De psychologie van veranderen na de maand Ramadan

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige de Meest Genadevolle

“En de mens was zwak geschapen.” (Al-Nisaa, vers 28)

Waarom is het zo verbazingwekkend lastig destructieve gewoonten te veranderen? Zelfs als je je beseft dat het uitstellen van het gebed je ziel verwaarloost of dat het luisteren naar muziek schadelijk voor je is. Veel mensen weten heus wat er mis was met hen voor de maand Ramadan, maar toch is dat inzicht zelden genoeg om ook daadwerkelijk te veranderen ná de maand Ramadan. Hoe kan dat? 

Voorop dient te worden gesteld dat ons brein is ‘gebouwd’ om verandering te weerstaan. Onze hersenen zijn geëvolueerd om gedrag te automatiseren in de hersenstam, zodat we er verder niet over hoeven na te denken of mee worden geconfronteerd. De diepere, dierlijke hersengebieden zijn veel bepalender voor ons gedrag dan de jongere, meer aan de oppervlakte gelegen hersengebieden. Pas als deze hersengebieden de noodzaak voelen om te veranderen – bijvoorbeeld door een levensbedreigende situatie of de situatie waarin iemand sterk lijdt – zijn we geneigd om daadwerkelijk ons leven te veranderen. Vaak horen we daarom ook van mensen dat een bepaalde ingrijpende gebeurtenis in hun leven de aanleiding vormde voor het (terug)keren naar de Islam. Dit kan een zelfmoordpoging zijn, een ziek of overleden familielid, een scheiding, een auto-ongeluk of het verliezen van een dierbare vriendschap. Noem het maar op. Ieder heeft zo zijn eigen keerpunt. 

Dit gezegd hebbende, is het belangrijk dat wanneer we destructieve gewoonten willen aanpakken we onze hersenen een handje helpen. Hiervoor moeten we begrijpen dat:

1.Onze hersenen geneigd zijn ‘lijdensdruk’ te verlagen zodat we geen noodzaak voelen om te veranderen: ‘taking the easy way out’; 

2.Onze hersenen geneigd zijn ons te laten geloven dat we toch niks kunnen of hoeven doen om te veranderen;

3.Onze slechte gewoonten soms een belonende functie hebben in sociaal verband. 

1. De lijdensdruk verlagen om geen noodzaak te voelen om te veranderen

Zelfs als we maar al te goed weten dat ons gedrag ons op de lange termijn beschadigt, zullen we, om die spanning te verlagen, zo lang mogelijk proberen vol te houden dat de ‘schade’ wel mee zal vallen (‘Mijn familie luistert ook gewoon muziek’, ‘Mijn zus draagt ook geen hoofddoek’, ‘Het gebed laat verrichten is nog altijd beter dan het gebed in zijn geheel niet te verrichten’). We zijn soms zelfs geneigd te beweren dat de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen (‘Wat is het leven waard als je niet eens kan genieten van muziek?’). Als we er eindelijk van overtuigd zijn dat een bepaalde gewoonte niet goed voor ons is, worden we nog steeds tegengehouden doordat we de doelen vaag houden (‘Later wil ik een hoofddoek gaan dragen’), uitstellen (‘Ik zal een hoofddoek gaan dragen zodra ik rond de 35 jaar ben’) of naar beneden stellen (‘Ik zal eerst zorgen dat mijn geloof op alle andere punten voldoende verder ontwikkeld is, alvorens ik besluit een hoofddoek te dragen’). 

2. Geloven dat je toch niks kan of hoeft te doen om te veranderen

Omdat we gewend zijn aan bepaald gedrag, zijn we soms geneigd te denken dat het onmogelijk is om te veranderen. Dit kan zo ver gaan, dat men tot de overtuiging komt dat een bepaalde gewoonte gerechtvaardigd is en dat verandering niet dringend is. Het ligt aan je beste vriend die ook rookt of het feit dat je nou eenmaal bent opgegroeid met het idee dat muziek een essentieel onderdeel is van het leven. Het is niet echt jouw verantwoordelijkheid, denk je. 

3. De belonende functie van slechte gewoonten in sociaal verband

Omdat je bijvoorbeeld gewend bent muziek te luisteren en veel mensen niet de schade daarvan (willen) inzien, hoef je je niet te verantwoorden tegenover anderen. Mensen in je omgeving zullen begrijpen dat jij muziek luistert, of dat je (indien je een ‘druk’ schema hebt) je gebeden wat uitstelt. Dit kan maken dat je niet gemotiveerd bent om de verkeerde gewoonten aan te pakken. Ook de identificatie met een groep – en het daarbij willen horen of jezelf niet kunnen voorstellen dat je daar niet bij hoort – is een reden waarom we dingen doen die we van nature niet eens zouden wíllen doen. Van rokers hoort men vaak dat dit is hoe ze zijn begonnen met het roken. ‘Groepslidmaatschap’ maakt verandering dus ook lastiger. 

De stap zetten

Om te veranderen moet de kracht van bovengenoemde trucs van onze hersenen tijdelijk worden geannuleerd. Dit houdt in dat je een nieuwe periode in je leven moet verwelkomen en moet accepteren dat je moet doorzetten om je doel te bereiken. Alleen positief denken zal echter niet alles voor je doen. De snelste route naar gedragsverandering is je gedrag veranderen door er nú mee te beginnen. Spreek met jezelf en Allah (swt) af dat je vanaf vandaag zult stoppen met bijvoorbeeld het luisteren naar muziek. Dit is een afspraak, een afspraak tussen jou en Allah (swt). Het is je erewoord tegenover Allah (swt), die mag je niet breken, net zoals dat je dit niet mag tegenover je vader of moeder. Houd je een tijd lang aan je afspraak, net zolang tot de veranderingen in je hersenen verankerd raken. Op dat moment heb jij de duivel, onze grootste vijand, de grond in gestampt. Allah (swt) zegt in Suraht Ibrahim:

“De satan (duivel) zei, nadat de zaak besloten was: ‘Voorwaar, Allah heeft jullie een ware belofte gedaan, en ik heb jullie een belofte gedaan, maar ik liet jullie daarna in de steek. Ik had geen macht over jullie, behalve dat ik jullie heb geroepen, waarop jullie mij gehoorzaamden, verwijt mij daarom niets! Verwijten jullie jezelf maar. Ik kan jullie niet helpen en jullie kunnen mij niet helpen.” (Suraht Ibrahim, vers 22)

De duivel zal, wanneer het moment daar is, zeggen dat hij ons slechts heeft uitgenodigd het verkeerde te doen. Wij zijn degenen die hier op in zijn gegaan. Op dat moment is het te laat om onszelf te veranderen en kunnen we niemand anders verwijten dan onszelf. In een andere vers in de Heilige Koran zegt Allah (swt) het volgende:

“Heb ik jullie, O kinderen van Adam, niet opgedragen om de Satan niet te dienen? Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.” (Suraht Yasin, vers 60)

Let op het woord ‘duidelijk’ in bovenstaande vers! We zijn ons er vaak meer dan bewust van dat een bepaalde gewoonte niet goed voor ons is. We zijn perfect in staat om goed en fout te onderscheiden. We hebben niemand nodig die ons komt vertellen dat we het leven dat we leiden tijdens de maand Ramadan zo min mogelijk moeten loslaten zodra deze heilige maand is afgelopen. Wat we nodig hebben is geloof in Allah (swt). Een geloof die zwaarder weegt dan de liefde voor dit leven. Vertrouw erop dat wanneer jij afstand van iets neemt omwille van Allah (swt), je dit terug zult zien in je dagelijkse leven, omdat Allah (swt) licht zal stoppen in je hart. Je zult het beter doen op werk, school, thuis. Overal! En wanneer we dit punt hebben bereikt in onze imaan (geloof), wíllen we niet eens meer terugvallen in onze oude gewoonten. En Allah (swt) is Vergevingsgezind, Berouwaanvaardend. 

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.