Arbaien: De veertigste dag na het martelaarschap van Imam Hussain (a) in Karbala

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Arbaien betekent ‘veertig’ in het Arabisch. Urdu-sprekende moslims gebruiken het woord Chehlum voor hetzelfde begrip. Arbaien is een sjiitisch ritueel dat 40 dagen na Ashura plaatsvindt. Op de twintigste van de islamitische maand Safar wordt het martelaarschap herdacht van Hussain Ibn Ali (a), de kleinzoon van de profeet Mohammed (s). Imam Hussain (a) stierf samen met 72 aanhangers in de Slag bij Karbala in het jaar 61 Al Hijra, oftewel 680 A.D. Veertig dagen is de gebruikelijke lengte van een rouwperiode in veel islamitische culturen. Het is de gewoonte onder veel moslims om de veertigste dag te herdenken, met de familie samen te zijn en aalmoezen te geven.

De veertigste dag, Arbaien, markeert een belangrijke wending in de Karbala-beweging. Op deze dag, die niet minder belangrijk is dan Ashura, bereikten de overgebleven leden van Ahlalbait Karbala en bezochten zij Imam Hussain (a) en zijn trouwe familieleden en volgelingen, die hun leven hadden gegeven voor de islam.

Historici verschillen van mening in welk jaar dit plaatsvond; sommigen zeggen dat het in 61 AH plaatsvond, hetzelfde jaar dus als de slag bij Karbala. Anderen beweren dat dit bezoek het jaar daarop plaatsvond. Hoe dan ook, de verschrikkingen en moeilijkheden die de familie van de profeet (vzmh) hadden doorstaan in het paleis van Yazid en de lange tocht naar Karbala, bereikten het hoogste punt op de 20e van de maand Safar op de lege vlakten van Karbala.

Volgens de meest wijd geaccepteerde overleveringen, bleef de familie van de profeet (vzmh) ongeveer een jaar gevangen gehouden in Damascus door Yazid, de kalief van de stamhuis der Umayyaden. Toen hij na een jaar zich gedwongen zag hen vrij te laten, zei Bibi Zainab (a) tegen Imam Ali (Ibn Hussain) as-Sajjad, dat zij terug wilde keren naar Karbala om te rouwen om haar broer en alle andere martelaars. Ook de andere vrouwen van de karavaan wilden dit en Imam Ali as-Sajjad begeleidde hen vervolgens naar Karbala.



Het graf van Imam Hussain (a) was niet totaal verlaten, zoals sommigen zouden verwachten. Op het moment dat de leden van Ahl al Bayt Karbala naderden, waren er al een paar mensen bij het graf aanwezig, die zijn martelaarschap met tranen herdachten. Een vroegere metgezel van de profeet Mohammed (s) genaamd Jabir ibne Abdullah al-Ansari, die inmiddels blind was, was samen met zijn assistant Atiyya bin Saad uit Medina gekomen naar de plek waar zijn Imam en meester het martelaarschap gevonden had. Hij riep zijn Imam toe: ‘Ik getuig dat U de zoon bent van de Zegel der Profeten, de zoon van Emir-ul-Momineen, de zoon van de onafscheidelijke bondgenoot van de vroomheid, de afstammeling van de rechtvaardige.’ Zijn bediende vertelde hem dat hij in de verte een karavaan zag aankomen, die in de richting van deze heilige plek kwam. Toen zij dichterbij kwamen, realiseerde hij zich dat dit niets anders was dan de karavaan van de huidige Imam, Ali ibn al-Hussain as-Sajjad, met zijn familieleden en bedienden!

De historici vertellen dat op dat moment, Jabir ibne Abdullah al-Ansari (ra) en zijn bediende uit de weg gingen zodat de vrouwen van Ahl al Bayt en de anderen hun verdriet konden uiten bij het heilige graf. Volgens de overleveringen werden toen ook de hoofden van de martelaren begraven. Voordat de karavaan uit Syrië vertrok, hadden zij de heilige hoofden van de martelaars namelijk meegekregen.

Volgens een beroemde overleveringen van Imam Hassan Askari (a) heeft een ware gelovige vijf kenmerken:

1. Het uitvoeren van 51 rakaat (van de salaat) per dag:

a. Fajr - 2 Wajib (verplicht) and 2 Nafl (vrijwillig/aanbevolen),

b. Zuhr - 4 Wajib and 8 Nafl,

c. Asr - 4 Wajib and 8 Nafl,

d. Maghrib - 3 Wajib and 4 Nafl,

e. Ishaa - 4 Wajib and 1 Nafl (2 rakaat in zittende houding tellen als 1),

f. Namaz-e-Shab or Tahajjud - 11 rakaat (aanbevolen)

2. Het reciteren van de ziarat voor Imam Hussain (a) op de veertigste dag van zijn martelaarschap ofwel Arbaien, genaamd de Ziarat-e-Arbaien;

3. Het dragen van een Aqeeq ring aan de rechter hand;

4. Het  plaatsen van het voorhoofd op de grond terwijl men de Sajda verricht, bij voorkeur op klei uit Karbala;

5. Het luid en duidelijk uitspreken van ‘Bismillahir Rahmanir Raheem’ tijdens het bidden.

Het herdenken van de Arbaien herinnert de gelovigen aan de centrale boodschap van het martelaarschap van Imam Hussain: het stichten van rechtvaardigheid en het vechten tegen onrecht, ongeacht in welke vorm. Deze boodschap heeft sterke invloed gehad op latere sjiitische opstanden tegen de tirannie van de Umayyaden en de Abbasieden.

Deze veertig dagen zijn een geschikte gelegenheid voor mensen om liefde voor Imam Hussain (a) en afkeer van zijn moordenaars in hun harten te ontwikkelen. De veertig dagen tussen Ashura en Arbaien vormen ook een ritueel van het afwijzen van alle onderdrukkers in de wereldgeschiedenis. De filosofie van Arbaien behoeft haast geen uitleg. Van het martelaarschap van Imam Hussain (a) kunnen we belangrijke lessen trekken en ons voorbereiden om onze Imam Mahdi (aj) te kunnen helpen – moge Allah hem sneller doen terugkeren.

Als een teken van loyaliteit aan de martelaars, hebben wij de opdracht de Ziarat van Arbaien te reciteren op de dag van Arbaien.



Waarom zijn het veertig dagen rouwen en het lezen van Ziarat-e-Arbaien zo belangrijk?

Zoals we allemaal weten is de ziarat een bezoek. In essentie gaat het om het spreken met en het bezoeken van onze rolmodellen. Een fysieke manifestatie hiervan is natuurlijk naar Karbala te reizen en daar ter plaatse de ziarat te lezen, maar in de realiteit is dat niet voor iedere gelovige mogelijk. In hoeverre levert het lezen van de ziarat buiten Karbala dezelfde voordelen op? Een overlevering vertelt ons dat het lezen van de ziarat ver buiten Karbala van eenzelfde groot belang is als het ter plaatse aanwezig zijn in Karbala, zolang degene die de ziarat leest oprecht begrip heeft van de status van Imam Hussain (a) en zijn/haar best doet om in zijn voetsporen te leven.

Imam Mohammed al-Baqir (a) zei dat gedurende veertig dagen de hemelen huilden om Imam Hussain (a). De hemel kleurde telkens rood bij zonsopgang en bij zonsondergang. Door 40 dagen te rouwen om onze Imam, bevestigen we onze eed van gehoorzaamheid en loyaliteit aan hem: ‘Ik getuig dat u de Imam bent die oprecht is, devoot, geliefd bij Allah, zuiver, een gids en een rechtgeleide. Ik getuig dat u de belofte van Allah vervuld heeft en dat u op Zijn manier gestreden heeft. Ik ben een vriend van eenieder die bevriend met u is.’ Door de Ziarat-e-Arbaien te lezen, beloven wij dat wij het pad van rechtvaardigheid en gerechtigheid zullen blijven bewandelen en dat we onrecht zullen verwerpen en in zullen gaan tegen de onderdrukkers van onze tijd. ‘Ik ben een vijand van eenieder die zijn vijand is.’ In diepste wezen beloven we dat we onze levens zullen blijven vormgeven volgens de leer van Imam Hussain (a). Maar waarom rouwen en herdenken we Imam Hussain (a) gedurende veertig dagen om daarna weer verder te gaan met ons leven?

Onze profeet Mohammed (s) heeft gezegd: ‘De aarde rouwt om de dood van een gelovige gedurende veertig morgens.’ Het lijkt er dus op dat men gedurende veertig dagen om een overledene hoort te rouwen. Volgens de islam is het bovendien zo dat wanneer iemand gedurende veertig dagen een bepaalde goede daad doet, dit een onafscheidelijk kenmerk van deze persoon wordt, die leidt tot een toename van Allah’s zegeningen. De persoon in kwestie zal deze goede daad de rest van zijn/haar leven blijven doen. Overigens zijn er wetenschappelijke studies die aantonen dat mensen die hun levensstijl willen veranderen, daar gemiddeld zo’n 6 weken voor nodig hebben. Dit is ongeveer gelijk aan 40 dagen.

Het getal veertig heeft ook een mystieke betekenis in de theosofie. In verschillende religies heeft het een bijzondere waarde om veertig dagen en veertig nachten te bidden. Toen de profeet Mozes (a) eens veertig nachten bad, kreeg hij de gave om de woorden van Allah te horen: ‘En toen wij Mozes een periode van veertig nachten toewezen, namen jullie het kalf (als god) na hem en jullie waren onrechtvaardig’ [De Heilige Koran, soera 2:51] De profeet Mohammed (s) zei ooit: ‘Wie zich veertig dagen tot Allah wijdt, zal bronnen van wijsheid uit zijn hart zien ontspringen en over zijn tong zien vloeien.’ De profeet Jezus (a) liep 40 dagen door de woestijn om zijn ziel te zuiveren en tot een beter begrip te komen van zichzelf en zijn missie. De profeet Mozes (a) reisde met zijn volk veertig jaar door de woestijn voor zij in het Heilige Land arriveerden. De profeet Noah (a) zorgde voor het behoud van het leven door veertig dagen en veertig nachten met zijn ark te varen.

Het lezen van bepaalde dua’s (smeekgebeden) gedurende een periode van veertig dagen wordt in de islam sterk aangeraden. Het effect van een dua wordt sterk verhoogd wanneer deze veertig dagen achter elkaar gelezen wordt, of veertig keer achter elkaar, of wanneer 40 mensen bij elkaar komen om het te lezen. Er wordt gezegd dat Imam Jafar-us-Sadiq (a) zei dat iemand die veertig dagen lang Dua-e-Ahad leest na het ochtendgebed, onder de helpers van de twaalfde Imam Mahdi (vzmh) zal zijn. Het bezoeken van zowel de schrijn van Imam Hussain (a) als de Masjid-e-Sahla gedurende 40 achtereenvolgende dagen wordt ook sterk aangeraden en is één van de daden waardoor men mogelijk bezoek krijgt van Imam Mahdi (aj). Dus, als we de Ziarat-e-Arbaien lezen, Arbaien herdenken en 40 dagen rouwen om Imam Hussain (vzmh), hopen we en bidden we dat deze veertig dagen van rouw een verandering binnen ons teweeg brengen waardoor we het pad van Imam Hussain (a) kunnen blijven volgen en zijn boodschap kunnen verspreiden van rechtvaardigheid, oprecht geloof en een sterk gevoel van opoffering!

Bron: http://www.ezsoftech.com/islamic/arbayeen.asp

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.