Overlijden Sayeda Ruqaya, 10 Safar 52 A.H.

In de naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle

De jongste dochter van Imam Hussein (a) en Umm Rubab werd geboren op de 20e van de maand Rajab (of op de 24e van de maand Dhul-Hijjah) in het jaar 56 Al Hijra. Hoewel haar echte naam Fatima was, kreeg zij als eretitels o.a. de namen Sakina, Ruqqayya, Masooma, Aatika, Kolthom en Zainab. In de Arabische wereld wordt zij daarom Syeda Ruqqaya genoemd, terwijl zij in de rest van de islamitisch wereld als Sakina bekend staat. Het woord Sakina betekent “rust” en “vrede” in het Arabisch. Zij kreeg deze titel omdat haar vader rust kreeg in zijn hart, iedere keer als hij naar haar keek. Haar broers waren onder andere Imam Ali Ibn Hussein (al Sajjad) (a), Ali Akbar en Ali Asghar. Fatima Soghra was één van haar zussen. In de rest van het artikel zal zij Sakina worden genoemd.



Bibi Sakina (a) was een levendig, liefdevol en vrolijk kind. Iedereen hield van haar. Zij was ook bijzonder religieus. Ze hield ervan de Heilige Koran te lezen en miste nooit haar gebeden. Volgens sommige bronnen was zij het Imam Hussein’s (a) meest geliefde kind. De Imam bad voor haar tijdens zijn Tahajjud gebed en de geboorte van Sakina was het resultaat van zijn nachtelijke gebeden. Imam Hussein (a) zei regelmatig: ‘Een huis zonder Sakina zou niet de moeite waard zijn om in te leven!’ Ze had altijd een lieve, vrolijke lach op haar gezicht en was vriendelijk van aard. Ze was erg gul en deelde altijd wat ze had met anderen. Andere kinderen zochten haar gezelschap op, net zoals de volwassenen dat deden.




Hazrat Abbas (a) had een bijzondere band met Sakina (a). Hij hield meer van haar dan van zijn eigen kinderen. Als zij ook maar ergens om vroeg, zou Abbas (a) niet rusten voor hij aan haar verzoek had voldaan. Er was niets dat hij niet zou doen om haar gelukkig te maken.

Tijdens de reis van Medina naar Mekka en van Mekka naar Karbala, reed Abbas (a) regelmatig naar de draagtent van Sakina (a) om er zeker van te zijn dat zij alles had wat ze wilde. Zij op haar beurt hield net zoveel van hem. Thuis in Medina bezocht ze meerdere keren per dag het huis waar Abbas (a) woonde met zijn gezin en zijn moeder, Umm-ul-Baneen (a).

Voor het naar bed gaan wilde de jonge Sakina altijd nog wat tijd doorbrengen met haar vader. Imam Hussein vertelde haar dan verhalen over de profeet (a) en over de oorlogen die gevochten waren door haar grootvader Imam Ali (a). Zij liet haar hoofd dan rusten op haar vader’s borst en Imam Hussein (a) ging niet bij haar weg voordat ze sliep. Vanaf het moment in Muharram dat de legers van Yazid zich begonnen te verzamelen te Karbala, zei Imam Hussein (a) tegen zijn zuster Zainab (a): ‘Het wordt tijd dat je Sakina er aan laat wennen om zonder mij in slaap te vallen’. ’s Avonds volgde Sakina (a) haar vader en hij moest haar dan met zachte dwang meenemen naar haar tante, Zainab (a) of Rubab, haar moeder (a).

Op de zevende dag van de maand Muharram blokkeerde het leger van Yazid de toegang tot het water bij Karbala en werd het water schaars. Sakina (a) deelde alle beetjes water die ze had met andere kinderen. Toen er al snel helemaal geen water meer was, keken de dorstige kinderen met hoop naar Sakina en omdat zij hen niet kon helpen had ze tranen in haar ogen. Haar lippen waren droog van de dorst.

Op de dag van Ashura – de tiende van Muharram – gaf Sakina (vmzh) haar waterzak aan Abbas (a) om water te halen voor haarzelf en voor de kinderen. Toen Abbas (a) water ging halen, verzamelden de kinderen zich rond Sakina met hun kleine bekertjes. Ze wisten dat wanneer Abbas (a) wat water zou brengen, zij er eerst voor zou zorgen dat iedereen kreeg voordat ze zelf wat nam. Toen Sakina (a) zag hoe Imam Hussein (a) de met bloed doordrenkte vlag naar het kamp bracht, wist ze dat haar oom de marteldood was gestorven. Vanaf die dag klaagde Sakina (a) nooit meer over dorst.

Toen kwam de dag die de aarde op haar grondvesten deed schudden en Sakina (a) wees werd. Volgens een aantal bronnen was zij toen ongeveer negen jaar oud, volgens andere bronnen was zij vier of vijf. Hoe dan ook, zelfs toen op dat moment dacht ze eerst aan anderen. Eerst troostte ze haar moeder vanwege de dood van haar zes maanden oude broertje, Ali Asghar (a). Toen ze vervolgens een andere vrouw of een ander kind zag huilen, sloeg ze haar kleine armpjes om haar heen.

Vanaf het moment dat Imam Hussein (a) het martelaarschap verwierf op het slagveld, vergat Sakina (a) te lachen. In Kufa was ze vaak in gedachten verzonken. ’s Nachts zat ze vaak recht op in bed. Als mensen haar vroegen of ze iets wilde, zei ze: ‘Hoorde ik net een baby huilen? Is het Asghar? Hij roept vast naar me!’ Omdat ze wist dat ze haar moeder verdrietig zou maken met haar tranen, huilde ze stilletjes en veegde ze haar tranen vlug weg. In de gevangenis van Damascus staarde Sakina (a) naar de vogeltjes die bij zonsondergang naar hun nesten vlogen en vroeg zij vol onschuld aan haar tante Zainab (a): ‘Zal Sakina ooit naar huis gaan, net als die vogeltjes die naar hun huisjes vliegen?’

Yazid, die wist hoe verdrietig Sakina was om haar vader, beval één van zijn bedienden om het hoofd van Imam Hussein (a) op een zilveren schaal te leggen, het te bedekken en het voor Sakina te zetten. Toen de bediende met de schaal kwam, dachten Sakina en de vrouwen dat er eten voor hen werd gebracht. Toen Sakina het deksel optilde, keek ze tot haar grote schok recht naar het afgehakte hoofd van haar vader.

Er wordt over Sakina gezegd dat zij een visioen had van haar vader, terwijl hij zei: ‘Oh mijn sjiieten, telkens wanneer je wat water drinkt, denk dan aan mij; en wanneer je hoort over een vreemdeling in nood of een martelaar, rouw dan om mij.’

Toen kwam de verschrikkelijke nacht dat Sakina (a) ging slapen op de koude gevangenisvloer. Gedurende lange tijd staarde ze in het duister. Het werd tijd voor het ochtendgebed, maar Sakina (a) lag nog steeds met haar ogen wijd open. Haar moeder riep uit: ‘Word wakker, Sakina! Het is tijd voor het gebed!’ Maar er was alleen maar een pijnlijke stilte. De vierde Imam, Zain-ul-Abideen (a), liep naar de plek waar Sakina lag. Hij legde zijn hand op haar voorhoofd. Het was koud. Hij hield zijn hand bij haar mond en neus. Ze was gestopt met ademen. Tussen het snikken door zij Imam Zain-ul-Abideen/al Sajjad (a): ‘Inna Lillahi Wa Inna Ilayhi Raji’un!’ Zainab (a) hield het kind vast terwijl de Imam Zain-ul-Abideen een graf groef in de cel. Toen het graf gevuld was schreeuwde de moeder het uit. Wie kon Rubab (a) nu troosten?

Volgens sommige vertellingen stierf Sakina op de tiende van de maand Safar, volgens andere op de dertiende. Zij verliet deze wereld en ruilde deze in voor het hiernamaals. Nu nog wordt zij herinnerd en geprezen om haar moed, geduld, liefdevolle karakter, vroomheid en haar onschuld.

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Bron: http://www.ezsoftech.com/islamic/bibi.sakina.asp

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.