Het gevecht van Nahrawan, 9 Safar 38 A.H.

In de naam van Allah, de meest Barmhartige de meest Genadevolle

Na de onbevredigende afloop van de strijd van Siffin, keerde Imam Ali (a) met zijn leger terug naar Kufa op de 13de na de Hijra (migratie). Een groep van 12.000 man nam tijdens de mars een afstand van het grootste deel van het leger.

Deze groep was tijdens de strijd van Siffin razend op de manier waarop het beëindigd was. Dit waren de Kharijiten (Kharijite is iemand die zich verzet tegen de religie). Dit waren dezelfde mensen die hun wapens hadden neergelegd op het slagveld. Op dat moment zeiden ze dat Imam Ali (a) de islam had verraden door in te stemmen met het wapenstilstand en de Heilige Koran als vonnis had moeten gebruiken, of de strijd moeten vervolgen. Zij eisten dat hij zijn berouw moest tonen voor deze grote zonde.

Toen het leger Kufa naderde, zette zij de kampen neer in het dorp genaamd Harura. Ze zeiden dat alle moslims gelijk waren en niemand over een ander kon regeren. Op deze manier vertelden ze zowel aan Imam Ali (a) als Muawiya dat zij geloofden in “La Hukma Illa Lillah”. Wat betekent, “geen leiderschap behalve door Allah alleen.”

Imam Ali (a) stuurde Sasaa Bin Sauhan en Ziad Bin Nazr Harisi, in het gezelschap van Ibne Abbas richting hen en ging later ook zelf naar hun verblijfsplaats om hen uit te leggen dat zij de woorden “la Hukma Illa Lillah” verkeerd hebben begrepen. En dat hij met het accepteren van de vredeswoorden in Siffin niet tegen de leer van de Koran was ingegaan.

Hij wees ze erop dat ze zelf fout zaten, want zij hadden nooit hun wapens neer moeten leggen en hem moeten forceren om Malike Ashtar terug te roepen, die op het punt stond om overwinning te boeken. Hij herinnerde hen dat zij hem hebben geduwd richting arbitrage en hem hadden gedwongen om Abu Musa Ash’ari aan te wijzen als hun representant. Hij vertelde ze dat hij hun huidige houding vreemd vond, gezien hun betrokkenheid in Siffin. Hierop gaven ze toe dat ze gezondigd hadden en dat ze berouw hebben getoond en vonden dat hij hetzelfde moest doen.

Imam Ali (a) antwoorde dat hij een ware gelovige was en geen berouw hoefde te tonen, omdat hij geen zonde had begaan en verliet ze na de discussie.

De Kharijiten weigerden om de woorden van Imam Ali (a) te accepteren en wachtten het besluit van Amr al- Aas en Abu Musa Ash’ari af. Toen ze de conclusie hoorden, besloten ze in opstand te komen en hun hoofdkwartier in Nahrawan te zetten, ongeveer 20 kilometer van Bagdad. Sommigen kwamen uit Basra om zich te verenigen met de rebellen.

Aan de andere kant, nadat Imam Ali (a) het vonnis hoorde, rees hij op om te vechten tegen het leger van Syrië. Hij schreef naar de Kharijiten, dat het vonnis de twee bemiddelaars had bereikt en dat het onacceptabel voor hem was dat ze in plaats van het volgen van de Koran en de sunnah (leer van de Profeet (s)) ze hun wensen najaagden. Dat hij daardoor had besloten hen te bevechten en dat zij hem zouden moeten steunen met het verpletteren van de vijanden. Maar de Khaijirten gaven hem het volgende antwoord: “Toen u instemde met het arbitrage werd u in onze ogen een afvallige (van het geloof). Als u nu uw afvalligheid toegeeft dan zullen we hier over nadenken en tot een besluit komen.” Imam Ali (a) begreep uit hun reactie dat hun ongehoorzaamheid en dwaling heel serieus waren geworden. Het behouden van hoop op hen zou nu onzinnig zijn. Zodoende zetten ze hun kampen neer in het dorp an-Nukhaylah met het oog op het marcheren naar Syrië om tegen Muawiya te vechten.

Imam Ali (a) was al vertrokken richting Muawiya toen hij het nieuws hoorde over het afslachten van de gouverneur van Nahrawan, genaamd Abdullah Ibn Khabbab Ibn al-Aratt en zijn slavin met een kind in haar buik en het vermoorden van drie vrouwen van Banu Tayyi en Umm Sinan as-Saydawiyyah. Imam Ali (a) stuurde al-Harith Ibn Murrah al-Abdi om dit te onderzoeken, maar ook hij werd door hen vermoord. Toen hun opstandigheid dit niveau had bereikt werd het noodzakelijk om hierop te handelen. Er was een gevaar dat de Kharijiten Kufa zouden aanvallen op het moment dat Imam Ali (a) en zijn mannen richting Muawiya vertrokken, dus Imam Ali (a) besloot ze tegen te houden. Hij veranderde zijn koers oostwaarts, stak het rivier Tigris over en naderde Nahrawan.

Toen ze arriveerden stuurde Imam Ali (a) een boodschap naar de Kharijiten en eiste dat de mensen die onschuldige moslims hadden vermoord rondom het kamp omsingeld zouden worden. De Kharijiten antwoordden dat ze allen een gelijke aandeel hadden in de moord van deze zondaars.

Er was een bepaalde terughoudendheid in het leger van Imam Ali (a) om de Kharijiten te bevechten, omdat zij hun metgezellen waren tijdens de slag op Siffin tegen Muawiya. Het was ook niet Imam Ali’s (a) wens om een bloedbad te veroorzaken met deze dwalende fanatieken, dus hij stuurde Abu Ayyub al-Ansari met een boodschap van vrede. Hij sprak hardop: ”Degene die zich onder zijn vlag voegt of zich scheidt van die groep en meegaat naar Kufa of al-Mada’in zou vrijstelling voor zijn daden krijgen en niet ondervraagd worden. Als resultaat hierop zei Farwah Ibn Nawfal al- Ashja’i dat hij niet begreep waarom ze streden tegen Imam Ali (a). Nadat hij dit zei vertrok hij met nog vijfhonderd man. Op dezelfde manier vertrok groep na groep en sommige sloten zich aan bij Imam Ali (a). Ten slotte, bleef de kern van 1.800 extremen achter onder het bevel van Abdallah bin Wahab. Deze Kharijiten zworen dat ze tegen Imam Ali (a) zouden strijden.

Nahjul Balagha- Toespraak 36/Het waarschuwen van het volk in Nahrawan jegens hun geloof:

“Ik waarschuw jullie dat je gedood zal worden op de kromming van dit kanaal en op deze lage vlakte terwijl je geen excuus zal hebben tegenover Allah noch enige bevoegdheid. Jullie hebben je huizen verlaten en het Goddelijke order heeft jullie verstrengeld. Ik heb jullie tegen deze arbitrage geadviseerd, maar jullie hebben mijn advies afgewezen zoals vijanden en tegenstanders totdat ik mijn ideeën heb omgezet in de richting van jullie wensen. Jullie zijn een groep waarvan het hoofd is ontdaan van verstand en intelligentie. Mogen jullie vaderloos zijn! (Wee u) Ik heb jullie in geen enkele ellende geplaatst, noch heb ik jullie het kwade toegewenst.”

De Kharijiten vielen het leger van Imam Ali (a) aan met vertwijfelde moed. Hoe dan ook, ze maakten geen kans tegen het superieure leger waarmee ze geconfronteerd werden, ze werden allemaal gedood behalve negen man. Deze negen kregen het voor elkaar om te vluchten naar Basra en naar andere plekken, waar ze de vlammen vol met haat verspreidden en meer volgelingen wierven. Uit het leger van Imam Ali (a) waren er enkel acht man als martelaar gestorven. De strijd vond plaats op de 9de van Safar, 38 na Hijra, twee jaar later in 40 na Hijra, waren het de Kharijiten die drie moordenaars stuurde om Imam Ali (a), Muawiya en Amr al-Aas te vermoorden. Deze laatste twee overleefden het, maar Imam Ali (a) stierf als martelaar door de laffe aanval van Ibne Muljam in de Moskee van Kufa.

Toen de Kharijiten in Nahrawan werden achtergelaten rukte Imam Ali (a) door richting Syrië. Maar de leiders van zijn volgelingen dwongen hem te stoppen in Kufa om de mannen te laten rusten voor de lange reis en om ze in staat te stellen hun wapens en schild te herstellen. Imam Ali (a) ging akkoord met dit verzoek en zette zijn kamp op in Nukhayla, buiten Kufa. De soldaten waren toegestaan om hun kamp voor een dag te verlaten.

Op de volgende dag keerde bijna niemand terug en ten slotte ging Imam Ali (a) terug naar Kufa en gaf een strenge toespraak tegen het volk. Echter, niemand kwam naar voren en uiteindelijk keerde Imam Ali (a) teleurgesteld terug. De Syrische onderneming werd verlaten, om nooit meer hervat te worden.

Source: http://www.islamicoccasions.com

© Ahlalbait Jongeren Organisatie

Afdrukken

Je moet je registeren om een opmerking te komen plaatsen. Dit kan simpel via de login knop rechtsboven in het menu.