uitgangspuntpunt is, dat het enige doel van de schepping van de mens is dat deze volgens de menselijke waarden perfectie bereikt.

"En ik heb de jinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen" (Koran Zariyaat:56)

De werkelijke aanbidding van een mens is gebaseerd op het leren van goede manieren en het bereiken van perfectie. Elke aanbidding van de mens is gerelateerd aan zijn opvoeding en menselijke ontwikkeling. De beproeving van Allah voor de mens is dan ook op dit basispunt gebaseerd.

"Die de dood en het leven heeft ingesteld, opdat Hij u moge beproeven wie onder u zich het beste gedraagt" (Koran Mulk:2)

De mens is dus met zijn opvoeding (goede manieren), kennis en handelingen op weg naar perfectie, maar om deze weg voort te zetten is hij afhankelijk van een begeleider (gids).

Wie de gids is 

Kan de mens door het inzien van al het goede en het slechte en door met zijn verstand zijn standpunten te vervolmaken, de voor- en nadelen van het leven begrijpen? Het antwoord hierop is beslist 'nee'. Het verstand beschikt namelijk niet over de capaciteiten van begeleiding, maar heeft zelf ook opvoeding en begeleiding nodig. Hierdoor kan het voorkomen dat hij door een slechte omgeving, waarin hij kan verkeren, wordt beïnvloed en van het goede pad afdwaalt. Imam Ali (a) maakt duidelijk dat een van de redenen dat de profeten zijn gestuurd, het opvoeden van het verstand is en zegt: "…..ze brengen de vergeten, verborgen ideeën en verstanden naar boven".

Zijn de menselijke wetten en ideologieën voldoende voor het verbeteren van een individu en de samenleving? Dankzij de vele conflicten die al honderden jaren tussen wetenschappers heersen, worden voor het verbeteren van de samenleving verschillende voorstellen en ideologieën naar voren gebracht. Al deze voorstellen en ideologieën laten zien hoe beperkt en onwetend het menselijke verstand is over de geheimen achter het gelukkig zijn van de mens. Hierdoor begrijpen we dat menselijke gedachtes en theorieën in werkelijke zin niet betrouwbaar zijn. Er is geen garantie bij het uitvoeren van de menselijke wetten.

Bij de leer van de Profeten (vrede zij met hen allen) is dit probleem niet aanwezig. Hun kennis komt namelijk van de eeuwige kennisbron; Allah (swt.). Hierdoor kennen zij, beter dan welk individu dan ook, elke menselijke eigenschap tot in detail. En zo bieden zij met hun leer geen kans aan het ontstaan van enige fouten. Hiermee zijn de reden en de noodzaak van het zenden van profeten duidelijk geworden.

Wat is een Profeet en hoe is hij te herkennen?

Een Profeet is iemand die de gave heeft om, zonder een tussenpersoon, door middel van Goddelijke inspiratie (Wahy) met de Schepper en Zijn eeuwige kennis in contact te komen en zo de Goddelijke wetten te openbaren.

Ware Profeten kunnen op de volgende manieren onderscheiden worden van valse profeten:

1. Ware Profeten kunnen dingen doen die de mens niet kan doen door middel van wonderen (mu’jizah).

2. Men kan....

(I) de tijd van hun profeetschap, hun zedelijke [1], geestelijke en maatschappelijke gedrag en andere punten van hun leven onderzoeken

(II) onderzoeken en vast te stellen of de inhoud van hun uitnodiging (naar hun religie) wel of niet overeenkomt met de normen van het verstand en logica

(III) door het gedrag van hun volgelingen in de maatschappij te onderzoeken en op soortgelijke manieren (zowel in I, II en III) getuigen en bewijzen verzamelen.

3. Een eerdere Profeet, wiens profeetschap met zekere bewijzen is bewezen, heeft zijn profeetschap aangekondigd.

Onderverdeling van Profeten in twee soorten

1. Profeten die niet ‘Ul ul-Aziem’ zijn. Dit zijn profeten met een beperkte openbaringstaak en die geen nieuw boek (van Allah) en nieuwe religie openbaren.

2. Profeten die ‘Ul ul-Aziem’ zijn. Deze profeten brengen een nieuwe religie en een Goddelijk Boek. Hun taakterrein is erg breed. Deze groep bestaat uit 5 grote personen. Elk van hen had in een ander tijdperk de taak om de Goddelijke bevelen aan de mensheid te openbaren.

‘Ul ul-Aziem’ Profeten op een rij:

De Profeet Noach (Hz. Noeh a.)

De Profeet Abraham (Hz. Ibrahiem a.)

De Profeet Mozes (Hz. Moesa a.)

De Profeet Jezus (Hz. ‘Isa a.)

De Profeet Mohammed (Hz. Muhammad s.).

De profetenreeks is bij de Profeet Mohammed (s) geëindigd. Hij is de Laatste Profeet(s) die Allah heeft gestuurd.

De Islamitische maatschappelijke leer, wetten en religieuze standpunten zijn zo geordend, dat de Islam in staat is om in elke tijd en periode in de behoeftes van de menselijke samenleving te kunnen voorzien. Het is de laatste Goddelijke wetgeving (shariah) die eeuwig zal gelden en daarom geen toestemming geeft om de weg van andere religies te volgen.

“En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.” (Koran Aal-i Imraan: 85)

(s = Sala’Allahu Aleehi Wa Sallem = Vrede zij met hem)

[1] (Akhlaaq) Zeden: moraal, al die gedragingen en handelingen die in een bepaalde kring algemeen als goed of geoorloofd gelden.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Rechtvaardigheid

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Vertrouwen in God en rechtvaardigheid

Laatst had ik een gesprek met een oude vrouw over waarom zij haar geloof kwijt is geraakt. Zij was katholiek opgevoed, maar besloot om niet meer in God te geloven, door al het lijden dat ze had gezien in de wereld. De onrechtvaardigheden die ze met de jaren te zien kreeg, pijnigden haar. Mensen, kinderen en dieren die moesten lijden, deden haar concluderen “als God had bestaan, had hij dit nooit laten gebeuren. Een God had ingegrepen”. Een openhartig gesprek volgde. Eerst vertel ik even over het concept ‘lijden’. Hiermee bedoel ik geen vliegtuigongelukken of natuurlijke sterfte van oma’s en opa’s. Sterfte op zichzelf is een natuurlijk fenomeen, het gebeurt, het is erg, maar het moet gebeuren en het gebeurt met iedereen, niet alleen met de goeierds. Het lijden waar deze vrouw en ik het over hadden, was het lijden door onrechtvaardigheid.

Ik vertelde haar dat ik haar begreep, in de zin dat ik haar gevoelens van afschuw als reactie op onrechtvaardigheid ook heb. Ik was 14 jaar toen ik vreselijke foto’s op het nieuws zag van mensenrechtenschending wat nota bene in mijn eigen land gebeurde, met mensen die net zo goed familie hadden kunnen zijn. Ik werd er misselijk van, maar verloor desondanks nooit mijn vertrouwen in God. Wel verloor ik mijn vertrouwen in de mensheid. Want het zijn mensen die elkaar het onrecht aandoen. God is niet degene die het onrecht verricht en het zijn juist momenten als deze waarin het zo belangrijk is om troost en rechtvaardigheid te zoeken bij God. Later herwon ik trouwens mijn vertrouwen in de mensheid weer, omdat er ook zoveel lieve mensen bestaan.

De uitspraak dat God niet heeft ingegrepen, is onjuist. God heeft wel degelijk ingegrepen: met de Thora, de Bijbel en later, nadat de mens de inhoud van deze twee boeken heeft zitten veranderen, gaf God ons de Koran, welke inhoudelijk inshaAllah nooit zal veranderen. In de Hemelse Boeken heeft God ons laten weten wat goed is en wat niet, wat rechtvaardig is en wat niet, wat we wel en niet mogen doen. De regels van God zijn er om onrechtvaardigheden in de wereld te voorkomen en te beperken en om men te laten weten dat onrechtvaardigheid bestraft wordt.

Echter, God heeft de mens wel de vrijheid gegeven om te kiezen of hij zich wel of niet aan deze regels gaat houden. Hij heeft ons namelijk ook de hersencapaciteiten geschonken om de juiste keuzes te maken. De mens baseert zijn keuzes op heel andere dingen dan het dier, heeft een ander bewustzijnsniveau en wordt bevangen door gevoelens die dieren niet hebben: arrogantie, wat de reden is dat Satan uit de hemel werd verjaagd; jaloezie, wat de oorzaak is geweest voor de eerste misdaad op aarde (toen Habil, de zoon van Adam, zijn eigen broer Qabil vermoordde), etc. Een dier leeft om te overleven. Een mens lijkt te leven voor meer. Zie volgende Koranvers:

Voorwaar, Wij boden de hemelen, de aarde en de bergen aan, hun (iets) toe te vertrouwen, maar zij weigerden dit te dragen en vreesden ervoor, maar de mens nam het op zich. Inderdaad, hij is zeer onrechtvaardig (jegens zichzelf), onwetend. (Koran, 33:72, Soerat al Ahzab)

De mens heeft kennelijk iets van God geaccepteerd, wat de hemelen, de aarde en de bergen niet wilden: de “amanah”, zoals er in het Arabisch staat. Letterlijk betekent “amanah” dat iemand je iets toevertrouwt wat je tijdelijk in je bezit hebt en waar je goed mee om moet gaan, d.w.z. in dezelfde staat retourneert. Een mogelijke verklaring voor dit vers is dat er met “amanah” het intellect wordt bedoeld, dat wij van God hebben gekregen en van waaruit wij een vrije keuze kunnen maken1.

Onvermijdelijk stuitte het gesprek uiteindelijk op de Holocaust. Ik vroeg haar, niet op een beschuldigende toon (!), maar juist omdat ik oprecht wilde weten hoe een ongelovige over dit soort dingen denkt, wat zij gelooft dat er zal gebeuren met de daders. Hitler was een gewetenloze, fascistische superioriteitsmaniak, dat weten we, maar hij heeft niet in zijn eentje al die mensen gedeporteerd, verraden en vergast. Ik zal het even niet hebben over de grote menigtes die Hitler toejuichten. Dat waren mensen die het gewoon heerlijk vonden dat iemand tegen ze zei dat zij superieur zijn en dat hun babybedje in het juiste land stond. En ik heb het ook niet over de beroemde oorlogscriminelen, wiens namen besmet de geschiedenis in zijn gegaan. Ik heb het over de duizenden naamloze verraders, gevangenisbewakers, etc. etc. Wat gebeurt er met ze? Na de oorlog ging een substantieel deel van deze criminelen gewoon door met zijn leven. Gebeurt er niets? We gaan allemaal dood en daarna is er niets? Geen oordeel?

Begrijp me niet verkeerd, de reden dat ik in God geloof is niet enkel omdat het alternatief veel erger is. Maar ik vind het een goede troost. Ik vind het goed om te weten dat er uiteindelijk geen onrechtvaardigheid meer zal bestaan. Dat wij uiteindelijk op de Dag des Oordeels allemaal voor de allergrootste rechtbank verschijnen.

Maar terug naar het lijden: op tv zag ik een keer Mohammed Riza al Shirazi vertellen over een man die gevangen heeft gezeten ten tijde van Saddam’s dictatuur en daar de gruwelijkste dingen heeft moeten beleven. Op de vraag hoe hij dit lijden heeft kunnen doorstaan, antwoordde hij ‘thikr Allah’, wat dus betekent ‘het denken aan God’. Het denken aan God, het noemen van God, heeft deze man zijn lijden kunnen doorleven. En ook aan onze Imams (a) kunnen we een voorbeeld ontlenen: allen hebben ze een leven vol moeilijkheden en uitdagingen geleid, maar hier wil ik specifiek Imam Musa al Kadhim (a) noemen, die onder het regime van Harun al Rashid jarenlang in gevangenschap heeft doorgebracht. Ondanks het lijden klaagde hij niet en besteedde hij zijn tijd aan het gebed en het toenadering zoeken tot God. Sterker nog, hij bedankte God voor de “vrije” tijd die hij kreeg om God nog meer te vereren, voorbeeldig in zijn optimisme en geduld2.

Deze mensen zijn het toonbeeld van hoe men het beste uit zijn religie kan halen, in goede en in slechte tijden. Hét voorbeeld van hoe men in elke situatie zijn religie optimaal kan benutten, hoe egoïstisch dit ook mag klinken. Een gek idee dat dit soort lijdensverhalen deze vrouw haar vertrouwen in God hebben doen verliezen, terwijl de “lijder” juist in het onrechtvaardige moment zich nog meer vastklampte aan God.

Dit gesprek klinkt misschien wel basaal en eenvoudig, maar ik zag toch aan deze vrouw dat het haar goed deed om te horen dat mensen hun slechte daden niet op God af kunnen schuiven, dat God wel degelijk heeft ingegrepen, maar dat Hij ons laat kiezen en dat we op onze keuzes en daden beoordeeld zullen worden. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe we onze intellect benutten.

Bronnen:

1. Tafsir al Mizan, Ayatollah Mohammed Hussein Tabatabai

2. www.islamicinsights.com, URL: http://www.islamicinsights.com/religion/religion/lessons-from-imam-kadhim-s-imprisonment.html, publicatie 28 juni 2011.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Eenheid van God

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Introductie

Tawhid is de kern van elk monotheïstisch geloof. Binnen het Jodendom en Christendom, is het eerste gebod van Mozes dat God één is. Ook onze Moslim broeders die stromingen binnen Ahlal-Sunnah volgen, staat Tawhid als een van de 5 pilaren binnen het geloof. Voor moslims die de leer van Ahlalbait volgen, is Tawhid de eerste van de 5 ‘Usul al deen’, of vertaald ‘basis van het geloof’.

Tawhid duidt op ‘de eenheid van God’, die de volgende vragen oproepen:

‘is er een schepper?’ en ‘waarom’?

‘Wie is deze schepper? Wat betekent het dat God één God is?

Waarom ‘Allah’ en geen ‘God’?

Waarom is Allah uniek?

Elke persoon denkt heeft ooit wel eens nagedacht over het bestaan van een bovennatuurlijke God die de wereld heeft geschapen. Deze vraag ‘bestaat er een God?’ is menselijk, en dit is wat ons als mens onderscheidt van de dieren. Allereerst is het belangrijk om de rationele gedachtegang achter de vraag in te zien.

1. Interpretatie van kennis

Vanaf de 15de tot de 17de eeuw waren er in Europa verschillende grote filosofen, zoals Francis Bacon of Rene Decartes. Bacon geloofde dat alle kennis via onze 5 zintuigen opgenomen wordt. Alles wat je kunt zien, ruiken, aanraken, horen en proeven is ‘echt’. Decartes daartegen, geloofde niet in deze visie, en zei dat alleen het rationele ‘ware kennis’ is. Immers, als je door een woestijn zou lopen en je een oase als hallucinatie zou zien, dan bedriegen jouw zintuigen jou en dat is dan geen kennis. De mensen in de tijd van Decartes vroegen hem; ‘bewijs dan jouw eigen bestaan zonder de 5 zintuigen, als je niet in deze vorm van kennis gelooft’. Zijn antwoord (nadat deze vraag hem bijna gek maakte) was ‘ik twijfel, daarom denk ik. Ik denk, daarom besta ik’.

In de 17de eeuw zei de filosoof Immanuel Kant dat beide visies juist waren, maar combineerde de theorieën.

Kant zei dat een zogenaamd ‘noumena’ iets is dat gewoon bestaat, maar nog niet geïnterpreteerd is. Dit kan van alles zijn. Het is de manier waarop wij het interpreteren dat iets tot een fenomeen maakt.

In Kant’s model wordt kennis geïnterpreteerd via de 5 zintuigen, of direct via de hersenen. Wiskunde bijvoorbeeld zijn processen die in de hersenen rondgaan, maar niet via de 5 zintuigen bevat kunnen worden. Toch bestaat wiskunde en is het geen illusie.

Lees meer

Afdrukken