Rechtvaardigheid

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Vertrouwen in God en rechtvaardigheid

Laatst had ik een gesprek met een oude vrouw over waarom zij haar geloof kwijt is geraakt. Zij was katholiek opgevoed, maar besloot om niet meer in God te geloven, door al het lijden dat ze had gezien in de wereld. De onrechtvaardigheden die ze met de jaren te zien kreeg, pijnigden haar. Mensen, kinderen en dieren die moesten lijden, deden haar concluderen “als God had bestaan, had hij dit nooit laten gebeuren. Een God had ingegrepen”. Een openhartig gesprek volgde. Eerst vertel ik even over het concept ‘lijden’. Hiermee bedoel ik geen vliegtuigongelukken of natuurlijke sterfte van oma’s en opa’s. Sterfte op zichzelf is een natuurlijk fenomeen, het gebeurt, het is erg, maar het moet gebeuren en het gebeurt met iedereen, niet alleen met de goeierds. Het lijden waar deze vrouw en ik het over hadden, was het lijden door onrechtvaardigheid.

Ik vertelde haar dat ik haar begreep, in de zin dat ik haar gevoelens van afschuw als reactie op onrechtvaardigheid ook heb. Ik was 14 jaar toen ik vreselijke foto’s op het nieuws zag van mensenrechtenschending wat nota bene in mijn eigen land gebeurde, met mensen die net zo goed familie hadden kunnen zijn. Ik werd er misselijk van, maar verloor desondanks nooit mijn vertrouwen in God. Wel verloor ik mijn vertrouwen in de mensheid. Want het zijn mensen die elkaar het onrecht aandoen. God is niet degene die het onrecht verricht en het zijn juist momenten als deze waarin het zo belangrijk is om troost en rechtvaardigheid te zoeken bij God. Later herwon ik trouwens mijn vertrouwen in de mensheid weer, omdat er ook zoveel lieve mensen bestaan.

De uitspraak dat God niet heeft ingegrepen, is onjuist. God heeft wel degelijk ingegrepen: met de Thora, de Bijbel en later, nadat de mens de inhoud van deze twee boeken heeft zitten veranderen, gaf God ons de Koran, welke inhoudelijk inshaAllah nooit zal veranderen. In de Hemelse Boeken heeft God ons laten weten wat goed is en wat niet, wat rechtvaardig is en wat niet, wat we wel en niet mogen doen. De regels van God zijn er om onrechtvaardigheden in de wereld te voorkomen en te beperken en om men te laten weten dat onrechtvaardigheid bestraft wordt.

Echter, God heeft de mens wel de vrijheid gegeven om te kiezen of hij zich wel of niet aan deze regels gaat houden. Hij heeft ons namelijk ook de hersencapaciteiten geschonken om de juiste keuzes te maken. De mens baseert zijn keuzes op heel andere dingen dan het dier, heeft een ander bewustzijnsniveau en wordt bevangen door gevoelens die dieren niet hebben: arrogantie, wat de reden is dat Satan uit de hemel werd verjaagd; jaloezie, wat de oorzaak is geweest voor de eerste misdaad op aarde (toen Habil, de zoon van Adam, zijn eigen broer Qabil vermoordde), etc. Een dier leeft om te overleven. Een mens lijkt te leven voor meer. Zie volgende Koranvers:

Voorwaar, Wij boden de hemelen, de aarde en de bergen aan, hun (iets) toe te vertrouwen, maar zij weigerden dit te dragen en vreesden ervoor, maar de mens nam het op zich. Inderdaad, hij is zeer onrechtvaardig (jegens zichzelf), onwetend. (Koran, 33:72, Soerat al Ahzab)

De mens heeft kennelijk iets van God geaccepteerd, wat de hemelen, de aarde en de bergen niet wilden: de “amanah”, zoals er in het Arabisch staat. Letterlijk betekent “amanah” dat iemand je iets toevertrouwt wat je tijdelijk in je bezit hebt en waar je goed mee om moet gaan, d.w.z. in dezelfde staat retourneert. Een mogelijke verklaring voor dit vers is dat er met “amanah” het intellect wordt bedoeld, dat wij van God hebben gekregen en van waaruit wij een vrije keuze kunnen maken1.

Onvermijdelijk stuitte het gesprek uiteindelijk op de Holocaust. Ik vroeg haar, niet op een beschuldigende toon (!), maar juist omdat ik oprecht wilde weten hoe een ongelovige over dit soort dingen denkt, wat zij gelooft dat er zal gebeuren met de daders. Hitler was een gewetenloze, fascistische superioriteitsmaniak, dat weten we, maar hij heeft niet in zijn eentje al die mensen gedeporteerd, verraden en vergast. Ik zal het even niet hebben over de grote menigtes die Hitler toejuichten. Dat waren mensen die het gewoon heerlijk vonden dat iemand tegen ze zei dat zij superieur zijn en dat hun babybedje in het juiste land stond. En ik heb het ook niet over de beroemde oorlogscriminelen, wiens namen besmet de geschiedenis in zijn gegaan. Ik heb het over de duizenden naamloze verraders, gevangenisbewakers, etc. etc. Wat gebeurt er met ze? Na de oorlog ging een substantieel deel van deze criminelen gewoon door met zijn leven. Gebeurt er niets? We gaan allemaal dood en daarna is er niets? Geen oordeel?

Begrijp me niet verkeerd, de reden dat ik in God geloof is niet enkel omdat het alternatief veel erger is. Maar ik vind het een goede troost. Ik vind het goed om te weten dat er uiteindelijk geen onrechtvaardigheid meer zal bestaan. Dat wij uiteindelijk op de Dag des Oordeels allemaal voor de allergrootste rechtbank verschijnen.

Maar terug naar het lijden: op tv zag ik een keer Mohammed Riza al Shirazi vertellen over een man die gevangen heeft gezeten ten tijde van Saddam’s dictatuur en daar de gruwelijkste dingen heeft moeten beleven. Op de vraag hoe hij dit lijden heeft kunnen doorstaan, antwoordde hij ‘thikr Allah’, wat dus betekent ‘het denken aan God’. Het denken aan God, het noemen van God, heeft deze man zijn lijden kunnen doorleven. En ook aan onze Imams (a) kunnen we een voorbeeld ontlenen: allen hebben ze een leven vol moeilijkheden en uitdagingen geleid, maar hier wil ik specifiek Imam Musa al Kadhim (a) noemen, die onder het regime van Harun al Rashid jarenlang in gevangenschap heeft doorgebracht. Ondanks het lijden klaagde hij niet en besteedde hij zijn tijd aan het gebed en het toenadering zoeken tot God. Sterker nog, hij bedankte God voor de “vrije” tijd die hij kreeg om God nog meer te vereren, voorbeeldig in zijn optimisme en geduld2.

Deze mensen zijn het toonbeeld van hoe men het beste uit zijn religie kan halen, in goede en in slechte tijden. Hét voorbeeld van hoe men in elke situatie zijn religie optimaal kan benutten, hoe egoïstisch dit ook mag klinken. Een gek idee dat dit soort lijdensverhalen deze vrouw haar vertrouwen in God hebben doen verliezen, terwijl de “lijder” juist in het onrechtvaardige moment zich nog meer vastklampte aan God.

Dit gesprek klinkt misschien wel basaal en eenvoudig, maar ik zag toch aan deze vrouw dat het haar goed deed om te horen dat mensen hun slechte daden niet op God af kunnen schuiven, dat God wel degelijk heeft ingegrepen, maar dat Hij ons laat kiezen en dat we op onze keuzes en daden beoordeeld zullen worden. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe we onze intellect benutten.

Bronnen:

1. Tafsir al Mizan, Ayatollah Mohammed Hussein Tabatabai

2. www.islamicinsights.com, URL: http://www.islamicinsights.com/religion/religion/lessons-from-imam-kadhim-s-imprisonment.html, publicatie 28 juni 2011.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen