Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 6: Klaar voor zijn komst?

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

Van Imam Ali (a) naar Imam Reza (a).

Wegens het martelaarschap van bibi Fatima (a) verlaten we Najaf met onze zwarte kleren. Ik heb geen afscheid van de Imam (a) genomen. Alleen in zijn haram (graftombe/mausoleum) zat ik op de grond en praatte ik tegen de Imam (a) alsof ik zijn enige bezoeker was. Alsof de Imam (a) niemand anders had om naar te luisteren. Ik herinnerde me de dagen dat bibi Fatima (a) gestorven moest zijn en hoe de Imam (a) zich gevoeld zou hebben. En honderden jaren later zit ik dichtbij de Imam (a). De Imam (a) nog nooit ontmoet, zijn stem nog nooit gehoord en zijn tranen tijdens zijn verdriet nog nooit gezien. Toch had ik intense verdriet voor wat zij in die tijd mee hadden moeten maken. 

Bibi Fatima (a), de dochter van de profeet (s), zijn oogappel. Nog maar ongeveer zes maanden na de dood van de profeet (s) is dit hoe ze de dichtstbijzijnde persoon van de profeet (s) hebben behandeld. Door degene die beweerden de profeet (s) te volgen. Ze hebben haar een miskraam bezorgd van de kleinzoon van de profeet (s), de zoon van Imam Ali (a) en haar het leven op een gruwelijke wijze ontnomen. 

Ik condoleer de Imam (a) samen met duizenden anderen om mij heen, die allen het gevoel moeten hebben dat ze de Imam (a) alleen spreken, want deze Imam (a) stond in zijn leven klaar voor iedereen die zijn hulp vroeg en daarom voelt het nu honderden jaren na zijn dood nog steeds zo.  

Aankomend bij Imam Reza (a) besef ik me weer hoe veel ik mij hier thuis voel. Dit zijn mijn taalgenoten en dit is een plek waar ik vaker ben geweest. 

In de drukke stad is iedereen bezig met zijn dagelijkse bezigheden, maar men vergeet de Imam (a) hierin niet. Wanneer zijn haram in zicht is draait men zich hier naartoe, zet de rechterhand op de borst, buigt zich iets en zegt: “Vrede zij met u, oh kleinzoon van de profeet (s), oh Imam Ali ibn Musa al-Reza (a)”.

Zelfs tijdens het autorijden of het oversteken. 

Zijn haram ziet er nog groter uit dan ooit tevoren, masha’Allah. Dit is net een kleine stad in vergelijking met de haram van de Imams (a) waar we geweest zijn, met verschillende verdiepingen, pleinen, fonteinen en verschillende architectuur en handwerken die gebruikt zijn in het gebouw. 

Een kleine stad met zijn eigen schoonmakers, ordehouders, geleerden waar je terecht kan met vragen, zelfs eigen ingenieurs, artsen en nog veel meer.

Hier reflecteer ik terug op mijn reis. 

Ik stel me voor dat iemand in Nederland mij vraagt over hoe het was en wat ik gedaan heb. Wat er dan zo anders is aan zo een reis vergeleken met een vakantie naar een ander warm oord.

Mijn antwoord zou ongeveer het volgende zijn:

Dat de vijf gebeden dagelijks verricht werden in een haram en niet in het comfort van ons eigen huis of hotel, 

dat we de plekken gerelateerd aan de ziyarat bezochten in plaats van de markten en winkels, 

laat thuiskwamen en vroeg opstonden, 

veel liepen en weinig zaten, 

veel energie verbruikten en weinig aten, 

veel met God (swt) praatten en weinig met onze medemens, 

de Koran lazen in plaats van het nieuws over de wereld, 

Bezig waren met reflecteren op ons leven in plaats van het leegmaken van ons hoofd om te genieten.

Degene tegenover mij zou denken dat we soldaten waren onder een bevel van een leger met een bevelhouder die ons streng in de gaten hield. Maar dit was puur vrijwillig. Zelfs hier konden sommigen de wereld niet loslaten en werden soms meegezogen hierin. Maar het genot zit puur hierin. Ik voelde me vrijer dan een vliegende vogel. Het voelde net alsof ik uit de bubbel wat de wereld was ontsnapt en in een andere plek was beland waar alles om mij heen klopte. Waar ik eindelijk mijn tijd kon besteden aan de enige die mijn tijd waarlijk verdient, God (swt). Ik had de wereld losgelaten en was alleen met mijn God (swt). Een gevoel wat een vakantie me nooit had kunnen geven. 

Mijn besef dat wij een Imam (a) hebben en deze nu nog in zijn leven kunnen dienen is veel sterker geworden door deze reis. Onze Imam al Mahdi (atfs), degene die wraak zal nemen op Karbala. Ik besef me hoe groot het verlies is van degene die gestorven zijn en hun Imam (a) niet gekend hebben en niet gezien of gehoord hebben. Des te meer besef ik me dat wij voor zijn terugkomst en zijn welzijn moeten bidden. Dit doet hij ook voor ons, hoe kunnen wij dit dan niet terugdoen. 

Ik wil graag onder zijn volgelingen behoren, ook als hij maar een volgeling zou hebben wil ik die ene zijn. Het bestaan zonder het meemaken van de terugkeer van de Imam (atfs) lijkt nutteloos. Afgezien van het feit dat ik een klein mens ben met zondes, is mijn hoop dat ik tot de volgelingen van de Imam (atfs) mag behoren groot. Ieder moment van twijfel hierin is een poging van de duivel om ons tegen te houden van het volgen van de Imam (atfs) en de waarheid. 

We leven in een moeilijke tijd waarin we onze Imam (atfs) niet kunnen zien of bevragen. Een tijd waarin velen zich gelovig noemen, enkel omdat ze niet denken dat de wereld “per ongeluk” is ontstaan. Een tijd waarin de goede voorbeelden vaak ver te zoeken zijn en een tijd waarin je jezelf bij je medegelovigen moet verdedigen voor je daden.  Het volgen van de Imam (atfs) betekent dan ook het continue strijden tegen de duivel. Standvastig zijn en niet van ophouden weten. Vechten met je continue goede daden en terugslaan met je warme spraak, je beseffen dat ieder kwade oog op jou gericht is en nooit de glimlach van je gezicht verliezen. 

Terwijl iedereen op zoek is naar geld en rijkdom, geven wij sadaqa (aalmoezen) voor het welzijn en veiligheid van onze Imam (atfs). Terwijl men geniet van de wereld en bidt en hoopt op een lang en gelukkig bestaan met alle wereldse bezittingen, smeken wij God (swt) om de terugkeer van onze verlosser (atfs). En terwijl we uitgelachen en bespot worden voor ons geloof, sturen wij dagelijks, vol met trots en opgeheven hoofd, onze groet en vrede naar onze geliefde Imam (atfs). Ik heb van geen enkele Imam (a) tijdens deze reis afscheid genomen, ik ben God (swt) dankbaar voor deze mogelijkheid en wens zo snel mogelijk terug te keren naar deze Imams (a) en wens dat God (swt) de harams beschermd tegen hun vijanden. 

Als allerlaatste vraag ik God (swt) om onze kennis in onze Imam al Mahdi (atfs) te vergroten en onze harten klaar te maken voor zijn komst, insha’Allah. 

Imam al Jaffar ibn Muhammad as-Sadeq (a) zei: ‘Degene onder jullie die sterft terwijl hij wacht op dit bevel (de komst van Imam al Mahdi (atfs)) is gelijk aan iemand die met al-Qaim (Imam al Mahdi (atfs)) in zijn tent was…. Nee sterker nog, hij zou gelijk zijn aan iemand die aan zijn zijde heeft gevochten met een zwaard… Nee sterker nog, bij Allah (swt), hij is gelijk aan degene die gemarteld zou zijn aan de zijde van de Boodschapper van Allah (swt). [1]

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

Bron:

[1] Biharul Anwar, Volume 52, pagina 126; al-Mahasin

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen