Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 5: Ali Ali (a) Mawla, Ali Ali (a)

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

In Karbala hadden we zoveel mogelijk de gebeurtenissen van 1400 jaar geleden geprobeerd te herleven, voor zover dit mogelijk is. We gingen naar allerlei plekken waar de gebeurtenissen plaats hadden gevonden. 

Om te beginnen is het een traditie om eerst naar de haram (graftombe/mausoleum)  van al Abbas (a) te gaan om toestemming te vragen of we Imam Hussain (a) kunnen bezoeken. Dit was een indrukwekkend moment.  

Deze man was de vlaggendrager van Karbala, deze man was de betrouwbare en loyale broer van Imam Hussain (a), degene die onder andere zijn leven waagde en het water van de Eufraat wist te bereiken tijdens de gebeurtenissen in Karbala en zelf geen slok nam van dit water, omdat zijn broer dit ook niet had gehad. Deze man is niet zomaar een man. Deze man heeft zo een hoge status die bijna de 14 onfeilbaren bereikt. Zijn ziyarat kent dan ook handelingen die we alleen bij de ziyarat van de 14 onfeilbaren uitvoeren, zoals het ziyarat gebed. Dit is de reden waarom deze martelaar van Karbala niet zomaar een begraafplaats heeft, maar een eigen haram, bijna zo groot als die van Imam Hussain (a). 

Eenmaal in de haram van Imam Hussain (a) stonden we naast het raam van de plek waar Imam Hussain (a) gemarteld is. Deze plek is rood belicht, waardoor men het direct herkent. 

Ik kijk naar de mensen die naar het raampje toelopen, mijn observaties zijn steeds bijna hetzelfde. Men staart door het raam, kijkt scherp dan met verdriet, alsof de gebeurtenissen van 1400 jaar geleden zich nu opnieuw voor hun ogen afspelen. Alsof ze kunnen zien dat onze geliefde Imam (a) een regen van pijlen over zich heen krijgt, dat dan de wrede Shimr ibn Dhi al-Jawshan op de borst van onze heilige Imam (a) gaat zitten en hem ook nog eens onthoofdt. Dan begint men te huilen, de tranen stromen over de wangen, men heft de armen hoog in de lucht en mompelt een smeekbede tegen God (swt) en kijkt omhoog alsof God (swt) hun smeekbede dan beter aanhoort en sneller beantwoordt. 

Hetgeen wat opvalt is dat je bij Imam Hussain (a) en al Abbas (a) direct na binnenkomst naar beneden afdaalt. Beide lijken in een soort vallei gestorven te zijn. De reden hierachter weet ik niet, ik kan wel enkele redenen bedenken, het roept vele vragen bij me op en is waard om uitgezocht te worden. 

Dan de plek waar bibi Zainab (a) heeft gestaan toen de Imam (a) gemarteld werd. Dan de plek waar alle tenten hebben gestaan, de tent van Qasim (a), de enige zoon van Imam Hassan (a), de tent van Imam Zainul abideen (a), bibi Zainab (a), Imam Hussain (a), Abbas (a), die op zo een volgorde waren geplaatst dat de hidjab (Islamitische regelgeving over bedekking) van mannen en vrouwen gerespecteerd bleven. De plek waar de rechterarm van Abbas (as) eraf geslagen is, de plek van de linkerarm van Abbas (a). Hier kon ik alleen maar denken, kon ik zijn armen maar oppakken en kussen.

We zijn bij de verschillende metgezellen geweest die in Karbala gemarteld waren, van de 72 gemartelden die in de haram van Imam Hussain (a) dichtbij hem begraven zijn, Habib ibn Mazahir, Hurr ibn Yazid ar Riyahi, tot aan Abbas (a). Ik bedankte ze een voor een dat ze Imam Hussain (a) niet in de steek hebben gelaten en deed een gebed voor ze, vroeg tenslotte aan God (swt) om ons allen zoals hen loyaal te laten zijn naar onze Imam al Mahdi (atfs) en om ons allen alleen kinderen te schenken die onze Imam (a) loyaal zullen zijn insha’Allah, net als deze metgezellen. En zo waren er nog veel meer van dit soort plekken.ad

Ik stond op de Beinal Haramein, het plein tussen Imam Hussain (a) en Abbas (a), het enige wat ik kon denken is dat ik tussen de zonen van Imam Ali (a) stond. 

Ali (a) de trouwe broeder, metgezel en ziel van profeet Mohammad (s). Degene die trouwde met het oogappel van de profeet (s), bibi Fatima (s). 

Ali (a) was een van de dierbaarste van de profeet (s), want hij zei over Ali (a):

“Wie zich van Ali (a) afzondert, zondert zich van mij af en wie zich van mij afzondert, zondert zich van Allah (swt) af.” (1) 

en “De drager van mijn vlag in dit leven en het hiernamaals is Ali (a)” (2) 

en  "De gerechtigdste persoon in mijn natie is Ali (a)" (3).

De vijanden in Karbala waren dan ook eigenlijk de vijanden van Ali (a). En dat is de waarheid in dit geheel. 

Hoe waren hun ogen anders in staat geweest om toe te kijken hoe zijn kinderen een voor een afgeslacht werden. Hoe waren hun oren in staat geweest om te luisteren hoe de lichamen van de kinderen van Ali (a) een voor een levenloos neervielen. Hoe waren hun handen in staat geweest om een pijl en boog op te pakken en de pijl los te laten, vliegend richting de kinderen van Ali (a).

Hoe zijn hun voeten in staat geweest om naar de Eufraat te lopen om water te drinken, terwijl de kinderen van Ali (a) dorstig om water riepen? En boven alles, hoe zijn ze in staat geweest om na al het leed en ellende de kinderen van Ali (a) te onthoofden en hun hoofden boven een speer te dragen? 

Dit was pure haat jegens Imam Ali (a) en zijn nageslacht. Degenen die beweren dat zij van Imam Ali (a) hielden hebben ons willen belazeren, onze denkwijze willen doen veranderen om te geloven dat de leugenaars de rechtsprekers waren. 

Ik ben nu onderweg naar diezelfde Ali (a) waar al deze onrecht aangedaan is, terwijl de profeet (s) de bovenstaande en nog veel meer mooie uitspraken over hem heeft gedaan. Degene waarvan ze zijn kinderen hebben afgeslacht, omdat zij en hun vaders en grootvaders zijn vijanden waren, maar dit tot op de dag van vandaag ontkennen. 

Dan zijn we aangekomen in Najaf, een oude en vervallen stad waar weinig geld en moeite in gestopt lijkt te zijn. Dit is de derde stad waar we nu in Irak zijn voor een of meerdere Imams (a) en “toevallig” is dit ook weer zo een vervallen en arme stad. De vraag die in mijn hoofd blijft zweven is, is hier expres voor gezorgd? 

Volgens de Natural Resource Governance Institute staat Irak op de vijfde plek in de hele wereld wat betreft oliereserves. Dit betekent dat het land een groot inkomen te danken heeft aan de olie die uit de grond gepompt wordt. 

Waar is dit geld al die jaren aan besteed? Het ziet ernaar uit dat dit geld, zeker in de tijd van Saddam Hoessein, niet naar deze steden is gegaan. Want Irak kent ook mooie en verzorgde steden. Maar dit is er zeker niet een van. 

Het is een drukbezochte stad en dat is niet gek, want onze leider Imam Ali (a) ligt hier begraven. 

(De profeet (s) zei: "Voor wie ik zijn meester was, Ali (a) is zijn meester") (4).

Het gevoel wat ik hier heb is onbeschrijfelijk. Het voelt alsof mijn droom waar gekomen is. Dit is waar ik zeker heen moest deze reis. 

Dit is, terugkijkend naar het begin van mijn verhaal, waarschijnlijk de Imam (a) die mij in eerste instantie, mede door smeekbeden van anderen, heeft uitgenodigd. Mijn dank voor Imam Ali (a) is groot. 

De haram van Imam Ali (a) lijkt in vergelijking met andere Imams (a) die we bezocht hebben enigszins ouder en minder verzorgd. Ik besef me wanneer ik de haram zie, dat zelfs wij niet genoeg voor deze Imam (a) doen. 

Ik besef me dat we allen deze Imam (a) voor eeuwig en altijd tekort zullen blijven doen. Dat komt omdat de  waarde van deze hoge persoon ver boven ons begrip ligt. 

Ik klaag bij Imam Ali (a) over de hedendaagse wereld waarin we leven en wat er gebeurt met zijn volgelingen. Dat er nog steeds leugens worden verspreid over zijn volgers en dat men nog steeds zijn liefhebbers vermoordt. 

Er worden regelmatig martelaren naar de haram gebracht tijdens ons bezoek. Deze zijn ons allen aan het verdedigen tegen de ware vijanden van Islam. Dezelfde haat is vandaag de dag nog aanwezig zoals bij Karbala, dezelfde walgelijke daden worden nog steeds hierdoor uitgevoerd.

Godzijdank is dezelfde liefde voor de Ahlalbait (a) nog steeds aanwezig en men verdedigd deze principes en geeft alles op hiervoor, zelfs het leven als dit nodig is. 

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

Bronnen:

(1) Ibn Al-Maghazeli, 45; Yanabi^ Al-Mawda, 181

(2) Kenz Al-Omal, 6/122; Al-Tabari, 2/201; Al-Khawarizmi, 250; Al-Fadha’il of Ahmad, 253; Ibn Al-Maghazeli, 42/200

(3) Bron: Ibn Al-Maghazeli, 70; Arjah Al-MatAlib, 544

(4) Mustadrak Al-Sahihain of Al-Hakim Al-Nisabori, 3/129; Kenz Al-Omal, 6/157; Al-Dilmi.

Afdrukken

Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 4: Wat als jij Hussain (a) was?

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle,

Lang, heel lang geleden was er een woestijn. Een grote woestijn, onbekend voor velen. Een woestijn die geen leven kende, enkel zeeën van zand, een heldere hemel en de hitte van de zon. Met een kilometers lange rivier, de Eufraat.

Stel je eens voor dat je op zo een plek komt te stranden, je bent met al je geliefden om je heen. Van je zus die jullie overleden ouders heeft beloofd voor jou te zorgen, tot aan je broers die jou zien als hun leider, tot aan je kinderen waaronder een onschuldige baby van 6 maanden, tot aan je dierbaarste vrienden die hun leven voor je zouden geven.

Stel je eens voor dat je om je heen kijkt en hen allen een voor een om je heen ziet. Jij bent hun hoop, ze vertrouwen je in je beslissing en volgen je in iedere opdracht die je ze geeft. Want zij weten dat jij alleen voor God (swt) spreekt en niet voor jezelf. Het water van de Eufraat is afgesloten voor jullie, de zon schijnt en het is bijna 50 graden Celsius. Jouw dierbaren zijn allemaal dorstig en vragen je om voor water te zorgen, de baby huilt en vraagt op zijn manier om iets te drinken.
Jij bent de kleinzoon van profeet Mohammad (s) en hebt nog meer familieleden van de profeet (s) bij je, met de metgezellen van de profeet (s).
Iedereen zou aan jouw kant moeten staan, maar de waarheid is niet altijd makkelijk te volgen. Hier is opoffering voor nodig die mensen liever niet maken.
Het enige wat jij wil is rechtvaardigheid, je wil achter de waarheid staan en de tiran die als leider functioneert niet steunen. Degene die de gehele religie vanuit zijn wortel wil uitroeien.

Jullie zijn in totaal met 72 man, je ziet een groot leger om je heen van misschien 30.000 man. Er is geen terugweg voor jou en jouw familieleden en metgezellen, noch voor je kinderen. Toch staan zij vol trots achter je. Ze zeggen niet alleen dat ze alles voor je zullen geven, nee, deze mensen zijn er klaar voor om zich duizend keer voor jou te geven. Een voor een gaan zij dorstig, moe en hongerig het slachtveld op om jou te verdedigen, want jullie kwamen niet om te strijden, jullie kwamen om een standpunt te maken tegen de onrecht in de wereld. Een voor een zie je ze sterven voor jouw ogen, de laatste woorden die ze op hun lippen dragen is jouw naam. Zelfs de baby wordt niet gespaard en wordt meedogenloos gemarteld wanneer je om water vraagt aan de vijand. Deze mensen kennen geen genade.
Dan zijn alle mannen gestorven en is het jouw beurt om afscheid te nemen van de vrouwen en kinderen. Jouw zoon die ernstig ziek is tijdens deze reis, is de enige die door de wil van God (swt) nog leeft en niet hoeft te strijden.

Zo kan de boodschap in ieder geval nog doorgegeven worden zoals de profeet (s) had voorspeld (“er zullen 12 leiders na mij komen, allen afkomstig van de Quraish”). [1]

Je ziet ze voor de laatste keer, je weet dat zij het nog heel moeilijk zullen krijgen. Daar ga je dan, in de naam van God (swt), jouw drijfveer. Je gaat omdat jouw nakomelingen ook deze God (swt) op de manier moeten kennen zoals de profeet (s) dat iedereen had geleerd. Ook jij wordt gemarteld en je dierbaren zien dit gebeuren. Zij worden meegenomen als gevangenen om onderweg op allerlei manieren mishandeld te worden.

Het bovenstaande is geen fictie, dit is een waargebeurd verhaal. De naam van degenen waarmee dit gebeurd is, is Hussain (a), de zoon van Bibi Fatima (a), de dochter van onze geliefde profeet Mohammad (s). Hoe kon men dit 50 jaar na de dood van de profeet (s) met zijn kleinzoon doen? Degenen die beweren deze profeet (s) te volgen, van hem te houden, zijn God (swt) te aanbidden. Niks is minder waar. Deze gebeurtenis is het bewijs daarvan.
Wat wij moeten doen is ons van alles afvragen: Hoe zou ik reageren in zo een situatie? Zou ik nog steeds achter mijn principes blijven staan en mijn eigen leven en die van mijn dierbaren geven? Of zou ik kiezen voor mijn leven? Hoe implementeer ik dit in mijn huidige situatie? Kies ik altijd voor rechtvaardigheid of neem ik de makkelijkste weg? Kom ik op voor de rechtvaardigheid over de hele wereld? Deze plek roept vragen op die mensheid vormt.

Wij zijn nu op dezelfde plek, ongeveer 1400 jaar later. Alleen bevinden we ons nu niet in een woestijn. Ik kijk om mij heen en ik zie een zeer drukke stad. Een stad waar de sporen van de woestijn minimaal zijn. Een stad vol met pelgrims die vanuit iedere hoek van de wereld hier naartoe zijn gereisd. Een plek van aanbidding met heilige zand, zand dat genezing geeft aan de zieken omdat God (swt) het zo heeft gewild. Omdat deze opoffering enkel voor God (swt) was.
Een plek met winkels, restaurants en vol met hotels, met twee schitterende graftombes als enige middelpunt, die alle aandacht van ieder oog trekken. De een van Imam Hussain (a) en de ander van de vlaggendrager en broer van Imam Hussain (a), Al Abbas (a). Verder liggen bijna alle gemartelden van Karbala hier begraven. Dit is een plek met een eigen geschiedenis. Een plek die een grote groep mensen minstens een keer in hun leven wil hebben bezocht.

Men accepteert moeilijkheden en gevaar voor het leven, omdat zij inzien dat deze opoffering van deze heilige Imam (a) en zijn medereizigers niet voor hun zelf was, maar voor ons.

Een plek waar we vol trots naartoe gaan, want dit is de plek waar men ondanks alle consequenties is opgestaan tegen onrechtvaardigheid tegen iedere mens en religie. De plek waar de profeet (s) en zijn leer is verdedigd. Het ergste wat wij kunnen doen is deze geschiedenis vergeten en verwaarlozen.
Door dit bezoek beloof ik opnieuw van dichtbij insha’Allah trouw te zijn aan de Imam (a) en al Abbas (a) en hun huishouden, de Ahlalbait (as).

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

Bron [1]
Kanz al-Ummaal Vol. 12, pg 32, Tr. No. 33855
Sahih Muslim, Arabische versie, Kitab al-Imaara, 1980 Editie Pub. in Saudi Arabia, v3, p1452, Traditie #5.
Sahih al-Bukhari Hadith: 9.329

Afdrukken

Mijn reis naar de Ahlalbait - deel 3: "Een thuisgevoel in Bagdad”

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle,

We zijn aangekomen in Qom. Het is een prachtige en rustige stad. Het is een stoffige stad met een eigen karakter. Er lopen links en rechts geleerden om ons heen.

In de Haram (heiligdom) van bibi Masooma (a) denk ik na over haar persoonlijkheid en over het feit dat zij voor haar broer naar Iran was  gereisd en zo onderweg om was gekomen. Over de manier waarop is niet iedereen het eens, maar daar gaat het nu niet om. Haar voorbeeld was bibi Zainab (a) en haar voorbeeld was weer bibi Fatima (a). Zij stonden allen altijd klaar voor anderen alvorens ze aan zichzelf dachten. Ik neem me voor om de rest van mijn reis eerst voor anderen te bidden en dan voor mijzelf insha’Allah. En voor anderen bedoel ik niet alleen de mensen uit mijn omgeving, want indirect is dat toch een beetje voor mijzelf bidden, maar ook voor mensen die niet zo dicht bij mij staan in het leven. 

Volgens menig niet-moslims worden vrouwen onderdrukt in de islam. Ik zou ze willen vragen om naar bibi Masooma (a) te reizen om te zien hoe hoog haar rang is en hoe zeer zij geëerd wordt door mannen en vrouwen binnen de islam. 

Hier in Qom is het meteen duidelijk hoe bereidwillig iedereen is om voor elkaar iets te betekenen en hoe hard iedereen ernaar streeft om alles uit ons verblijf te halen. Na een lange reis achter ons van 18 uur en voor sommigen wegens vertraging wel meer dan 24 uur, is iedereen er klaar voor om naar de verschillende plekken van ziyarat (het bezoek van de heiligen/waardevolle personen) te gaan. Over vermoeidheid of slaap wordt er niet gesproken.

Ons verblijf in Qom is van korte duur, maar heeft veel invloed op ons allen. Onze harten zijn gereed gemaakt voor de rest van de reis. 

Lees meer

Afdrukken

Mijn reis naar de Ahlalbait (a) - deel 2: Liefde voor mijn Ahlalbait (a)

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle,

Zeg: "Ik vraag er geen loon voor, slechts de [normale] vriendelijkheid van verwanten." [Vers 42:23]

Het is een bijzonder mooie, zonnige dag in maart, een waarvan wij er in Nederland weinig mogen meemaken. De bloemen staan volop in bloei. Ik word opgehaald en mijn koffer wordt naar buiten gedragen, met de opmerking dat het een eer is om dit te mogen doen. Voor de laatste keer geef ik in Nederland mijn Salaam aan de Ahlalbait (a) buiten mijn deur en vraag God (swt) om een goede reis voor alle reizigers. De auto wordt gestart en de reis kan beginnen insha’Allah.

Onderweg krijg ik allerlei telefoontjes, berichtjes met een speciale wens die men graag vervuld wil hebben of een probleem die opgelost dient te worden. Er zijn personen die graag hun opleiding willen afronden, maar ook sommigen met een ziekte die om genezing vragen. Sommige familieleden en vrienden zijn zelfs naar het vliegveld gekomen, zodat wij ze niet zullen vergeten in onze gebeden.

Het is net of ik over speciale bovennatuurlijke krachten beschik. Een soort superwoman die alle problemen aanhoort en deze kan oplossen of als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Maar niets is minder waar. Ik ben namelijk niet degene met speciale krachten. Eigenlijk gaat het helemaal niet om mij. Ik ben enkel een tussenpersoon naar een tussenpersoon. Ik moet zelfs vele kilometers afleggen om bij deze speciale mensen te komen waar het echt om draait, om ze vervolgens om gunsten te vragen. Dit zijn de mensen die het dichtst bij Allah (swt) staan en met Zijn toestemming onze wensen kunnen vervullen. Is dit shirk (het toekennen van andere creaties aan God (swt))? Zoals sommigen beweren? Beweren wij met deze daad dat God (swt) gelijken kent? Of dat sommige mensen andere krachten hebben die dicht bij de krachten van God (swt) komen? God verbidde! Absoluut niet! Waarom weten we allemaal dat Profeet Jezus (a) de dode met de toestemming van God (swt) weer tot leven kon roepen, maar als het aankomt op de Imams (a) is een mens tot niets in staat? Het zijn niet de Imams (a) zelf als persoon, net zo min Profeet Jezus (a) die als persoon tot dergelijke wonderen in staat zijn, maar om het feit dat God (swt) hen deze krachten heeft gegeven. God (swt) zegt zelf in Zijn heilige Quran dat wij een wassilah (middel) dienen te zoeken om dichter bij Hem te komen: 

Jullie die geloven! Vreest God en zoekt naar het middel om nader tot Hem te komen en zet jullie in op Zijn weg. Misschien dat het jullie welgaat. [Vers 5:35]

Dat is dus precies wat wij nu met deze ziyarat gaan doen insha’Allah. In werkelijkheid draag ik dus een grote verantwoording bij mij en ik niet alleen, maar ieder persoon die richting ziyarat gaat. Men heeft nu zijn/haar grootste wensen bij ieder van ons neergelegd in de hoop en verwachting dat deze vervuld zullen worden. Dit voelt dan ook als een missie, een opdracht die ik graag wil voldoen. Bibi Fatima (a) staat bekend om het bidden voor anderen en daarna pas voor haarzelf. Dit deed zij zo uitgebreid dat haar enkels opzwollen van het lange staan.

Ik neem een besluit. Ik maak een lijst van de mensen om mij heen en degenen met speciale wensen. Deze sla ik op als achtergrond op mijn telefoon, zodat ik continu herinnerd zal worden aan deze personen en ze niet zal vergeten in mijn gebeden. Bovendien wil ik degenen op deze lijst opnoemen wanneer ik Salaam geef bij een Imam (a). Uiteraard neem ik mijn dierbaren die niet de gelegenheid hebben gehad om contact met mij op te nemen mee in mijn gebeden.

Moge God (swt) ons allen datgene schenken wat goed voor ons is en ons in alle tijden geduld schenken.

Ya Ali,

Farwah binte Seyyed Hossein

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken

Mijn reis naar de Ahlalbait (a) - deel 1: “Op naar mijn grootvaders”

In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

Plotseling hadden we het besloten. We gaan op reis. En niet zomaar een reis, we gaan insha’Allah naar Qom, Najaf, Karbala en Mashad. 

Het besef is er nog lang niet. Maar een ding weet ik zeker, ik moet mij mentaal voorbereiden. 

Ik ga op zoek naar allerlei informatie. De plekken waar we heen gaan, de geschiedenis van deze plekken, de Imams (a), ahadith (overleveringen) over deze reis, de metgezellen, enzovoort, enzovoort. 

En ik word alleen maar onrustiger, rusteloos. Ik besef me dat ik nooit al deze informatie in zo een korte tijd tot me kan nemen. 

Ondertussen bedenk ik me dat ik pas geleden tegen een zwangere Irakeze cliënte heb verteld hoe graag ik naar Najaf en Karbala wil gaan. En zij vertelde mij vol trots dat ze voor me zou bidden, als ze drie maanden na de geboorte van haar eerstgeboren kindje daarheen zal gaan met haar man. 

Nog geen maand geleden zei ze tijdens een controle dat ze iedere avond een dua (smeekgebed) voor mij deed en aan Imam Ali (a) vroeg om mij uit te nodigen naar Najaf. Ik had dit lichtjes genomen en was het al lang weer vergeten. 

Ik besloot haar een sms te sturen, met het nieuws dat ik mogelijk eerder dan haar naar Najaf en Karbala zal gaan insha’Allah. 

Haar antwoord op dit bericht deed mijn haren overeind staan. Ze zei ongeveer het volgende, “Imam Ali (a) heeft je snel uitgenodigd. Subhan’Allah! Ik zei toch dat ik het iedere avond voor je vroeg”. 

Het enige waar ik aan bleef denken was, heeft Imam Ali (a) MIJ uitgenodigd? Wie ben ik? Ik ben dit toch niet waard? Is er een reden en ben ik gekozen voor deze reis?

Deze vragen bleven in mijn hoofd hangen. 

Toen gingen we naar onze wekelijkse Koranles. Onze docent, die altijd net iets zegt waar ik op dat moment mee zit, was net terug uit Karbala. 

Hij vertelde over zijn reis.

En zei: ‘Als je denkt dat je met lege handen op deze reis gaat, dan is dat ook zo. Als je denkt dat je het waard bent, dan heb je het mis’. Natuurlijk zijn we het niet waardig om uitgenodigd te worden door deze onfeilbare personen. Maar zij zijn zo barmhartig dat ze zelfs mensen zoals jij en ik uitnodigen. Moet je je dan eens voorstellen hoe barmhartig Allah (swt) is. Toen besefte ik me dat ik dit los kan laten. Ik ga inderdaad met lege handen!

Terug naar de voorbereidingen. Natuurlijk blijft het altijd goed om kennis op te doen, maar dat is niet alles wat ik nodig heb.

Mijn hart en ziel moeten er klaar voor zijn. En hoe doe ik dat? 

Mijn antwoord hierop kon alleen maar zijn: door een schone intentie te hebben. Een intentie waar ik de hele reis aan kan werken.

Ik zie deze reis als het teruggaan naar het verleden, alsof we met een tijdmachine naar een plek gaan wat ik mij jarenlang heb voorgesteld. Een plek die ik in mijn gedachten tot in de details heb ingevuld. Ik kan het dan voelen, ruiken en werkelijk zien insha’Allah. Ik zal stilstaan bij de gebeurtenissen van Karbala en het feit dat men de belangrijkste persoon op aarde in die tijd in de steek heeft gelaten. Degene waarvan de Profeet (s) zei: ‘Hussain is van mij en ik ben van Hussain’.

Of al Hasan en al Hussain zijn de leiders van de jeugd van het paradijs. 

Hoe kon dit gebeuren? Wat is er misgegaan met de mensheid? 

Maar zoals mijn vader altijd zegt, wij zijn Seyyed, dit zijn niet enkel onze geliefde Imams (a) die wij willen bezoeken, maar ook onze grootvaders. We keren dus als het ware terug naar onze origine. 

Dus ik ga goed nadenken over een intentie. Een intentie los van het feit dat deze ziyarat mij dichter bij God (swt) zal brengen insha’Allah en welke aanbevolen werd door onze wijze Imams (a). Een intentie waardoor ik met lege handen op reis zal gaan, maar insha’Allah met volle handen terug zal keren. 

Ik neem jullie graag mee op deze bijzondere reis, misschien kan ik hierdoor niet alleen zelf met volle handen terugkeren, maar ook de zegeningen die ik krijg met jullie delen, opdat insha’Allah uiteindelijk al onze handen gevuld zullen zijn. 

Ya Ali,

Geschreven door Farwah binte Seyyed Hossein

© Copyright Ahlalbait Jongeren

Afdrukken