Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 3: "Een thuisgevoel in Bagdad”

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle,

We zijn aangekomen in Qom. Het is een prachtige en rustige stad. Het is een stoffige stad met een eigen karakter. Er lopen links en rechts geleerden om ons heen.

In de Haram (heiligdom) van bibi Masooma (a) denk ik na over haar persoonlijkheid en over het feit dat zij voor haar broer naar Iran was  gereisd en zo onderweg om was gekomen. Over de manier waarop is niet iedereen het eens, maar daar gaat het nu niet om. Haar voorbeeld was bibi Zainab (a) en haar voorbeeld was weer bibi Fatima (a). Zij stonden allen altijd klaar voor anderen alvorens ze aan zichzelf dachten. Ik neem me voor om de rest van mijn reis eerst voor anderen te bidden en dan voor mijzelf insha’Allah. En voor anderen bedoel ik niet alleen de mensen uit mijn omgeving, want indirect is dat toch een beetje voor mijzelf bidden, maar ook voor mensen die niet zo dicht bij mij staan in het leven. 

Volgens menig niet-moslims worden vrouwen onderdrukt in de islam. Ik zou ze willen vragen om naar bibi Masooma (a) te reizen om te zien hoe hoog haar rang is en hoe zeer zij geëerd wordt door mannen en vrouwen binnen de islam. 

Hier in Qom is het meteen duidelijk hoe bereidwillig iedereen is om voor elkaar iets te betekenen en hoe hard iedereen ernaar streeft om alles uit ons verblijf te halen. Na een lange reis achter ons van 18 uur en voor sommigen wegens vertraging wel meer dan 24 uur, is iedereen er klaar voor om naar de verschillende plekken van ziyarat (het bezoek van de heiligen/waardevolle personen) te gaan. Over vermoeidheid of slaap wordt er niet gesproken.

Ons verblijf in Qom is van korte duur, maar heeft veel invloed op ons allen. Onze harten zijn gereed gemaakt voor de rest van de reis. 

We vertrekken vervolgens richting Bagdad om naar de ziyarat van Imam Musa al Kazem (a) en Imam al Jawad (a) te gaan, ook bekend onder de naam Kazemein. 

We komen aan in Bagdad en het eerste wat opvalt zijn de controleposten op straat en de soldaten met geweren. 

De stad is vervallen, overal om ons heen ligt vuilnis op de straten, vele gebouwen zijn ingestort en onbewoond. We overnachten in een hotel met vijf minuten loopafstand van de ziyarat van de twee heilige Imams (a).

We besluiten met de hele groep bij aankomst in het hotel ons snel gereed te maken voor de ziyarat en het gezamenlijke gebed in de moskee van de Imams (a). 

In die vijf minuten dat we over straat lopen worden we drie keer bij de controleposten gefouilleerd, onze tassen worden compleet leeggehaald door de vrijwilligers die hun taak zeer serieus nemen. Er worden dan ook geen uitzonderingen gemaakt, jong en oud, ziek en gezond, iedereen wordt van top tot teen onderzocht op zijn bezittingen. Mobiele telefoons mogen niet gebruikt worden op sommige plekken om foto’s mee te maken en op andere plekken worden deze ingenomen om bij terugkomst opgehaald te worden.

De oprechtheid van ieder mens wordt hier voor onze veiligheid in twijfel gebracht.  Ik vraag me af wie er naar ons hart en intentie kijkt voordat je een ziyarat binnentreedt? Zijn dit niet de belangrijkste dingen die je bij je moet dragen? 

Dit is waar onze eigen verantwoordelijkheid begint. We geven veel om onze veiligheid in deze wereld, maar niet om ons hiernamaals.  

Ondanks al deze dingen om ons heen voel ik me er direct thuis. Heel bijzonder dat je ogen en oren zoveel onrust zien en horen, maar dat je hart iets heel anders aangeeft. Toch heerst er een serene sfeer om ons heen. In de stad en vooral in de ziyarat.

Deze stad kent namelijk ook een mooie kant als je door deze opvallende zaken heen kan kijken, dan is er genoeg moois om ons heen.  

Van het vertrouwde geluid van dua’s (smeekgebeden) die je vroeg in de ochtend wekken, tot aan de verse broodlucht die je onverwachts bereikt op straat, tot aan de warme zoete melk met koekjes die je in de naam van de Imams (a) op straat ontvangt, tot aan de vogels die tijdens het gebed op het grote plein van de ziyarat van de Imams (a) meezingen en niet te vergeten de intense liefde die wij allen allereerst voor God (swt) delen en dan voor de Imams (a). Wat een geweldig gevoel. 

De Imams (a) liggen naast elkaar begraven. 

Wanneer ik de mooie graftombe van de Imams (a) zie, bedenk ik dat Imam Musa al Kazem (a) 15 jaar als een gevangene heeft geleefd in verschillende gevangenissen en onder verschillende kaliefen. In de laatste gevangenis moest hij in een nauwe paal staan, het was zo nauw dat hij niet eens kon zitten, met daarboven een grote steen waardoor hij het verschil tussen dag en nacht niet kon zien. In die situatie maakte hij zich druk om gebedstijden en vroeg bewakers hem te waarschuwen. Niemand van de Imams (a) is meer onderdrukt geweest dan Imam al Kazem (a). De Imams (a) hebben ontzettend veel geduld en in elke situatie blijven ze God (swt) bedanken. Deze Imam (a) deed dit ook, zelfs na al die jaren van enorme onderdrukking in de gevangenissen. Echter werd hij zo slecht behandeld, vooral tijdens het leiderschap van de kalief Harun al Rashid, toen hij een dua (smeekgebed) deed tot God (swt) om hem te redden uit deze situatie. Dit is wanneer de Imam (a) een aantal dagen later, door vergiftiging, onder Harun zijn opdracht werd gemarteld. Het doet me pijn wanneer ik hieraan denk. 

Aan de andere kant was hij degene die niets had en nu een soort paleis heeft waarin miljoenen hem jaarlijks bezoeken, masha’Allah. Van de kaliefen is er niet veel meer over. 

Deze Imam (a) heeft 1400 jaar na zijn dood nog mensen weten aan te trekken richting God (swt). Dit kan niet zomaar een man zijn. Wat een eer om hier te mogen zijn. 

En dan zijn kleinzoon Imam al Jawad (a), degene die zoveel weggaf dat er niets voor hem zelf overbleef, een jonge Imam (a) die jong gestorven is. Iemand die bewust ervoor koos om een zeer simpele leefstijl te onderhouden, terwijl hij toegang had tot de rijkdom van zijn vrouw. Deze plek heet niet voor niets Kazemein. Deze twee Imams (a) staan bekend om de onderdrukking van hun agressie, zij bleven kalm in alle situaties waarin mensen zoals jij en ik kwaad zouden worden.  

Het is iedere keer moeilijk om de ziyarat te verlaten, het is nog veel moeilijker om afscheid te nemen. Het valt me zwaar, zo zwaar dat ik een gebed doe bij God (swt) om mij hier voor eeuwig te houden. Het idee dat we vertrekken richting Karbala insha’Allah maakt het afscheid draaglijker. Bovendien zeg ik tegen de Imams (a) dat we naar Imam al Reza (a) insha’Allah zullen gaan, de geliefde zoon van Imam al Kazem (a) en de eervolle vader van Imam al Jawad (a). 

Ik besef me meteen dat ik hier snel weer naar terug wil keren. 

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen