Profeet Mohammed (s)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Naam: Mohammed (Arabisch:محمد, Moehammad)

Titel: Ahmed, Taha, al-Mustafa.

Vader: Abdallah bin Abdul Muttalib

Moeder: Amina bint Wahab

Geboortedatum en -plaats: 17de van Rabi ul-Awwal, in het ‘Jaar van de olifant’ 570/571, Mekka

Dag van overlijden en de begraafplaats: 28 Safar, 11 AH, 632 A.D., Medina

De geboorte

De stam van Quraish werd beschouwd als één van de meest respectabele onder de eerbare Arabische stammen van Hijaz (het land dat nu bekend is als Saudi-Arabië werd Hijaz genoemd alvorens de Saoedi-dynastie in bestaan kwam). De overgrootvader van de Profeet (s) bekend als Kisa Bak Kalab, was beheerder van het Kaabah (Haram van God). Quraish werd verdeeld in vele verschillende groepen en Bani Hashim was de edelste uit hen. Hashim werd beschouwd als de meest edele, wijze en eerbare onder de mensen van Mekka. Hij hielp en stond de ingezetenen van Mekka bij en begon de handelszaken in de zomer en de winter voor de verbetering van hun leven. Daarom gaven de mensen hem de titel van Syed. Dit is de eigenlijke reden waarom zij die een afstammeling zijn van hem en de Profeets (s) stam Syeds worden genoemd. De zonen van Hashim, bekend als Mutalib en Abdul Mutalib, werden de beschermers en de beheerders van Quraish. Abdul Mutalib was een grote persoonlijkheid. Het was in zijn tijd dat Abraha de Kaabah aanviel, maar de Almachtige God de overtreder vernietigde. Dit bevestigde de grootheid van Abdul Mutalib. Hij hield zeer veel van zijn zoon Abdullah. Abdullah werd gehuwd aan het edele meisje Amina op de leeftijd van vierentwintig jaar.

Twee maanden na de gebeurtenis van Amul-Feel (gebeurtenis van de Olifant) baarde Amina een kind ter wereld dat Mohammed (s) werd genoemd. Alvorens de geboorte van de Profeet (s) stierf zijn vader Abdullah en na een korte periode later blies ook zijn moeder haar laatste adem uit. Profeets (s) grootvader Abdul Mutalib heeft hem overgenomen als zijn voogd.

Pre-Islamitische tijdperk

De Arabische wereld was gekenmerkt door polytheïsme in de tijd toen de Profeet (s) opgroeide. Voornamelijk in Medina waren Joodse stammen aanwezig en er waren groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was toen een belangrijke handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen en waarbij de Kaabah een universeel religieus heiligdom was waar vele goden werden aanbeden.

Eigenschappen

De nobele Profeet (s) was een geboren gelovige wiens hart in zijn jeugd al vrij van zonden was. Dankzij zijn nobele karakter noemde het volk hem tot ‘as-Sadiq’ (de waarheidsgetrouwe) en ‘al-Amin’ (de eerlijke). Zijn oorspronkelijke zuiverheid was bepalend voor zijn toekomstige grootheid. Het was de Goddelijke leiding die hem voorbereidde op zijn rol als Boodschapper voor de mensheid en Allah (swt) onderscheidde de Profeet (s) van alles en iedereen.

De nobele Profeet (s) had een bescheiden karakter, was moedig en veroordeelde geen mens op het verleden of uiterlijk. Hij (s) was intelligent, wijs, een gedreven werker en bouwde in de laatste twintig jaar van zijn leven een langdurende generatie op. De nobele Profeet van de Islam (s) die de hoogste status van profetie en het Goddelijk verleende leiderschap bezit. Wie het leven van de nobele Profeet (s) aandachtig bestudeert, zal begrijpen waarom de heilige Koran de mensheid opdraagt om de nobele Profeet (s) onvoorwaardelijk in zijn handelingen te volgen.

Zijn manier van leven weerspiegelt een levenswijze, opdat de mens leert over het naderen van de Goddelijke liefde van Allah (swt). En zijn zuivere karakteristieken, die sprankelen uit de onvoorwaardelijke liefde voor Allah (swt), en alomvattende lessen zijn. Hij (s) wijdde zijn leven volledig aan de goddelijke boodschap van eenheid, vrede en ethiek. De nobele Profeet (s) die opgedragen werd de mensen te leiden en hierbij een van zijn taken mede gericht was op het zuiveren van de mensheid. Hij (s) hield van optimisme en besteedde zijn dagen en nachten aan het gedenken en glorieus dienen van de Ene Ware God. Eenieder die de Profeet (s) leerde kennen, sprak in getuigenis nog nooit eerder een dergelijke man te hebben ontmoet.

Zijn manieren in de omgang met mensen en zijn manier van leven waren zo eenvoudig en meest vriendelijk dat wanneer hij onder de mensen was en een nieuwkomer de nobele Profeet (s) wilde leren kennen, hij moest vragen: “Wie van jullie is de Profeet?”. [1]

In zijn omgang met anderen was de Profeet (s) de eerste met het begroeten van anderen. [2] En wanneer hij (s) voor drie dagen geen van zijn broeders zag, dan vroeg hij naar hen. En wanneer de Profeet (s) niet in de stad was, bad hij voor zijn broeders en wanneer hij (s) er wel was bracht hij (s) hen een bezoek. En wanneer een van zijn broeders ziek was, bracht hij hem een bezoek en stelde hij (s) hem gerust. [3]

Hij vertelde aan zijn metgezellen, toen hij aan hen vroeg: “Zal ik u niet informeren over diegene onder u die het meest op mij lijkt?”. Waarop zijn metgezellen antwoordden: “Ja, O Profeet van Allah!”. En de Profeet (s) vertelde dat de diegene die het meest op hem lijkt een persoon is die het meest zachtaardigst naar de mensen is, een waardevol persoon voor zijn familie, liefdevol naar zijn medemens in geloof, het meest geduldig met betrekking tot de waarheid, zijn woede het best kan onderdrukken, en de meest vergevende en het meest gedreven in het handhaven van rechtvaardigheid is, in vreugde en kwaadheid. [4]

De heilige Profeet (s) straalde als de maan wanneer iets hem blij maakte. [5] En wanneer iets de Profeet (s) verdrietig maakte, nam hij dat tot het gebed. [6]

Wanneer een bedelaar naar de heilige Profeet (s) kwam, vertelde hij (s) de bedelaar: “Verontschuldig niet, verontschuldig niet”. [7]

Hij (s) had door middel van zijn goede omgangsvormen sociaal contact met de mensen, maar zijn hart was gescheiden van hen. Schijnbaar was hij (s) dan bij de mens, maar zijn hart was bij Allah (swt). [8]

Wanneer hij (s) tot het volk sprak, sprak hij (s) niet op zijn eigen intellectueel niveau, maar hij (s) vertelde dat de Profeten opgedragen is om te spreken op het niveau van het volk. [9]

De nobele Profeet (s) haalde lessen uit het kijken naar de maan, heelal, de zon en alle andere creaties van de Schepping, en deze fenomenen brachten hem dichterbij de Schepper (swt) dan de creaties zelve. [10]

De nobele Profeet (s) was de meest genereuze onder de mensen. Geen dinar of dirham  zou in de avond tot zijn bezit behoren. Wanneer de avond naderde en de Profeet (s) extra geld had en niemand vond om dit aan hem/haar te doneren, keerde hij (s) niet terug naar zijn huis tot hij (s) iemand in nood had gevonden. Hij (s) hield niet hetgeen wat Allah (swt) aan hem gegeven had voor zichzelf, slechts de jaarlijkse provisies; de dadels en gerst die makkelijk te verkrijgen waren. De rest spendeerde hij (s) in de naam van Allah (swt). Hij (s) gaf zonder dat hem gevraagd werd. Vervolgens (wanneer hij (s) het overtollige had weggegeven) gaf hij (s) de voorkeur om hetgeen van zijn jaarlijkse provisies onder de mensen uit te delen. Zelfs als het daardoor mogelijk was dat de Profeet (s) aan het einde van het jaar zonder voorraadmiddelen zou achterblijven. Hij leefde volgens de waarheid, ook al zou dat een groot verlies voor hem of zijn metgezellen met zich meebrengen. Hij liep zonder beschermer naast zijn vijanden en hij was niet geïmponeerd door wereldse zaken. Hij zat en at naast de armen. Hij eerde de mensen om het goede gedrag en verkreeg respect van de nobelen door hen te respecteren. Hij (s) hield nauwe banden met zijn familieleden ongeacht voorkeur te geven wie er beter dan de ander was (betreft deugden). Hij (s) onderdrukte niemand en accepteerde het wanneer iemand zijn excuses aanbod. En hij (s) had een mannelijke en vrouwelijke slaaf, maar at niet beter en droeg geen betere kleren dan hen. Geen moment van zijn tijd ging voorbij om goede daden voor Allah (swt) te verrichten, of hetgeen voor de integriteit van zijn ziel te verrichten. Hij bezocht de tuinen van zijn metgezellen en keek nooit neer op een arme door zijn armdom of ongeluk noch was hij (s) bang voor de macht van een heerser. In plaats hiervan moedigde hij hen gelijkwaardig aan om dichter tot Allah (swt) komen (11).

Allah, de Almachtige en Verhevene leerde hem (s) alle wetenschappen die tot hem geopenbaard werden en de nobele Profeet (s) kende alle interpretaties van de verzen die tot hem geopenbaard werden. En de Boodschapper van Allah zocht nooit toevlucht tot zijn vermoedens of persoonlijke meningen. Al zijn woorden en daden werden door Allah (swt) goedgekeurd.

Zoals Allah de Almachtige in de heilige Koran zegt:

Noch spreekt hij naar eigen begeerte.

Het is slechts de Openbaring die wordt nedergezonden.

Hij, die grote macht heeft, onderwees hem.

(Sura Najm 53, vers 3-5)

Hij (s) volgde de zaken van het volk tot op de voet en verspreidde het licht van de Islam. Hij sprak alleen wanneer dat nodig was en wanneer hij dit deed, was zijn toesprak vrij van overbodig woordgebruik. Zijn toespraken waren nauwkeurig, van grote waarde en ter zake.

Hij (s) werkte gericht, was actief en energiek en leidde een ordelijk leven in de strikte zin van het woord. Zijn dag was over vier momenten verdeeld.

1. Een tijd voor aanbidding.

2. Een tijd voor zijn gezin (Ahlalbait), waarbij hij (s) zich als een gewone familie man gedroeg en het mooiste voorbeeld van sociaal gedrag weergaf.

3.Een tijd voor rust en meditatie.

4.Een tijd voor publieke zaken; zoals het ontvangen van moslims en het zoeken naar behoeften en vragen van het volk, het beantwoorden van vragen, hen zaken over de islam leren en het uitleggen van glorieuze verzen uit de heilige Koran.

Een aantal van zijn uitspraken over het belang van tijd zijn de volgende:

“Gezegend is mijn volk voor hun vroege opstaan. Te veel slaap rekent af met zowel de religie als de wereld.”

“Oh mensen, u heeft een aantal speciale eigenschappen, maak gebruik hiervan voor het te laat is want u(w) (leven) heeft een einde. Wees hierop voorbereid. Een dienaar van Allah (sw) moet maatregelen treffen in het hedendaagse leven voor het hiernamaals, in zijn jeugd moet men maatregelen treffen voor een goede toekomst en dus in het leven voor de dood. Bij Allah (swt), na de dood kun je niets meer doen/niemand anders de schuld geven dan je zelf en na deze wereld is er niets behalve het Paradijs en de hel.”

Betrouwbaar

De zoon van Abdullah, Mohammed (s), groeide op tot een jonge man met de barmhartigheid en de genade van God met een dergelijke geestelijke zuiverheid dat de mensen van Mekka van hem hielden en hun bezittingen bij hem in bewaring stelden. Dit is de reden dat hij genoemd werd als; ‘Amin’ (betrouwbaar).

Behulpzaam

De Profeet (s), met zijn kracht van geloof, steunde en hielp de behoeftige en de onderdrukten, deelde zijn maaltijd samen met hen, gaf gehoor aan hun woorden en loste hun problemen op. Toen enkele jongeren een vereniging organiseerden bekend als ‘Verplichting van de jongeren’, sloot de Profeet (s) zich bij hen aan en begon hen te steunen. Hun doel was om steun te bieden aan de onderdrukten en in opstand te komen tegen de tirannen en de wrede personen.

Gulheid

De Profeet (s), op advies van zijn oom Abu Talib (a), sloot zich aan bij de handelscaravan van Khadija (a) en wegens zijn correct en goed werk werd hij de leider van de caravan. Na een periode werd Khadija (a) door zijn deugden geïmponeerd en vroeg zijn hand ten huwelijk. Hij (s) is ingegaan op haar voorstel en de rijkste dame van Quraish heeft al haar rijkdom in zijn (s) beschikbaarheid gesteld (deze rijkdom die destijds de grootste mogelijke schat van de Arabische wereld was, werd later door hem (s) gebruikt omwille van het helpen van de behoeftige Moslims en het verspreiden van de Islam). Khadija (a) gaf geboorte aan Fatima (a), aan wiens stam alle feilloze Imams van de Islamitische Ummah behoren.

Scherpzinnigheid

Na tien jaar van zijn huwelijk kwam een sterke vloed naar Mekka, die de heilige Kaabah plunderde. Om geschil te vermijden, werd het werk van wederopbouw van de Kaabah verdeeld onder diverse stammen. Toen de bouwconstructie en de tijd voor het bevestigen van de hajar-e-Aswad (de zwarte steen gevestigd in een hoek van het Kaabah) werd voltooid, had elke stam de wens om de eer te verkrijgen deze te bevestigen. Deze geschil naderde bijna tot een strijd. De Profeet (s) gaf het besluit dat hajar-e-Aswad op een doek wordt geplaatst en van elke stam zouden afgevaardigden het samen moeten dragen en het oprichten.

Superieur karakter

Onder de Joodse stammen werd Mohammed (s) in zijn kindertijd bekend als een hoog gerespecteerd kind met een buitengewone karakter en een superieur positie.

Gebeurtenissen uit het leven van de Profeet (s)

Het begin van de Profetische opdracht

Op de leeftijd van veertig jaar werd Mohammed (s) benoemd als Profeet. Een dag toen hij bezig was met zijn gebeden en het aanbidden van God in de grot van Hara (de grot van Hara is bekend als kooh-e-Noor, ongeveer 6 km van Mekka richting Mina) bracht de engel Gabriel hem de openbaring van God dat hij als Profeet is gekozen. Na de openbaring ging hij bij zijn huis rusten. Nogmaals daalde de engel Gabriel en verkondigde de openbaring van God aan hem voor de aanvang van de godsdienstige verspreiding. In het begin, verspreidde de Profeet (s) de boodschap in het geheim en enkele mensen accepteerden de Islam in het geheim. Zijn vrouw Khadija (a) en Ali (a) waren de eersten die zijn profeetschap accepteerden. Voor een periode van drie jaar nivelleerde hij de grondslag en creëerde de atmosfeer voor de verspreiding van de boodschap van God. God beval hem om de mensen uit te nodigen voor één enkele God en een heilige oorlog en een kruistocht te beginnen tegen de afgodsbeelden. Dit was een gevaarlijke en gewaagde taak omdat de leiders van de stammen de status van Koningen en Monarchen hadden bereikt en alle anderen tot hun slaven hadden gemaakt. Ten tweede bleek het moeilijk te zijn om de afgodsbeelden te breken, die door hen eeuwenlang werden aanbeden. Maar er was geen alternatief behalve om de moeilijkheden te tolereren en te volharden omwille van de voltooiing van de doelstelling en het hoge doel van de monotheïsme en de grondwet van Tawhid (één God). Nadat de Profeet (s) de gemeenschappelijke uitnodiging had uitgebreid, begonnen de mensen met hun weerstand en vijandschap.

In het begin probeerden zij de Profeet (s) tegen te houden door het aanbieden van steekpenning. Maar toen zij hier niet in slaagden, gebruikten zij de macht en begonnen ze plagend, martelend en plunderend de activiteiten teniet te doen en maakten grappen over zijn aanhangers, maar ook deze poging slaagde er niet in om de opdracht van de Profeet (s) tegen te houden.

De polytheïsten voerden hun barbarismen en geweld op en verdrongen de Profeet (s) samen met zijn familie en aanhangers uit Mekka. Daarom werden deze aanhangers gedwongen in shaab-e-Abu Talib voor gedurende drie jaar te leven, om van de kwade activiteiten van de vijand gespaard te blijven. Maar de vijanden stelden zich hierbij nog niet tevreden. Zij belegerden zelfs shaab-e-Abu Talib zodat het voedsel en het water hen niet konden bereiken. Sommige mensen waagden hun leven door hen van voedsel te voorzien in de duisternis van de nacht. Geruime tijd is verstreken nadat de polytheïsten hadden toegegeven aan de sterke wil en standvastigheid van de Moslims en hadden besloten de Profeet (s) te doden. Zij waren van plan om één jonge man van elke stam en familie te selecteren zodat niemand hen om bloedgeld zou kunnen vragen. Zij kwamen overeen om op een bepaalde nacht het huis van de Profeet (s) aan te vallen en van hem een martelaar te maken.

Migratie naar Medina

De Profeet (s) kwam op de hoogte van hun plannen door een openbaring. Van zijn geliefden was slechts Ali (a) die de bed van de Profeet (s) verkozen heeft om die nacht op te gaan liggen en zijn eigen leven daarmee op te offeren voor de Profeet (s). De Profeet (s) migreerde van Mekka onder de dekking van de duisternis van de nacht. De polytheïsten verzamelden zich in die nacht op de aangeduide tijd om de Profeet (s) aan te vallen, maar ze werden verbaasd met het feit dat Ali (a) op het bed van de Profeet (s) lag. Ze begonnen onmiddellijk met de achtervolging van de Profeet (s), maar zij kwamen terug zonder hun doelstelling bereikt te hebben. Bij de ingang van de grot waar de Profeet (s) zich in schuil hield was namelijk een groot vangnet van spinnenweb te zien, wat de polytheïsten op een dwaalspoor bracht. De Profeet (s) bereikte na een vermoeiende en oncomfortabele reis Quba, een plaats dichtbij Medina, waar de inwoners van Medina de Profeet (s) begroetten en welkom heetten. Na het bereiken van deze plaats was de Profeet (s) van plan om de Quba Moskee te construeren, zodat de Moslims zich daar konden verzamelen om hun gebeden te verrichten en er werd een start gemaakt met het plannen van hun bouwwerken.

Het werk van de bouw van de Moskee verliep snel. De Profeet (s) heeft ook meegeholpen met de bouw hiervan. Nadat het werk voltooid werd, heeft de Profeet (s) in dezelfde Moskee voor het eerst het Juma gebed verricht. De Profeet (s) gaf een korte toespraak en wachtte op zijn representatieve Ali (a) om zich bij hem aan te sluiten met de dames van Bani Hashim om vervolgens samen de stad binnen te treden. Ali (a) bleef voor 3 dagen achter in Mekka na het vertrek van de Profeet (s) en heeft alle stortingen overhandigd die de mensen bij de Profeet (s) in bewaring hadden gesteld. Daarop verliet Ali (a) Mekka en ging in middernacht naar Medina samen met de vrouwen van Bani Hashim en sloot zich later aan bij de Profeet (s) in Quba. De Profeet (s) trad samen met Ali (a) en de vrouwen de stad van Medina in waar een warm onthaal van de stadsinwoners op hen wachtte. Iedereen verzocht de Profeet (s) om zijn gast te zijn. Maar hij (s) zei; ’maak ruimte voor mijn kameel, ik (s) zal de gast zijn van de persoon bij wie de kameel bij zijn deur gaat zitten. De kameel bewoog kruisend door de straten van Medina tot deze bij de deur van Abu Ayub Ansari ging zitten en de Profeet (s) de gast van hem werd. Na het bereiken van Medina, heeft de Profeet (s) de fundamenten van de Moskee gelegd voor het prediken en het verspreiden van zijn godsdienst vanuit deze grote en glorierijke basis. De Profeet (s) heeft onmiddellijk de oorlog van Aus en de stammen van Khizra beëindigd, die voor honderd twintig jaar op de provocatie van de Joden stand hield en hij (s) heeft hen bewogen een bestand aan te gaan. De Profeet (s) creëerde "broederschap" tussen de Muhajireen (immigranten) en de Ansar (helpers) zodat zij later niet elkaars last worden en zij konden hun leven samen doorbrengen. De Joden van Medina die de sleutels van de economie van die plaats hadden voelden voor zichzelf een gevaar naderen, waardoor ze hun relaties met de Moslims verwaterden. Zij wilden de eenheid van de Moslims afschrikken en beëindigen en de Moslims doden. Maar de Profeet (s) was zich volledig bewust van hun activiteiten en hij (s) zou al hun samenzweringen teniet doen en zich tegen hen verzetten.

Het afwijken van de Qiblah

De Profeet (s) verrichtte zijn gebeden richting de Moskee Aqsa van Jeruzalem voor een periode van dertien jaar in Mekka en één jaar en vijf maanden in Medina. De Joden maakten bezwaar hier tegen en zeiden; ‘als wij niet op het juiste pad zijn, waarom richt u uw gebeden dan richting onze Qiblah.’ Toch daalde één dag Jabriel (a) van de hemel samen met de openbaring op een tijdstip waarop de Profeet (s) bezig was met het verrichten van zijn gebed waarop hij heeft gezegd: ‘God heeft tot u opdracht gegeven om uw gezicht naar de Kaabah te draaien. Nu, op dit moment.’ Vanaf toen werd Masjid-ul Haram (Kaabah) de Qiblah van de Moslims. De Joden konden zich hier niet in vinden en maakten nogmaals bezwaar op de Moslims en zeiden; " als de Kaabah uw Qiblah was, waarom heeft u uw gebeden dan richting Masjid-ul Aqsa (Jeruzalem) verricht?"

Zij waren onbewust van het feit dat de verandering van de Qiblah zich om de eigenlijke reden voordeed om de vrienden en de vijanden van de Islam te onderscheiden. Zodat zij die de Profeet (s) gehoorzamen zich onderscheiden van hen die zich tegen hem (s) verzetten.

De belangrijkste slagvelden

In het leven van de Profeet (s) hebben de ongelovigen zich hevig verzet tegen de opkomst van de Islam. Hierdoor waren slagvelden onvermijdelijk en de Profeet (s) was genoodzaakt hieraan deel te nemen om de Islam en de Moslims te verdedigen.

1. De slag van Badr

Toen de Profeet (s) de strijdkrachten en het leger verzamelde, maakte hij eerst een verdrag met de stam die rondom Medina leefde zodat het gevaar van verwachte aanvallen ontweken werd. Op bevel van God heeft de Profeet (s) besloten een aanval te doen op één van de grote caravans van de ongelovigen van Quraish die door Medina kruiste richting Syrië, zodat de verdedigers van ontrouw en polytheïsme gestraft zouden worden, hun trots weggenomen zou worden, en tezelfdertijd zij het antwoord zouden krijgen voor het plunderen van de rijkdom en het door hen in beslag genomen huizen van Muhajireen (immigranten). Deze slag wordt genoemd als de slag van Badr, omdat deze plaatsvond dichtbij de stad Badr. De Profeet (s) streed deze slag na het raadplegen van de politieke elementen en had maatregelen getroffen na het verkrijgen van volledige informatie over de nauwkeurige positie van de vijand. Zijn metgezellen slaagden in de schaduw van de religie en de polytheïsten werden verslagen.

2. De slag van Uhad

De overwinning van de Moslims in de slag van Badr heeft de polytheïsten zeer geërgerd en boos gemaakt. Door de mate van woede van Abu Sufian kondigde hij aan dat niemand over de dood van zijn familieleden en verwanten zou moeten rouwen. Bij de Joden was zeer veel angst aangejaagd en werden bang van het succes die de Moslims hadden bereikt. Dat was de eigenlijke reden waarom een Jood Kaab Ibne Ashraf naar Mekka ging en emotionele gedichten reciteerde en hiermee maakte dat de ongelovigen van Quraish over hun gedode dierbaren gingen huilen en bewoog hen om wraak te nemen. Dientengevolge hield Quraish een vergadering in Darun Nadva waarin zij de kosten van de volgende slag analyseerden wat rond de vijftig duizend gouden Dinars geschat werd. Na deze bijeenkomst, begonnen zij de oorlogswapens te verzamelen en ontvingen hulp en steun van de stammen die in de omgeving van Mekka leefden.

De methode van vertrek

Het leger van de polytheïsten die uit drie duizend strijders bestond naderde Medina. Abbas lbne Abdul Mutalib, die toen zijn Islamitische overtuiging verborg, hielp de Profeet (s) door een snelle boodschapper te sturen die met een brief hem (s) informeerde over de omstandigheden. Het goedbewapende leger van de polytheïsten, geleid door Aim Sufian en een ander leger (infanterie) dat door Khalid Ibne Waleed werd gecommandeerd, kampeerden dichtbij de berg Uhad. Na de informatie ontvangen te hebben over de intenties van de polytheïsten hield de Profeet (s) een vergadering, waarbij de meerderheid besloten had de vijand buiten de stad te ontmoeten.

Het leger van de Islam verliet de stad na de ochtendgebeden op de zevende van Shawwal 3de Hijrah en in opdracht van de Profeet (s) kampeerden ze dichtbij het vijandelijke leger. De Profeet (s) plaatste Abdullah lbne Jabeer samen met vijftig mensen, allen uitgerust met bogen en pijlen op de top van een vallei, die strategisch en belangrijk was, een gevaarlijke Veldmaarschalk en gaf hen de opdracht; ‘Beweeg niet van deze plaats ongeacht wij de strijd winnen of verliezen. De twee legers van het monotheïsme en polytheisten confronteerden elkaar. De slag begon door Abu Amer, een militair van het leger van Quraish. In het begin streden de Islamitische strijders en maakten dapper het leger van de ongelovigen op de terugtocht, maar zeer spoedig veranderde de situatie. Het peloton van de boog en pijl mensen, die door de Profeet (s) werden gepositioneerd om de vallei te beschermen, dachten dat de slag tot een einde was gekomen en verlieten hun plaats in hebzucht voor het plunderen van de buit. Khalid bin Waleed, de infanterie bevelhebber van de vijand, haalde voordeel uit de situatie en samen met zijn militairen ging hij rondom de berg en viel de Moslims aan die bezig waren in het plunderen van de achtergebleven buit en heeft de meesten van hen gedood. Zeventig mensen van het totaal aantal Moslims werden gedood en de rest van hen liep weg en zo eindigde de slag ten gunste van de vijand. Maar de Profeet (s), door het offer en de heldenmoed van Ali (a) en de samenwerking van een paar anderen, volgde de vijand en doodde een aantal van hun militairen. Aldus werd de Medina bespaard van iedere aanval.

3. De slag van Khandaq (Ahzab)

De Joden die van Medina werden verdreven, wegens hun samenzwering en oneerlijkheid die zij tegen de Moslims uitoefenden door coöperatie met de vijanden, zaten niet stil en vreedzaam. Hun leiders benaderden de leiders van Quraish van Mekka en bewogen hen de Moslims te bestrijden en beloofden hen al het soort hulp en steun. Als resultaat van deze beweging sloten diverse groepen en stammen de handen ineen en openden een gezamenlijk front tegen de Islam. Daarom is deze oorlog genoemd naar de oorlog van Ahzabs of groepen. Hun gemeenschappelijk leger, bestaande uit polytheïsten, arroganten, Joden, hypocrieten en de vluchtelingen van Medina, ging een verdrag aan betreffende het elkaar steunen om de Islam tegen te werken en hadden gewaagd de Islam te beëindigen. Een leger van een tienduizendtal strijders was op weg naar Medina, in de maand van Shawwal, 5de Hijrah, onder het Bevel van Abu Sufian om Medina aan te vallen. Enkele snel bewegende ruiters van de stam Khazaa bereikten Medina en informeerden de Profeet (s) over de situatie. De Profeet (s) gaf de opdracht tot het leger van de Islam om zich klaar te maken en heeft de Bevelhebbers van het leger verzameld om elkaar raad te plegen. Als resultaat van de bespreking, keurden zij de suggestie van Hazrat Salman goed en groeven een loopgraaf rondom de stad van Medina en de Moslims verdedigden zich van achter de loopgraaf. Drie duizend aangewezen Moslims werkten dag en nacht hard om een diepe loopgraaf te graven van vijf tot zes meter lang en twaalf duizend meter breed. Een paar doorgangen en bruggen werden over de geulen gemaakt en er werden bewakers op deze plaatsen afgevaardigd. Aan de achterkant van de geul, werden de bunkers geconstrueerd en mensen met pijl en boog werden daar afgevaardigd om de stad te verdedigen. Toen het leger van de polytheïsten aankwam zagen zij dat een geul rondom de stad was gegraven, die niet mogelijk voor hen was om deze over te steken. Zij werden genoodzaakt om naast de geul te kamperen. Abu Sufian heeft, met het doel het aanmoedigen van zijn strijdkrachten Hayee lbne Akhtab, de leider van de Joden van de stam van Bani Nazeer geraadpleegd en hem verzocht om Kaab Bin Asad, de leider van de Joden van Bani Kariza, te ontmoeten in Medina waar zijn verblijfsplaats zou zijn en hem te stimuleren om met behulp van zijn aanhangers in Medina een burgeroorlog te beginnen om zo de weg voor de aanval van de polytheïsten te banen. Hij deed het noodzakelijke, maar de Profeet (s) had reeds voorzorgsmaatregelen getroffen en heeft vijf honderd man bewapend afgevaardigd om de stad te patrouilleren en waakzaam te blijven, en goed een oogje in het zeil te houden op iedereen die de stad in en uit gaat, zodat niets van de samenzwering van de vijand kon slagen. Het gevaar van de interne aanval was beëindigd en het vijandelijke leger bestond uit een paar groepen en troepen die op de overkant van de geul bleven. Op een gegeven dag, Umro bin Abduwad met vijf moedige polytheïsten staken de brug over en bevonden zich aan de overkant van de geul. Umro bin Abduwad schreeuwde "Oh de eiser van het paradijs, waar bent u? Kom hier, zodat ik u naar het paradijs kan sturen."; Niemand nam de moed om te antwoorden behalve Ali (a). Ali (a) maaktte haast en bereikte hem en na een kort gesprek doodde hij hem door één slag met zijn zwaard. Enkel zoals de Profeet (s) zei: "Deze één slag van Ali's zwaard is superieur aan de gebeden van zowel de mensen als de Jins (welke zij ooit zullen uitvoeren of hebben uitgevoerd). De moed van Imam Ali (a) was een bepalende factor in het succes van het Islamitische leger.

De volgende dag probeerde Khalid bin Waleed samen met een paar ruiters de geul te kruisen omwille van het aanmoedigen van zijn leger, maar de strijders van de Islamitische strijdkrachten hebben zich tegen hen verzet. Aangezien in deze omstandigheden de vijand hun verstand hadden verloren, vaardigde de Profeet (s) Naeem bin Masood om een geschil en teleurstelling tussen de Joden van Bani Kariza en de polytheïsten tot stand te brengen, zodat zij hun wederzijdse verplichtingen konden breken. Hij verzond Huzaifa Yamani in de duisternis van de nacht naar de polytheïsten om hen over de oorlog te ontmoedigen. Hij deed dit door hen het nieuws aan te kondigen van een koude wind in aantocht met gevaarlijk onweer. Dientengevolge gingen de militairen en de legerleiders een geschil in. Dit resulteerde in Abu Sufians vertrek naar Mekka samen met zijn leger in de stille donkere nacht. Toen de Moslims voor hun ochtendgebeden ontwaakten, zagen zij de vijand weggaan, en geen teken van hen is achtergebleven. Toen de Profeet (s) het nieuws van het wegvluchten van de vijand ontving, gaf hij de opdracht aan zijn aanhangers om de bunkers te verlaten en in de stad terug te keren.

Het einde van Bani Kariza

Na de slag van Ahzab (groepen) ging de Profeet (s) op weg naar het fort van Bani Kariza. Zij werden genoodzaakt om zich over te geven als resultaat van 25 dagen lang belegering; zij gaven zich over aan Ali (a). Na hun nederlaag verzocht Bani Kariza de Profeet (s) om hen toe te staan Medina te verlaten, maar de Profeet (s) willigde hun verzoek niet in, omdat zij na het krijgen van hun vrijheid weer opnieuw zouden samenzweren om een andere oorlog te beginnen, zoals de Joden van Bani Keenka die nadat ze hun vrijheid hadden verkregen de slag van Uhud veroorzaakten en de Joden van Bani Nazeer die de slag van Khandak hadden geflakkerd. Tot slot moesten zij toegeven aan dit besluit van Saad Bin Ebada, namelijk dat al die mensen die de vijand hadden geholpen tijdens de oorlog gedood zouden moeten worden en hun bezittingen in beslag worden genomen.

Het bestand van Hudaibiyyah

De nederlaag van Quraish in de veldslagen en de herhaalde overwinning van de Moslims, in het bijzonder de nederlaag van taefa-e-Bani Mustalek, en het accepteren van de Islam verbijsterde Quraish. De Profeet (s) was naar Mekka in de maand van Dhul-Qi'dah, 7 Hijrah samen met veertien honderd Moslims met als doel de Hajj, de pelgrimstocht, uit te voeren. Naast de spirituele voordelen en in het teken van dienaarschap, had deze reis ook een politiek doel als boodschap en een beweging om een permanente status aan de Moslims in het Arabische Schiereiland te geven. Toen de polytheïsten het nieuws van de aankomst van de Profeet (s) ontvingen, hebben zij een eed en belofte gedaan bij hun afgoden dat zij de Profeet (s) en zijn metgezellen Mekka niet zouden laten binnentreden. Zij verzonden Khalid bin Waleed samen met twee honderd ruiters om hen het betreden van de stad van Mekka tegen te houden. Echter, de Profeet (s) arriveerde in het land van Hudaibia door onbekende wegen om conflicten en confrontaties te vermijden. Ten eerste stuurde de Profeet (s) zijn vertegenwoordigers om Quraish te zien en hen te verzekeren dat zij niet voor een oorlog of confrontatie waren gekomen; maar om slechts de rituelen van de Hajj uit te voeren. Maar zij mishandelden de vertegenwoordigers, wat duidelijk maakte dat zij uit waren op een strijd.

De Profeet (s) heeft opnieuw zijn Ashab (metgezellen) bewogen de belofte van trouw te doen onder een boom en zij verzekerden hem ook van trouw en zelfoffer. Toen Quraish hier achterkwam, raakten zij zeer verstoord en gekweld en verzonden Sohail als hun vertegenwoordiger om over het bestand te onderhandelen. Quraish wenste dat de Moslims dit jaar Mekka niet binnen treden, en zonder de Hajj uit te voeren terugkeren, en ongewapend de Hajj vrijwillig volgend jaar komen uitvoeren en tijdens die periode Quraish de verantwoordelijkheid van de veiligheid van hun leven en bezit zal dragen. Het bestand vond op vijf voorwaarden plaats. Hoewel een groep Moslims hier niet gelukkig over was, hadden zij geen aandacht voor het feit dat het bestand de aanloop was naar de verovering van Mekka. Hun woede bereikte een dergelijk climax dat zij zelfs de Profeet (s) gingen tegenwerken en gebaseerd op hun niet uitgewerkte idee maakten ze bezwaar in zoverre dat het bestand schande en nederigheid toebracht. Zij werden voornamelijk geërgerd met dit deel van het verdrag dat als een Moslim vanuit Mekka in Medina aankwam hij moet worden gerepatrieerd. De berisping van de Profeet (s) heeft hen de situatie doen begrijpen. Imam Jaffer al-Sadiq (a) zei over het bovengenoemde belang van dit bestand; "De belangrijkste gebeurtenis in het leven van de Profeet (s) is het bestand van Hudaibiyya."

4. De slag van Khyber

De Profeet van de Islam (s) samen met duizend zeshonderd Moslims, verplaatsten zich vanuit Medina naar Khyber in de maand van Rabi ul Awwal 7de Hijrah. De Profeet (s) verraste zijn vijand en bereikte snel het land van Rajee, dat tussen het land van Khyber en Ghatfan gelegen is. De Profeet (s) heeft door het uitoefenen van een veldmaarschalktechniek, de Joden van Khyber en de Arabieren van Ghatfan uit elkaar gedreven zodat zij elkaar niet konden helpen. De Moslims belegerden de forten van Khyber in de nacht. De Mujahideen, heilige strijders van de Islam, hadden de juiste plaatsen gevonden die in de palmaanplantingen en de valleien van Khyber waren verborgen en door hun moed en zelfoffer hebben ze de valleien van Khyber één na de ander veroverd. Maar de twee belangrijke valleien, die de basis waren voor de Joden van waaruit zij aanvielen en pijlen in de richting van de Moslims wierpen, konden niet worden veroverd. De militairen van de Islam vielen in opdracht van de Profeet (s) herhaaldelijk die forten aan, onder het bevel van Abu Bakr, Umar bin Khattab and Saad bin Abada op drie opeenvolgende dagen maar telkens werden zij verslagen. De Profeet (s) zei toen; "Morgen zal ik deze vlag van de Islam aan de persoon geven die na het veroveren van dit fort zal terugkeren." Allen wachtten op de volgende dag om te zien wie die gelukkige persoon zou zijn. Maar wie anders kon dat zijn behalve Ali (a).

In de ochtend gaf de Profeet (s) de vlag van de Islam aan Ali (a) en vaardigde hem af om het fort van Khyber te veroveren, en bad voor zijn succes. De Profeet (s) wilde met deze handeling de superioriteit van Ali (a) tegenover de andere leiders bewijzen. Toen Ali (a) samen met het leger dicht bij de poort van het fort kwam, vielen de hevige broers Haris en Marhab de Moslims aan waarna zij wegvluchtten om van de dood te ontsnappen. Maar Ali (a) krachtens zijn moed en beslotenheid heeft hen beiden gedood. Bij het zien van deze angstaanjagende gebeurtenis, werd de rest van de Joden gekweld. Ze gingen vervolgens het fort in en hebben de poort goed op slot gedaan. Toen de Moslims die waren weggelopen dit zagen, keerden zij terug en gingen aan de zijde van Ali (a) staan. Ali (a) sprong als een boze tijger voor de hofpoort, trok met al zijn kracht de deur open en heeft deze als zijn schild gebruikt. Vervolgens sprong hij neer in de geul samen met deze deur en gebruikte het als een oversteekbrug zodat de Moslims het fort konden betreden. Het was een zodanig zware deur dat zeven Moslims samen het niet konden bewegen. Over die verbazingwekkende macht, zei Ali (a); "Ik trok de poort van Khyber niet open door menselijke kracht, maar dat was de hulp van God en de macht van het geloof, waardoor ik daar in staat was." Tot slot veroverde het leger van de Islam alle forten en versloeg de Joden. De rest van de Joden verzocht de Profeet (s) voor  toestemming om in hun land te blijven voor de cultuur en de landbouw en dat zij de helft van de landbouwproducten aan de Moslims zouden geven. De Profeet (s) heeft hun verzoek ingewilligd en liet hen vrij gaan.

De tuin Fidak

Toen het nieuws van de val van Khyber de Joden van Fidak bereikten werden zij zeer bezorgd en verbijsterd. Zij stuurden hun vertegenwoordiger naar de Profeet (s) met het bericht van het maken van een bestand en gaven de helft van het land van Fidak aan hem. Hij verleende het aan Fatima (a) zodat zij zijn inkomen voor haar eigen behoeften en dat van de armen kon uitbesteden. Na de slag van Khyber was de Profeet (s) op weg naar Wadi-ul Qura (vallei van Qura) dat het centrum van de Joden was. Hij belegerde en veroverde het land, en overhandigde het terug aan de eigenaars op gelijkaardige voorwaarden zoals dat van Khyber, d.w.z. zij moesten de helft van de landbouwproducten aan de Moslims overhandigen. Door middel van deze overeenkomst verbeterde de Profeet (s) de algehele economie en het economische welzijn van de Moslims zodat zij de vijanden comfortabeler onder ogen konden zien.

5. De slag van Moota

De Profeet (s) stuurde een ambassadeur naar de Koning Basri om hem uit te nodigen de Islam te omhelzen. Toen de ambassadeur het land van Moota bereikte heeft de heerser hem gearresteerd en vervolgens gedood. Na deze gebeurtenis stuurde de Profeet (s) zestien predikers en maar slechts één van hen heeft het overleefd. De rest werd gedood en degene die het overleefd heeft ontsnapte van de heerser en bereikte Medina om de Profeet (s) te informeren over de treurige en hartverscheurende gebeurtenissen. De Profeet (s) treurde veel over deze gebeurtenissen en dit was de eigenlijke reden dat het leger in Jamadi al-Thani van 8ste Hijrah werd verzonden, waarin tienduizendtal Moslims klaar werden gemaakt om in de slag hun leven op te offeren. De Profeet (s), vóór het vertrek van het leger, zei: "De opeenvolging van de leiders van de militairen zal als volgt zijn; de eerste leider zal zijn Jaffar Ibne Abu Talib, de volgende Zaid bin Haris en de derde Abdullah bin Rawaha." Als de eerste als martelaar sterft,  dan de volgende en zelfs als de tweede en dan de derde als martelaren sterven, dan worden jullie verzocht om iemand uit jullie midden als jullie leider te nemen. Het leger van de Islam was op weg naar Moota. Toen zij de hoofdstad naderden ontvingen zij de informatie dat Harqul de Koning van Rome een leger van honderdduizend en een andere honderdduizend Arabieren heeft gestuurd om de Moslims te belegeren.

De ongelijke slag

De vijand met een leger van twee honderdduizend man ontmoette het Islamitische leger bestaande uit tienduizendtal mannen waarna het veldslag begon. Jaffar vocht dapper tot hij als martelaar stierf. Hierna nam Zaid bin Haris het bevel over tot ook hij als martelaar stierf. Na hem stierf Abdullah bin Rawaha als een martelaar na een moedige strijd. Hierna selecteerden de strijders Khalid Ibne Waleed als hun leider. Khalid die reeds ervaren en slim was dacht dat als de slag voortgezet zou worden alle militairen gedood zouden worden. Daarom gebruikte hij een veldmaarschalktechniek en verdreef de vijanden van het slagveld. Hij gaf de militairen de opdracht om in de nacht het slagveld te verlaten en vroeg in de ochtend het slagveld van alle vier de richtingen weer te benaderen zodat de vijand zou denken dat een ander versterkingsleger uit Medina is gekomen. Khalid heeft door deze strategie de vijand angstig gemaakt en het strijd kwam tot een eind. Hij keerde terug naar Medina samen met zijn legermensen. Toen de Profeet (s) het nieuws hoorde van het martelaarschap van zijn verwanten ging hij huilen uit treurnis en waardeerde de scherpzinnigheid van Khalid.

De verovering van Mekka

De terugtrekking van de Moslims in de slag van Moota maakte de Quraish onverschrokken en ze dachten dat de Moslims zonder macht overbleven, en was er dus geen reden meer om van hen bang te zijn. Ondanks de Hudaibayyah vrede en wapenstilstand, vielen zij met de hulp van hun bondgenoten Banu Baker de Moslims van Taefa-e-Khazaa aan en doodden velen van hen. Abu Sufian wist dat hij hoogstwaarschijnlijk het antwoord op deze onheil zou ontvangen. Daarom heeft hij gebruik gemaakt van de eerste gelegenheid om de Profeet (s) in Medina te zien en zijn excuses aan te bieden en hij heeft getracht het Hudaibayyah verdrag in stand te houden. Maar de Profeet (s) gaf hem geen positieve reactie en dus ging hij zonder succes terug naar Mekka. De Profeet (s) beval zijn strijdkrachten om klaar te staan en als gevolg daarvan hebben tienduizend Moslims hun bereidheid aangekondigd om aan de oorlog deel te nemen. De Profeet (s) heeft de bewakers afgevaardigd rondom de stad Medina, zodat niemand in staat zou zijn om de polytheïsten van Mekka te informeren over deze gebeurtenis. Hatib, een gevoelloze vrome verrader met de aantekening dat zijn familielid in Mekka woonde en ze bang waren van de Quraish, schreef een brief en probeerde deze door een vrouw op te sturen naar een Quraish.

Maar al snel werd zijn samenzwering onthuld en de brief van de vrouw werd in beslag genomen. De Profeet (s) heeft hierop de Moslims bevolen hem sociaal te boycotten, wat voor hem erger was dan de dood. Op de 10de van Ramadan, 8ste hidjra, beval de Profeet (s) het leger om te vertrekken en binnen een week bereikten de Moslims snel en zonder oponthoud Mekka. Ze kampeerden in de buurt van de stad. De Profeet (s) met zijn scherpzinnigheid en oorlogstrategie beval de Moslims om in de avondstijd verspreid overal lichtjes te ontsteken, zodat de vijand zou denken dat een groot leger uit Medina was aangekomen.

Als gevolg hiervan zou de vijand doodsbang worden. In de avondtijd waren er vol vlammen van vuur aangestoken, en het lawaai en de slogans van de Moslims, de kamelen grienend en de paarden hinnikend waren overal te horen. Aboe Sufain kwam samen met een groep van de leiders van Qoeraish om de situatie die hij vreesde en bang voor was te observeren, en zei tegen zijn metgezellen dat hij nooit een dergelijk groot formaat leger heeft gezien. Abu Sufain ontmoette Abbas en heeft hem geraadpleegd.

Abbas gaf hem vrede en nam hem mee naar de Profeet (s). De Profeet (s), in het kader van het belang en voordeel van de Islam, heeft gezegd dat Abu Sufain de Mekkanen kan verzekeren opdat een ieder die toevlucht zoekt in zijn huis ook vrede zal krijgen. Sufain keerde terug naar Mekka en heeft de mensen van Mekka angst aangejaagd over het machtige moslimleger en zo is een strijd tegen de Moslims voorkomen, waardoor Mekka zonder bloedvergieten werd veroverd.

De gemeenschappelijke amnestie

Een groep Moslims, voornamelijk de vluchtelingen, hadden wraakgevoelens tegen de Quraish, maar de Profeet (s) kondigde de gemeenschappelijke amnestie en zei: "Vandaag is de dag van genade en vergeving en niet die van wraak. Niemand heeft het recht om tegen de mensen te strijden behalve enkelen, omdat hun misdaden niet vergeven konden worden." Vervolgens heeft de Profeet (s) de namen van deze personen vermeld. De Profeet (s) betrad na een korte rust de Kaabah en heeft de afgodsbeelden verwijderd. Bilal reciteerde de Azaan (oproep tot gebed) en de Profeet (s) verrichte zijn gebeden samen met zijn metgezellen.

De slag om Hunain

Na de val van de basis van de polytheïsten aan de Moslims, waren de polytheïsten die rondom Mekka woonden enorm geschokt. Ze hebben zich verzameld en besloten dat alle stammen eensgezind moeten vechten tegen de Moslims. Ieder van hen koos de leider van Taifa Hawazan als hun generaal. Na ontvangst van de informatie over deze aggregatie, stuurde de Profeet (s) een persoon om de situatie te observeren en informatie te verkrijgen over de strijd die door deze stammen werd voorbereid en bij zijn terugkeer naar Mekka heeft hij hier een verslag van gemaakt.

Het vertrek naar Hunain

Om informatie te verkrijgen over de intenties van de vijand, vertrok de Profeet (s) met een strijdkracht van duizend man naar de vallei van Hunain op de 5de van Shawwal, 8ste Hijrah. Malik, de leider van het polytheïstisch leger, stuurde drie van zijn mannen voor spionage van de Islamitische strijdkracht. Ze observeerden de glorieuze islamitische strijdkracht en rapporteerden deze aan hun leider. Malik dacht dat hij de strijdmacht niet aankon en beval zijn mannen om de heuveltoppen van de vallei te beklimmen en een sterke positie te zoeken op deze hoogten en wanneer het Islamitische leger zou arriveren dan zou hij ze verrassen.

In de smalle doorgang van Hunain

Het leger van de Islam arriveerde vlakbij de vallei van Hunain op de dinsdagavond van de 10de van Shawwal, de 8ste Hidjrah. Ieder van hen, op bevel van de Profeet (s), nam in de nacht rust en bij zonsopgang verplaatste hij zich naar de vallei. De vijanden, die in de hinderlaag volledig waren voorbereid, vielen ze aan van alle vier de richtingen. De duisternis van de nacht, chaos gecreëerd door de paarden en de aanwezigheid van tweeduizend negen honderd man die zich in de latere tijd tot de Islam hadden bekeerd, hielp de vijand voor een groot deel en Waleed was genoodzaakt zich terug te trekken. Slechts tien mannen waren rondom de Profeet (s) aanwezig die hem verdedigde. De Profeet (s) beval hen die wegliepen voor hulp. Abbas, met zijn donderende, waarschuwende stem, riep hen die wegliepen terug, en de vijandelijke troepen, die in het begin de overwinning bereikt hadden, werden geleidelijk steeds zwakker.

Tot slot werden de verdedigingsposten van de vijand vernietigd en ze renden weg en verlieten hun oorlogsuitrusting achter. De Profeet (s) stuurde een groep strijders om hen weg te jagen en ze werden verzwakt in dermate dat zij niet in staat werden om​​ in de toekomst een militaire operatie te ondergaan. Degenen die de vijand achtervolgden kwamen terug na het vervullen van hun opdracht, en de Profeet (s) verdeelde de buit onder zijn leger mannen.

7. De Slag bij Tabuk

In de maand Rajab van de 9de hidjra, kreeg de Profeet (s) een rapport dat de Moslims van de noordoostelijke grens van Arabië werden bedreigd door het Romeinse rijk waarbij de Romeinen de intentie hadden om de Islamitische landen aan te vallen. De Profeet (s) heeft na het regelen van sterke en fitte soldaten, in tegenstelling tot de vorige keren waarin hij zijn beleid gebruikte om zijn doel te verbergen, deze keer zijn doel duidelijk blootgesteld. De Profeet (s) heeft bezwaar gemaakt tegen de mensen en heeft de aandacht van de mensen gevestigd op de aanval van de vijand en beval hen niet te aarzelen in de uitbreiding van alle soorten hulp en bijstand aan het leger van de Islam. De mensen hebben met veel ijver en enthousiasme alles aangeboden wat nodig was voor de soldaten van de Islam.

Het hypocriete gedrag

De huichelaars, gelijktijdig met de mobilisatie van de Islamitische kluchten begonnen de mensen in te praten om een anti oorlog geest te creëren en zij gingen de mensen lastig vallen en angst aanjagen tegenover het Romeinse leger. Ze bouwden een moskee met de naam ‘Masjid-e-Zarrar’ om zo een centrum te creëren voor hun giftige propaganda en de mensen te weerhouden van deelname aan de Jihad. Maar door de sterke en concrete houding van de Profeet (s) bestreed hij hun samenzweringen.

Naar Tabuk

Een ongekende leger van dertigduizend Moslimsoldaten werd voorbereid en ze kampeerden in de buitenwijken van Medina. De Profeet (s) nam het commando van de strijdkrachten in zijn eigen handen, getuigde van hun mars, en sprak tot hen. Daarna heeft hij Ali (as) gevestigd op zijn plaats in Medina en is zelf naar Tabuk vertrokken, samen met de legermannen. De soldaten van de Islamitische leger bereikten de brandende woestijn van Tabuk na een reis van zeshonderd kilometer.

Maar ze waren verbaasd en verrast om te zien dat er geen teken was van het Romeinse leger. Het leek alsof de vijand op de hoogte was van de opmars van de Islamitische strijdkrachten en zich teruggetrokken heeft naar het Noorden. Het Islamitische leger verbleef daar zonder een veldslag voor een periode van twintig dagen, en keerde op bevel van de Profeet (s) terug naar Medina.

De samenzwering van de huichelaars

Een groep van de hypocrieten die aan de oorlog heeft deelgenomen heeft op de terugweg van Tabuk zich verborgen in de vallei van de Tabuk bergen uit angst voor de mensen. Hiermee wouden ze de kameel van de Profeet (s) de angst aanjagen zodat deze zou vallen om vervolgens de Profeet (s) te doden. Maar hun samenzwering werd geopenbaard en elk van hen vluchtte weg. De soldaten van de Islam wilden hen doden, maar de Profeet (s) hield hen tegen. Op de terugweg van Tabuk, beval de Profeet (s) de mensen om de ‘Zarrar moskee’ af te breken en dat deden ze op commando van de Almachtige God. De slag van Tabuk was het teken van macht en strijdkracht van het leger van de Islam. Alle Moslims namen deel aan deze strijd. Door deze slag waren de buurlanden en de polytheïstisch landen getuigen van de kracht en de macht van de Islam en zagen af van samenzwering.

Kennismaking met de ex-polytheïsten

De polytheïsten voerden de Hadj rituelen uit volgens hun eigen tradities tot aan de 10de Dhul-Hijjah, 9de Hidjrah. In hetzelfde jaar werd het hoofdstuk van de Heilige Koran genoemd Baraat of Tauba geopenbaard. De Profeet (s) had vertrouwen deze verzen voor de polytheïsten van Mekka aan Ali (a) te reciteren en instrueerde hem om hen te vertellen; "Geen polytheïst zal vanaf dit jaar de heilige Kaabah binnentreden en niemand zal naakt de rondgang om de Kaabah (tawaaf) verrichten."

Op bevel van de Profeet (s) ging Ali (a) naar Mekka en reciteerde het hoofdstuk van de Koran ‘Tauba’ voor de polytheïsten en informeerde hen over het bevel die de Profeet (s) had gegeven.

Mubahalah (Vervloeking)

Sinds de Profeet (s) brieven aan de heersers van de wereld stuurde, heeft hij een brief gestuurd aan de bisschop van Najran en nodigde de christenen van die plaats uit tot het omarmen van de Islam. In deze brief werd de bisschop gevraagd om de Islam te accepteren of Jazia belasting te betalen als steun voor de Islamitische regering. De bisschop had al in de heilige boeken gelezen over de komst van een Profeet na Jezus (a). Dus hij stuurde een aantal afgevaardigden naar Medina om de feiten te achterhalen. Eenmaal aangekomen in Medina, begonnen ze een discussie met de Heilige Profeet (s). Ze waren niet tevreden met het moment dat de engel Gabriel neerdaalde met de openbaring en de boodschap van de Almachtige God; dat de wijze mannen van Najran naar de woestijn van Najran konden gaan waarna ze op een bepaalde tijd een gebed konden verrichten, waarna iedere aanwezige de leugenaar moest vervloeken.

Wanneer de tijd Mubahalah naderde bracht de Profeet (s) samen met hem slechts vier personen mee van het totale aantal Moslims. De Profeet (s) droeg Imam Hussein (a) in zijn armen, Imam Hassan (a) werd geleid door de Profeets vinger en Fatima (a) en Ali (a) stonden naast de Profeet. Toen de Christenen hen hebben waargenomen, zei hun leider: "Bij God, ik zie gezichten als zij de woestijn vervloeken dan zal deze veranderen in een hel en de gevolgen van deze kwelling en straf zal het land van Najran bereiken en er is een risico dat alle Christenen dan worden gedood. " Hierdoor hebben ze het geaccepteerd om belasting te betalen die geheven werd voor de Kharaj niet-Moslims. Er werd besloten dat de Christenen tweeduizend Hullas (gewaden, capes) zouden geven aan de Moslims.

Afscheid: de laatste Hajj

Op de 25ste dag van Dhul-Qi’dah de 10de hidjra, heeft de Profeet (s) aangekondigd dat hij (s) de intentie heeft om dat jaar de Hadj te verrichten en iedereen die hem (s) wil vergezellen kan dat doen. Dit nieuws creëerde opmerkzaamheid en scherpheid onder de mensen en duizenden Moslims hebben aangekondigd bereid te zijn de Profeet (s) te begeleiden. De Profeet (s) benoemde Abu Dajana als zijn plaatsvervanger in Medina en verhuisde samen met zijn metgezellen. De Profeet (s) ging de toestand in van het uitvoeren van de Hadj (het aantrekken van het pelgrim gewaad) op Zulhaleefa en riep Labbayk en vertrok vervolgens richting Mekka. Na tien dagen bereikte hij Mekka en ging naar Masjid-ul-Haram om de Hadj rituelen uit te voeren. De volgende dag heeft hij in Mina een toespraak gehouden en in zijn preek zei de Profeet (s): "Stabiliteit is nodig en vereist in de religieuze zaken. "

Ghadeer-e-Khum

Op donderdag de 17de van Dhul Hijjah, bereikte de Profeet (s) het gebied nabij de vijver in Juhfa. De engel daalde met de openbaring van God; "Stel Ali als uw opvolger."; De Profeet (s) verzamelde de Moslims door hen bijeen te roepen voor de aankondiging van een belangrijke boodschap. Duizenden pelgrims verzamelden zich in dat gebied om in de hitte te luisteren naar de woorden van de Profeet (s). Na het gebed verricht te hebben klom de Profeet (s) de hoogte in, gemaakt met behulp van kamelenzadels, en zei: "Lof is opgegeven voor de Almachtige God alleen. We vragen hulp alleen van Hem en hebben geloof en vertrouwen in Hem. Ik geef bewijs dat er geen God is behalve God. Mohammed is Zijn dienaar en Zijn Profeet. Ja, oh mensen, heel binnenkort ben ik vertrokken en ik laat twee zwaarwegende en meest waardevolle dingen aan jullie achter, de heilige Koran en mijn Ahlalbait (a) [De familieleden van de Profeet (s) waaronder zijn neef en schoonzoon Ali (a), zijn dochter Fatima (a) en haar twee oudste zonen Hassan (a) en Hussein (a)]."

Deze zullen nooit van elkaar gescheiden worden tot het moment dat ze mij bereiken op de oever van de Kauther stroom (op de Dag des Oordeels). Zoek daarom je toevlucht bij hen en blijf altijd gebonden met hen en verwaarloos hen nooit. Als je hen verwaarloost, dan zul je vernietigd worden. Toen nam hij Ali (a) bij de hand en hief zijn hand op en zei: "Oh mensen, van wie ik de Meester ben, Ali is ook de meester van hem. Oh God! Wees de vriend van degene die van Ali (a) houdt en wees de vijand van degene die vijandschap heeft met hem. Steun de helpers van Ali en verneder en overtref iedereen die hem wil vernederen."

Na zijn toespraak daalde een engel neer uit de hemel en gaf de Profeet (s) het goede nieuws en de blijde tijding dat met de Wilaayat (voogdij), de geestelijke ambt van Ali (a), de religie van de Islam volbracht en voltooid werd. De gunst en de zegen van God werd hiermee voltooid.

Het overlijden van de Profeet (s)

Na zijn terugkeer van de lange reis voelde de Profeet (s) zich ziek. Een groep mensen dacht van deze gelegenheid te kunnen profiteren en claimden de profeetschap, maar in opdracht van de Profeet (s) werden ze allemaal gedood. Op een dag toen de Profeet (s) erg ziek en onwel werd, bezocht hij (s) met de hulp en steun van Ali (a) de graven van zijn vrienden in de begraafplaats van Baqi. De Profeet (s) keerde vervolgens terug naar huis. Dag na dag, werd de Profeet (s) alsmaar zieker en op zijn stervensbed kondigde hij aan zijn omstanders aan een belangrijke boodschap achter te willen laten waarna zij nooit zullen dwalen, en verzocht hij zijn metgezellen hem papier en schrijfwaar te geven. Er ontstond onenigheid hierover tussen enkele metgezellen en de belangrijke boodschap van de Profeet (s) is zo nooit op papier gekomen. Kort hierna blies de Profeet (s) zijn laatste adem uit in de schoot van Ali (a) op maandag  28ste van Safar 11de Hijrah, waarna de hele Islamitische wereld in treurnis en droefenis werd verzonken.

Voetnoten:

1. Sunnan an Nabi, Allamah Sayyid Muhammad Husayn Taba’taba’I (2007)

2. Sunnan an Nabi, Allamah Sayyid Muhammad Husayn Taba’taba’I (2007)

3. Makarim al –Akhlaq:19

4. al-Kafi 2:240. Tuhf al –Uqul:48

5. Makarim al Akhlaq:11

6. Majma al Bayan 6:347 – surat al hijr

7. al-Ja’fariyat: 57

8. al-Kafi 1:23 and 8:223

9. Majma al Bayan 1:333 – Surat al Qalam

10. Sunnan an Nabi, Allamah Sayyid Muhammad Husayn Taba’taba’I (2007),

11. Ihya Ulum al Din 2 :360 , al Manaqib 1:145, al Mahajjat al Bayda 4:123

Bronnen:

- Beacons of Light by Abu Ali al-Fadl al-Tabarsi

- A Glance at the Life of the Holy Prophet of Islam by Dar Rah Haqq's Board of Writers

- http://en.rafed.net/index.php?option=com_content&view=article&id=309:prophet-muhammed-saw&catid=84:seerah&Itemid=849

- Hayat Al-Qulub vol 2, A Detailed Biography of Prophet Mohammad (s) by Allamah Muhammad Baqir Al-Majlis

- Prophet Muhammad (s) A Brief Biography, www.al-islam.org

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen