Imam Ali Al-Hadi (a)

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Naam: Ali
Titel: al-Naqi, al-Hadi
Vader: Imam Mohammad al-Jawad, al-Taqi (a)
Moeder: Sumanah
Geboortedag: 2 Rajeb 204 Hijri, Medina (Saudi Arabie)
Overlijdingsdag: 3e Rajab 254 Hijri, Samarrah (Iraq)

De geboorte

Imam Ali al-Hadi (a) is geboren uit een zeer nobele familie. De familie van de profeet is een familie met pure zuiverheid in hun harten. Zijn vader, Imam al-Jawad (a), was ongeveer 8 jaar oud toen hij Imam werd. Hij bezat op die leeftijd al veel kennis en werd door velen gezien als een grote geleerde.

De moeder van Imam Ali al-Hadi (a) was een vrouw genaamd Sumana al-Maghribiyya en werd vaak Ummul Fadhl genoemd. Imam al-Jawad (a) heeft haar zelf opgeleid op het gebied van onderwijs. Ze werd een goede gelovige vrouw. Ze besteedde de nacht vaak door Allah (swt) te herdenken met het gebed en het reciteren van de Koran.

De hele familie was blij met de geboorte van Imam al-Hadi (a). Alle rituelen die horen bij de geboorte werden uitgevoerd door Imam al-Jawad (a). Hij fluisterde de azan, het gebedsoproep, in zijn oor en gaf voor de geboorte van zijn kind ook een bedrag aan de armen.
Zijn vader noemde hem Ali (a) naar zijn grootvader Imam Ali (a), de prins der gelovigen, en Imam Ali (a), de zoon van Imam Hussein (a).

Eigenschappen

Imam Ali al-Hadi (a) had tijdens zijn leven een aantal bijnamen gekregen die zijn eigenschappen vertegenwoordigden.

Al-Nasih (De adviesgevende)

Hij werd zo genoemd omdat hij de eerlijkste persoon was in het geven van advies aan iedereen die het aan hem vroeg.

Al Taqy (vroom)

Deze bijnaam kreeg hij om de eigenschap altijd voor Allah (swt) te vrezen en trouw te zijn aan Hem (swt). De khalifa, de leider, in de tijd van de Imam (a) probeerde hem (a) altijd naar het slechte pad te leiden maar door de vasthoudendheid aan het geloof bleef deze Imam (a) trouw aan Allah (swt).

Al Faqeeh (De rechtsgeleerde)

Imam Ali al-Hadi (a) was op jonge leeftijd al op de hoogte van de regels in de Islam. Vele geleerde en andere belangrijke personen kwamen altijd naar Imam al-Hadi (a) voor advies.

Deze Imam (a) had meer bijnamen die zijn vrome eigenschappen vertegenwoordigden.  Zo werd hij onder meer Al-Aalim (geleerde), Al-Ameen (trouw aan het geloof en in het leven altijd betrouwbaar), Al-Khalis (onfeilbaar).

Gebeurtenissen uit het leven van de Imam (a)

De politieke situatie in de tijd van de Imam (a)
Hij was slechts 6 jaar oud toen zijn vader, Imam Mohammad al-Jawad (a), gemarteld werd in Bagdad en vervolgens vergiftigd werd door Mu’tasim Billah Abbasi. Toen hij (a) Imam werd, leefde hij in Medina voor de resterende 8 jaar van het regime van Mu’tasim en 5 jaar van het regime van Wathiq Billah. Mutawakkil werd daarna “khaliefa (politieke leider)” in 236 Hijiri. Hij was een wrede vijand van Ahlalbait (a).

Zijn jonge jaren

De Imam (a) had op jonge leeftijd al veel kennis. Hij was veel bij zijn vader aanwezig van wie hij veel leerde. Hij verbaasdde iedereen met zijn intelligentie. Tijdens de zestien jaar van Imamaat van Imam Ali al-Hadi (a) was hij beroemd geworden in de hele Islamitische wereld. Mensen die van het onderwijs van Ahlalbait hielden, kwamen altijd bij hem, om het een en ander te leren.

Zijn verbaasde leraar

Voordat de Imam (a) naar Bagdad werd gebracht leefde hij in Medina. In een poging om Imam Ali al-Hadi (a) af te laten keren tegen Ahlabait zorgde de khalifa ervoor dat de Imam privé les kreeg van een leraar genaamd al-Junaydi. Na een tijdje stuurde de khalifa iemand om te vragen hoe het gaat met de lessen.
“Hoe zit het met deze jongen (Imam al-Hadi (a)) aan wie jij les aan het geven bent?”
“Zei je net ‘deze jongen’?, bedoel je niet deze ‘geleerde’?”

“Ik vraag aan je of je iemand in heel Medina kunt aanwijzen die meer kennis heeft dan deze persoon? Ik heb een aantal korte stukken uit zeer moeilijk literatuur met hem besproken en dacht hiermee indruk te maken. Hij (Imam al-Hadi (a)) kwam met moeilijker en indrukwekkender stukken tekst. Mensen denken hier dat hij van mij aan het leren is maar ik zweer bij Allah (swt) dat ik van hem aan het leren ben.”

Een tijdje later vroeg dezelfde persoon aan al-Junaydi: “Hoe gaat het met de jongen?”
Hij antwoordde: “Noem je hem nog steeds ‘de jongen’? Deze persoon is een van de beste mensen op aarde. Ik heb nog nooit zo een vrome persoon ontmoet. Ik vroeg bij binnenkomst om een hoofdstuk van de Koran te reciteren voor mij.”
Hij (a) vroeg: “Welke hoofdstuk wil je”?

Ik vroeg hem om een lange hoofdstuk uit de Koran te kiezen. Hij (a) reciteerde deze hoofdstuk met een zeer mooie stem. Een van de mooiste stemmen dat ik heb gehoord. Hij sprak alle woorden zorgvuldig uit en gaf zelfs uitleg erbij.
Later werd zijn leraar, al-Junaydi, een van de volgelingen van Ahlalbait (a) en bleef de Imam trouw.

De uitnodiging om naar Bagdad te gaan

In het 4de jaar van Mutawakkil, regeerde een gouverneur van Medina (Abdallah ibn Hakim). Hij maakte niet op waarheid gebaseerde vijandige rapporten en verzond deze naar Bagdad, waar Mutawakkil zat. Hij schreef aan de Kalief dat de Imam een partij vormde, die een gevaar voor de veiligheid van de staat zou kunnen zijn.
De Imam werd bewust van dit en schreef een brief aan Mutawakkil. Hierbij verklaarde hij de persoonlijke vijandschap van de gouverneur van Medina tegen hem. Er was sprake van een politiek achterliggend gedachte. Mutawakkil verwierp snel de rapporten van de gouverneur. In dezelfde tijd verzond Mutawakkil op een vriendschappelijke manier het bevel aan Imam (a), dat de khalief hem in Bagdad voor een tijdje wenstte te houden. Mutawakkil moest het bevel op een ‘vriendschappelijke’ manier aan de Imam verzenden aangezien de Imam een hoge aanzien had. Mutawakkil zou in een verkeerd daglicht komen te staan als hij de Imam had bevolen om te vertrekken.
In het verzoek stond dat de Imam daarna naar Medina kan terugkomen. Imam al-Hadi (a) kende de redenen achter dit verzoek goed. Hij realiseerde dat de beleefde uitnodiging zijn verbanning van zijn voorouderlijke stad betekende. Weigeren om te gaan was onmogelijk, want dat zou gedwongen vertrek als resultaat hebben. Verlaten van de heilige stad was voor hem pijnlijk. Dat was ook het geval bij zijn geëerbiedigde voorvaders.

Hij werd bevolen om in de rand van de stad te huisvesten, waar bedelaars woonden. Zo werden Ahlalbait (a), als nakomelingen van Profeet (s), met de armen geassocieerd.

Mutawakkil wilde de Imam ermee beledigen. De khalief liet zijn klerk Razaqi een oog houden op de Imam (a). Hij moest zijn vergadering met anderen belemmeren. Het was bijna een huisarrestatie voor de Imam. Tijdens de opsluiting van zijn grootvader, Imam Musa, de zoon Jafar al-Sadiq (a), had de morele houding van Imam Musa (a) de harten van zijn wachters verzacht ten opzichte van de Imam (a). Door de grootheid van Imam Ali al-Hadi (a) heeft  hij ook op dezelfde manier als zijn grootvader indruk gemaakt op Razaqi, waardoor Razaqi op zijn gemak begon te voelen. Deze zachtheid kon niet verborgen blijven voor Mutawakkil, die de Imam naar een andere plaats verplaatstte, waar hij daar twaalf jaar opgesloten bleef.

Ondanks alle wreedheid die hij (a) moest lijden, bracht de Imam (a) zijn tijd door met het aanbidden van Allah (swt). Hij bad tijdens de nacht en vastte tijdens de dag. Hoewel hij beperkt was binnen de vier muren van het huis in Samarrah, werd zijn bekendheid snel verspreid door de provincies van Irak. Elk huishouden in de stad van Samarrah scheen de verblijfplaats van Imam (a) te kennen en op een of andere manier werd zijn kennis over de Islam en Ahlalbait zodoende verspreid.

Wijze woorden

De Imam (a) sprak altijd met wijze woorden.

De Imam (a) werd naar Bagdad gebracht. Mutawakkil was met het drinken bezig en vroeg de Imam om zich bij hem aan te sluiten. Imam antwoordde hierop; “Een alcoholische drank als deze, is nooit doordrongen met mijn vlees en bloed”.

De halfdronken khalief vroeg de Imam om een keer één of ander gedicht voor te dragen. Imam zei dat het niet in zijn gewoonten was om dat te doen. Toen drong Mutawakkil erop aan en de Imam citeerde het volgende:

“Beschermd door moedige strijders gingen zij in de nacht op de top van hun bergen doorbrengen, maar deze bergen beschermden hen niet. Na al hun macht en praal moesten zij van hun tronen naar graven dalen. Oh wat een vreselijke verandering, hun graven hadden hen nauwelijks of er werd een stem gehoord: “Waar zijn de tronen, de kronen en de robes van de staat? Waar zijn nu de gevoelige(gladde) gezichten, die door sluiers in de schaduw werden gesteld en door gordijnen werden beschermd?”. Aan dit antwoordde het graf: “ De wormen vreten nu aan deze gezichten. Lang waren deze mensen aan het eten en drinken, maar nu worden zij gegeten door de wormen.” Velen huilden luisterend naar deze woorden die door de Imam werden geuit. De khalief verliet nog de Imam voor een tijdje alleen, maar hield hem later onder huisarrestatie.

De haat van Mutawakkil tegen Ahlalbait (a)

Hij probeerde het graf van Imam Hussain (a) in Karbala te laten verdrinken, door de wateren van de Eufraat rivier erop af te leiden. Maar door een wonder omringde het rivierwater het graf en ging niet erover. Ondanks het feit dat de omringende grond hoger was. Hij verbood mensen om het graf van De Heer der Martelaaren (Imam Hussain (a)) te bezoeken en gebruikte allerlei wreedheden tegen hen om de mensen tegen te houden om te blijven komen. Maar dat is hem nooit gelukt.
Een ander voorbeeld van de tirannie van Mutawakkil.

Ibn Sakkit van Bagdad, een erkende geleerde en taalkundige, was de privé-leraar van de zoon van Mutawakkil. Op een dag vroeg de wrede heerser aan hem: “Zijn mijn twee zonen respectabeler dan Hassan en Hussain?”

Ibn Sakkit was een ware aanhanger van Ahlalbait. Op deze vraag kon hij zijn gevoel niet beheersen en antwoordde: “Over Hassan en Hussain (a) valt niet te spreken. De slaaf van Imam Ali (a), Qanber, is respectabeler dan allebei de zonen van u “.

Bij horen van deze woorden werd Mutawakkil razend en gaf de opdracht om de tong van Ibn Sakkit af te snijden. Deze opdracht werd onmiddellijk uitgevoerd. Dit leidde tot de dood van de uitstekende kunstenaar van die tijd en een ware aanhanger van Ahlalbait. Imam Ali al-Hadi (a) was zelf niet verbonden aan deze gebeurtenissen, maar elk van deze gebeurtenissen was zoals een slag van een zwaard, dat niet de hals slaat, maar de ziel martelt van de Imam (a).

De dood van Mutawakkil

De wreedheden van Mutawakkil veroorzaakten gemeenschappelijke haat en zelfs zijn eigen kinderen keerden zich tegen hem. Één van hen, al-Muntasir, zwoor met zijn slaaf al-Rumi om samen zijn vader te vermoorden, terwijl hij in slaap was. Hij gebruikte daarvoor zijn eigen zwaard. De dood van de tiran en khalifaatschap van al-Muntasir werden aangekondigd. Na het aannemen van de macht, keurde al-Muntasir de onrechtvaardige orden van zijn vader af. Het brengen van een bezoek aan de Heiligdommen van Najaf en Karbala werd weer toegelaten, zonder enige beperkingen. De graven werden gerepareerd. Het gedrag van de nieuwe khalief tegenover de Imam Ali al-Hadi (a) was dit keer rechtvaardig. Het leven van deze kalief was echter kort en hij stierf na zes maanden. Na hem, toonde de al-Musta’een, de zonen van al-Mustasir, ook geen wreedheden tegenover de Imam (a).
De martelaarschap van de Imam (a)

Imam Ali al-Hadi (a) had een huis in Samarrah gebouwd en niet in Medina. Of het een vrije wil was van de Imam (a) of dat het een bevel was van één van de heersers is niet duidelijk. Hij (a) besloot om daar verder te blijven, om zo de liergierige studenten te onderwijzen. Die kwamen bij hem, om zo het onderwijs van Ahlalbait te bestuderen.

Ditverontrustte al-Mu’taz, de andere zoon van Mutawakkil, zo veel, dat hij het heilige leven van Imam (a) besliste te beëindigen. Hij beviel zijn onderdanen, om het gif in zijn voedsel te mengen. De Imam stierf spoedig na het eten van het giftige voedsel.

Het gedrag van Imam Ali al-Hadi (a) en de morele voortreffelijkheid waren hetzelfde als van elk lid van dit heilige huis (Ahlalbait). Ondanks de opsluiting, de beperking van vrijheid en de marteling, waren deze heilige zielen in elk geval met verering en met het helpen van de armen en behoeftigen bezig. Door zich totaal te onthouden van hun wensen, hebzucht, lusten en ambities, leefden zij waardig in eenvoud. Zij die zelfs hun vijanden waardig behandelden. Dezelfde eigenschappen werden weerspiegeld in het leven van Imam Ali al-Hadi (a).

Tijdens zijn opsluiting, had de Imam (a) zijn graf al opgegraven naast de kant van zijn gebedsmat. Sommige bezoekers waren erg verrast of uitten hun zorgen hiervoor. De Imam verklaarde hierbij: “Om mijn einde te herinneren, houd ik het graf vóór mijn ogen.” De imam stierf in Samarrah en zijn begrafenis werd slechts bijgewoond door zijn zoon Imam Hassan al Askari (a). Hij leidde de begrafenisgebeden en schikte de begrafenis, door hem met rust in zijn huis te begraven. Imam Ali al-Hadi (a) werd 40 jaar oud en zijn Imaamatschap duurde 34 jaar aangezien hij vanaf zijn zesde al Imam werd na de dood van zijn vader!

© Copyright Ahlalbait Jongeren
 
Bronnen:

Story of the Holy Ka’aba And its People, Door S.M.R. Shabbar

Bihar al-Anwar, vol.13 p.126, ad-Durr an-Nadheem

http://www.maaref-foundation.com

Plaats reactie

Zie onze disclaimer voor de regels:

http://ahlalbait.nl/index.php/disclaimer


Beveiligingscode
Vernieuwen