De wereld van vandaag

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Het begon allemaal op een woensdagochtend. Ik had besloten om te gaan helpen met de inschrijvingen voor ziyarat Arbaeen (bezoek aan het mausoleum van Imam Hussain (a) 40 dagen na de herdenking van zijn (a) overlijden). Er was een noodoproep aangekondigd; er was dringend hulp nodig bij de inschrijvingen! Hoe kon ik weigeren, terwijl ik op die dag vrij was en toch zonder verplichtingen zat? Ondanks het feit dat ik van alles had ingepland om op die dag om te doen, besloot ik gehoor te geven aan de oproep en te gaan.

Toen ik het huis wilde verlaten, zocht ik naar mijn huissleutels. Nergens te vinden. Ik vond enkel een autosleutel. Met twijfels trok ik de deur achter mij dicht en liep ik naar buiten. 

Al gauw werden mijn twijfels bevestigd: mijn man had de auto meegenomen. Kortom, ik stond buiten opgesloten, en laat het nou net een dag zijn waarop ik een lang, zwart gewaad aan heb. Eén die meer opvalt dan andere. 

Wat nu? 

Na verschillende opties overwogen te hebben, loop ik naar het treinstation, koop ik een pasje om mee te reizen en zie ik de trein al aan de andere kant van het spoor aankomen. Die red ik niet, dacht ik. Ik doe dan ook geen moeite.

Dan komt de volgende, maar net op het moment dat ik probeer in te checken geeft mijn pasje aan dat ik een te laag saldo heb. De conducteur kijkt mij aan en knikt met zijn hoofd alsof hij zegt  ‘’jammer voor je’’, en doet met zijn sleutel de deuren dicht nog voordat ik hem iets kan vragen. 

De tweede trein rijdt me ook voorbij. Daar sta ik dan, waarom lukt het vandaag niet om te komen waar ik wil zijn?

Maar daar hield het niet bij op.

Ik loop terug naar het bankje waar ik de afgelopen 20 minuten op heb gezeten en zie een tas naast me op de grond staan. Een damestas. Er zaten een paar oude Nederlandse vrouwen naast mij die het vast vergeten zijn. Het leken vriendinnen die elkaar allang niet gezien hadden, ze hadden het vast veel te gezellig met kletsen, waardoor een van hun haar tas is vergeten. Tenminste, dat is wat ik denk. Terwijl we jaren geleden de tas op zouden pakken en het ergens aan een conducteur zouden geven zodat hij kon kijken of hij een nummer of iets dergelijks kon vinden om de arme mevrouw haar tas terug te geven, was het eerste wat ik dacht: wegwezen!

Niet omdat ik bang was dat er iets gevaarlijks in zat, maar omdat ik meteen wist dat ík verdachte nummer één zou zijn in deze situatie. Wat een bizarre wereld, zonder dat ik er iets mee te maken heb  voel ik me als “de schuldige” en gedraag ik me waarschijnlijk ook nog eens zo. 

Terwijl een paar mensen op het perron tegenover mij me al bedenkelijk aankeken, liep ik weg bij de tas. Aangeven kon ik de tas niet, want niemand zou me geloven dat de tas niet van mij is. Althans, dat dacht ik. 

Ver van de tas vandaan keek ik naar de reacties van de zorgeloze mensen die eerst het perron opliepen en na het zien van de tas veranderden in angstige, maar snel handelende helden. 

Iedereen die het perron opliep vertraagde ineens in zijn of haar stappen, keek bedenkelijk naar de tas en liep ineens een stuk sneller door naar het SOS plaatje om te melden dat er een “verdachte tas” op het perron te zien was, zonder eigenaar! Om hierna weer zo snel mogelijk ver van de tas te gaan staan, waar mogelijk een zelfgemaakte amateurbom in zat. Tenslotte is het maar een paar dagen geleden dat de bomaanslagen in Frankrijk plaats hebben vonden. 

Wat een paniek. En het enige waar ik aan kon denken was aan de oude mevrouw die nu in paniek is dat ze haar tas kwijt is. Een tas met daarin een parfum waar ze zo dol op is en een tijdschrift met een interview met René Froger die ze nog zo graag had willen lezen. Met misschien wel een lippenstift die ze ooit van haar dochter heeft gekregen op haar vijftigste verjaardag, eentje die ze graag op iedere bijzondere gelegenheid draagt en waar een emotionele waarde aan zit.

De trein komt eraan en ik check in, want ondertussen heb ik mijn pasje met wat geld opgewaardeerd. Godzijdank, eindelijk een stapje dichter bij mijn bestemming. 

En wat er dan uiteindelijk met de tas is gebeurd, dat heb ik gelukkig niet meegemaakt. 

De medewerker die op het station via het SOS-paaltje sprak meldde dat “ze” onderweg waren. Er is niets op het nieuws verschenen, dus mijn gok is dat het perron afgezet is, er treinen vertraagd zijn, mensen angstig zijn gemaakt, de specialisten helemaal klaar stonden om de inhoud van de tas onschadelijk te maken en toen de tas openging… Toch die lippenstift.

Ya Ali

Geschreven door: Farwah binte Seyyed Hossein

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Het verhaal van Batol

In de naam van Allah, de meest Barmhartige de meest Genadevolle,

Zuchtend keek Batol uit het raam. De laatste tijd wist ze het allemaal niet meer. Ze was in de war over zichzelf. Ze leidde het leven dat haar ouders van haar verwachtte. Iedere ochtend stond ze op met tegenzin, alleen om te doen wat het leven van haar vroeg. Batol had een tijdje last van slaapproblemen en angst. Onwetend waar dit vandaan kwam, liep Batol met een ontevreden en leeg gevoel door het leven. 

Batol zat in haar kamer toen haar moeder op de deur klopte. 

“Lieverd Batol, zou ik even mogen binnenkomen?”

Batol keek geïrriteerd naar deur. “Ja, wat is er?”

De moeder van Batol keek met bezorgde ogen naar haar dochter die de muziek van de radio wat zachter deed. “Mijn dochter, vanavond is er een bijeenkomst in de moskee om de Imam al Hussein (vrede zij met hem) te gedenken. Het lijkt mij ontzettend leuk als je een keer mee komt met mij en jouw vader.”

Batol keek haar moeder aan alsof ze gek was geworden. “Mam, weet je dan niet dat ik nooit naar zulke plekken wil gaan? Ik leer daar toch niets. Mijn vriendin Samantha komt hier trouwens vanavond. Kunnen jullie dus alsjeblieft wat eerder vertrekken, zodat wij wat langer huiswerk kunnen maken met elkaar?”

Met een gebroken hart keek de moeder van Batol haar dochter aan die de laatste tijd niet meer zichzelf was. Ze lag het meest in haar bed met de deur dicht. Batol had het meest van de tijd oordoppen met muziek in haar oren en sprak geen woord met haar ouders. Ze sprak liever met haar vriendin Samantha, een Nederlands meisje. 

“Mijn dochter, ik begrijp jouw zorgen voor jouw carrière en studie. Maar Batol, heb jij dan geen weet van het feit dat jouw religie nooit compleet zal zijn zonder kennis? Neem ook de tijd om meer te leren over jouw godsdienst de islam.” 

Batol keek haar moeder geërgerd aan. “Stop alsjeblieft, ik doe toch wat jullie willen?! Ik bid, ik vast, ik draag de hijaab. Ik doe alles wat jullie van me vragen. Kan je nu alsjeblieft de deur dicht doen?”

De moeder van Batol voelde dat iemand haar hart bont en blauw in elkaar had geslagen. Hoe moest ze in gesprek gaan met haar dochter die geen plek kon vinden in een leven tussen twee culturen, de Nederlandse Westerse en de Iraakse Islamitische? 

“Oh dochter, Allah (swt) heeft jouw aanbidding niet nodig. Jij bent degene die het nodig heeft om Hem te aanbidden. Heb je dan niet gehoord van de vers in de Heilige Koran: 

“En ik heb de djinn en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (soerat Al-Dhariyaat: 56)

Lees meer

Deel III: een gevaarlijk spel, verhaal van Bint-Al-Huda

In de naam van Allah, de meest Barmhartige de meest Genadevolle,

Twee jaar later zat Asia na te denken over haar vriendin Baidah. Ze hoorde veel over haar wat ze moeilijk vond om te geloven. Ze kon niet geloven dat na een bittere strijd met Baidah, Baidah nog steeds had gekozen om haar leven te delen met Faoud. Ze hoorde dat de islamitische hijaab niet meer belangrijk voor haar was en dat ze samen met haar man naar feesten en nachtclubs ging. Ze hoorde dat ze was bevallen van een jongen, Farid, en dat ze erg verdrietig was en nauwelijks kon lachen. Asia hoorde deze roddels en wenste Asia te zien om de waarheid van haar te horen.

Die ochtend ging de deurbel en Asia haastte zich om de deur te openen. Ze was verbaasd toen zij Baidah zelf voor haar zag staan. Ze was bleek en ongelukkig. Asia verwelkomde haar en leidde haar naar de woonkamer. Baidah zat stil, niet wetend wat ze moest zeggen.

Asia zei: “Oh, Baidah, ik had zo erg gehoopt om je weer te zien; ik heb zoveel over jou gehoord, maar ik was bang en wilde het van jou zelf horen.”
Baidah huilde en zei: “Ik heb geen nieuws, behalve schande en schaamte! Ik ben het slachtoffer van dwaasheid en zelfbedrog geweest. Maar goed, ik ben jouw vriendschap niet waard. Ik ben gedaald naar de diepte van de bodem en ben hopeloos, moge Allah (swt) mij vergeven!”

Asia vond het ontzettend naar voor haar vriendin en zei vriendelijk: “Je bent nog steeds mijn zus en ik moet je helpen om deze vreselijke ervaring te overwinnen. Vertel mij nu alles eerlijk, net zoals je dat in het verleden deed.”

Baidah zei: “Nou, je weet dat ik nooit naar jouw advies heb geluisterd. Ik geloofde in een droom en rende ernaar. Ik probeerde heel hard Faoud naar mijn manier van denken te brengen, maar dat lukte nooit. Hij accepteerde nooit mijn religieuze inzet en behandelde mij wreed en vernederde mij vaak. Soms was hij heel aardig en soms gedroeg hij zich angstaanjagend. Ik dacht aan scheiding, maar mijn zoon zorgde ervoor dat ik dat idee opgaf, waardoor ik opgaf en hem nederig gehoorzaamde. Hij misbruikte mijn zwakheid en verhoogde zijn dominantie over mij, waardoor hij mij steeds dieper en dieper in de schande bracht. Ik accepteerde alles net zoals een gevangene zijn straf accepteert. Nu zit ik hier!”

Asia kon haar niet beschuldigen zoals zij zichzelf beschuldigde en vroeg: “Wat is het probleem nu dan?”

“Hij heeft zich een week geleden gescheiden van mij, omdat hij mij beschuldigde voor de dood van onze zoon”, zei Baidah.

“Waarom?”, vroeg Asia ongelovig.

“Omdat ik in de maand Ramadan vastte.”

Asia vroeg: “Ging je zoontje dood van de honger?”

Baidah antwoordde:  “Nee natuurlijk niet. Ik had hem zowel borstvoeding en flesvoeding gegeven. Hij stierf na een ziekte.” Asia was sterk ontroerd en voelde veel verdriet voor de rouwende moeder die vernedering en schade had mee moeten maken. “zo zie je maar, ik heb alles verloren”, vervolgde Baidah.
Asia gaf haar een warme knuffel en zei: “Je hebt niet alles verloren. Je hebt nog steeds een religie die je terugroept naar berouw en ik ben nog steeds jouw geliefde vriendin. Je hebt nog steeds de brede weg van de toekomst voor je. Misschien zal deze ervaring jou helpen om een nieuwe en goede start te maken; een toekomst die gebouwd wordt op een sterke basis. Wanhoop niet.

“….en wanhoopt niet aan de genade van Allah, want niemand wanhoopt aan Allah's barmhartigheid dan het ongelovige volk.” (Youssef 12:87)

 وَلاَ تَيْأَسُواْ مِن رَّوْحِ اللّهِ إِنَّهُ لاَ يَيْأَسُ مِن رَّوْحِ اللّهِ إِلاَّ الْقَوْمُ الْكَافِرُونَ
Einde....

Bron: http://www.al-islam.org/short-stories-amina-bint-al-huda

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Deel II: een gevaarlijk spel, verhaal van Bint-Al-Huda

In de naam van Allah, de meest Barmhartige de meest Genadevolle,

Dagen en weken gingen voorbij. Baidah kon geen manier vinden om ervoor te zorgen dat Faoud in de buurt kwam van haar manier van denken. Wanneer ze over religie sprak, maakte hij haar belachelijk of deed hij alsof hij doof was. Baidah deed haar best om hem thuis rust en geluk te geven, maar ze merkte dat haar man het fijner vond om zijn tijd buitenshuis te besteden. Op een nacht wachtte Baidah voor een hele lange tijd op Faoud. Toen hij thuis kwam, leek hij erg blij, dus ze dacht dat het een goed moment was voor haar om met hem te praten.

Ze zei aardig: “Zie je niet dat ik ongelukkig ben?”

Faoud zei verbaasd: “Jij bent ongelukkig? Waarom? Heb ik jou dan niet  alle middelen van rust en gemak aangeboden?

“Ja, ik moet toegeven dat je dat hebt gedaan! Maar, geluk is waar het om gaat, zonder geluk is er geen gemak en rust.”

“Waarom ben je dan niet gelukkig?”, vroeg Faoud.

Baidah zei: “Hoe kan ik gelukkig zijn als jij zo lichamelijk, spiritueel en emotioneel ver weg bent van mij?”

“Dat is gedeeltelijk waar”, gaf Faoud toe, “maar ik houd van je, dus ik ben het niet helemaal eens met wat je zegt.”

“Als je van me hield, dan zou je mij een plezier willen doen. Je weet dat ik niet tevreden ben over jouw gedrag.”

“Heb ik je op welke manier dan ook pijn gedaan?” vroeg Faoud, nog verbaasder.

“Je hebt mij lichamelijk geen pijn gedaan, maar je hebt mij mentaal pijn gedaan door jouw verwaarlozing van het geloof dat je, zoals je mij beloofd had, zou respecteren. Je bent niet voorzichtig genoeg met religie, om ons op de weg van Allah (swt) dichter bij elkaar te brengen.

“Nou, ik ben bang dat ik mijn levensstijl niet kan veranderen. Ik kan mijn vrienden of sociale leven niet opgeven. Ik kan mij niet afsluiten van anderen alleen maar om mijn leven achter deze muren te besteden. Ik kan niet het gebed in de moskee verrichten alleen om jou een plezier te doen. Het geloof komt voort uit persoonlijke voldoening. Het zou niets anders dan hypocrisie zijn als ik Allah (swt) aanbid alleen voor jou. Je weet dat ik een eerlijk en eenvoudig persoon ben, in zowel mijn persoonlijk als zakelijke contacten. Wat wil je nog meer?”

Baidah luisterde, terwijl haar hart zonk. Ze zei met een gebroken stem: “En ik dan? Heb ik helemaal geen plaats in jouw leven?”

“Jij bent mijn geliefde vrouw. Ik houd van niemand, alleen van jou. Kom dichter naar mijn hart en je zult kennis maken met echt geluk.”

“Wat bedoel je?”,  zei Baidah.

“Ik bedoel dat je de ideeën moet opgeven die jou verbieden om te genieten van wereldse plezier. Wend je met heel je hart naar mij en ik zal jou van een leven laten proeven waar jij je nog steeds onbewust van bent. Je staat op een kruispunt; of je geeft je hand aan mij en ik zal je meenemen naar een wereld van geluk, of je blijft als een gevangene in jouw huis, tevreden daarmee.

“Is er niet een derde keuze?”, vroeg zij. Faoud was stil voor een tijdje en toen zei hij, “Ja, die is er. We kunnen scheiden en hoewel dat moeilijk zal zijn voor mij; het zou minder schadelijk zijn dan wanneer je hebt besloten om mijn suggestie te weigeren.”

Baidah was stil. Ze wilde schreeuwen en wegrennen, maar ze was hulpeloos. Ze sliep een hele nacht niet en ze voelde dat ze tussen twee vuren zat die haar beiden konden branden. Ze stond op het punt om een scheiding te kiezen, maar toen dacht ze aan het kleine schepsel dat in haar buik bewoog. Dit onschuldige schepsel bond haar met zowel het huis als met haar man. Ze zou binnenkort gauw moeder worden. Ze voelde zich duizelig worden van het denken en viel in een droomloze slaap. Toen ze wakker werd vroeg haar man; “Baidah, waarom sliep je niet in jouw bed?”

Ze opende haar ogen om hem in de buurt van haar te zien staan met een vrolijk gezicht, alsof hij onwetend is van de reden waarom ze niet naar bed was gegaan. Ze keek hem zwijgend aan.

Beangstigend zei hij; “Waarom ben je bleek? Ben je ziek?” Hij legde zijn hand om haar heen en zat dichtbij.

Ze zei: “Weet je echt niet waarom ik verdrietig ben?”

Hij lachte zacht en zei: “Ook al weet ik het, wat kan ik eraan doen? Ik heb mij aan je opgeofferd, dus is het mijn schuld dat jij het hebt geweigerd? Trouwens, vandaag heb ik wat bezoekers, dus wees klaar voor de gelegenheid.”

“Wie zijn zij?”, zei Baidah.

“Gewoon wat vrienden met hun vrouwen”, hij was stil en wachtte op de reactie van zijn vrouw.

Ze zei: “Zal het een gemengde ontmoeting voor vrouwen en mannen zijn?”

“Natuurlijk, je verwacht toch echt niet dat ik dat ik mij vasthoud aan de oude tradities van het hebben van een aparte ruimte voor vrouwen, hè?”

“Hoe zit het dan met mij?”, vroeg Baidah.

“Jij bent vrij om te doen wat jij wilt”, zei Faoud.

“Ze was stil voor een moment; ze accepteerde het en dus toonde ze een beetje begrip. Baidah zei, “oké, ik zal aanwezig zijn.”
“Haar man was gelukkig en gaf haar een warme kus. Hij zei: “Meen je dit echt? Ik ben zo gelukkig! Ik zal de gelukkigste man zijn. Ik zal zo trots zijn op jouw schoonheid. Jij bent de zon die met haar licht de schemering zal overtreffen.”

“Wat heeft mijn schoonheid hiermee te maken? Om jou een plezier te doen heb ik besloten om aanwezig te zijn, maar ik zal mijn hijaab wel dragen.”
Faoud trok zichzelf terug in walging, “In fatsoenlijke hijaab? Nee! Ik wil niet dat je belachelijk wordt gemaakt. Maak het eten maar klaar en vertrek uit het huis. Dat zal beter zijn. Ik kan wel een excuus vinden om jouw afwezigheid uit te leggen bij hen.”

“Baidah kon zo een belediging niet tolereren. Ze stond op en zei: “Het is beter als ik het huis in één keer verlaat.”

“En de gasten dan?”, vroeg Faoud.

“Je kunt hen meenemen naar een club.”

“Wanneer kom je terug?”, vroeg Faoud.

“Ik kan nooit meer terug komen!”, antwoordde Baidah.

“Hoe zit het met mijn kind?”, vroeg Faoud, rustig en weloverwogen. Die woorden waren sterk genoeg om haar te herinneren aan de bittere realiteit en het grote dilemma waar zij zich in bevond.

Wanhopig mompelde ze: “Oh, wat was ik gek! Hoe erg gelijk had Asia!

Toen hij de naam van Asia hoorde, zei hij lachend, “Oh dat wijf! Ik vroeg haar ten huwelijk alleen om haar trots en religieuze ijdelheid te verpletteren. Nu je haar herinnert; wat heeft zij of haar advies ooit voor jou betekent? Jij staat op het punt van het vernietigen van jouw huwelijk en jouw familieleven staat op het punt te falen en dit allemaal vanwege de achterlijke Asia?!”

Baidah zei boos, “Nee, ik geef jou geen toestemming om slecht te spreken over haar. Als ik naar haar advies had geluisterd, dan had ik mezelf deze ervaring bespaard. In ieder geval, het is mijn eigen schuld, ik moet de consequenties verdragen.”

Wordt vervolgd........

Bron: http://www.al-islam.org/short-stories-amina-bint-al-huda

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Liefdevolle brieven 2, verhaal van Bint-Al-Huda

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle,

Lieve zuster Wafa, 

Assalamu Aleikum,

Ik moet toegeven dat jij een ware leidende licht in mijn leven bent geweest... Ik ben jou aan het schrijven, terwijl duisternis het universum heeft bedekt. De nacht streelt voorzichtig met haar vingers langs iedere Godvrezende ziel om de problemen van de dag weg te vegen en rust te geven aan degenen die uitgeput zijn. Alles om mij heen is stil; een verborgen melodie wordt afgespeeld. Een melodie die de ziel de plezier geeft die zij zoekt. 

Men vraagt zich af hoe de duisternis kan veranderen in helderheid, en hoe het de kenmerken van een nieuwe weg kan verlichten. Ruwe woorden zijn veranderd in zachte woorden die de wonden van de harten helen. Geloof kan wonderen doen. Geloof in Allah zorgt ervoor dat men Zijn Genade zoekt. Zo een oproep naar geloof is even plezierig als een lentebries, even duidelijk als de blauwe hemel en even mooi als een bloem. Het is een duidelijke stem die de ziel domineert. Men geeft zich op dezelfde manier over aan het geloof als de manier waarop een gevangene aan zijn wachters en een kind aan zijn moeder. De ziel neemt het geloof waar, zodat de anker op zijn oever valt. Ik luister ernaar en hoor het verhaal van een nieuwe geboorte. Het is de echo van een Koranvers die zegt:

“Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die oproept tot het geloof: ‘Geloof in jullie Heer.’ En wij hebben geloofd. Onze Heer, vergeef ons onze zonden en scheld ons onze slechte daden kwijt en laat ons sterven met de weldoeners.” (Koran 3:193) 

Ik ben er dus achter gekomen dat ik pas ben geboren om een nieuw leven te leiden. Na diepe duisternis en martelende dagen, waarin de ziel geketend bleef aan bittere zwakte, begon ik mijn nieuwe leven te voelen. De geest is een arena geweest waarin ernstige conflicten willekeurig plaatsvonden. Niets was duidelijk in de verlaten woestijn, waar alles verdwaald kon zijn. Duisternis, gedurende die jaren, kleurde mijn leven zwart. Het leek alsof alle dingen voor mij zwartheid uitten. Ik keek naar het leven door duistere glazen. Ik leed aan de ruwe winden en de gevaarlijke golven van de zee, die op het punt stonden mijn levensboot te verpletteren. Allah, de Barmhartige, keek naar dit kleine bootje dat streed tegen de angstige golven van het lot. Toen strekten aardige handen zich uit om de verdronken ziel te redden. Dit waren jouw lieve handen, lieve Wafa. Allah stuurde jou om dit vermoeide hart en deze verstoorde ziel te redden. Ik werd vriendelijk geleid naar de veilige haven van comfort en rust; stralend versloeg ik de conflicten van de innerlijke vijand. Ik bad tot Allah de Almachtige voor Zijn gunsten. Ik sprak woorden uit die niemand behalve Hij waard is om te ontvangen. Ik beloofde Hem dat ik Zijn weg zou betreden tot het eind. 

Ik verlang ernaar om jou dit goede nieuws van mijn nieuwe geboorte te vertellen. Met jouw hulp en de hulp van de Barmhartige Allah, begreep ik de ware betekenis van geluk en ellende in het leven. 

Ik bid tot Allah dat hij jou veilig houdt, mijn lieve zuster. 

Raja

© Copyright Ahlalbait Jongeren