Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 5: Ali Ali (a) Mawla, Ali Ali (a)

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

In Karbala hadden we zoveel mogelijk de gebeurtenissen van 1400 jaar geleden geprobeerd te herleven, voor zover dit mogelijk is. We gingen naar allerlei plekken waar de gebeurtenissen plaats hadden gevonden. 

Om te beginnen is het een traditie om eerst naar de haram (graftombe/mausoleum)  van al Abbas (a) te gaan om toestemming te vragen of we Imam Hussain (a) kunnen bezoeken. Dit was een indrukwekkend moment.  

Deze man was de vlaggendrager van Karbala, deze man was de betrouwbare en loyale broer van Imam Hussain (a), degene die onder andere zijn leven waagde en het water van de Eufraat wist te bereiken tijdens de gebeurtenissen in Karbala en zelf geen slok nam van dit water, omdat zijn broer dit ook niet had gehad. Deze man is niet zomaar een man. Deze man heeft zo een hoge status die bijna de 14 onfeilbaren bereikt. Zijn ziyarat kent dan ook handelingen die we alleen bij de ziyarat van de 14 onfeilbaren uitvoeren, zoals het ziyarat gebed. Dit is de reden waarom deze martelaar van Karbala niet zomaar een begraafplaats heeft, maar een eigen haram, bijna zo groot als die van Imam Hussain (a). 

Eenmaal in de haram van Imam Hussain (a) stonden we naast het raam van de plek waar Imam Hussain (a) gemarteld is. Deze plek is rood belicht, waardoor men het direct herkent. 

Ik kijk naar de mensen die naar het raampje toelopen, mijn observaties zijn steeds bijna hetzelfde. Men staart door het raam, kijkt scherp dan met verdriet, alsof de gebeurtenissen van 1400 jaar geleden zich nu opnieuw voor hun ogen afspelen. Alsof ze kunnen zien dat onze geliefde Imam (a) een regen van pijlen over zich heen krijgt, dat dan de wrede Shimr ibn Dhi al-Jawshan op de borst van onze heilige Imam (a) gaat zitten en hem ook nog eens onthoofdt. Dan begint men te huilen, de tranen stromen over de wangen, men heft de armen hoog in de lucht en mompelt een smeekbede tegen God (swt) en kijkt omhoog alsof God (swt) hun smeekbede dan beter aanhoort en sneller beantwoordt. 

Hetgeen wat opvalt is dat je bij Imam Hussain (a) en al Abbas (a) direct na binnenkomst naar beneden afdaalt. Beide lijken in een soort vallei gestorven te zijn. De reden hierachter weet ik niet, ik kan wel enkele redenen bedenken, het roept vele vragen bij me op en is waard om uitgezocht te worden. 

Dan de plek waar bibi Zainab (a) heeft gestaan toen de Imam (a) gemarteld werd. Dan de plek waar alle tenten hebben gestaan, de tent van Qasim (a), de enige zoon van Imam Hassan (a), de tent van Imam Zainul abideen (a), bibi Zainab (a), Imam Hussain (a), Abbas (a), die op zo een volgorde waren geplaatst dat de hidjab (Islamitische regelgeving over bedekking) van mannen en vrouwen gerespecteerd bleven. De plek waar de rechterarm van Abbas (as) eraf geslagen is, de plek van de linkerarm van Abbas (a). Hier kon ik alleen maar denken, kon ik zijn armen maar oppakken en kussen.

We zijn bij de verschillende metgezellen geweest die in Karbala gemarteld waren, van de 72 gemartelden die in de haram van Imam Hussain (a) dichtbij hem begraven zijn, Habib ibn Mazahir, Hurr ibn Yazid ar Riyahi, tot aan Abbas (a). Ik bedankte ze een voor een dat ze Imam Hussain (a) niet in de steek hebben gelaten en deed een gebed voor ze, vroeg tenslotte aan God (swt) om ons allen zoals hen loyaal te laten zijn naar onze Imam al Mahdi (atfs) en om ons allen alleen kinderen te schenken die onze Imam (a) loyaal zullen zijn insha’Allah, net als deze metgezellen. En zo waren er nog veel meer van dit soort plekken.ad

Ik stond op de Beinal Haramein, het plein tussen Imam Hussain (a) en Abbas (a), het enige wat ik kon denken is dat ik tussen de zonen van Imam Ali (a) stond. 

Ali (a) de trouwe broeder, metgezel en ziel van profeet Mohammad (s). Degene die trouwde met het oogappel van de profeet (s), bibi Fatima (s). 

Ali (a) was een van de dierbaarste van de profeet (s), want hij zei over Ali (a):

“Wie zich van Ali (a) afzondert, zondert zich van mij af en wie zich van mij afzondert, zondert zich van Allah (swt) af.” (1) 

en “De drager van mijn vlag in dit leven en het hiernamaals is Ali (a)” (2) 

en  "De gerechtigdste persoon in mijn natie is Ali (a)" (3).

De vijanden in Karbala waren dan ook eigenlijk de vijanden van Ali (a). En dat is de waarheid in dit geheel. 

Hoe waren hun ogen anders in staat geweest om toe te kijken hoe zijn kinderen een voor een afgeslacht werden. Hoe waren hun oren in staat geweest om te luisteren hoe de lichamen van de kinderen van Ali (a) een voor een levenloos neervielen. Hoe waren hun handen in staat geweest om een pijl en boog op te pakken en de pijl los te laten, vliegend richting de kinderen van Ali (a).

Hoe zijn hun voeten in staat geweest om naar de Eufraat te lopen om water te drinken, terwijl de kinderen van Ali (a) dorstig om water riepen? En boven alles, hoe zijn ze in staat geweest om na al het leed en ellende de kinderen van Ali (a) te onthoofden en hun hoofden boven een speer te dragen? 

Dit was pure haat jegens Imam Ali (a) en zijn nageslacht. Degenen die beweren dat zij van Imam Ali (a) hielden hebben ons willen belazeren, onze denkwijze willen doen veranderen om te geloven dat de leugenaars de rechtsprekers waren. 

Ik ben nu onderweg naar diezelfde Ali (a) waar al deze onrecht aangedaan is, terwijl de profeet (s) de bovenstaande en nog veel meer mooie uitspraken over hem heeft gedaan. Degene waarvan ze zijn kinderen hebben afgeslacht, omdat zij en hun vaders en grootvaders zijn vijanden waren, maar dit tot op de dag van vandaag ontkennen. 

Dan zijn we aangekomen in Najaf, een oude en vervallen stad waar weinig geld en moeite in gestopt lijkt te zijn. Dit is de derde stad waar we nu in Irak zijn voor een of meerdere Imams (a) en “toevallig” is dit ook weer zo een vervallen en arme stad. De vraag die in mijn hoofd blijft zweven is, is hier expres voor gezorgd? 

Volgens de Natural Resource Governance Institute staat Irak op de vijfde plek in de hele wereld wat betreft oliereserves. Dit betekent dat het land een groot inkomen te danken heeft aan de olie die uit de grond gepompt wordt. 

Waar is dit geld al die jaren aan besteed? Het ziet ernaar uit dat dit geld, zeker in de tijd van Saddam Hoessein, niet naar deze steden is gegaan. Want Irak kent ook mooie en verzorgde steden. Maar dit is er zeker niet een van. 

Het is een drukbezochte stad en dat is niet gek, want onze leider Imam Ali (a) ligt hier begraven. 

(De profeet (s) zei: "Voor wie ik zijn meester was, Ali (a) is zijn meester") (4).

Het gevoel wat ik hier heb is onbeschrijfelijk. Het voelt alsof mijn droom waar gekomen is. Dit is waar ik zeker heen moest deze reis. 

Dit is, terugkijkend naar het begin van mijn verhaal, waarschijnlijk de Imam (a) die mij in eerste instantie, mede door smeekbeden van anderen, heeft uitgenodigd. Mijn dank voor Imam Ali (a) is groot. 

De haram van Imam Ali (a) lijkt in vergelijking met andere Imams (a) die we bezocht hebben enigszins ouder en minder verzorgd. Ik besef me wanneer ik de haram zie, dat zelfs wij niet genoeg voor deze Imam (a) doen. 

Ik besef me dat we allen deze Imam (a) voor eeuwig en altijd tekort zullen blijven doen. Dat komt omdat de  waarde van deze hoge persoon ver boven ons begrip ligt. 

Ik klaag bij Imam Ali (a) over de hedendaagse wereld waarin we leven en wat er gebeurt met zijn volgelingen. Dat er nog steeds leugens worden verspreid over zijn volgers en dat men nog steeds zijn liefhebbers vermoordt. 

Er worden regelmatig martelaren naar de haram gebracht tijdens ons bezoek. Deze zijn ons allen aan het verdedigen tegen de ware vijanden van Islam. Dezelfde haat is vandaag de dag nog aanwezig zoals bij Karbala, dezelfde walgelijke daden worden nog steeds hierdoor uitgevoerd.

Godzijdank is dezelfde liefde voor de Ahlalbait (a) nog steeds aanwezig en men verdedigd deze principes en geeft alles op hiervoor, zelfs het leven als dit nodig is. 

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

Bronnen:

(1) Ibn Al-Maghazeli, 45; Yanabi^ Al-Mawda, 181

(2) Kenz Al-Omal, 6/122; Al-Tabari, 2/201; Al-Khawarizmi, 250; Al-Fadha’il of Ahmad, 253; Ibn Al-Maghazeli, 42/200

(3) Bron: Ibn Al-Maghazeli, 70; Arjah Al-MatAlib, 544

(4) Mustadrak Al-Sahihain of Al-Hakim Al-Nisabori, 3/129; Kenz Al-Omal, 6/157; Al-Dilmi.

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen