Overlijden Imam Ali (a), 21 Ramadan 40 A.H.

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Ahlalbait Jongeren Organisatie wilt de islamitische Ummah (natie) condoleren met de martelaarschap van onze leider, Imam Ali (a).

Imam Ali (a) wist al dat hij door een zwaardslag op zijn hoofd gedood zou worden. Dit heeft hij ook vaker aangekondigd. Hij heeft het volgende gezegd: “Ik zweer bij Allah; (zijn hoofd aanwijzend) met het bloed wat van hier uit komt, ( zijn baard aanwijzend) zal het hier nat worden. Wie zal de slechtste mens tegen kunnen houden, die mijn baard rood zal verven met het bloed uit mijn hoofd! Ramadan is aangekomen, deze maand is de grootste maand van de maanden en ook het begin van een nieuw jaar. De molen van heerschappij zal in deze maand beginnen te draaien. Weet, dit jaar zullen jullie zonder mij (als leider) pelgrims worden. Ik zal me niet onder jullie begeven.”

Met deze verklaring attendeerde Imam Ali (a) iedereen op zijn martelaarschap. Hij werd op 19de dag van Ramadan met een zwaard op zijn hoofd geslagen en op de 21ste dag overleed hij.

Imam Ali (a), verbrak zijn vasten in die Ramadan, een nacht bij zijn zoon Hassan (a), een nacht bij zijn zoon Hussein (a) en een nacht bij zijn schoonzoon Abdullah b. Jafar ( de man van sayeda Zainab) en elke keer at hij niet meer dan drie hapjes. Zijn zoons vroegen de Imam naar de reden hiervan. De Imam zei het volgende;

“Mijn zoon, de verplichte dood zal binnenkort plaats vinden, op dat moment wil ik een lege maag hebben.”

Een of twee nachten er na werd de Imam verwond. Ook is in de geschiedenis vastgesteld dat iemand van de ‘hawaris’ (geloofsverlaters) tegen de Imam zei;

“O Ali! Vrees van Allah, jij zult ook op een dag sterven.”

Imam Ali (a) gaf als antwoord:

“Uiteraard, Ik zweer bij Allah, ik zal gemarteld worden door een slag op mijn hoofd (zijn hoofd aanwijzend) het bloed van hier (zijn baard aanwijzend) zal het hier nat maken.”

In de ochtend van deze avond waarin dit gesprek plaatsvond werd de Imam met een zwaard geslagen. In die ochtend, toen de Imam haastig naar de moskee ging, begonnen de eenden in de tuin schreeuwend om hem heen te lopen. Tegen degenen die de eenden uit de weg wilden halen zei de Imam: “Laat hen met rust, zij zijn aan het rouwen.” [1]

Het goede nieuws voor Imam Ali (a)

De profeet (s) heeft gezegd: “O Ali, ik geef jou het goede nieuws, jij zult sterven als een martelaar. Zonder twijfel zal jij na mij vermoord worden.” Imam Ali (a) zei: “O Profeet, zal dit gepaard gaan met het goed bestaan van mijn geloof? De profeet (s) gaf als antwoord “Ja, dit zal gepaard gaan met het goede bestaan van jouw geloof!” [2]

Uit een betrouwbare bron wordt het volgende van Aisha overgeleverd: “Ik zag de Profeet (s) Imam Ali (a) omhelzen en kussen en hij zei: “Mijn vader mag een offer zijn voor de eenzame Martelaar!” [3]

Imam Ali (a) en de dood

In een overlevering wordt het volgende over Imam Ali (a) gezegd: “Wallahi Ali b.Abu Talib, verlangt meer naar de dood dan een kind die naar de borstvoeding van zijn moeder verlangt!” [4]

Asbagh b. Nubate vroeg aan Imam Ali (a): “De Profeet (s) verfde zijn baard, waarom verft u uw baard niet?” De Imam zei: “Ik wacht op de ongelukkigste mens van de mensheid; die zal mijn baard met het bloed uit mijn hoofd verven! Dit is mij meegedeeld door mijn geliefde profeet (s).” [5]

Imam Ali (a) en martelaarschap

Uit het boek ‘Yenabi-oel Mawadda’ van Koenduzi is het volgende gehaald: “Toen de Imam op zijn hoofd werd geslagen door Ibn Moeldjem zei de Imam: “Ik zweer bij de God van Ka’ba, ik ben verlost!” [6] Op dat moment zei de Imam tegen zijn zoon Imam Hassan (a): "Ik zweer bij Allah ik ben nu verlost, O mijn zoon je vader zal vanaf vandaag geen nare dingen meer meemaken!”.

Martelaarschap van Imam Ali (a)

Een groep die genoemd werd als ‘Hawaris’ oftewel ‘Marikin’ (geloofsverlaters), vertrokken vanuit Koefa naar de dichtbij gelegen dorp ‘Hawra’. Zij gingen in opstand tegen de regels van Imam Ali (a). Zij hebben Abdullah bin Habbab en zijn metgezellen vermoord. Abdullah bin Habbab was de vriend van Imam Ali (a), die tevens voor de Imam werkte. In de 39ste jaar na de Hidjrah, begon de ‘Nehrawan’slag tegen de Alawi regering. In dit slag bleef 10 van hen over, terwijl aan de kant van de Imam alleen een of twee martelaren vielen.

Na dit te hebben gedaan vertrok drie ‘Hawaris’ naar Mekka om daar de politieke positie van de moslims te bespreken. Ze kwamen tot de conclusie om Imam Ali (a), Muwayiah en Amr te vermoorden. Uit die drie Hawaris kreeg Abdurrahman bin Moeldjem de taak om Imam Ali (a) te vermoorden. Hij vertrok richting Koefa om zijn gruwelijke daad uit te voeren. Vroeg in de ochtend van de 19e dag van Ramadan, sloeg hij de Imam met zijn giftige zwaard op het hoofd. Volgens Imam Zaynal Abidin (al Sajjar) (a) was Imam Ali (a) bij sadjda (knielende houding) van zijn gebed. Imam Ali (a) zei toen “Foeztoe wa Rabb’el Ka’ba!” (Ik zeer bij God van Ka’ba, ik ben verlost!). Imam Ali (a) heeft twee dagen thuis gelegen en op de 21ste dag van Ramadan in het jaar 40 na de Hidjrah is de Imam als martelaar gestorven.

Het testament van Imam Ali (a) voor zijn moordenaar en zijn genade voor hem:

Imam Ali (a) viel flauw door de slag die hij van Ibn Moeldjem kreeg. Nadat hij wakker was kreeg hij een kom melk van zijn zoon, Imam Hassan (a). Imam Ali (a) dronk een beetje van de melk en zei tegen zijn zoon Hassan “Geef deze melk aan de gevangene (Ibn Moeldjem).” Vervolgens zei de Imam: “O mijn zoon, geef hem van het beste eten en drinken. Tot mijn dood moeten jullie hem goed behandelen. Geef hem ook van wat jezelf eet en drinkt.” Daarna werd de melk aan Ibn Moeldjem gegeven en hij dronk van de melk. Nadat Imam Ali (a) door Ibn Moeldjem werd verwond, zei hij het volgende over Ibn Moeldjem “Geef hem eten en drinken en zolang hij jullie gevangene is behandel hem goed. Als ik in leven blijf dan oordeel ik zelf wel over hem; Ik zie dan wel of ik hem vergeef of hetzelfde bij hem doe. Indien ik kom te overlijden en jullie hem voor mijn bloed willen doden, dan moeten jullie geen stukken van zijn lichaam afsnijden.”

Imam Ali (a) zei tegen Imam Hassan(a): “O Hassan, laat de ogen van mijn moordenaar open; geef van wat ik eet en drink ook aan hem! Als ik in leven blijf, dan zal ik zelf over hem oordelen en als ik kom te overlijden, dan moeten jullie hem niet meer dan een slag geven; Ik heb van de Profeet (s) het volgende gehoord: “Martel niemand, zelfs als het een hond is die je moet doden wegens hondsdolheid.”

De plaats en datum van zijn overlijden

Imam Ali (a) is in het jaar 40 van het hidjri kalender in de maand Ramadan als martelaar gestorven. Er waren nog negen dagen voor het einde van Ramadan, de Imam was 63 jaar oud. Zijn heilige graf ligt in de staf Najaf. De moordenaar van Imam Ali (a) is Abdurrahman bin Moeldjem (Moge alle vervloekingen van Allah, de engelen en van de mensen met hem zijn).

In het boek Al-Irshad en ook in meerdere verschillende geschiedenis boeken staat, dat Imam Ali (a) in het jaar 40 hidjri in de maand Ramadan op de 21ste nacht op een Vrijdag is gestorven als martelaar, als gevolg van een slag op zijn hoofd door Ibn Moeldjem op de 19e dag van Ramadan in Koefa moskee.

Ontdekking van het graf van Imam Ali (a)

De Imam werd ‘s nachts in het geheim door zijn kinderen op een heuvel begraven.  Behalve de familie en de naasten van de Imam wist niemand waar het graf lag. In de tijd dat Harun Rashid aan de macht was gebeurde er iets waardoor het graf van de Imam werd ontdekt.

Abdullah bin Hazim zegt het volgende over de ontdekking van het graf: "Op een dag vertrok ik en Harun Rashid uit Koefa om op jacht te gaan. We arriveerden in Ghariyyayn (Najaf). In dat gebied zagen we veel gazellen en we lieten onze jacht honden op hun af. Gazellen renden de heuvel op en daar bleven ze staan. Onze jacht honden kwamen terug. De gazellen kwamen weer de heuvel af en onze honden gingen ze weer achterna maar weer renden de gazellen de heuvel op. Dit heeft zich drie keer voorgedaan, het was verbazingwekkend dat de gazellen wel de heuvel op gingen en dat onze jacht honden het juist niet durfden". Harun was echt verbaasd en zei: "Ga naar Koefa en breng de oudste persoon van Koefa hierheen. De oudste man werd gevonden uit de Esed stam en werd bij Harun gebracht". Harun vroeg de oude man: “wat stelt deze heuvel voor? Belicht ons over deze heuvel!”

De oude man zei: “mijn vader heeft van zijn vaders gehoord dat op deze heuvel het graf van Imam Ali (a) ligt. Dit gebied is door Allah veilig verklaard. Wie daar heen vlucht zal in veiligheid zijn. Hierdoor zoeken de gazellen hun toevlucht op die heuvel.” Na dit te hebben gehoord kwam Harun Rashid van zijn paard af en vroeg om water om zijn rituele gewas te doen. Na zijn gewas te hebben gedaan, heeft hij (2 raka’at) gebed verricht en zijn gezicht op de grond gezet en huilend verder gebeden. Vervolgens liet hij om het graf heen een 4-deurige koepel maken. Hiermee is het graf van Imam Ali(a) pas na 130 jaar ontdekt.

Bezoeken van zijn graf

Imam Jafar Sadiq (a), heeft van zijn vaders gehoord dat de Profeet (s) het volgende heeft gezegd: “Wie, na mijn overlijdenen Imam Ali (a) bezoekt, zal het recht op het paradijs hebben.” Imam Jafar Sadiq (a): “ Zonder twijfel gaan de deuren van de hemelen open, als een bezoeker bij het graf van Imam Ali (a) bidt. Dus besef dit!”

Volgens een overlevering zegt Abu Shuaib Khorasani: "Ik vroeg het volgende aan Imam Abul-Hasan Ali Reza (a); welke heeft meer waarde, bezoeken van het graf van Imam Ali (a) of van Imam Hussein (a)? "

De Imam gaf mij als antwoord: “Imam Hussein (a) is in verdriet gemarteld; en als iemand in verdriet Imam Hussein (a) bezoekt, dan zal hij verlost worden van zijn verdriet door Allah (swt). De meerwaarde van het bezoeken van het graf van Imam Ali (a), komt door de hogere positie van Imam Ali (a) ten opzichte van Imam Hussein (a).” Imam Jafar Sadiq (a) heeft gezegd: “Wie, het graf van Imam Ali (a) lopend bezoekt, krijgt voor elke stap de zegeningen van hadj en oemra; en als men ook lopend terug keert, dan krijgt men voor elke stap 2 keer de zegeningen van hadj en oemra.”

Hij is geboren in de heiligste plaats… (Ka’ba)

En op de meest gezegende dag… (vrijdag)

Zijn martelaarschap vond plaats in de heiligste maand… (Ramadan)

En in de meest gezegende nacht… (Laylat al-Qadr)

En op het meest heilige tijdstip… (tijdens het gebed)

En in de beste staat van het gebed…(sujoed)

En zij verwijten mijn liefde voor jou O Imam Ali (a) !!

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Voetnoten:

[1] El-Irshad

[2] Gayet-ul Meram, 1, pp.92

[3] El-Menakib (Harezmi), pp.65

[4] Nehc-ul Belaga, 5. Ihkak-ul Hak, deel 8, pp.321

[5] Bihar-ul Anwar, deel 41, pp.164

[6] Al-Fusul-ul Mie, deel 5, pp.485

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.